Column Binnenlands Bestuur, 18 februari 2005
Komende weken begint het spel om extra budget weer: dé kans voor departementen om Financiën, kabinet en Kamer ervan te overtuigen dat nieuwe beleidsvoorstellen het gevraagde extra geld waard zijn. Het is de typische overheidsvariant van de ‘beautycontest’.
Waar komt het extra geld uiteindelijk terecht? Wie is de schoonste? In een onderzoek naar de langjarige ontwikkeling van het budget op een groot aantal beleidsterreinen bleken extra middelen vaker te belanden bij gevestigde programma’s dan bij nieuwe. In tijden van bezuinigingen sneuvelden jongere programma’s veel vaker dan lang bestaande. Budgetallocatie blijkt een conservatief proces. De verklaring voor dit conservatisme is dat op gevestigde beleidsterreinen een hechte maatschappelijke coalitie bestaat die effectiever politieke steun weet te verwerven of behouden. Ten koste van nieuwe ideeën.
Zijn er alternatieven vormen van budgetallocatie, waarbij ook nieuwe ideeën een kans krijgen? Misschien wel. De Britse Treasury startte een aantal jaren geleden een aardig programma, de ‘Investment to Save Budget’. Uitvoeringsorganisaties mochten goed gemotiveerde investeringsvoorstellen aan de Treasury voorleggen. Die verdeelde de beschikbare miljoenen volgens de eenvoudige regel: voorstellen met de grootste kans op snel terugverdienen van de investering vielen in de prijzen. Bankje spelen kortom. Een slimme truc om renderende investeringen mogelijk te maken, zoals automatisering van tijdrovend administratieve processen. Nuttige maar op zich minder sexy projecten konden hierdoor toch worden uitgevoerd en sneuvelden niet in de lange weg binnen het eigen departement. Goed bedacht maar, het kan nog leuker, liet de BBC onlangs zien.
Ze zond de afgelopen weken ‘The Dragons Den’ uit, een programma waarin jonge ondernemers voor het oog van de camera enkele minuten de kans kregen om hun productidee en ondernemingsplan te presenteren aan een vijftal snel rijk geworden ondernemers. Die hingen achterover in fauteuils met naast hen tonnen aan cash geld. Wie de investeerders overtuigde, kreeg een pakketje aandelen een fikse stapel bankbiljetten mee, vaak ruim een ton, plus waardevol advies. Voordat het zover was werd de ondernemer in spe wel aan een kruisverhoor onderworpen. Werkte het product wel zo goed als voorgesteld? Welke markt kon worden bediend? Wat waren de marges? Had de ondernemer voldoende ervaring? Wilde hij (of vaak: zij) zich honderd procent inzetten? Wie na het spervuur van vragen niet vijf keer hoorde ‘I’m out’ kon binnen vijf minuten met een stapel cash de studiotrap afdalen. Dat lukte overigens maar een klein deel van de ondernemers in spe. Kolderieke producten of fantasieloze ondernemers vielen snel af, kansrijke ideeën van gedreven starters werden omarmd.
Ik zie het helemaal voor me, de beautycontest voor beleidsvoorstellen. Een bloedraad die de indiener van een nieuwe beleidsplan aanhoort, hem of haar het hemd van het lijf vraagt en binnen korte tijd duidelijkheid geeft: duim omhoog. Of omlaag natuurlijk.