Column Binnenlands Bestuur 26 november 2004
Suriname heeft het, Bulgarije en de Antillen ontvangen het ook: ambtelijke, technische bijstand. In uiteenlopende vormen dragen westerse landen hun kennis en ervaring over aan transitie- en ontwikkelingslanden. Donoren als het Internationaal Monetair Fonds, Wereldbank en OESO betalen organisatie- en beleidsvernieuwingsprogramma=s van zusterministeries in Oost-Europa en leveren via lidstaten deskundigheid. Voor kortere en langere klussen worden ambtelijke experts uitgezonden, die meewerken aan het reorganiseren en soms bijna van de grond af aan opbouwen van publieke instellingen. Vaak zijn ministeries van Financiën relatief vroeg in dit proces betrokken. De bijstand betreft bijvoorbeeld de organisatie van het ministerie, de vernieuwing van financiële wet- en regelgeving of het belastingstelsel. Vraag is: werkt het, en hoe goed?
Donororganisaties die deze technische bijstand financieren, zijn erg te spreken over deze hulpvorm. Men kan vergaand invloed uitoefenen op de inhoud van de programma=s en de geleverde expertise is van hoog niveau omdat nationale vakministeries hooggekwalificeerde medewerkers uitzenden. Ook is de geleverde technische bijstand 'door ambtenaren voor ambtenaren' minder sjabloonachtig vergeleken met adviezen van adviesbureaus. Tenslotte is de acceptatie en benutting van de programma=s doorgaans hoog. Technische bijstand kortom, werkt omdat het voor relatief bescheiden middelen leidt tot aantoonbare, geaccepteerde verbeteringen.
Zo zijn de achterliggende jaren dankzij technische bijstand in veel Oost-Europese landen de ministeries van Financiën sterk in belang gegroeid. De staf is stevig verjongd en goed en veelvuldig getraind. In plaats van een veredeld boekhoudministerie is Financiën nu vaker een sleuteldepartement, werkend vanuit een op westerse leest geschoeid budgettair en comptabel kader. Daardoor staat men doorgaans sterker in de binnenlandse budgettaire discussie. Tegelijkertijd is men beter in staat de door dezelfde internationale organisaties opgelegde financiële doelstellingen en hervormingsprogramma's te laten welslagen. Zo zijn de achterliggende jaren markten op grote schaal markten geliberaliseerd, is verlaging van het overheidstekorten en de staatsschuld onomstreden, ook zonder vergrijzingproblematiek. Maar ook lijkt men in de ban geraakt van 'new public management', het idee van de klantgerichte, bedrijfsmatige overheid, e-government en het baten-lastenstelsel.
Men adopteert met andere woorden tezamen met de 'technische' bijstand ook veel ideeën die in de donorlanden niet geheel onomstreden zijn of aantoonbaar beperkt effectief zijn gebleken. Of zoals een Britse insider laatst zei; 'Wij exporteren vanuit het Verenigd Koninkrijk werkmethoden die hier niet hebben gewerkt, zoals New Public Management, naar transitielanden, zodat wij ervan af zijn'. En zo kan met 'technische' bijstand toch een sjabloon-achtige manier van werken binnensluipen en worden niet onomstreden werkwijzen en beleidsdoelen 'opgelegd' aan landen, die bij gebrek aan eigen capaciteit zich verlaten op westerse donoren. Daarom is het goed dat ondanks alle lovende woorden over 'technische bijstand' de eerste, meest gevorderde groep van Oost-Europese landen als Tsjechië en Slovenië inmiddels zelf technische bijstand gaat leveren. Wanneer dat kan gebeuren zonder sjabloonachtige denkwijzen wordt stevig verder gebouwd aan sterke publieke instituties in diverse transitielanden, zonder dat die per se een kopie zijn van westerse zusterministeries.