donderdag, november 17, 2005

De kiezer is niet gek

Column Binnenlands Bestuur dd 18 november 2005
Deze week presenteerden PvdA, GroenLinks en D66 een initiatiefwetsvoorstel voor referenda. Een onderdeel van dit voorstel frappeert me, het wegens 'te grote staatsbelangen' uitzonderen van belastingwetten. Net terug uit de VS ben ik wederom gefascineerd door de burgerinitiatieven die daar ter plekke juist laten zien dat burgers zeer evenwichtig stemmen, ook in referenda over belastingwetten.
Zo vond vorige week in Colorado een fel bediscussieerd belastingreferendum plaats. Wat speelde er? In een bestaande wet, in 1992 ingevoerd na een referendum, is bepaald dat de overheidsuitgaven en inkomsten slechts mogen stijgen met de inflatie en op grond van demografie.
Deze Taxpayers Bill of Rights (TABOR) heeft fikse gevolgen gehad voor de staat Colorado. Wanneer namelijk door economisch groei sprake was van meevallende belastingontvangsten, moesten deze het volgende jaar direct worden teruggegeven aan de burgers. Zeker in de jaren van hoge economische groei leidde dit tot de teruggave van enorme bedragen, ruim 3 miljard dollar van 1997-2003. Bijna jaarlijks werd door uitgavenbeluste actiegroepen in referenda geprobeerd belastingmeevallers alsnog bij de overheid te houden of bepaalde belastingen te verhogen, maar steeds wees de bevolking dit in (krappe) meerderheid af. Door velen, waaronder het voor overheidsbemoeienis bijna allergische Cato-Institute, werd TABOR in Colorado dan ook gezien als een krachtig bewijs van een zelfbewust kiezersgedrag. In economische hoogtijdagen hoefde de overheid niet te groeien, in mindere jaren zonodig wel. Keynesiaans kiezersvolk zouden economen zeggen.
Maar strikte disciplinering van uitgaven en ontvangsten kende ook neveneffecten. Onderzoekster Christine Martell publiceerde kritisch wat de soms vergaande gevolgen waren geweest van TABOR. Omdat in goede jaren de belastingmeevallers werden teruggegeven maar in slechte jaren de belastingen niet zijn verhoogd - maar de uitgaven verlaagd, daalde de overheidsuitgaven per inwoner in Colorado de laatste zeven jaar met in totaal 14%. Door de jaren heen zijn de collectieve voorzieningen in de staat qua niveau achtergebleven bij andere staten, maar is ze wel een relatief fiscaal gunstige verblijfplaats geworden. Overigens noemt men dat in de VS Missisippificatie, lage belastingen, beperkte collectieve voorzieningen, zoals in veel zuidelijke staten.
Om toch uit het ijzeren korset van budgetkaders te breken bleek de neiging tot creatief financieel management in Colorado sterk toegenomen. Voorbeelden? Decentralisatie van taken zonder middelen mee te geven, privatisering, stelselwijzigingen in de boekhouding, uitstel van betaling van subsidies en ambtenarensalarissen tot na de jaarwisseling, budgettaire ‘gimmicks’ kortom.
Vorige week vond het referendum plaats over de bestemming van geraamde belastinggroei in de jaren 2006-2010 en bleek de maat voor de burgers vol. Gevoed door analyses als van Martell en na fervente pleidooien van zelfs de Republikeinse gouverneur Owens en tal van actiegroepen, besloot 52% van de kiezers de geraamde 3,5 miljard dollar aan belastinggroei te besteden aan extra onderwijs- en zorguitgaven. Kiezers zijn niet gek. De broekriem was blijkbaar genoeg aangehaald, nu mochten de voorzieningen weer wat meer volume krijgen. Waarom zou dat in Nederland nu niet ook kunnen?

donderdag, november 03, 2005

Parlement en beleidsuitvoering

Column Binnenlands Bestuur dd 4 november 2005

De verbinding tussen parlement en de uitvoering van overheidsbeleid blijft lastig. In de afgelopen maanden moest Justitieminister Donner het parlement in detail uitleggen hoe zijn onderzoekslaboratorium het NFI haar werkzaamheden had verricht rond het DNA-onderzoek in de Schiedammer parkmoord. Komende weken moet hij toelichten welke afweging is gemaakt in het al dan niet aanbrengen van centrale ontgrendeling in het cellencomplex Schiphol. Zijn collega Verdonk moet het vermeende informeren van Congo over teruggekeerde, afgewezen asielzoekers recht zien te praten.
Dit en vele andere mogelijke voorbeelden illustreren dat de uitvoering van beleid voor ons parlement ministens zo wezenlijk is als alle nieuwe wet- en regelgeving. Toch wring ter iets en dat is dat alle genoemde Justitietaken worden verricht door, verzelfstandigde rijksdiensten, agentschappen? Wat betekent zelfstandigheid in relatie tot politieke verantwoordelijkheid voor organisaties als NFI, DJI en IND ?
Zou zoals Ralph Pans in zijn boekje over kerndepartementen recent bepleitte, het krachtig doorzetten van externe verzelfstandiging van dergelijke uitvoeringsorganisaties tot zelfstandige bestuursorganen veel verschil maken?
De hiervoor genoemde Justitieonderdelen zijn intern verzelfstandigd tot agentschap onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Zouden Donner en Verdonk niet in de Kamer hoeven verschijnen wanneer NFI, DJI en IND extern tot ZBO’s verzelfstandigd waren?
Ik geloof er niets van. Sterker nog, ik zou het ook buitengewoon onbevredigend vinden als ons parlement hiervoor de ministers niet zou kunnen aanspreken. Natuurlijk, kerndepartementen hoeven niet zoals vroeger nauw betrokken te zijn bij de dagelijkse praktijk van uitvoeringsorganisaties. Veel keuzen bij de inrichting van de bedrijfsvoering kunnen prima via mandaat worden opgedragen. De minister hoeft niet persoonlijk te kiezen welk computersysteem wordt aangekocht of in welke salarisschaal de regiodirecteuren komen. Laat dat over aan het management. Maar dat is alleen ‘verzelfstandiging’ van de bedrijfsvoering, de wijze van uitvoering, niet het immuniseren van de organisatie voor politieke sturing. Ik zou het begrijpelijk vinden wanneer topambtenaren vaker in directe hoorzittingen tekst en uitleg kunnen geven aan het parlement, een van de winstpunten die Pans en anderen zien van externe verzelfstandiging. Maar eigenlijk zou dat ook bij agentschappen al vaker en eerder kunnen. Waarom mogen ambtenaren pas ten tijde van parlementaire enquêtes spreken?
Een echte knip maken tussen beleidsbepaling en uitvoering, de portee van externe verzelfstandiging loop spaak bij al dat overheidsbeleid waarbij zeer regelmatig bijstelling van beleid nodig is of waarbij de consequenties van de (falende) beleidsuitvoering de samenleving diepgaand raken. Echt scheiden van beleid en uitvoering en als gelijken gaan onderhandelen lijkt me dan ongewenst. Als er centrale ontgrendeling van cellen moet komen is dat geen zaak van vragen of uitonderhandelen tussen Justitie en penitentiaire inrichtingen, maar een kwestie van budgetteren, opdracht geven en doen.
Maar geeft de politiek dan niet vaak meervoudige, intern tegenstrijdige opdrachten? Met minder geld meer doen, meer kwaliteit met minder mensen enzovoort? Ja, soms wel. Managers van uitvoeringsorganisaties moeten hun mandaat teruggeven als ze opdrachten professioneel gezien niet acceptabel vinden. Maar ik wil in ons parlement horen wat er echt is gebeurd en welke consequenties er volgen na de Nienke-zaak, na Schiphol, na Congo. Geen ronkende verhalen in glossy jaarverslagen.