Column Binnenlands Bestuur dd 9 juni 2006
Op terugreis van een mooi congres in Leuven las ik in de Belgische Standaard dat de stadssecretaris van Antwerpen zijn ambtenaren wil beperken in het aantal uren dat wordt bijverdiend. Er zouden ambtenaren zijn die er bijna fulltime andere banen op na houden en daardoor moe of te laat op hun ambtelijke werkplek komen. Wie zijn bijberoep niet wil stoppen of limiteren tot het wettelijke maximum van 50 uur per week, moet korter gaan werken of ontslag nemen. Een man naar mijn hart deze Roel Verhaert, begaan met het wel en wee van zijn personeel. Maar waarom verrichten ambtenaren nevenactiviteiten en is dat altijd wel ongewenst?
Toen ik ooit naar Suriname uitgezonden Nederlandse ‘technische bijstanders’ bezocht onthulden zij me hoe daar door lokale ambtenaren werd gehosseld. Vrijwel iedereen ontplooide nevenactiviteiten om rond te komen, een ambtelijk salaris was niet toereikend om een gezin te onderhouden. De een bakte ’s morgens vroeg broodjes en verkocht ze aan collega’s, de andere verhandelde zelfgekweekte groenten en fruit, de derde sufte achter zijn bureau moe van zijn job als nachtwaker bij welgestelden. Dat de leverancier van de huurauto ons ’s avonds voor het lokale Tv-station ook het nieuws voorlas verbaasde daarom geenszins meer.
Toch zit er ook een andere kant aan ambtelijke nevenactiviteiten, die veel positiever te waarderen is. Uit een mooi portret in de Volkskrant bleek voormalig CPB-directeur Don in zijn jaren als onderdirecteur onder Gerrit Zalm ook een eigen software-bedrijfje te hebben geleid, ‘Don Economterics’. Zou hij dat hebben gedaan voor het geld? Zou hij moe op zijn werk gekomen zijn? Zou hij de ambtelijke integriteit hebben geschonden? Ik geloof er allemaal niets van. Een veelzijdig en zeer getalenteerd man als Henk Don is boven iedere twijfel verheven. Blijkbaar kon hij door deze nevenactiviteit bepaalde talenten kwijt naast zijn ambtelijke baan, putte hij er plezier uit, kon hij iets toevoegen aan de samenleving.
Nevenactiviteiten lijken me ook niet slecht voor de zo geroemde ‘employability’. Ik kom soms CV’s tegen van ambtenaren van ABD-niveau met een bedroevende lage staat van nevenactiviteiten. Na het penningmeesterschap van de roeivereniging begin jaren ’80 is er niets meer bijgekomen. Veel engagement en betrokkenheid met maatschappelijke vraagstukken spreekt er niet uit, terwijl dat alom wordt gewenst om een meer open en extern gerichte cultuur te krijgen.
Tellen dan alleen vrijwilligersactiviteiten, zijn betaalde activiteiten ongewenst? Dat lijkt me niet het doorslaggevend criterium. Belang of geen belang lijkt me veel een wezenlijker criterium. En dat ligt subtiel. Een departementsambtenaar die via een belangengroep plannen van een ander departement bestrijdt vind ik lastig uit te leggen. Het kan het delen van informatie tussen departementen beperken. Het Eerste Kamerlidmaatschap van een Schiphol-topman en commissaris? Kan in Nederland, of we moeten zowat de hele senaat opheffen als we dit niet willen. Een ambtenaar die ook aan het HBO onderwijst, een kerk bestuurt of lid is van de gemeenteraad? Zeer goed. Een ambtenaar die geen enkele nevenactiviteit heeft ontwikkeld in de laatste tien jaar? Zorgelijk. Sommige ambtenaren moeten worden geremd in hun nevenactiviteiten, velen aangespoord.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten