Column Binnenlands bestuur 3 september 2004
Vakbeweging en Groenlinks overwegen een referendum over de kabinetsplannen rond de VUT. De bestaande tijdelijke referendumwet maakt dit mogelijk. Een negatieve uitspraak over de kabinetsplannen rond de VUT zou flinke gevolgen kunnen hebben. Hoe direct willen we eigenlijk volksuitspraken, ook over grote budgettaire kwesties? Bijvoorbeeld, zou het een goed idee zijn om per referendum te stemmen over de begroting?
Een van de tegen referenda genoemde bezwaren is dat referenda slechts een enkel issue betreffen, waardoor stemmers ervoor zouden kunnen kiezen vóór extra lusten en tegen extra lasten te stemmen. Tegenstanders van referenda bepleiten daarom besluitvorming door vertegenwoordigende lichamen, waarbij vraagstukken in onderlinge samenhang worden bezien en lusten en lasten verdeeld. In de nu bestaande tijdelijke referendumwet zijn begrotingen van referenda uitgesloten. Volgens de regering kunnen begrotingen geen onderwerp van een referendum zijn, omdat het gaat om wetgeving die betrekking heeft op vele, uiteenlopende terreinen en zowel inkomsten als uitgaven omvat. Dit brengt met zich mee dat het onderwerp naar zijn aard te ruim en te onbepaald is voor de vraagstelling in een referendum, aldus het kabinet.
Snijdt dit nu hout? Wanneer we wel zouden stemmen over de begroting, zou klip en klaar worden of de uiteindelijke omvang en samenstelling van de uitgaven door kiezers wordt ondersteund. Bovendien geeft een begrotingsreferendum een eenduidig antwoord op de vraag of de wijze van financiering van de uitgaven, met uiteenlopende belastingen en via tarieven, boetes en heffingen als redelijk wordt gezien. Om principiële redenen overtuigt het kabinetsstandpunt daarom niet.
Zijn budgettaire referenda dan te ingrijpend? Niet per se. Immers, via afzonderlijke referenda zou ook gehakt gemaakt kunnen worden van allerlei budgettaire keuzen. Zo zijn belastingwetten niet uitgezonderd van het referendum, ondanks kritische kanttekeningen hierbij in de Eerste Kamer. De Vereniging Eigen Huis en medestanders kunnen zodoende iedere poging tot afschaffing van het huurwaardeforfait blokkeren en met de afschaffing van de OZB gaten schieten in de ontvangstenbegroting.
Wetgeving met verstrekkende budgettaire gevolgen is evenmin uitgesloten van referenda. De studiefinanciering zou kunnen worden verdubbeld, de aanschaf van de JSF tegengehouden. Allemaal geen probleem, ook al pleitte de VVD in de Tweede Kamer bij de wetsbehandeling ervoor referenda over wetsvoorstellen met belangrijke budgettaire gevolgen uit te sluiten. Dan blijft er niets meer te stemmen over, stelde het kabinet terecht vast.
Praktische bezwaren verzetten zich wel tegen begrotingsreferenda. Het duurt tot mei 2005 voordat de departementale begrotingen 2004, die aanstaande Prinsjesdag worden ingediend, door de Eerste Kamer zijn vastgesteld. Dan nog de volkswil peilen is ontijdig. Verder laat de huidige begrotingstoelichting zien dan bijna alle uitgaven jaren van tevoren juridisch zijn vastgelegd via aangegane verplichtingen. Het rijk kan hier niet meer onderuit. Resterende budgettaire ruimte zit vol bestuurlijke verplichtingen en politieke toezeggingen, die minstens zo hard zijn uit oogpunt van politieke betrouwbaarheid en beginselen van behoorlijk bestuur. Echt iets veranderen aan uitgaven en ontvangstenpatronen is daarom een zaak van de lange adem. Zo bezien kan de volkswil rond de begroting goed worden gepeild met verkiezingen om de vier jaar. Maar dan wel gevolgd door een referendum over het regeerakkoord.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten