dinsdag, augustus 31, 2004

Het IMF is verontrust. En nu?

Column Binnenlands bestuur 18 06 2004

Deze weken behandelt het parlement de Voorjaarsnota 2004 en de bijbehorende departementale begrotingswijzigingen voor 2004.
Extra bezuinigingen zijn volgens het kabinet onontkoombaar. Is dat wijs beleid of kan het anders? Het parlement zal zich daar een oordeel over moeten vormen. Wijze raad is dan nooit weg.
Vorige week bracht het Internationaal Monetair Fonds (IMF) haar rapport uit over Nederland. 'Het IMF is verontrust over de recente verslechteringen in de overheidsfinanciën en spreekt zijn waardering uit voor de maatregelen die de regering op dit terrein neemt.' Een hele geruststelling, het kabinet doet het goed door flink te bezuinigen.
Maar moeten we ons nu veel aantrekken van buitenlandse raadgevers, die rapporteren over onze overheidsfinanciën en de te volgende koers. Budgettaire besluitvorming is toch een nationale aangelegenheid?
De ontvanger van dergelijke rapportages is doorgaans niet de Tweede Kamer maar de minister van Financiën. Hij bepaalt of, en zo ja wanneer het parlement ze te zien krijgt, en of hij er een eigen stellingname bij doet. Daarin bestaat doorgaans veel vrijheid. Het departement zelf doseert wie wanneer en voorzien van welke kleuring een rapport onder ogen krijgt. Is het dan niet vervelend wanneer Gerrit Zalm een rapport met de verontrustende strekking - zoals dit keer in de IMF-rapportage - moet doorsturen aan collega-ministers en parlement?
Dat hangt er van af. Kritiek op de Nederlandse overheidsfinanciën hoeft niet negatief op zijn beleid terug te slaan, maar kan ook zó worden gebracht, dat Financiën juist een extra argument in handen krijgt in het budgettaire debat met vakdepartementen en parlement. De 'vreemde ogen' dwingen dan juist vakdepartementen en parlement tot terughoudendheid. Sorry, de economische situatie vergt pijnlijke extra ingrepen, extraatjes zijn er even niet bij, integendeel.
Niet altijd valt het landen mee externe kritiek productief te maken. Bekend is bijvoorbeeld de situatie van Canada in de jaren negentig, waarin men lange tijd 'leed' onder kritische externe rapporten over het gevoerde financieel-economisch beleid. Deze werkten sterk door op de internationale kapitaalmarkt, waardoor Canada een lagere kredietwaardigheid werd toegekend en er een hoge rente op leningen moest worden betaald. Pas toen als gevolg van belangrijke beleidswijzigingen de rapportages positiever werden, kon Canada weer goedkoper lenen.
Ook hebben IMF-rapportages fikse impact wanneer een (tweede of derde-wereld-) land leningen van het IMF zelf ontvangt. Dan zijn haar eigen economisch-budgettaire rapporten doorslaggevend voor de vraag of de leningen worden verstrekt. Voor Nederland gaat dit allemaal niet op, omdat we als EMU-land voor de rente op leningen vooral afhankelijk zijn van het vertrouwen van de kapitaalmarkt in de hele euro-zone. Daarin weegt Nederland niet zo zwaar.
De IMF-rapportages zijn voor ons vooral analytisch interessant, maar in dat opzicht ook wel erg voorspelbaar geworden. Een kleinere publieke sector en lagere staatsschuld maakt een land 'vitaal, gezond en toekomstvast'. Extra uitgaven ontmoeten zelden waardering. Daarom moeten we er maar niet wakker van liggen dat het IMF verontrust is. Pas wanneer het IMF zou aanbevelen extra te investeren in werkgelegenheid, publieke voorzieningen en onderwijs, of zelfs oproept de belastingen niet extra te verlagen, zou het even schrikken zijn. Maar dat zullen we bij IMF-rapportages niet snel meemaken.

Geen opmerkingen: