maandag, april 10, 2006

Gratis of voor niets ?

Column Binnenlands Bestuur dd 14 april 2006

Gratis of voor niets?
Helaas voor Dan Brown, maar het Louvre bezoeken om de Mona Lisa te zien loopt ongetwijfeld uit op een teleurstelling, zeker op de maandelijkse gratis zondag. Dikke rijen medebezoekers belemmeren het uitzicht. Minder druk is het misschien in het Museum of Modern Art in New York. Twintig dollar entree is ook veel, de ingrijpende verbouwing ten spijt.
Op instigatie van de VVD debatteerde ons parlement over de vraag of de rijksmusea gratis toegankelijk moeten worden. Een Kamermeerderheid is voor, zeker wanneer ter compensatie van het verlies aan inkomsten, het rijk voortaan kosteloos het risicovolle transport van kunstwerken draagt. Het voorstel van VVD, PvdA en SP lijkt aantrekkelijk . Vervelend dat er een belangrijk aantal zaken ook moet worden meegewogen, wat tot een veel genuanceerder conclusie leidt.
1. Gratis entree tot rijksmusea lokt onvermijdelijk bezoekers weg van particuliere en gemeentelijke musea. De verwachte bezoekersstijging van zo'n dertig procent bij gratis toegankelijke rijksmusea is per saldo dus veel beperkter door een daling elders. Met dito inkomstenverlies.
2. Gratis toegang zal meer bezoekers opleveren, maar waarschijnlijk komen veeleer de huidige (betalende) bezoekers frequenter, dan dat nieuwe groepen binnenkomen. Onderzoek in gratis opengestelde Britse musea laat dit onomstotelijk zien. Er kwam geen extra arbeider of allochtoon bij.
3. Extra bezoek betekent ook extra kosten - voor beveiliging, schoonmaak en informatieverstrekking - zonder dat daar veel inkomsten tegenover staan uit museumwinkels en horeca. Sommige daarvan leveren nu al per saldo niet veel op. Ter indicatie: volledig vrije entree 'kost' musea zeventien euro per bezoeker in de zin van gederfde (extra) inkomsten. En een te hoog bezoekersaantal kan verder ook ongunstig zijn voor de waardering door bezoekers.
4. De omvang van de entreegelden als percentage van de totale inkomsten wisselt sterk. Voor het Van Gogh is het 48 procent, voor het Openluchtmuseum in Arnhem 23 procent, maar voor twaalf van de twintig andere rijksmusea minder dan tien procent. Een beetje nuance in de analyse is dus wezenlijk. De staatssecretaris heeft een punt als ze zegt dat 'het Van Gogh failliet gaat zonder entreeopbrengsten'. Bij veel kleinere rijksmusea is het wegvallen van entreegelden minder schokkend.
5. Het compenseren van entreeopbrengsten met verzekeringspremies biedt soms soelaas. Zo zijn voor het Mauritshuis de verzekeringspremies hoger dan de entreeopbrengsten, voor andere musea geldt dit bij lange na niet.
6. Wanneer het rijk verzekeraar wordt van musea, betekent dit onvermijdelijk ook schade-uitkeringen. Daarin voorzien de sommen van de enthousiaste Kamerleden nog niet.
Kortom, het zo aantrekkelijke idee van gratis musea kent veel nuances die vragen om een beschouwing. Bijvoorbeeld selectieve verspreiding van gratis jaarkaarten zoals GroenLinks voorstelde kan de bezoekersaantallen van nieuwe Nederlanders opstuwen. Experimenten met enkele gratis musea voor een bepaalde periode kan inzicht geven in de effecten daar en elders. Of vrijvallende verzekeringspremies gebruiken ten behoeve van ruimere openingstijden of digitale ontsluiting van collecties kan het bereik vergroten. Nu, zonder maatwerk musea als vroege verkiezingsstunt verplichten tot gratis openstellen, is later, wanneer we weer denken in termen van 'profijt van de overheid' heel lastig terug te draaien. Hoe verleidelijk het idee nu ook is voor politici.