dinsdag, maart 29, 2005

Benedictus over boekhouders

Column Binnenlads bestuur, 18 maart 2005

In ons staatsrecht figureren illustere personen; koning, president (van de Rekenkamer) en ministers, de laatste in soorten en maten. Hun rechten, bevoegdheden en plichten zijn doorgaans nauw omschreven, bijvoorbeeld hoe ze worden benoemd, gekozen of afgezet, wat en wanneer ze iets mogen en meer van dat. Maar aan de persoon zelf stellen we weinig eisen. Zo formuleert de Grondwet en de Comptabiliteitswet wel veel taken voor de minister van Financiën, maar of de persoon een karaktervaste kerel uit een stuk moet zijn (een vrouw hebben we nog nooit de huishoudportemonnee toevertrouwd) of dat een eersteklas lapzwans dit werk aankan, ons wetboek zwijgt.
Toch zou het goed zijn eens te formuleren over welke persoonlijke kwaliteiten schatkistbewaarders zouden moeten beschikken. Zeg maar in moderne managementtaal; hun competenties. Dat geldt niet alleen ministers, ook voor sleutelfiguren bij financiële directies of auditdiensten zouden competenties geformuleerd kunnen worden. En dan bedoel ik niet dat ze per se econoom of accountant moeten zijn. Tot schrik van veel accountants benoemde LNV enige jaren geleden een ervaren manager zonder RA-titel tot auditdirecteur. Scrupuleuze bestudering van de regels door opposanten leerde dat dit ook gewoon kon, de man deed het bovendien voortreffelijk. Ook directeuren financiën hoeven geen econoom te zijn of ervoor te hebben bijgeleerd. Toch is de vraag opportuun aan welke eisen ‘beancounters of Erbsenzähler’, de bijnaam van veel ‘boekhouders’ moeten voldoe.
Inspirerend bij het zoeken naar een antwoord is de bijna 1500 jaar oude Regel van Benedictus. Deze beschreef aan welke eisen de kellenaar, zeg maar de zakelijk leider van het klooster, moet voldoen. Trefzeker en nog steeds actueel, denk ik.
‘Als kellenaar van het klooster moet iemand met levenservaring gekozen worden, met een gerijpt karakter, nuchter en sober, niet arrogant, niet licht ontvlambaar en niet grof, niet traag en verkwistend maar godvrezend. Hij moet voor de gehele gemeenschap een vaderfiguur zijn”. Als de Franse minister van Financiën sober en niet verkwistend had geleefd, was hij vorige maand niet uit zijn Parijse appartement en uit zijn functie gezet.
‘Hij moet voor alles zorg dragen maar niets buiten de abt omdoen.’ Laten we in hedendaagse termen maar zeggen ‘het belang van het lijntje tussen Financiën en Algemene Zaken goed bewaken’.
‘Hij moet zich houden aan wat hem is opgedragen. Zijn broeders moet hij niet grieven. Mocht een broeder hem eventueel iets onredelijks vragen, dan moet hij hem niet krenken door hem vanuit de hoogte te benaderen, maar hij moet nederig en met opgave van redenen het onredelijke verzoek afwijzen’. Klink beter dan het huidige artikel hierover in de Comptabiliteitswet en bepaald esthetischer geformuleerd.
En een laatste aanwijzing van Benedictus: ‘Als de gemeenschap wat groter is, moet men hem ondersteuning geven. Met deze hulp moet hij de hem toevertrouwde taak met een gerust hart vervullen’. In onze tijd: de minister moet op zijn ambtenaren vertrouwen.

Geen opmerkingen: