dinsdag, september 28, 2004

Die andere rekenkamer

Column Binnenlands Bestuur, 1 oktober 2004

Verscholen in een lommerrijke laan in Scheveningen liggen de burelen van het Centraal Plan Bureau (CPB), waar ons economische wel en wee al bijna zestig jaar wordt doorgerekend. Hoewel haar naam in het buitenland zorgt voor gefronste wenkbrauwen en men zichzelf op internet profileert als >Bureau voor economische beleidsanalyse=, heeft ze een respectabele reputatie verworven als economische denktank. Zowel rijksbegroting als tegenbegrotingen zijn recent weer doorgerekend, effecten van beleid in kaart gebracht en de machthebbers is een spiegel voorgehouden. Dit laatste tot ongenoegen van kabinetsleden die liever geschrapt zagen dat het kabinetsbeleid niet alleen positief uitwerkt op onze economie. CPB-analyses spelen een belangrijke rol bij de algemene en financiële beschouwingen.
Maar heeft het CPB veel invloed? Ja en nee. Het CPB is goed vertegenwoordigd in de Haagse arena. Ook is er een druk Haags circuit van overleg- en adviesraden waarin de CPB-leiding actief opereert. En bijvoorbeeld de minister van Financiën en de gehele leiding van het Directoraat-generaal van de Rijksbegroting zijn ex-CPB-ers.
Culturele factoren versterken de invloed van het CPB. In Nederland hechten we veel waarde aan de economische onderbouwing van beleid. Budgettaire ramingen van Financiën zijn bijna een-op-een te herleiden tot CPB-becijferingen. Feitelijk heeft het CPB een monopolie op het doorrekenen van lopend beleid en verkiezingsprogramma=s en is ze nauw betrokken bij het doorrekenen van nut en noodzaak van grote investeringen. Dat hóeft niet. Financiën zou haar ramingen goed kunnen baseren op eigen berekeningen. Dan zou ze ook meer budgettaire speelruimte hebben. Hoewel veel overleg plaatsvindt tussen Financiën en CPB over beleidseffecten, volgt Financiën het CPB doorgaans toch nauwgezet. Dat lijkt een verstandige keuze, omdat dit bijdraagt aan de acceptatie en legitimatie van beleid.
Maar is het CPB wel zo=n goede raadgever voor economische prognoses? De economische wetenschap is bepaald niet onfeilbaar gebleken, CPB-modellen zijn niet onomstreden, haar berekeningen niet feilloos. En een economische invalshoek is wel een noodzakelijke maar geen voldoende basis voor beleidsbeslissingen.
Daarom is het goed dat er ook kritiek wordt geuit op het CPB en haar modellen. Zoals Bomhoff lang deed en ook andere economen bij tijd en wijle doen. Of zoals de Adviesraad Wetenschaps- en Technologiebeleid die recent met het CPB de degens kruiste over een rapport over nut en noodzaak van kennissubsidies. En via de kritische reflectie op het presteren van het CPB door gerenommeerde economen en wetenschappers in 2003, op uitnodiging van het CPB zelf.
Kwalijker dan kritiek op het CPB zou het zijn wanneer haar rapporten onvoldoende op waarde worden geschat, zoals de rapportages over de Betuweroute in 1994. Dan wordt ze als Cassandra, wier ondraaglijke lot eruit bestond dat ze wel het vermogen had om naderende rampen te voorspellen, maar door niemand meer werd geloofd.De positie van het CPB, nu onderdeel van Economische Zaken, zou het best geborgd worden, door er een onafhankelijk Hoog College van Staat van te maken, zoals haar zuster-Rekenkamer en zo verder te immuniseren voor politieke beïnvloeding. >Speaking truth to power=, zoals de fameuze politicoloog Aaron Wildavsky de kerntaak van beleidsanalisten verwoordde, kan niet goed genoeg geborgd worden.

Geen opmerkingen: