Column Binnenlands bestuur 04 06 2004
Eindelijk is het er dan, het beginselprogramma van de PvdA.
Iedere belangstellende zou op www.pvda.nl kunnen opzoeken welke visie die partij heeft op de ontwikkeling van de overheid, de taken en omvang van de staat, de budgettaire doelen en de daarvoor noodzakelijke keuzen. Maar hoe je ook zoekt, je vindt deze visie niet.
Dat is jammer, want er is veel te zeggen voor duidelijkheid over deze zaken. Zij zijn immers bepalend voor het maken van beleidsmatige keuzen met verstrekkende gevolgen. Waarom buigt het kabinet anders eerst zeventien en later drie miljard om? Waarom is er een Europese Stabiliteitspact? Waarom bestaan er maatschappelijke bewegingen die pleiten voor sluitende begrotingen? Dat zijn alle uitvloeisels van de ideologie, staatsopvattingen meerjarenvisie op de rol, taak en gewenste omvang van de overheid.
Natuurlijk is het uitwerken van dergelijke samenhangende budgettaire beginselen een hele kunst. Zo is er is veel commentaar te leveren op voorkomende keuzen als het nastreven van 'een sluitende begroting' of de bestaande afspraken over het EMU-saldo. Het EMU-verdrag wordt onder meer bekritiseerd, omdat het onvoldoende rekening houdt met de noodzaak van tijdelijk hogere uitgaven bij laagconjunctuur. Maar ook klinkt er kritiek omdat de hoogte van het EMU-saldo van een land weinig zegt over de soliditeit van de uitgaven op langere termijn. Met het oog op bijvoorbeeld vergrijzing, vormt een overheidssector van zeventig procent bruto binnenlands product (bbp) een groter probleem dan een te hoog EMU-saldo in enige jaren. Een sluitende begroting maar een torenhoge schuld diskwalificeert een land niet voor de invoering van de euro, maar levert wel problemen met een vergrijzende bevolking. Want hoe financier je dan over twintig jaar pensioenen en zorg als er al zoveel geld aan rente en aflossing van bestaande schulden wordt gespendeerd?
Solide budgettaire beginselen vergen dus een lange termijn visie, los van de vraag welke schouders welke lasten moeten dragen, het verdeelprobleem.
Er zijn wel pogingen gedaan om te komen tot concrete beleidsdoelen. Helaas blijven die veelal steken in korte-termijndoelen, zoals het streven naar een sluitende begroting. Echt systematisch beleid om te komen tot reductie van de staatsschuld, wordt doorgaans minder consequent gevoerd. Normering van de omvang van de overheidsuitgaven, in expliciete niveaus, is helemaal zelden gedaan.
Bert de Vries, destijds CDA-fractievoorzitter, kwam ten tijde van Lubbers-I met de 'Bertnorm', waarbij de overheid maximaal zestig procent bbp mocht omvatten. Hij werd weggehoond door de oppositie, gegeven de toenmalige overheidsomvang van ruim 65 procent bbp. Veel te radicaal, zo niet 'asociaal' werd het idee genoemd. En nu? Ruim 45 procent bbp omvat de publieke sector nog, maar zonder Bertnorm. Of de Amerikaanse poging, tot maximering van de federale uitgaven tot twintig procent bbp, via een amendement op de Grondwet. Huis en Senaat stemden zelfs hiermee in, maar nooit met een identieke formulering zodat het er (nog) niet van is gekomen. Lastig derhalve, budgettaire beginselen en doelen samenhangend formuleren. Maar er helemaal geen visie op hebben in een beginselprogramma zoals de PvdA, is toch wel een gemiste kans.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten