Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, december 16, 2007
Hoe tellen prestaties ?
Recent is het debat weer opgelaaid in welke mate politieagenten zouden moeten worden afgerekend op het aantal uitgeschreven boetes. Boetes waarvan de opbrengsten handig uitkomen voor het dekken van gaten in de justitiebegroting. Maar wat is het alternatief? Agenten niet afrekenen op geleverde prestaties? Anders opspringen met de opbrengsten?
Calculeren is niet meer weg te slaan uit het openbaar bestuur. Of we nu kosten-batenanalyse van projectplannen maken, de baten en lasten van een organisatie beoordelen of balansen bestuderen, binnen de overheid zijn ambtenaren en politici gevangen in een financiële cijferbrij. Maar sinds een jaar of tien blijft het daar niet meer bij. Kengetallen en prestatiemeting gaat al lang niet meer alleen over geld. Ook de aantallen afgewerkte balieklanten, de gewerkte directe uren, het aantal verleende vergunningen, de hoeveelheid klachten, de snelheid van afhandeling, veel –niet alles- wordt gevangen in metingen van activiteiten en prestaties en zijn onderwerp van aandacht voor management, toezichthouders en bijvoorbeeld rekenkamer(s).
Is het logisch politieagenten daarvan uit te zonderen? Redenen genoeg zeggen critici. Wanneer wordt afgerekend op prestaties wordt het behalen van de prestatie een doel op zich. Dan gaan agenten fietsers zonder licht of overstekende voetgangers bij het rode licht beboeten om de verkeersboete-target te halen, dat is eenvoudiger dan een snijdende chauffeur in een auto achterhalen. Of vissers beboeten voor de milieutarget, dat kan sneller dan verontreinigende bedrijven op lozingen betrappen. Of het niet bij je dragen van identificatiepapieren als reden voor een boete opvoeren bij vervelende hangjongeren of baldadig uitgaanspubliek, al scheren agenten welbewust hiermee langs de bedoeling van de wet.
Mij bevreemdt deze kritiek. Ten eerste, waarom hebben agenten zoveel problemen met de hun opgelegde doelstelling, die naar verluidt één boete per agent per dag bedraagt, 160 per jaar. Is dat onrealistisch hoog? Vijf per week, is dat zweten? En waarom vervallen dienders in suffe boetes, kunnen ze hun target niet halen met meer zinvolle ordehandhaving waar dan vanzelf een keer per dag een boete uitrolt? Ze zijn toch professional genoeg daarvoor om de goede dingen te doen?
Ten tweede, dat mekkeren over ‘afrekenen’ op prestaties is gezeur. We rekenen niemand af. Of is er inmiddels een systeem ingevoerd dat iedere agent het jaar begint met €8.000 euro negatief wat alleen met het uitschrijven van 160 boetes van €50 euro kan worden ingelost op straffe van het bijplussen van te weinig geschreven bekeuringen. Nee toch? Anders zouden we doorslaan en net zoals in de VS opsporingsdiensten belonen met een deel van de gegenereerde opbrengsten uit ‘ontneming’ van bezittingen van bijvoorbeeld drugdealers. De dader de bak in en tien procent van zijn drugsgerelateerde geld en goederen ten bate van politie en OM. Zo’n systeem willen we onszelf besparen.
Neen, echt zuiver maken we het weer wanneer we de opbrengsten van beboeting van de Justitiebegroting halen. Gewoon als neutrale ontvangstenraming op de Justitie- of Financiënbegroting zetten maar niet langer gebruiken als directe dekking voor rechtshandhaving. Dat perverteert namelijk wel en de kritiek daar op is terecht. Misdaad mag niet lonen, misdaadbestrijding ook niet.
donderdag, november 22, 2007
De droom van Bill Gates
Maken activiteiten van rijke weldoeners als Bill Gates sommige overheidsuitgaven gaandeweg overbodig? Kan Nederland straks dankzij Gates haar OS-budget gaan inkrimpen en aan Defensie besteden? Defensie is tegenwoordig immers de voortzetting van ontwikkelingssamenwerking ‘met andere middelen’.
De Gates Foundation legt wereldwijd inderdaad een steeds groter gewicht in de schaal in de hulpverlening. En het succes is opmerkelijk, bijvoorbeeld bij malariabestrijding, betaald door Gates’ Global Development Fund. Daarmee betreedt hij terreinen die eerst alleen door overheden werden begaan.
De ‘droom van Gates’ is malaria niet alleen te verminderen, maar om de malariaparasiet, die zich in muggen nestelt, geheel uit te roeien. Zelf kon ik in een groot evaluatieproject van de Gates Foundation in het Zuidamerikaans regenwoud met eigen ogen zien wat de gevolgen zijn van het project. Entomologen vangen en onderzoeken systematisch muggen, epidemiologen registreren ziektemeldingen en testen zonodig alle bewoners van getroffen dorpen op malaria om ze vroegtijdig te behandelen. En tienduizenden speciaal ontworpen en geïmpregneerde klamboes zijn verspreid onder de bewoners van het tropisch regenwoud.
En het werkt! De klamboes werken preventief, snelle medicatie van toch door malaria getroffen dorpelingen en bespuiting rond getroffen dorpen of in dorpen waar veel muggen de malariaparasiet dragen, voorkomt verspreiding van de ziekte. De cijfers zijn spectaculair. Ziekmeldingen en de vaak hoge babysterfte is sterk teruggedrongen, bezoekers kunnen malariapillen thuislaten. Maar houdt dit succes stand?
Om malaria wereldwijd uit te roeien, is behalve een technologische doorbraak (men mikt op genverandering bij muggen) naar schatting 25 jaar lang 9 miljard dollar per jaar nodig, aldus ‘The Economist’. Dat overstijgt de drie miljard die overheden en weldoeners nu jaarlijks tezamen besteden.
Ook niet onbelangrijk is het gedrag van bewoners van malariagebieden zelf. Blijven ze klamboes gebruiken en zich bij koorts snel laten testen op malaria? In ons onderzoeksgebied werden vorige jaren tienduizenden klamboes verspreid. Nu na een jaar echter bleken velen desgevraagd de klamboe niet meer te gebruiken. Per ongeluk gescheurd. Te vaak gewassen dus niet meer effectief geïmpregneerd. Te warm om onder te slapen. Of men had er eenvoudig geen, door afwezigheid vorig jaar of door de geboorte van kinderen sindsdien. Per saldo wordt een grote groep derhalve niet volledig beschermd. Of benut de klamboe op een andere wijze, bijvoorbeeld als visnet in de rivier, hetgeen overigens prima werkt. ‘Waarom zou ik de klamboe gebruiken als de ziekte er bijna niet meer is’, vroeg men begrijpelijkerwijs.
Ook zonder uitroeiing van malaria zoals Gates voor ogen staat, blijft daarom nog lange tijd overheidsgeld nodig, voor aanhoudende bestrijding, medicatie, regelmatige distributie van nieuwe klamboes, impregneren, voorlichten en bewustzijnsverhoging. Gevreesd mag anders worden dat als de ook door Gates gefinancierde genetische technologie om muggen resistent te maken tegen de malariaparasiet niet slaagt, of hij zijn interesse verliest, alle winst snel weer verdampt.
Daarom blijft ook een rol voor Nederland en andere overheden bestaan, om door te gaan als financiers als Gates zich weer terugtrekken. En tot dan blijft het spel om de centen tussen ontwikkelingssamenwerking en defensie een onbeslist gevecht.
Particulier plezier
In de theorie over de financiering van lagere overheden wordt wel gezegd dat als de gemeente haar lasten te zeer opschroeft, burgers zullen verhuizen. Vice versa zou een bijvoorbeeld te genereus voorzieningenniveau worden afgestraft door een toeloop van behoeftigen. Maar wat te doen als de overheid faalt in het borgen van een toereikend voorzieningenniveau en er geen verhuisoptie is?
Verwend als we soms zijn geworden in Nederland, valt een falende overheid past echt op wanneer je op reis bent naar landen met een ander stelsel, een andere welstandsniveau, andere overheidsprestaties. Burgers en bedrijven blijken dan creatief te zoeken naar oplossingen om het leven draaglijk te houden. Dat is lastig voor een deel van de bevolking maar overkomelijk voor anderen.
Een paar voorbeelden. Uit ontevredenheid met het in de ogen van ouders ontoereikend onderwijsniveau worden particuliere of zelfs privé-scholen gesticht en betaald, hetzelfde geldt voor ziekenhuizen. Omdat de misdaadbestrijding tekort schiet worden om huizen heen hekken geplaatst, tralies aan de ramen bevestigd, honden op het erf losgelaten en neemt het aantal particuliere bewakers in wachthuisjes alom toe. De gebrekkige nutsvoorzieningen van water en stroom worden gecompenseerd met eigen regenwateropvang, hydrofoor, waterzuivering, stroomgenerators of gasflessen. De beroerde conditie van de wegen wordt omzeild met een terreinauto. De gebrekkige vuilophaal wordt gecompenseerd door wekelijks een hoopje afval te verbranden, hoewel dit de lucht vervuilt en kleinere en grotere bermbrandjes veroorzaakt . Ontbrekend groenonderhoud vergt inhuur van een tuinman om een ongedierteplaag te voorkomen.
Nu is een falende overheid niet alleen een probleem. Omdat de belastingdienst nauwelijks functioneert is de belastingdruk laag, omdat er nauwelijks verkeerscontrole bestaat kun je nog eens een borrel drinken, zegt men wel. En omdat de pensioenen niet welvaartsvast zijn en uitkeringen nauwelijks bestaan is er een groot aanbod aan goedkope krachten voor allerhande karweitjes. Huishoudelijke hulp en kinderoppas is hierdoor niet alleen voor de meest welgestelden weggelegd. Ook persoonlijke dienstverlening, bijvoorbeeld kappersbezoek of taxiritjes kosten maar een habbekrats door het grote aanbod, meestal bijverdienende loontrekkers.
Toch wringt het. Want de meeste ‘oplossingen’ voor het staatsfalen zijn alleen binnen bereik van de middenklasse en welgestelden, die een terreinauto, hydrofoor en particuliere school kunnen bekostigen, die door het falende belasting en sociale zekerheidsstelsel zich een huishoudster en tuinman en nachtwaker kunnen veroorloven. Voor eenvoudige loontrekkers, ambtenaren, tuinmannen, huishoudsters en taxichauffeurs zijn veel oplossingen buiten bereik.
En wat vooral ook spijtig is: met al die particuliere middelen die worden vrijgemaakt om het leven draaglijk te maken zou bij een goed werkend belastingstelsel en dito overheidsbeleid iedereen kunnen profiteren. Want alle particulieren uitgaven samen aan duurdere auto’s, betere scholen, hydroforen en generators zijn waarschijnlijk ruim voldoende om voor iedereen toereikende basisvoorzieningen te organiseren. Deugdelijke wegen, goed werkende scholen en toereikende politiezorg. Zo bezien is het dus niet de ambtenarij die faalt maar de politiek die zo’n voorzieningenniveau niet tot stand weet te brengen. Ook zorgelijk is dat veel voorbeelden gaandeweg ook in Nederland herkenbaar worden.
vrijdag, november 02, 2007
Toekomstvast begrotingsbeheer
Column Binnenlands Bstuur dd 9 november 2007
Is ons politieke stelsel bestand tegen de opkomst van nieuwe politieke bewegingen en persoonsgedomineerde fracties? En hoe zit dat met budgetdiscipline en staatsfinanciën, kunnen die tegen een stootje als kabinetten bestaan uit nieuwe bewegingen met andere mores? Hoe verloopt de budgettaire besluitvorming wanneer de positie van de minister van Financiën veel meer gepolitiseerd zal zijn?
Het zijn vragen die we onszelf niet eerder hebben hoeven stellen omdat de LPF-regeerperiode in een oogwenk voorbij bleek. Maar inmiddels wordt het tijd te kijken wat we kunnen leren van bijvoorbeeld gemeenten of landen met door de opkomst van nieuwe bewegingen sterk gepolitiseerde verhoudingen en wankele coalitieregeringen. Bijvoorbeeld de jaren na de omwenteling hebben in Oost-Europea veel spektakel opgeleverd, ‘never a dull moment’ in parlement en regeringen. Maar ook in andere landen in Europa en op veel plaatsen in Zuid-Amerika is het politiek landschap door de opkomst van nieuwe bewegingen die meer door persoenen dan door ideeën worden gedomineerd sterk veranderd.
De algemene les en teneur is dat in geval van broze meerpartijen coalities, sterk gepolitiseerde verhoudingen en persoonsgedomineerde bewegingen gewone comptabele wet- en regelgeving snel van weinig waarde meer is, dode letters. Staatsrecht en gewoonterecht blijken dan onvoldoende robuust om een solide begrotingsbeheer en controle daarop vorm te geven. Een paar illustraties uit andere landen.
Illustratie 1. De minister van Financiën spreekt collega-ministers aan op ontoereikend begrotingsbeheer, gebrek aan budgetdiscipline of ondoelmatige bestedingen. Omdat zij nu eenmaal niet naar een minister van een andere partij wensen te luisteren, staat hij met lege handen want hij is niet bovengeschikt maar gelijkwaardig.
Illustratie 2. De accountantsdienst krijgt veel te late of volstrek ontoereikende jaarverantwoordingen en schiet tekort in capaciteit om een toereikende controle in te stellen.
Illustratie 3. De Rekenkamer krijgt van ministers bij informatieverzoeken herhaaldelijk nul op rekest, ondanks haar grondwettelijke bevoegdheid alle voor controle noodzakelijke informatie op te vragen.
Illustratie 4. De centrale bank moet haar reserves onder politieke druk of na de benoeming van een handlanger van de regering tot bankpresident besteden aan reguliere politiek bepaalde overheidsuitgaven.
Illustratie 5. Internationale instituten stellen vast dat begrotingsramingen en de verantwoording een volstrekt ontoereikend beeld geven van de stand van zaken en financieel beheer en beheersing falen. Men hoort het aan en laat hen vertrekken.
Deze voorbeelden leren dat het bestaande comptabele wet- en regelgeving zonder sanctiemogelijkheden snel wordt uitgehold als de checks and balances niet stormvast zijn. Als instituten als Rekenkamer, accountants en zelfs de minister van Financiën of toezichthouders geen echte sanctiemogelijkheden of doorzettingsmacht hebben, maar slechts kunnen berusten of aftreden, wankelt het bouwwerk rap.
Daarom is het nodig de vraag te stellen hoe toekomstvast ons comptabel stelsel is, dat sterk steunt op in de praktijk gegroeid gewoonterecht. Een voorbeeld zijn de kabinetsafspraken over budgetdiscipline, de ruggengraat van ons financieel management, waarin echter sanctie- en doorzettingsmogelijkheden geheel ontbreken. Zou echte vastlegging niet eens tijd worden als houvast in roeriger tijden?
woensdag, oktober 24, 2007
Rita : volg Ayaan!
Het politiek landschap in Nederland restaureert zich weer prachtig over het links-rechtsspectrum. ‘Even poseren dames en heren’, van links naar rechts poseren Jan, Femke, Wouter, Alexander, Andre, Jan-Peter, Bas, Geert en Rita. ‘O, wacht even, Rita wil niet aan de rand staan ; even ruilen met Geert. Ben je bang dat we dat we je eraf knippen Rita, lacht de fotograaf haar toe? Nors kijkt ze terug, tot het plaatje geschoten wordt en ze snel haar kenmerkende pose inneemt.
Het kan u niet ontgaan zijn, het plaatje is verbreed. Maar betekent de komst van Rita ook dat er nieuwe ideeën hun intrede doen in de politiek? Dat zou natuurlijk het mooist zijn, niet alleen meer partijen –of zo u wil : bewegingen- om op te stemmen, maar ook meer te kiezen. Of wordt het meer van hetzelfde?
Verdonk gaf aan met haar beweging het land in te gaan om zo oplossingen inventariseren voor de problemen in Nederland: files, integratie, veiligheid, ouderenzorg, onderwijs. Volgens Verdonk hebben ‘de gewone mensen’ daar heel praktische ideeën over, ‘veel beter dan wat al die commissies in Den Haag bedenken.’
En dat is nu jammer. Gewone mensen hebben namelijk helemaal niet zo veel ideeën. En als ze ideeën hebben zijn dat meestal oubollige, fantasieloze hersenspinsels die het bij borreltafel beter doen dan in het echt. Hoe ik daarbij kom? Ik schreef er eerder over nadat Financiën de website bezuinigenkunjezelf instelde – met in de jury Gonny van den Oudenallen om bezuinigingstips van gewone burgers te verzamelen. Per saldo honderden inzendingen maar verschrikkelijk veel ondoordachte prietpraat, weinig doordachte, bruikbare voorstellen. En al die inzenders van ideeën komen straks op Rita af.
Daarom ; Help Rita. Er is een alternatief voor de bustour door de provincie. En die oplossing is ; Ayaan Hirsi Ali achterna.
In Amerikaanse denktanks wordt namelijk wel een politieke en budgettaire agenda ontworpen die ertoe doet. Met schijnbare borrelhap wordt daar net zo lang gekokkereld, gestudeerd, geëxperimenteerd en geproefd, tot er haute cuisine ontstaat.. Niet per se licht verteerbaar, maar wel door mee- en tegenstanders erkend als serieuze alternatieven voor bestaand beleid. Ayaan en met haar tientallen denkers per instituut, honderden directe medewerkers totaal en daaromheen duizenden academici en insiders debatteren voortdurend over de toekomstagenda van het land. Tienduizenden steunen de denktanks met giften, miljoenendotaties en klein geld. Maar tezamen zorgen ze voor levend debat met goed onderbouwde en controleerbare voorstellen.
Niet alleen Ayaans conservatieve Heritage Foundation maar ook het libertaire Cato-Institue of het meer op Democraten georiënteerde Brookings Institute zetten de toon. Soms lopen ze voor de muziek uit en worden hun voorstellen nog terzijde gezet. Opvallend vaak echter volgt een jaar na hun eerst controversiële publicatie over bijvoorbeeld landbouwsubsidies, tolheffing op wegen of individualisering van pensioenen een overheidsstudie, weer een jaar of wat later een voorzichtig voorstel en nog een president later is het door de denktank gelanceerde voorstel staand beleid geworden.
Zo kan het ook. Dus niet het land Rita in maar de boeken in, achter Ayaan aan.
woensdag, oktober 10, 2007
Sweetie Sranan
Conflicten met de overheid. Het komt over ter wereld voor. Maar conflicthantering verschilt behoorlijk.Zo blokkeerden laatst leden van het junglecommando – u weet wel, van die Binnenlandse Oorlog in Suriname twintig jaar geleden - de Surinaamse oost-westverbinding. Hiermee wilden ze afdwingen dat de in 1992 gemaakte vredesafspraken werden nagekomen. De krant berichtte: ‘De ex-commando’s besloten pas over te gaan tot opheffing van de actie toen ze vernamen dat spoedig enkele van hen in overheidsdienst komen.’
Werken voor de overheid, daar moet je in Suriname zo nodig een conflict voor aangaan. Maar het resultaat telt hier: de baan van je leven of een baan voor het leven.
De Surinaamse overheid is sowieso een verhaal apart. Het eerste dat opvalt is het enorme aantal ambtenaren. De helft van de beroepsbevolking is in dienst van de overheid. En in het jaar voor de verkiezingen komen er gerust nog een paar extra ambtenaren bij. Heuse bureaucraten zitten ertussen, althans volgens de verhalen. Zelf hebben we daar nog weinig van gemerkt.
Erg veel betaald krijgen de Surinaamse ambtenaren niet: rondkomen van een gewoon ambtelijk salaris is onmogelijk. Per gezin moeten doorgaans beide ouders werken. En met een niet afbetaald huis of kinderen die doorleren blijft het sappelen. Vaak moet er nog een inkomstenbron bij: nachtportier, taxichauffeur of wat dan ook.
Een tweede baan mag niet in diensttijd. Formeel dan. De minister stelt dat ‘spoken’, de prikklok om zeven uur gebruiken en wegwezen, verboden is. Nevenwerkzaamheden zijn echter wel royaal toegestaan. En, aldus de minister, ‘veldarbeiders die hun taak in vijf in plaats van acht uur kunnen afronden, mogen naar huis’. Kijk, dat is nog eens een moderne werkgever!
Al met al overheerst een positief beeld bij de ambtenaren. De overheidsdienaren zijn meestal gemotiveerd. Maar hun hulpmiddelen zijn erg beperkt. Ze snakken naar professionalisering van hun vak, contacten en kennis om zo het land te dienen waar ze trots op zijn: sweetie Sranan - mooi Suriname.
woensdag, oktober 03, 2007
Kunnen we het maken?
De eerste teksthoofdstukken van de Miljoenennota bevatten knappe analyses over economie en arbeidsmarkt. Het is jammer dat die analyses niet altijd in de beleidsplannen en begrotingscijfers van de hoofdstukken erna worden doorvertaald.
Dit jaar wordt een analyse gemaakt van de komende vergrijzingproblematiek en de mogelijke oplossing ervan. De vergrijzing heeft een tweeledig gevolg. Enerzijds voor de overheidsfinanciën, kunnen we de toenemende zorg- en pensioenkosten wel dragen? Maar anderzijds ook van de arbeidsmarkt waar het in de woorden van Wouter Bos door een toenemende personeelsschaarste ‘spannend zal worden’.
Houdt Nederland voldoende productiepersoneel? Met een grappende voetnoot naar : Bob de Bouwer, 2002, Bob loopt hard, wordt in de Miljoenennota de serieuze vraag gesteld : Kunnen we het maken? De kindertjes Bos worden blijkbaar voorgelezen.
Maar, hoe die serieuze krapte op de arbeidsmarkt op te lossen? Immigratie? Dat kan, maar zelfs honderd jaar lang tienduizend gekwalificeerde mensen toelaten levert slechts een miljoen extra werkenden op.
Goederen of zelfs diensten importeren? Dat zal zeker gebeuren en in China, India en elders kunnen ze heel veel produceren maar veel diensten moeten echt hier geleverd worden. Handen aan het bed, de juf voor de klas, dijkbewaking en openbare ordehandhaving, liever niet per camera door een Chinees.
Daarom ziet Bos een derde oplossing; een doelmatiger werkende private en collectieve sector moet helpen om krapte op de arbeidsmarkt te voorkomen.
Productiviteitsverhoging in de publieke sector verlaagt de kosten en speelt personeel vrij in de krapper wordende arbeidsmarkt. Dat is dan ook de rechtvaardiging van Bos voor de taakstelling Rijksoverheid waardoor 11 duizend ambtenaren de arbeidsmarkt op mogen en wat ook nog eens een bezuiniging van 630 miljoen euro oplevert.
Toch ontbreekt in de beleids- en begrotingsplannen nog een element ; hoe ga je de productiviteit in de publieke sector nu verhogen waar eerder voor gepleit wordt? Uitwerking van het goede idee te komen tot productiviteitsverhoging, ontbreekt in de begrotingsplannen. Alleen de ingeboekte bedragen worden daar gepresenteerd. En dat is een serieus gemis.
De opdracht 630 mljoen te besparen is een zware opgave voor de leiding op de departementen. Kostbare tijd zal opgaan aan plannenmakerij, reorganisaties en overleg met de medezeggenschap. Tijd die niet beschikbaar komt om echt na te denken over productiviteitsverbetering. Hoe de komende tien jaar 25% kosten besparen met behoud van productie en kwaliteit? Welke taken digitaliseren, wat uitbesteden, wat rationaliseren? Waar taken afstoten, overdragen of juist nieuwe erbij gaan doen en zo de productiviteit vergroten door schaalvoordelen of ketenintegratie?
Daarom is in Nederland dringend een investeringsfonds voor de publieke dienst nodig. Geef zoals de Britten in hun ‘Investment to Save Budget’ de leiding van departementen de kans plannen te maken om met gerichte investeringen de productiviteit te verhogen. Gewoon, leningen van vier, zes of tien jaar die worden terugverdiend en terugbetaald, met rente. Concreet betekent dit dat het plafond voor leningen van de ruim veertig agentschappen, dat nu de komende vijf jaar krimt van ruim een miljard tot maar 750 miljoen, stevig omhoog moet. Daar ligt de sleutel tot productiviteitsverhoging.
Moest Bob de Bouwer niet ook eerst investeren voordat Liftie, Scud en Rollie aan de slag gingen?
donderdag, september 20, 2007
Allemaal een ijsje.
Enige humor –zelfs in barre tijden- kun je VVD-leider Rutte niet ontzeggen toen hij opmerkte ‘dat het kabinet Den Uyl-2 er is gekomen’. Die over de ‘ kinderpolitie van Rouvoet’ mocht er ook zijn maar was net even minder. Maar met humor alleen red je het niet, noch binnen de VVD (wat een vechtclub is dat geworden), laat staan binnen het parlement. Hebben Rutte, Pechtold en anderen ook echt gelijk dat het kabinet sterk nivelleert?
Nederland heeft iets raars met inkomensspreiding. Topinkomens, exorbitante zelfverrijking, Balkenende-norm, Dijkstals rapport ‘ Normeren en waarderen’, het komt niet door deze thema’s dat de Belgen al maanden in een impasse zitten voordat er een nieuw kabinet is geformeerd. Het zijn de thema‘s van de lage landen.
Weinig bewondering voor topmensen, maar ook maar ook een geformalieerde betrokkenheid bij sociaal zwakkeren, uitzonderingen daargelaten. Ik heb er zelf altijd schik in wanneer bijvoorbeeld een voetballer een miljoenensalaris weet te bedingen bij een nieuwe club en daarvoor zonodig plichtmatig op de reservebank te gaan zitten, zoals Winston Bogarde jaren deed bij grootbetaler Chelsea. Wie was er nu gek, Chelsea of Bogarde? Of ook voor de TOMTOM-oprichters die hun ambities omzetten in een succesvol bedrijf en eerder dit jaar ‘cashten’.
De politiek filosoof John Rawl verdedigde inkomensongelijkheid altijd door als vuistregel mee te geven dat verdere stijging van topinkomens verdedigbaar is, wanneer lagere inkomensgroepen daarvan relatief nog meer profiteren. Dus tien procent stijging voor de top is verdedigbaar wanneer daarvan extra tuinmannen, zwembadbouwers en andere dienstverleners meeprofiteren.
De maatregelen van dit kabinet hebben inderdaad gevolgen voor de allerhoogste inkomens. Pensioenpremies van topverdieners zijn niet meer volledig aftrekbaar, de allerrijksten betalen iets meer belasting voor hun huis, hun fiscale werkbonus wordt afgeroomd en als ze in een verpleeghuis belanden betalen ze meer mee. Is dat schrikken?
Geenszins. Het gaat om fiscaal gezien heel bescheiden bedragen – meer Robin Hood dan nivelleren werd direct al opgemerkt en daardoor hebben deze maatregelen eerder een hoog politieksymbolisch gehalte dan een substantieel budgettaire effect laat staan gevolgen voor de inkomensverdeling. Bijvoorbeeld de verhoging van het eigenwoningforfait voor huizen duurder dan 1 miljoen euro waard, levert ongeveer 15 miljoen euro op. Allemaal een ijsje!
Het is eigenlijk een wonder dat superrijken nog vatbaar zijn voor fiscale maatregelen. Beruchte Amerikaanse en Britse voorbeelden zijn er te over waarbij grootverdieners erkennen dat hun schoonmaakster meer belasting per jaar betaalt dan zij, dankzij alle gecumuleerde fiscale aftrekmogelijkheden voor rijkeren.. Echt ‘klassiek’ nivelleren, het substantieel middelen terugsluizen van ver bovenmodaal naar benedenmodaal is met dit kabintsbeleid dus geheel niet aan de orde. Sterker, op den duur gaat gewoon iedereen er op vooruit gaat, óók de allerhoogste inkomensgroepen.
Vice-premier Bos, die zijn beleid kenschetste als het vragen van een ‘ bescheiden bijdrage van de allerhoogste inkomens’, had dus meer gelijk dan Ruttes Den Uyl- en nivelleringsdemagogie. Dan blijft alleen de vraag aan Bos. Waarom doe je dit allemaal als het uiteindelijk ‘much to do about nothing is’? Rijksbegroting en Belastingplan zijn er toch niet om symboolpolitiek mee te bedrijven?
maandag, september 10, 2007
Grote woorden
De embargoregeling rond de aanstaande Miljoenennota staat niet in de weg dat de uitkomsten van het kabinetsberaad dezer dagen de pers en zo de burgers bereiken. Niet zelden al tijdens de vrijdagse besprekingen van het kabinet druppelen de persberichten zonder kopje door. En ook de meestbetrokken ministers bijten niet op hun tong. Geen wonder dat ook de leiders van de oppositie, op basis van, ja op basis van wat eigenlijk, alvast de eerste schoten voor de boeg geven.
Dit keer betrof het de reactie op de koopkrachtplaatjes, de Hollandse gekte om theoretische gezinnen op te voeren en met een grote wiskundige precisie te voorspellen hoe alleenstaanden, kleine, grote modale en driemaalmodale fictieve burgers komend jaar beïnvloed worden door kabinetsbeleid. Iedereen weet dat tientallen ander gebeurtenissen in mensenlevens veel meer impact hebben dan de premie- en belastingwijzigingen als gevolg van kabinetsbeleid. Stoppen met roken, trouwen of samenwonen of juist een verbroken relatie, ontslag of juist positieverbetering, minder auto rijden, ja zelfs een goedkopere autoverzekering heeft soms al meer effect op iemands koopkracht dan alle kabinetsbeleid samen. Sorry Den Haag maar jullie doen er maar beperkt toe.
Puur cijferfetisjisme daarom, dat blindstaren op koopkrachtplaatjes. Maar goed, dat is geen reden om zo’n kans voorbij te laten gaan als oppositie nu bleek dat de modellen niet zulke gunstige plaatjes laten zien voor diverse groepen in 2007. Er volgden daarom ferme uitspraken van vooral VVD-voorman Rutte die zo makkelijk kon scoren.
Het echte werk voor Rutte begint echter pas na de derde dinsdag wanneer de oppositiepartijen een tegenbegroting – of hoe ze het ook gaan noemen- gaan presenteren. Bij de algemene financiële beschouwing moet Rutte komen met een omvattend tegenplan om vervolgens bij de begrotingsbehandeling per departement tussen oktober en december met concrete amendementen te komen.
Twee problemen wachten Rutte echter. Ten eerste moet hij proberen samen met andere oppositiepartijen de krachten te bundelen en komen met concrete wijzigingsvoorstellen. Het zal nog een hele toer voor hem zijn Marijnissen en Wilders te verenigen. Naar de mate dat dit niet lukt –en die kans is natuurlijk levensgroot- moet hij regeringspartijen verleiden tot gezamenlijke amendering. Dan komen we bij een fundamenteler en tweede probleem. Leden van ons parlement zijn nauwelijks te porren voor enige vorm van begrotingsamendering. De laatste kabinetsperiode amendeerde het parlement de vier opeenvolgende begroting voor in totaal om en nabij een procent, zeg een kwart procent gemiddeld, per jaar!
Het zal daarom wel blijven bij grote woorden, het droevige lot van een groot deel van ons parlement wanneer het aankomt op begrotingsbesluitvorming. Of vergis ik me dit keer?
maandag, augustus 27, 2007
Fraude op Financiën
Werkt ontwikkelingssamenwerking echt niet, een debat zoals laatstelijk VVD-er Boekestein weer aanzwengelde? In Suriname leek zich weer een mooi (frauduleus) voorbeeld aan te dienen. De fraude moet ongeveer zo gegaan zijn. Met hulp van buitenlandse deskundigen werd in een kostbaar en tijdrovend project een nieuw betalingssysteem voor de overheid opgezet. De tijdrovende handmatige betalingswijze aan leveranciers zou worden vervangen door geautomatiseerde betaalbaarstelling van facturen. Minder rompslomp en handtekeningen verzamelen binnen departementen en bij Financiën en geen bodes die de hele handel heen en weer pendelden. Hoewel de geautomatiseerde techniek nog niet helemaal gereed was begon men toch alvast met het nieuwe systeem.
Toen moeten de nu opgepakte fraudeurs hun kans hebben geroken. Omdat nu op (geautomatiseerde) betaalbaarstellingen alleen maar een bedrag in cijfers wordt vermeld en niet meer als vroeger ook uitgeschreven in letters, kon in deze papieren tussenfase met een enkele toevoeging van een cijfer een betaling van 3700 SRD worden veranderd in bijvoorbeeld 43700 of 53700 SRD. En dat gebeurde dan ook, vele tientallen keren achtereen. Wanneer een klein factuurtje betaald moest worden, spanden ambtenaren van het uitgavendepartement, de Financiënambtenaar en de bode samen. Onderweg naar de betaalafdeling van Financiën werd kinderlijk eenvoudig een enkel cijfertje toegevoegd en binnen de korte tijd kreeg de ook in het complot betrokken leverancier van goederen een tien keer te hoog bedrag bijgeschreven. Een klein groepje fraudeurs, leveranciers en ambtenaren, streek zo samen 5 tot 6 miljoen SRD op, ruim anderhalf miljoen euro.
De moraal ? Dat automatisering fraude niet gaat uitbannen? Dat wisten we al. Dat men in Suriname niet met geld kan omgaan of dat projecten gefinancierd met ontwikkelingshulp niet werken?
Dat is denk ik niet wat hieruit spreekt. Mij verrast de sterke en snelle correctie die plaatsvindt op de ontdekking van de fraude. Hoewel laat, maat beter laat dan nooit, signaleerde een medewerker van de betaalafdeling van Financiën de opeenvolgende grote betalingen. Hij informeerde een stafmedewerker en die de minister. Deze schakelde de accountantsdienst in en snel konden de feiten worden vastgesteld. De minister informeerde de ministerraad, het parlement en de pers –die elke dag weer nieuwe feitjes weet te brengen in deze zaak- maar ook het Openbaar Ministerie die snel aanhoudingen liet verrichten.
Het is nu wachten op het rapport van de accountants en het werk van politie en justitie. Binnenkort zal er een politiek debat plaatsvinden over de mate van verwijtbaarheid van de minister van Financiën onder wiens verantwoordelijkheid een nieuw betaalsystemen –doch nog slechts gedeeltelijk- werd ingevoerd en wiens ambtenaren mede frauduleus handelden.
Maar de winst van deze zaak is het doortastende en corrigerende optreden van alle schakels in de lange keten van toezichthouders, interne controleurs, opsporingsdiensten, pers en politiek. Juist de aanwezigheid van voldoende zelfreinigend vermogen stemt hoopvol -hoe pijnlijk zo’n fraude voortvloeiend uit een nog niet geheel afgemaakt project ook is.
maandag, augustus 13, 2007
Aandelengoud
Het lijken barre tijden voor kleine beleggers die hun eerder dit jaar behaalde waardestijging zagen verdampen. Tien procent verlies in tien dagen, zonder uitzicht op betere omstandigheden, is geen pretje. Ook reuzenbelegger ABP zal wel even wat moeten calculeren welke deuk deze dip in de portefeuille slaat en welke gevolgen dit heeft voor de ambtenarenpensioenen. Zelfs voor beleggers in onze nationale trots ABNAMRO is onzeker geworden wat er aan het eind van de biedingsrace overschiet. Twee bieders, een gewijzigd bod, geen bieders?
Meer reden tot vreugde leek er –even- voor beleggers in het Rotterdamse Feyenoord. Die maakten een doorstart voor de club mogelijk door veel geld in te leggen in een ‘mandje’ van jonge talentvolle spelers. Bleek een van hen, jeugdinternational Royston Drenthe, twee voorzetten en een kopbal, zomaar meer dan vijftien miljoen op te brengen bij zijn verhuizing naar Real Madrid. Participanten kunnen meeprofiteren van zulke geslaagde transfers van Feyenoordtalenten maar helaas voor hen was Drenthe uit de beide mandjes gehouden.
Beleggers in het beursfonds Ajax wisten dit al jaren; toptransfers ten spijt heeft de koers van het aandeel nooit meer het niveau van de introductiekoers gehaald en daarom blijft het een ‘liefhebbersaandeel’. Leuk om te hebben maar het levert niets op.
Waarom dan de beweging in de politiek om toch weer ‘gouden aandelen’ te willen herinvoeren zoals bepleit door PvdA-kamerlid Ferd Crone met verrassende steun van SP tot VVD? Niet de verwachting dat de overheid een mooi rendement kan maken op haar aandelenbezit. De geschiedenis leert dat de overheid bepaald geen feilloze belegger is. Toen begin deze eeuw het voornemen bestond de torenhoog opgelopen KPN-aandelen af te stoten, werd er zolang gedraald met verkopen dat de opbrengst -na de gesprongen internetbubble- geen kwart meer was van ervoor - waarmee de kans op een enorme staatsschuldreductie was verkeken.
Nu lijkt men met de Europese herinvoering van ‘gouden aandelen’ twee vliegen in een klap te willen slaan. Enerzijds snelgeldfondsen dwarsbomen, die voor miljardenbedragen bedrijven kopen, herkapitaliseren, verkopen en vertrekken met veel winst maar een geplukt bedrijf achter laten - dat zelf niet goed meer kan investeren maar een kwakkelend bestaan gaat leiden. Men wijst dan wel op de Deense en Ierse KPN die dit overkwam. Anderzijds zou het heringevoerde gouden aandeel staatsbeleggers uit het Verre Oosten (en Middenoosten?) moeten afremmen bij het verwerven van belangen in westerse bedrijven.
Wat daarmee precies het probleem is – behalve geopolitieke motieven- wordt door de woordvoerders nog niet duidelijk gemaakt. Mogen de Chinezen ABNAMRO wel of niet kopen? Japanners DAF? Singaporezen Ajax?
Een zaak wordt echter al snel duidelijk. Vermenging van politieke en economische motieven bij de koop of verkoop van aandelenbelangen leidt al snel tot onzuivere, tijdelijk geldige redeneringen. Uiteindelijk zijn bedrijven, beleggers en werknemers daarmee slecht af. Borgen van publieke belangen kan effectief op andere wijzen dan via de koop van aandelenpakketten of herinvoering van ‘gouden aandelen’.
Straks maakt het parlement nog uit of Babel, Sneijder of Drenthe verkocht moeten worden. En zeg nu zelf ; daar hebben wij toch zelf veel meer verstand van dan politici?
zondag, juli 08, 2007
balk en splinter
Column Binnenlands Bestuur dd 13 juli 2007
Iedereen kent die uitdrukking van de balk end e splinter. Die gedachte liet me niet los bij het nieuws deze dagen, waarbij op verschillende wijzen de fiscus en het ontslagrecht een rol speelden.
Patricia Remak en Linda de Mol moesten allebei een fiscaal geschilletje voor de rechter uitvechten. Voor Linda heb ik nog wel enige sympathie. De politiemevrouw uit Spangen meende dat een eerder gemaakte afspraak met de fiscus over premie-afdrachten nog steeds geldig was. Ze haalde bakzeil voor de rechter omdat die eerder verleende toezegging niet op papierstond . Fiscaliteit is niet helemaal haar ding, dus een vergissing is menselijk.
Voor Remak gaat dat niet op, in het geheel niet zelfs. Deze fiscaal juriste vertrok in 2002 uit het parlement. In de daarop volgende jaren werkte ze bij de Belastingdienst, vertegenwoordigde ze haar partij in de Noord-Hollandse staten –al splitste ze zich later af- en streek ze tussen alle bedrijven door ten onrechte een ton op aan wachtgeld. Genoeg voor een veroordeling door de rechtbank tot een jaar celstraf. Volgens de rechter heeft Remak ‘het vertrouwen van de samenleving in de integriteit van politieke ambtsdragers ernstig geschaad’ en heeft ze ‘misbruik gemaakt van een voorziening die bedoeld is te voorkomen dat gewezen leden van de Tweede Kamer in inkomen terug zouden vallen’. Verder stelde de rechter dat Remak –die al eerder was veroordeeld voor fraude- ‘haar voorbeeldfunctie op grove wijze heeft miskend'.
Inmiddels schermt de ex-politica voor het gerechtshof met een telefonisch advies van een UWV-er dat haar nieuwe verdiensten de bijverdiengrens niet zouden overschrijden. Dan begint het bij mij te wringen. Als Linda dit zou aanvoeren, zou ik het op onnozelheid durven gooien, direct. Maar een fiscaal juriste, ex-parlementslid, werkzaam bij de Belastingdienst? Ze heeft zoveel schijn tegen dat het bijna weer geloofwaardig wordt als je je daarop beroept. Ofwel is het een soort poker dat ze speelt met haar advocaat Spong, of ze is wel erg onnozel. Er lijkt maar een ding dat haar ontlast: ook andere leden van het parlement houden zich bij tijd en wijle bezig met onnozele zaken.
Serieus zijn maatschappelijke debatten over ontslagrecht van werknemers, maar sinds het kabinet als onderdeel van de rijksbrede bezuinigingen ons parlement voor 1,4 miljoen liet meebezuinigen, lijkt het parlement daar drukker mee te zijn dan met het ontslagrecht. Eerst was er de protestbrief op poten van Verbeet aan de verantwoordelijke ministers. Daarna eigen bezuinigingsvoorstellen en veel interne commotie. Krantenberichten over beëindiging van de koffievoorziening tijdens commissievergaderingen, het verbod op businessklas vliegen binnen Europa, zelf de post ophalen uit de postkamer en als klap op de vuurpijl een verbod op privekoffiezetappraten in werkkamers.
De eerstejaarsstudenten bestuurskunde die ik naar aanleiding van alle commotie de opdracht gaf eens kritisch te kijken naar het budget van ons parlement rapporteerden kort en krachtig welke post het meest eenvoudig kan worden beperkt in het jaarbudget van 115 miljoen : (u raadt het al) : de onevenredige hoge pot voor wachtgelden.
maandag, juni 25, 2007
Richtinggevoel
Anders dan veel criticasters vind ik het 100-dagen boekje van het kabinet niet mislukt. Het geeft een helder overzicht van de politieke ambities en de gepresenteerde 74 beleidsdoelen zijn een fraaie afspiegeling van de breedte van het werkterrein van de rijksoverheid. Vijf doelen per departement en wat overkoepelende thema’s. Nederland komt er ook uit naar voren als een aangenaam land. Natuurlijk, genoeg te verbeteren maar op niet één terrein lijkt sprake van echte urgentie. Wereldvrede, eerlijk delen, democratisch Europa, ambitieus milieubeleid, een slagvaardige overheid, allemaal prima. Maar urgent? Echte scherpe beleidskeuzen?
Heel veel doelen zijn geformuleerd als de ambitie om nog meer (van hetzelfde) te bereiken. Een nog slagvaardiger dit en een nog hoger opgeleid dat. Neem doel 51; 100.000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 2006. Of doel 25: in 2011 moet 5% van de stallen integraal duurzaam en diervriendelijk zijn. Kortom, niet slecht toeven aan de Noordzee.
Toch bekruipt ook een gevoel van gebrek aan echte richting, bijvoorbeeld als het aankomt op de organisatie van de overheid. Wat voor overheid willen we nu? Kleiner? Beter? Anders?
