Column Binnenlands Bestuur dd 4 november 2005
De verbinding tussen parlement en de uitvoering van overheidsbeleid blijft lastig. In de afgelopen maanden moest Justitieminister Donner het parlement in detail uitleggen hoe zijn onderzoekslaboratorium het NFI haar werkzaamheden had verricht rond het DNA-onderzoek in de Schiedammer parkmoord. Komende weken moet hij toelichten welke afweging is gemaakt in het al dan niet aanbrengen van centrale ontgrendeling in het cellencomplex Schiphol. Zijn collega Verdonk moet het vermeende informeren van Congo over teruggekeerde, afgewezen asielzoekers recht zien te praten.
Dit en vele andere mogelijke voorbeelden illustreren dat de uitvoering van beleid voor ons parlement ministens zo wezenlijk is als alle nieuwe wet- en regelgeving. Toch wring ter iets en dat is dat alle genoemde Justitietaken worden verricht door, verzelfstandigde rijksdiensten, agentschappen? Wat betekent zelfstandigheid in relatie tot politieke verantwoordelijkheid voor organisaties als NFI, DJI en IND ?
Zou zoals Ralph Pans in zijn boekje over kerndepartementen recent bepleitte, het krachtig doorzetten van externe verzelfstandiging van dergelijke uitvoeringsorganisaties tot zelfstandige bestuursorganen veel verschil maken?
De hiervoor genoemde Justitieonderdelen zijn intern verzelfstandigd tot agentschap onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Zouden Donner en Verdonk niet in de Kamer hoeven verschijnen wanneer NFI, DJI en IND extern tot ZBO’s verzelfstandigd waren?
Ik geloof er niets van. Sterker nog, ik zou het ook buitengewoon onbevredigend vinden als ons parlement hiervoor de ministers niet zou kunnen aanspreken. Natuurlijk, kerndepartementen hoeven niet zoals vroeger nauw betrokken te zijn bij de dagelijkse praktijk van uitvoeringsorganisaties. Veel keuzen bij de inrichting van de bedrijfsvoering kunnen prima via mandaat worden opgedragen. De minister hoeft niet persoonlijk te kiezen welk computersysteem wordt aangekocht of in welke salarisschaal de regiodirecteuren komen. Laat dat over aan het management. Maar dat is alleen ‘verzelfstandiging’ van de bedrijfsvoering, de wijze van uitvoering, niet het immuniseren van de organisatie voor politieke sturing. Ik zou het begrijpelijk vinden wanneer topambtenaren vaker in directe hoorzittingen tekst en uitleg kunnen geven aan het parlement, een van de winstpunten die Pans en anderen zien van externe verzelfstandiging. Maar eigenlijk zou dat ook bij agentschappen al vaker en eerder kunnen. Waarom mogen ambtenaren pas ten tijde van parlementaire enquêtes spreken?
Een echte knip maken tussen beleidsbepaling en uitvoering, de portee van externe verzelfstandiging loop spaak bij al dat overheidsbeleid waarbij zeer regelmatig bijstelling van beleid nodig is of waarbij de consequenties van de (falende) beleidsuitvoering de samenleving diepgaand raken. Echt scheiden van beleid en uitvoering en als gelijken gaan onderhandelen lijkt me dan ongewenst. Als er centrale ontgrendeling van cellen moet komen is dat geen zaak van vragen of uitonderhandelen tussen Justitie en penitentiaire inrichtingen, maar een kwestie van budgetteren, opdracht geven en doen.
Maar geeft de politiek dan niet vaak meervoudige, intern tegenstrijdige opdrachten? Met minder geld meer doen, meer kwaliteit met minder mensen enzovoort? Ja, soms wel. Managers van uitvoeringsorganisaties moeten hun mandaat teruggeven als ze opdrachten professioneel gezien niet acceptabel vinden. Maar ik wil in ons parlement horen wat er echt is gebeurd en welke consequenties er volgen na de Nienke-zaak, na Schiphol, na Congo. Geen ronkende verhalen in glossy jaarverslagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten