donderdag, oktober 14, 2004

Baten en – te veel - lasten

Column Binnenlands Bestuur 16 oktober 2004

Het rijk worstelt met de keuze van een nieuw begrotingsstelsel. Vorige week meldde minister Zalm dat hij de motie Mastwijk gaat uitvoeren: tenminste één departement gaat het werken met een baten-lastenstelsel uitproberen. Dat is de slechtst denkbare keuze.
In 2001 kondigde het kabinet aan het stelsel van baten en lasten rijksbreed te willen invoeren. Dat sloot goed aan bij andere ontwikkelingen zoals de nieuwe manier van verantwoord begroten VBTB. Het verplichtingen-kasstelsel deugt daar niet voor. Bovendien, de bijna veertig uitvoerende agentschappen moéten gebruikmaken van een bedrijfseconomische boekhouding. Een rijksbreed stelsel zou daarom transparanter zijn voor de Kamer, effectiever voor begrotingsbeslissingen en doelmatiger in de beheerskosten. Tot slot zou het eenvoudiger worden om prestaties van overheid en markt te vergelijken, bijvoorbeeld bij publiek-private samenwerking. Een ambtelijke studiegroep werkte het idee verder uit in het rapport ‘Eigentijds begroten’, de Algemene Rekenkamer juichte de keuze voor één stelsel toe en het voornemen werd daarna welwillend in het parlement ontvangen.
Echter in 2003 stelde het kabinet vast dat bij nader inzien een baten-lastenstelsel alleen zichtbare meerwaarde heeft voor agentschappen. Bovendien zou de invoering veel nieuwe regelgeving opleveren wat in tijden van ontbureaucratisering beter gemist kan worden. Ook kost een ander stelsel honderden miljoenen euro’s voor systeeminrichting en opleiding voor medewerkers. Nu stond het rijk er in 2003 veel minder florissant voor dan in 2001 dus dat geld voor een nieuw systeem ontbrak eigenlijk. En aan een baten-lastenstelsel kleeft een groot risico. Als het rijk in enig jaar eens wat meer investeert kan dit bedrijfseconomisch wel te verdedigen zijn, maar het kan tot gevolg hebben dat de kasuitgaven in dat jaar zo hoog worden dat Nederland boven de EMU-norm van drie procent komt. En dat wil het kabinet niet (te vaak).
Een baten-lastenstelsel is vooral nuttig om investeringsbeslissingen zuiverder te maken. De keuze tussen zelf doen of uitbesteden, huren of kopen, groot onderhoud of vervanging, en ‘mensen of machines’ wordt afgewogener. Verder kunnen betere tijdreeksanalyses van kosten worden gemaakt, is vergelijking van de uitvoeringskosten tussen organisaties eenvoudiger en wordt het bepalen van tarieven voor doorberekening secuurder. Een kasstelsel levert deze informatie niet en geeft zelfs perverse prikkels, bijvoorbeeld om te investeren omdat budget over is, duur leasen omdat er onvoldoende jaarbudget is om zelf te investeren, of uitstel van onderhoud hoewel dat leidt tot onvermijdelijk, duur groot onderhoud later. De Tweede Kamer heeft het kabinet in 2004 gemaand toch bij tenminste een departement het stelsel wel in te voeren. Dat is de slechtste denkbare keuze. Er worden geen schaalvoordelen mee behaald, we blijven werken met meerdere stelsels en de proef zal weinig nieuws opleveren. Er is inmiddels meer dan genoeg gestudeerd. Om de knoop ten principale door te hakken, is geen proefdraaien meer nodig. Je moet er niet aan denken dat het departement dat het lef heeft het stelsel bij wijze van proef in te voeren na enkele jaren wordt bedankt voor bewezen diensten en weer terug mag naar kas.

Geen opmerkingen: