Column Binnenlands Bestuur dd 26 mei 2006
De artikelen van de Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple hebben in eigen land en erbuiten veel stof doen opwaaien. De bundel 'Leven aan de onderkant' deed dat ook in Nederland, omdat Dalrymple krachtig ageert tegen het waardenrelativisme van linkse en liberale denkers die ondermeer onze Paarse kabinetten bevolkten. Centraal in zijn denken staat de idee dat hun vergoelijkende spreken over maatschappelijke problemen lang heeft gefungeerd als te zachte heelmeester voor sociale problemen aan de onderkant van de samenleving. Wat deze denkers beleden als vrijheden richtte echter rampen en rampjes aan voor mensen die niet opgewassen bleken tegen de overdaad aan vrijheden. Te veel vrijheid kortom kan ook funest uitwerken, met fors stijgende criminaliteit, alcoholisme, drugsgebruik, sociale deprivatie, mishandeling binnen relaties en gebroken gezinnen tot gevolg.
Het boek van Dalrymple bevat een aaneenschakeling van beschrijvingen dergelijke situaties. Zijn grootste aanklacht is echter het vergoelijkende spreken en het wijzen op verklaringen voor het ontsporen van velen. De snel veranderende leefwereld, de moeilijke jeugd, de relatieve armoede, excuses te over. Maar het wijzen op en nemen van de eigen verantwoordelijkheid blijft uit.
Het verhaal over de gebrekkige normativiteit van de overheid is hiermee niet helemaal af. Want juist de laatste tijd wordt de overheid als hoeder van waarden herontdekt. En dan doel ik niet op mislukte normen en waardenwebsites. Weekblad The Economist trok laatst aan de bel vanwege het woekerende 'zachte paternalisme'. Niet langer strenge ge- en verboden instrumenteren het beleid. Nee, de overheid doet zich voor als onze beste vriend, maar wel een die iets van ons wil, op ons gemoed of geweten inspeelt en ons 'voor ons eigen bestwil iets wil laten doen of doen laten. 'De auto kan best een dagje zonder u'. ´Vrij veilig´. Of het recente besluit tot handhaving van de bedenktijd voor zwangerschapsafbreking. ‘Denk nog eens na’. Niet langer harde maatregelen maar 'in uw eigen belang en in het belang van ons allemaal' worden burgers verleid mee te gaan in de gewenste gedragsrichting. Subtiele financiële prikkels ondersteunen deze arrangementen. ´Spaar voor een welverdiende sabbattical met de levensloopregeling en ontvang een mooie fiscale tegemoetkoming. '
Toch is dit 'zachte paternalisme' niet geheel zonder problemen. Echte aanhangers van de nachtwakersstaat zullen er terecht een bezwaar tegen hebben dat hoewel de overheid niet via financiële middelen stuurt, ze wel degelijk een verregaande gedragsbeïnvloeding van burgers nastreeft. Een supernanny die ons betuttelt en weet wat goed voor ons is. En last but not least, staatspaternalisme en moreel gezag om burgers met zachte hand te bewegen tot het nalaten van ondeugden, vereist een hoge eigen mate van onberispelijkheid. Zolang de dokter rookt, stoppen weinig patiënten. Ergo? Het behoud van de ambtenarenstatus als intern appél en extern teken van het ‘anders zijn’ van werknemers in de publieke sector is dringend gewenst. En : het te digitaal uitleggen van complexe wetgeving in individuele gevallen wet met de slogan dat ´regels nu eenmaal regels zijn´ botst te zeer met breed gevoelde, diepere rechtsbeginselen. Niet meer doen dus, om moreel gezag te behouden.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
maandag, mei 22, 2006
dinsdag, mei 09, 2006
Red verantwoordingsdag !
Column Binnenlands bestuur dd 12 mei 2006
Komende woensdag is het weer verantwoordingsdag. Het dreigt weer een bloedeloze vertoning te worden, tenzij er snel nieuw elan ontstaat. Hoe kon het zo misgaan met dat prachtidee?
Onder leiding van Jan van Zijl ontstond eind vorige eeuw de ambitie vanuit het parlement meer werk te maken van het volgen en beoordelen van de door de ministers beloofde beleidsprestaties. Vanaf 2000 vindt daarom op de derde woensdag in mei een speciaal verantwoordingsdebat plaats, al kan eigenlijk kan pas vanaf 2003 gesproken worden over goed onderbouwde debatten omdat vanaf toen alle begrotingen en verantwoordingen op de nieuwe leest zijn geschoeid.
De geschiedenis van verantwoordingsdag is echter een treurige. Daaraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Zo blijkt mei blijkt niet zo’n gunstig moment voor dit debat. In 2002 vonden er op de derde woensdag in mei verkiezingen plaats, medio mei 2003 werd op die dag het kabinet Balkenende-2 gepresenteerd. Nieuwe ministers als bijvoorbeeld mevrouw Peijs moesten zich toen kort daarna verantwoorden over de prestaties van haar voorgangers in 2002, mevrouw Netelenbos en Roelf de Boer. En dat tegenover een qua samenstelling drastisch veranderd parlement. Dat werkte niet. In 2007 vinden in mei weer verkiezingen plaats. Indien die zomermaanden een nieuw kabinet wordt gevormd, dat na de zomer aantreedt, is het niet eenvoudig de nieuwe ministersploeg mei 2008 met de al dan niet gerealiseerde prestaties van hun voorgangers te confronteren.
Het verkiezingsjaar en het erop volgende jaar zijn dus uit oogpunt van politieke cycli lastig rijmen met Verantwoordingsdag.
Waarom werd verantwoordingsdag dan in 2004, 2005 en naar te vrezen is ook in 2006 geen succes? Positief is dat er eigenlijk weinig vuurwerk meer plaatsvindt vanwege de goede kwaliteit van de financiële verantwoordingen, zowel inhoudelijk als financieel. Op de meeste beleidsterreinen blijken ook volgens de Rekenkamer gewoon goede verantwoordingen te worden opgesteld die van goedkeurende accountantsverklaring worden voorzien. Ontvangsten en uitgaven blijken meer dan 99, 8% rechtmatig te hebben plaatsgevonden. Scoor dan nog maar eens. Toch is er meer over te zeggen. Binnen de Kamer wordt de verantwoording nog steeds niet helemaal serieus te worden genomen. Het is te vaak voorgekomen dat bewindspersonen ‘het grote verantwoordingsdebat’ voerden met slechts twee kamerleden, de een als commissievoorzitter, de ander als lid, beide schaapachtig lachend en zich verontschuldigend voor de afwezigheid van de vele andere parlementariërs. Ook fractievoorzitters, niet in de laatste plaats die van de coalitiepartijen, bleken een broertje dood te hebben aan het voeren van het verantwoordingsdebat. Ook dit jaar voeren zij geen plenair debat op verantwoordingsdag, misschien later nog wel, na alle bloedeloze commissievergaderingen. Misschien ook niet, alle welgemeende oproepen van de commissie Rijksuitgaven ten spijt.
Is verantwoordingsdag nog te redden ? Ja, maar dan moet het uit het parlement worden gehaald en een volksverantwoording worden. Laat VROM-minister Dekkker in een zaal met huurders haar prestaties uitleggen, minister Donner bij de advocatuur of reclassering, Remkes in een zaal vol dienders, Medy van der Laan op het mediapark, Rutte onder studenten, Verdonk in de moskee. Laat daar maar vragen worden gesteld en zichtbaar worden wat de beleidsprestaties voor burgers betekend hebben. Weisglas mag voorzitten. Dat kan leiden tot onverwacht echte, reële, open en eerlijke debatten. Zoals verantwoordingsdag bedoeld is.
Komende woensdag is het weer verantwoordingsdag. Het dreigt weer een bloedeloze vertoning te worden, tenzij er snel nieuw elan ontstaat. Hoe kon het zo misgaan met dat prachtidee?
Onder leiding van Jan van Zijl ontstond eind vorige eeuw de ambitie vanuit het parlement meer werk te maken van het volgen en beoordelen van de door de ministers beloofde beleidsprestaties. Vanaf 2000 vindt daarom op de derde woensdag in mei een speciaal verantwoordingsdebat plaats, al kan eigenlijk kan pas vanaf 2003 gesproken worden over goed onderbouwde debatten omdat vanaf toen alle begrotingen en verantwoordingen op de nieuwe leest zijn geschoeid.
De geschiedenis van verantwoordingsdag is echter een treurige. Daaraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Zo blijkt mei blijkt niet zo’n gunstig moment voor dit debat. In 2002 vonden er op de derde woensdag in mei verkiezingen plaats, medio mei 2003 werd op die dag het kabinet Balkenende-2 gepresenteerd. Nieuwe ministers als bijvoorbeeld mevrouw Peijs moesten zich toen kort daarna verantwoorden over de prestaties van haar voorgangers in 2002, mevrouw Netelenbos en Roelf de Boer. En dat tegenover een qua samenstelling drastisch veranderd parlement. Dat werkte niet. In 2007 vinden in mei weer verkiezingen plaats. Indien die zomermaanden een nieuw kabinet wordt gevormd, dat na de zomer aantreedt, is het niet eenvoudig de nieuwe ministersploeg mei 2008 met de al dan niet gerealiseerde prestaties van hun voorgangers te confronteren.
Het verkiezingsjaar en het erop volgende jaar zijn dus uit oogpunt van politieke cycli lastig rijmen met Verantwoordingsdag.
Waarom werd verantwoordingsdag dan in 2004, 2005 en naar te vrezen is ook in 2006 geen succes? Positief is dat er eigenlijk weinig vuurwerk meer plaatsvindt vanwege de goede kwaliteit van de financiële verantwoordingen, zowel inhoudelijk als financieel. Op de meeste beleidsterreinen blijken ook volgens de Rekenkamer gewoon goede verantwoordingen te worden opgesteld die van goedkeurende accountantsverklaring worden voorzien. Ontvangsten en uitgaven blijken meer dan 99, 8% rechtmatig te hebben plaatsgevonden. Scoor dan nog maar eens. Toch is er meer over te zeggen. Binnen de Kamer wordt de verantwoording nog steeds niet helemaal serieus te worden genomen. Het is te vaak voorgekomen dat bewindspersonen ‘het grote verantwoordingsdebat’ voerden met slechts twee kamerleden, de een als commissievoorzitter, de ander als lid, beide schaapachtig lachend en zich verontschuldigend voor de afwezigheid van de vele andere parlementariërs. Ook fractievoorzitters, niet in de laatste plaats die van de coalitiepartijen, bleken een broertje dood te hebben aan het voeren van het verantwoordingsdebat. Ook dit jaar voeren zij geen plenair debat op verantwoordingsdag, misschien later nog wel, na alle bloedeloze commissievergaderingen. Misschien ook niet, alle welgemeende oproepen van de commissie Rijksuitgaven ten spijt.
Is verantwoordingsdag nog te redden ? Ja, maar dan moet het uit het parlement worden gehaald en een volksverantwoording worden. Laat VROM-minister Dekkker in een zaal met huurders haar prestaties uitleggen, minister Donner bij de advocatuur of reclassering, Remkes in een zaal vol dienders, Medy van der Laan op het mediapark, Rutte onder studenten, Verdonk in de moskee. Laat daar maar vragen worden gesteld en zichtbaar worden wat de beleidsprestaties voor burgers betekend hebben. Weisglas mag voorzitten. Dat kan leiden tot onverwacht echte, reële, open en eerlijke debatten. Zoals verantwoordingsdag bedoeld is.
Abonneren op:
Posts (Atom)