Column Binnelands Bestuur dd 23 juni 2006
`Sinterklaas houdt er niet van’, antwoordde een van mijn studenten op de vraag om welke drie redenen de rijksoverheid toch maar geen ander begrotingsstelsel heeft ingevoerd. Student en begrotingstheorie, het is nog geen gelukkige combinatie.
Grammatica blijft ook een hele opgave. Volgens een kwart van de 80 deelnemers behandeld de Eerste Kamer begrotingen met een d. Wanneer? De tweede woensdag in mei, gokt een studente. Na de winter, weet een ander. Waarom dan? ‘Senatoren houden eerst een winterslaap’. Volgens één keurt de Eerste Kamer na de winter de begroting ‘goed, of fout’.
Budgettaire begrippen blijken voor velen lastig. ‘Eiklijnen’ komen nog vaak voor, gelukkig heeft niemand het over ‘ijkleinen’ dus helemaal fout reken ik eiklijnen niet.
Wie de regels budgetdiscipline opstelt? Raad van State? Europese Commissie? Algemene Rekenkamer? ‘Kabinet met bewindvoerders’, gokt iemand. Nee, ‘Zalm natuurlijk’, schrijft een ander en de hele Tweede Kamer is er daarom aan gehouden’. Aan Zalm wordt blijkbaar een groot gezag toevertrouwd –en wie zal haar tegenspreken- al meent een ander dat de regels zijn opgesteld door de ‘toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm’. Voorlopig werkt hij er naar mijn weten nog en verlengt hij dagelijks het record als langstzittend minister.
Secuur lezen is niet aan iedereen besteed. Op de vraag wat de bezwaren zijn tegen de rijksbrede invoering van het baten-lastenstelsel antwoordt meer dan tien procent van de studenten abusievelijk wat de vóórdelen zijn. Dat menigeen in het antwoord ingaat op het kosten-batenstelsel zie ik door de vingers.
Rekenen is ook al geen sinecure. Toegegeven, ik had studenten kunnen toestaan bij het examen een rekenmachine te gebruiken, maar dat leek me overbodig. Sommigen dachten daar anders over. In een casusbeschrijving over een nieuwe uitgavenpost van 300 miljoen voor inburgering is aangegeven dat een derde van het geld gaat naar taaltraining, de helft naar beroepsopleidingen en de rest naar arbeidsbemiddeling. Velen kunnen deze som wel aan maar voor sommigen is dit te veelgevraagd. ‘De berekening van de uitgaven per programma kan ik u niet geven, bromt een student, dan had u ons maar toestemming moeten geven om een rekenmachine te gebruiken’.
De toetsscore wordt vaak beter wanneer gezakten bij de herkansing in plaats van het uitreksel van de studievereniging gewoon mijn boek lezen. In dat uittreksel (€1,90 voor niet-leden, €0,95 voor leden) staan een paar flagrante dommigheden die ik zonder scrupules in de toets verwerk. Massaal schrijft men dan het foute antwoord uit het uittreksel over en met groot genoegen reken ik dat dan weer fout. Een student was dit jaar zo vlijtig een eigen uitreksel op zak te steken maar werd bij het raadplegen betrapt. De examencommissie heeft haar vaderlijk doch streng toegesproken en haar score geschrapt.
Een enkel pareltje zit er soms wel tussen de antwoorden. Op de vraag : Op welke drie vragen moet een departement bij haar jaarverantwoording ingaan? antwoordde een student : ‘Hoe kom ik zo vaak mogelijk op TV’? (kamerlid). Hoe komen we aan zo veel mogelijk geld ? (departement). Hoe voorkom ik dat ze erachter komen dat ik niets bereikt heb ? (minister). Half goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten