Column Binnenlands Bestuur dd 16 december 2005
Nee, geen woord over decemberkoorts of koopkrachtplaatjes. Het gaat me om de kerstacties en collecten die ons deze dagen overspoelen. Nederlanders geven €5 miljard per jaar aan goede doelen, jongeren zo’n 150 euro per jaar, wat met de jaren oploopt tot bijna €600 door gepensioneerden. Niet het miljard van Bill Gates maar toch. De top-10 van de charitatieve organisaties verwerven allen meer dan €20 miljoen per jaar, flinke bedrijfjes!
Nu heeft het altijd kwakkelende filmhuis in mijn stad een grote kans binnenkort wat europees geld te krijgen. Dat geldt ook voor de kinderboerderij in onze wijk die eindelijk subsidie krijgt. Mooi, dan hoef ik niet meer te doneren en kan mijn geld kan naar organisaties die vanaf 2006 door het ministerie van VWS zijn gekort op subsidies. Of zie ik het verkeerd? Zou ik juist geld moeten geven aan organisaties die wel blijvend subsidie ontvangen? Blijkbaar zijn die beoordeeld en door de overheid effectief genoeg bevonden.
Leuk dilemma voor donateurs. Met de overheid meegeven of juist niet? En voor beslissers, subsidie aan een organisatie geven die nu door burgers wordt bekostigd of juist de noodlijdende?
Doneren voelt normaal gesproken op zichzelf al goed, ook zonder precies te weten wat er met het gedoneerde gebeurt. Al voelt het niet helemaal lekker wanneer onderzoeksjournalisten in de NRC of het jaarlijkse Dif-magazine uiteenzetten hoe slonzig sommige bestedingen van heel gerenommeerde organisaties verlopen. Of wanneer zij salarissen van topmannen ‘beperken’ tot bedragen die ik zelf nooit zal verdienen.
Onderzoekers als Amanda Wilsker bestuderen dit vraagstuk van publieke en particuliere donaties sinds lang. De ene school van denken typeert ze als ‘crowding out’. Wanneer de budgetten van charitatieve organisaties worden gespekt door overheidssubsidies, zullen particulieren stoppen met doneren, zodra zij menen dat de gewenste productieomvang wordt geleverd. Precies inzicht in geldstromen en de productiefunctie hebben particulieren natuurlijk zelden, maar ‘crowding out’ komt in de praktijk vaak voor. En, de ‘crowding out’ onderzoekers legitimeren met hun leer het idee van de terugtredende overheid en lijken het tij mee te hebben.
Anderen wijzen echter juist op ‘crowding in’effecten, een overheidssubsidie is een erkenning van kwaliteit, waardoor de subsidie werkt als katalysator en leidt tot méér particuliere donaties. In deze theorie kan de overheid op termijn eventueel weer wat gaan afbouwen. Een wezenlijk andere invalshoek!
Een derde school meent eerst crowding in te zien, de overheid steunt een goed bestaand initiatief, hetgeen de oorspronkelijke gevers versterkt in hun overtuiging dat ze de goede dingen doen, maar naarmate de overheid duurzamer subsidieert, verdwijnen de oorspronkelijke gevers, met ‘crowding out’ en staatsafhankelijkheid als resultaat.
Lastig dilemma misschien, maar als u het nog kunt volgen en beleidsmaker bent, pijnigt u uw hersens eens onder de kerstboom over de mogelijke effecten van uw subsidies. En als u als burger nog niet de maximaal aftrekbare 10% van uw inkomen hebt gedoneerd, volg niet alleen uw verstand maar ook gewoon uw hart. Er is geen gebrek aan relevante doelen.