Column Binnenlands Bestuur, 10 december 2004
Tussen de kerstdagen en oudjaar heerst op de meeste Haagse departementen een grote rust. Behalve bij de rekenmeesters die het EMU-saldo bewaken. Erop of eronder dit jaar?
Voor de meeste financiële ambtenaren is het begrotingsjaar midden december al bijna voltooid en op een enkele piketambtenaar na, lijkt er sprake van een rustig jaareinde. Daar is echter heel wat aan voorafgegaan. Vroeg in 2004 zijn al de eerste financiële stukken voor 2005 besproken. Er is met ware heldenmoed onderhandeld met Financiëninspecteurs, gevolgd door politieke bilateraaltjes rond de Kaderbrief besluitvorming in maart. Ontwerpbegrotingen 2005 zijn opgesteld en door de minister van Financien op Prinsjesdag ingediend, een recht dat alleen hem toekomt.
Honderden kamervragen zijn in oktober beantwoord en de minister en staatssecretaris zijn, voorzien van speakingnotes en korte krabbels, zo goed mogelijk ondersteund bij de begrotingsbehandeling in november. Het grote uitgeven kan weer bijna opnieuw beginnen. De Eerste Kamer moet de begrotingen weliswaar nog wel behandelen maar een kniesoor die daar op let. De Senaat doet er niet echt toe, als het op het budgetrecht aankomt. Te laat in de tijd en geen recht van amendement.
Ook het begrotingsjaar 2004 komt stilletjes ten einde. Elf maanden lang is secuur bezien wat er allemaal aan verplichtingen en uitgaven kon worden verricht en tussentijds zijn twee suppletore begrotingen ingediend. Beschikkingen zijn geslagen, subsidies verleend, projecten aanbesteed. Maar ook dat werk liep eind november af. Met een ongekende creativiteit is in december nog bekeken welke laatste uitgaven kunnen worden gedaan, om budgetten toch vooral zo volledig mogelijk uit te putten, de bekende ambtelijke decemberkoorts. ‘Alles wat elf maanden van het jaar verboden is, lijkt in december geboden’, verzucht men wel eens. Maar nu ook de laatste facturen versneld zijn betaald sluiten de financiële loketten.
Overal? Nee, niet overal. Op één plek in Den Haag brandt nog licht, bij de kasbewaarders van Financiën. Specialisten van verschillende directies rekeningen alle spreadsheets nog eens door en turen naar de girorekening van de Staat der Nederlanden. Over 2003 liep het helemaal mis en werd het begin 2004 gerapporteerde EMU-saldo gaandeweg steeds hoger, door gebrekkige informatie van die vermaledijde gemeenten. Wat staat dit jaar op 31 december om 12 uur ´s middags op de rekening-courant van het rijk? Van maand tot maand is –zoals het IMF voorschrijft- via de Financiën-website gerapporteerd over het befaamde ´twaalf-maandcijfer, het EMU-saldo van uitgaven en ontvangsten. Tot en met oktober lag het nog te hoog, op 3,3%, maar in de Najaarsnota werd hoopvol aan het parlement gemeld dat het dit keer toch moest lukken om op 3% uit te komen. Maar dat waren allemaal ramingen, voorspel.
Nu moeten de ambtenaren Zalm voor de laatste keer trefzeker adviseren. Welke cijfertjes lichten op en hoe is dat saldo te duiden. Een laatste miljardenafdracht naar een fonds of dit juist een dagje verschuiven?. Het enige getal dat door hun hoofden speelt is 3,0. Het is een kwestie van erop of eronder. Erboven bederft iedere verdere trek in oliebollen. Om over de ingekochte champagne maar te zwijgen. Die blijft onaangeroerd, wanneer zelfs de laatstedagsmaatregelen Nederland weer niet onder een EMUsaldo van 3% kunnen houden. Dan gaat het licht uit.