Column Binnelands bestuur dd 3 februari 2006
Terwijl de (lokale) politieke partijen zich warm lopen voor de gemeenteraadsverkiezingen, beraden de Haagse bewindslieden zich op successen die zij kunnen 'cashen' voor de Kamerverkiezingen in 2007. Met hun staven pluizen zij naarstig de portefeuilles door op zoek naar projecten waarmee zij de eigen geografisch of electorale achterban hebben weten te plezieren; fiscale aftrekposten, specifieke subsidies, de vestiging van (overheids)kantoren of infrastructurele werken.
Doorgaans zijn 'pork and barrel' voor de achterban kort nieuws, met één uitzondering: de infrastructuurprojecten. Zij blijven lang zichtbaar en de omstreden werken wacht het droeve lot lang onderwerp van debat te zijn. Ook al kosten ze teruggerekend naar jaarlasten vaak geen fractie van ander betwistbaar beleid.
Zo is in de VS de storm nog maar net gaan liggen rond de 'bridge to nowhere', het project in Alaska om voor ruim driehonderd miljoen dollar een dun bevolkt gebied met achtduizend inwoners te verbinden met het naastgelegen eiland, waar tachtig mensen wonen. Alleen door keiharde politiek te bedrijven wisten de vertegenwoordigers van Alaska, Ted Stevens en Don Young, die in het Congres op sleutelposities zitten, te voorkomen dat het geld voor deze achterbanverbinding werd benut voor het door de orkaan getroffen Louisiana. Uiteindelijk werd de brug uit het wegenplan gestemd, maar het geld werd wel ter compensatie aan Alaska toegekend. Dus die brug die komt er wel, alle stampei binnen de Republikeinse partij en vernietigende publicaties door pressiegroepen ten spijt.
Ook Nederland kent regelmatig debat over nut, noodzaak en kosten van bruggen en tunnels. Denk maar aan de iets te groot uitgevallen Willem-Alexanderbrug bij Tiel, waar jarenlang tol is geheven om toch wat uit de kosten te komen. Of de eerst omstreden Erasmusbrug van Ben van Berkel in Rotterdam, de elegante 'zwaan' die niet alleen duurder was dan alternatieve verbindingen maar ook eerst leed aan kinderziekten. Of het adembenemende trio bruggen Harp, Citer en Luit van Santiago Calavatra, machtige bouwwerken over de bescheiden ringvaart van Haarlemmermeer, die duurder uitvielen en te snel zouden roesten.
Nee, er is maar een troost bij al te fors of duur uitgevoerde bruggen: hun schoonheid. Als er dan toch achterbanverbindingen moeten komen, stop het niet in onzichtbare subsidies of schimmige aftrekposten, maar bouw vooral hele mooie bruggen. Wie weg wil dromen moet eens de afbeeldingen van de Erasmusbrug googlen, of www.calavatra.com opzoeken. Alleen dan begrijp je het verzet van de Stichting Boogbrug die een al tien jaar ongebruikte oude boogbrug over de waal bij Zaltbommel wil redden van de sloop. Wie eenmaal gegrepen wordt door de schoonheid van al die mooie bruggen, vergeeft het zijn bestuurders dat ze soms iets te groots, te moois laten bouwen. Zelfs de brug over Tongass Narrows in Alaska ziet er op tekening al fantastisch uit.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
vrijdag, januari 27, 2006
maandag, januari 23, 2006
Twee kwaden
Column Binnelands Bestuur dd 20 januari 2006
Hoewel oud en beschaafd is het bij eerste kennismaking geen sympathieke man, de oude magistraat die het dorp aan de grens van het rijk al jaren bestuurt. Nobelprijswinnaar Coetzee voert hem op in zijn fameuze bestuursroman 'Wachten op de barbaren'. Hij schreef het 25 jaar geleden maar het leest nog steeds als een actueel vraagstuk over stijlen en dilemma's van bestuur. Iedereen die complexe organisaties kent of leert kennen, hoort over de weerbarstigheid van de uitvoering van beleid. Plannen, ooit ontworpen aan tekentafels van hoofdkantoren zijn na alle stadia van ambtelijke en politieke onderhandelingen te hebben doorlopen, vervormd geraakt door talloze compromissen. Ze beantwoorden lang niet meer aan de oorspronkelijke opgaven, zijn zelden in de praktijk beproefd.
Uitvoerders van beleid, gedreven door de wil gestelde doelen te behalen, marchanderen daarom in de uitvoering van beleid. Ze nemen met de beste intenties eigen ruimte, spelregels en mores in acht ten dienste van de hogere doelstelling. Of bent u de Kennemer-opsporingsmethode, de Zaanlandse verhoormethode of de fiscale deals met Vinkenslag al vergeten? Ontspoorde uitvoerders waarvoor het doel (te) veel middelen heiligde. Na het ontdekken ervan door hoofdkantoren volgt de klassieke beleidsreactie; onderzoek, bestraffing van de 'schuldigen', nieuwe interne regels en verder gaan.
De magistraat van Coetzee is geen rolmodel van persoonlijke integriteit, maar vervult zijn werk als bestuurder met veel waardigheid, wijsheid en oprechte compassie voor de inwoners van zijn stad en de 'barbaren', bewoners van buiten de grenzen van het rijk met wie handel wordt gedreven en wiens cultuur hij bestudeert. Het kwaad gaat daarom niet uit van deze soms op eigen genot gerichte magistraat, maar van het hoofdstedelijke 'Derde Bureau', dat er een kolonel met expeditieleger op uitstuurt om orde op zaken te stellen in het buitengebied. De bureaucratie, die vast zit in vijanddenken, gaat daarin voorbij aan de vreedzame coëxistentie die de magistraat na jaren van samenleven heeft bewerkstelligd met de 'barbaren'.
Doof voor de tegenwerpingen van de magistraat gaat deze kolonel de woestijn in, op jacht naar de barbaren. De lezer voelt al snel de onherroepelijke nederlaag van het systeem aankomen, gepersonaliseerd door deze kolonel. De hoofdstedelijke opvattingen zijn niet bestand tegen de weerbarstigheid van het barre buitengebied; ze lopen stuk in de bestuurlijke werkelijkheid.
Coetzee lijkt de lezer te vragen welk kwaad we verkiezen. De onvolmaaktheid van de decentrale uitvoerders, die niet altijd voldoen aan de theorie en regels verzonnen in de hoofdstedelijke bureaus en afdelingen van het rijk - maar wel de boel 'bij elkaar houden'. Of het grote theoretische gelijk, waar op papier geen speld tussen te krijgen is, maar in de praktijk mensen tot nummers maakt, ongelijken gelijk behandelt en gelijken ongelijk en zo op micro-niveau rampen en dagelijkse rampjes aanricht.
Coetzees inzicht is dat de 'barbaren' waarvoor wij ons moeten 'wachten' niet de bestuurde 'wilden' zijn of zelfs de uitvoerende magistraat met al zijn gebreken. De barbaren zijn de systeemdenkers, die zetelen in het centrum van de macht.
Hoewel oud en beschaafd is het bij eerste kennismaking geen sympathieke man, de oude magistraat die het dorp aan de grens van het rijk al jaren bestuurt. Nobelprijswinnaar Coetzee voert hem op in zijn fameuze bestuursroman 'Wachten op de barbaren'. Hij schreef het 25 jaar geleden maar het leest nog steeds als een actueel vraagstuk over stijlen en dilemma's van bestuur. Iedereen die complexe organisaties kent of leert kennen, hoort over de weerbarstigheid van de uitvoering van beleid. Plannen, ooit ontworpen aan tekentafels van hoofdkantoren zijn na alle stadia van ambtelijke en politieke onderhandelingen te hebben doorlopen, vervormd geraakt door talloze compromissen. Ze beantwoorden lang niet meer aan de oorspronkelijke opgaven, zijn zelden in de praktijk beproefd.
Uitvoerders van beleid, gedreven door de wil gestelde doelen te behalen, marchanderen daarom in de uitvoering van beleid. Ze nemen met de beste intenties eigen ruimte, spelregels en mores in acht ten dienste van de hogere doelstelling. Of bent u de Kennemer-opsporingsmethode, de Zaanlandse verhoormethode of de fiscale deals met Vinkenslag al vergeten? Ontspoorde uitvoerders waarvoor het doel (te) veel middelen heiligde. Na het ontdekken ervan door hoofdkantoren volgt de klassieke beleidsreactie; onderzoek, bestraffing van de 'schuldigen', nieuwe interne regels en verder gaan.
De magistraat van Coetzee is geen rolmodel van persoonlijke integriteit, maar vervult zijn werk als bestuurder met veel waardigheid, wijsheid en oprechte compassie voor de inwoners van zijn stad en de 'barbaren', bewoners van buiten de grenzen van het rijk met wie handel wordt gedreven en wiens cultuur hij bestudeert. Het kwaad gaat daarom niet uit van deze soms op eigen genot gerichte magistraat, maar van het hoofdstedelijke 'Derde Bureau', dat er een kolonel met expeditieleger op uitstuurt om orde op zaken te stellen in het buitengebied. De bureaucratie, die vast zit in vijanddenken, gaat daarin voorbij aan de vreedzame coëxistentie die de magistraat na jaren van samenleven heeft bewerkstelligd met de 'barbaren'.
Doof voor de tegenwerpingen van de magistraat gaat deze kolonel de woestijn in, op jacht naar de barbaren. De lezer voelt al snel de onherroepelijke nederlaag van het systeem aankomen, gepersonaliseerd door deze kolonel. De hoofdstedelijke opvattingen zijn niet bestand tegen de weerbarstigheid van het barre buitengebied; ze lopen stuk in de bestuurlijke werkelijkheid.
Coetzee lijkt de lezer te vragen welk kwaad we verkiezen. De onvolmaaktheid van de decentrale uitvoerders, die niet altijd voldoen aan de theorie en regels verzonnen in de hoofdstedelijke bureaus en afdelingen van het rijk - maar wel de boel 'bij elkaar houden'. Of het grote theoretische gelijk, waar op papier geen speld tussen te krijgen is, maar in de praktijk mensen tot nummers maakt, ongelijken gelijk behandelt en gelijken ongelijk en zo op micro-niveau rampen en dagelijkse rampjes aanricht.
Coetzees inzicht is dat de 'barbaren' waarvoor wij ons moeten 'wachten' niet de bestuurde 'wilden' zijn of zelfs de uitvoerende magistraat met al zijn gebreken. De barbaren zijn de systeemdenkers, die zetelen in het centrum van de macht.
maandag, januari 09, 2006
Zalms vrienden
Column Binnelands Bestuur dd 6 januari 2006
Het is een begrijpelijk verlangen, de wens de geschiedenis in te gaan als langstzittend minister van Financiën die bovendien een begrotingsoverschot achterliet. Om dat te bereiken en voorjaar 2007 zwarte cijfers te presenteren, moet Zalm komende lente wel een paar beslissende veldslagen leveren.
Eind 2005 stapelen de positieve berichten zich op. De financiële resultaten over dat jaar vallen mee en de economische prognoses voor 2006 zijn gunstig. Door de heffing op rendement zullen particuliere beleggers over 2005 bovendien honderden miljoenen extra belasting gaan betalen, dankzij 25 procent hogere beursnoteringen. Tot slot mag de afdracht aan de EG vanaf 2007 met een miljard worden verlaagd.
Hoe paradoxaal ook, te veel goed nieuws kan Zalm eigenlijk niet gebruiken. Want juist door al die meevallers komen er (te) veel krachten los die het behoud van een goed budgettair resultaat kunnen frustreren, zo leert de recente geschiedenis. Nooit machtelozer stonden de doorgaans strenge inspecteurs en minister van Financiën dan bij de budgettaire besluitvorming in het voorjaar van 2001. In tijden van overschotten en meevallers blijken uitgavenministeries en vakministers immers slecht te porren voor matigheid met het oog op de overheidsfinanciën. Dit voorjaar wordt de besluitvormingscocktail nog wat explosiever door de naderende verkiezingen in 2007, voor een kabinet dat het beroerd blijft doen in de peilingen.
Wie zullen dan de vrienden van Zalm blijken te zijn? Waarschuwende IMF- en EG-rapportages zullen Nederland niet kunnen imponeren, we doen het qua economie en overheidsfinanciën immers juist goed. Wouter Bos en oppositiepartijen zullen Zalm ook niet bijstaan maar via eigen voorstellen de kiezers willen winnen of regeringspartijen verleiden de coalitie te verlaten. Het CDA dan, toch ook wars van potverteren en destijds brekend met de PvdA van Bos wegens zijn gebrek aan vermeende financiële soliditeit? Bij de eerste slag tussen Zalm en Verhagen om de energiecompensatie najaar 2005 bekende het CDA direct kleur. Ze zal juist vaker afstand nemen van Zalm om het sociale gezicht op te poetsen en dichter bij de PvdA te komen, zowel om zetels te herwinnen als om een echte keus te hebben na de verkiezingen van 2007. Er zullen kortom nog veel slagen tussen Verhagen en Zalm volgen, waarin straks ook onze MP kleur moet gaan bekennen. En die is eerder groen dan blauw.
Het meest wrange voor Zalm zal zijn dat ook VVD-ministers eigen resultaat gaan verkiezen boven financiële soliditeit. Dat gebeurde ook in 2001 toen Onderwijsminister Hermans ministens één miljard extra voor onderwijs eiste (en binnenhaalde), daarin nota bene bijgestaan door collega-VVD-ministers. 'Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig', verzuchtte Zalm nadien en verruilde na de verkiezingen zijn ministerspost voor een Kamerzetel.
Het is een begrijpelijk verlangen, de wens de geschiedenis in te gaan als langstzittend minister van Financiën die bovendien een begrotingsoverschot achterliet. Om dat te bereiken en voorjaar 2007 zwarte cijfers te presenteren, moet Zalm komende lente wel een paar beslissende veldslagen leveren.
Eind 2005 stapelen de positieve berichten zich op. De financiële resultaten over dat jaar vallen mee en de economische prognoses voor 2006 zijn gunstig. Door de heffing op rendement zullen particuliere beleggers over 2005 bovendien honderden miljoenen extra belasting gaan betalen, dankzij 25 procent hogere beursnoteringen. Tot slot mag de afdracht aan de EG vanaf 2007 met een miljard worden verlaagd.
Hoe paradoxaal ook, te veel goed nieuws kan Zalm eigenlijk niet gebruiken. Want juist door al die meevallers komen er (te) veel krachten los die het behoud van een goed budgettair resultaat kunnen frustreren, zo leert de recente geschiedenis. Nooit machtelozer stonden de doorgaans strenge inspecteurs en minister van Financiën dan bij de budgettaire besluitvorming in het voorjaar van 2001. In tijden van overschotten en meevallers blijken uitgavenministeries en vakministers immers slecht te porren voor matigheid met het oog op de overheidsfinanciën. Dit voorjaar wordt de besluitvormingscocktail nog wat explosiever door de naderende verkiezingen in 2007, voor een kabinet dat het beroerd blijft doen in de peilingen.
Wie zullen dan de vrienden van Zalm blijken te zijn? Waarschuwende IMF- en EG-rapportages zullen Nederland niet kunnen imponeren, we doen het qua economie en overheidsfinanciën immers juist goed. Wouter Bos en oppositiepartijen zullen Zalm ook niet bijstaan maar via eigen voorstellen de kiezers willen winnen of regeringspartijen verleiden de coalitie te verlaten. Het CDA dan, toch ook wars van potverteren en destijds brekend met de PvdA van Bos wegens zijn gebrek aan vermeende financiële soliditeit? Bij de eerste slag tussen Zalm en Verhagen om de energiecompensatie najaar 2005 bekende het CDA direct kleur. Ze zal juist vaker afstand nemen van Zalm om het sociale gezicht op te poetsen en dichter bij de PvdA te komen, zowel om zetels te herwinnen als om een echte keus te hebben na de verkiezingen van 2007. Er zullen kortom nog veel slagen tussen Verhagen en Zalm volgen, waarin straks ook onze MP kleur moet gaan bekennen. En die is eerder groen dan blauw.
Het meest wrange voor Zalm zal zijn dat ook VVD-ministers eigen resultaat gaan verkiezen boven financiële soliditeit. Dat gebeurde ook in 2001 toen Onderwijsminister Hermans ministens één miljard extra voor onderwijs eiste (en binnenhaalde), daarin nota bene bijgestaan door collega-VVD-ministers. 'Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig', verzuchtte Zalm nadien en verruilde na de verkiezingen zijn ministerspost voor een Kamerzetel.
Abonneren op:
Posts (Atom)