Wat bereiken we met een kleinere overheid, minder toezicht? Of is het een doel op zich? De overheid kan eenvoudig kleiner. Neem aanleg, beheer en onderhoud van wegen dat door Rijkswaterstaat in steeds grotere mate is opgedragen aan private bouw- en aannemingsbedrijven. Die doen werk dat eerder werd gedaan door ambtenbaren. In prestatiecontracten is secuur afgesproken wat en soms zelfs ook hoe ze hun werk moeten doen en doorgaans doen ze dat prima. Rijkswaterstaat is erdoor ingekrompen met duizenden medewerkers. De overheid lijkt erdoor gekrompen. Maar de rekening wordt nog steeds betaald door Rijkswaterstaat - dus de belastingbetaler. De kwaliteit van de geleverde dienst is niet substantieel veranderd.
Of neem de bijna allergie tegen toezicht of inspectiediensten. Dat overbodig toezicht moet worden afgeschaft lijkt me geen vraag. Maar daar waar rijkstoezicht wordt verruild voor toezicht door brancheorganisaties, creëren we wel de illusie van een kleinere, terugtredende overheid maar is er geen materieel effect. Is de overheid dan zo’n onmatige toezichthouder? De hoge standaarden binnen professionele bedrijven rond veiligheidsvoorschriften zoals binnen Shell, of de zeer kritische opstelling van verzekeraars bij transport van gevaarlijke stoffen, maken dat bestaande overheidsregels op deze terreinen beslist niet tot de hoogste en zwaarste behoren.
Ook bij dit kabinet ontbreekt het aan een gezaghebbende visie op de overheidsorganisatie en domineert kretologie als ‘minder mensen en ‘slagvaardiger’. Het denken over de overheidsorganisatie staat eigenlijk al jaren stil. De markt is al lang niet meer het voorbeeld en een ander vergezicht -of herwaardering voor alles wat men in huis heeft- ontbreekt nog. Toch verwacht ik eerder een herwaardering voor de publieke zaak dan een tweede golf van marktdenken. Of misschien hoop ik er gewoon op. Zonder herwaardering voor de publieke zaak is alle arbeidsmarktcommunicatie, nodig voor de vervulling van de duizenden komende vacatures, een lastige zaak. Het ontbreken van positieve woorden over de overheidsorganisatie in het breed uitgevente 100-dagen boekje is daarom een gemist kans.
zaterdag, juni 09, 2007
Feestbegrotingen?
Ruim een miljard erbij en de OZB vrij. Geen wonder dat vorige week in deze kolommen tevredenheid kon worden opgetekend bij financieel deskundigen van gemeenten. ‘Daar zijn mooie gemeentebegrotingen mee te maken’. Echter, feestbegrotingen zijn doorgaans geen blijk van succesvol budgettair beleid maar eerder een voorbode van een komende kater.
Wanneer doe je dan wel goed als financieel verantwoordelijke? Bij een sluitende begroting of een begroting met veel leuke nieuwe dingen voor de mensen, zoals vorig jaar van Zalm werd verwacht? Alle media, politici, burgers en bedrijven verwachten een feestbegroting, die er niet kwam. Of dit de VVD zetels kostte weet ik niet maar voor het land was het uitblijven van een feestbegroting een zegen. Kijk maar hoe het rijk er nu voor staat. Zalm raamde in zijn laatste Miljoenennota een overschot voor 2007 van 0,2%, Bos meldt in de Voorjaarsnota een tekort van 0,7% ! Indien Zalm een feestbegroting met veel zoet en zonder zuur zou hebben opgesteld zouden de problemen voor Bos nog groter zijn.
Begrijpelijk daarom dat door Bos wordt gekoerst op het begrotingssaldo in het slotjaar van de vierjaarsperiode. De tussenliggende jaren staan dan in het teken van het bereiken van dat einddoel, bijvoorbeeld een sluitende begroting na vier jaar. Geen slecht beleid, zou ik willen zeggen maar nog beter zou zijn niet een sluitende begroting na te streven maar een sluitende rekening voor dat jaar. Begrotingscijfers zijn immers slechts ramingen en bijvoorbeeld de economische groei is de laatste jaren gemiddeld bijna met 1,5% marge fout geraamd door onze beste rekenmeesters, met dito gevolgen voor het begrotingsbeleid.
Kan het nog beter? Ja ik denk het wel. Sturen op een toekomstig begrotingssaldo – of rekeningsaldo is natuurlijk nuttig maar alleen als dat wordt gedaan in het perspectief van de schuldsituatie. Wanneer bij een staatschuld van 50% BBP wordt besloten voortaan een sluitende begroting na te streven, blijven deze schuld en vooral rentebetalingen op de schuld nog heel lang zwaar aantikken. Schuldreductie moet dus mede het doel zijn van begrotingsbeleid.
En het kan nóg beter. Niet de historische schuld van een land zou richtsnoer van beleid moeten zijn, maar veeleer de toekomstige situatie. Een land met een kleine staatsschuld maar een vrij zekere toekomstige verslechtering in de financiële situatie, zoals Nederland waar vergrijzing zorg- en AOW-kosten zal doen stijgen, moet haar beleid richten op een houdbare toekomstige schuldsituatie.
Goed dan, is een land waar een houdbare schuldomvang in de toekomst centraal staat in het begrotingsbeleid goed bezig? Bijna!
Behalve de omvang van schuld en begroting moet vooral ook de samenstelling van de uitgaven evenwichtig zijn. Niet alleen ‘leuke dingen’ maar ook voldoende investeringen.
Kan met al die eisen een gemeente eigenlijk dan nog wel een feestbegroting maken? Ja, dat kan, als het gevoerde beleid aantoonbaar bijdraagt aan de sociale en economische ontwikkeling van de gemeente en zowel begroting als schuld duurzaam houdbaar zijn. De gemeente die daarin slaagt mag met recht zeggen dat er een ‘mooie gemeentebegroting ligt’. De rest verteert de pot, haar burgers kunnen wachten op de (ozb?)kater.
Vissers vangen
Ik hou van kengetallen en prestaties meten. Niet alleen omdat ik ooit op het onderwerp afstudeerde, maar vooral ook als poging te snappen wat de overheid presteert. Toegegeven, ik ken alle kritische verhalen over de ‘perverse werking van prestatiegegevens’, de ‘performance paradox’ en andere verhalen. Maar toch, een jaarverslag of evaluatierapport met veel kengetallen, lekker leesvoer!
Neem dit krantenbericht. Kort weergegeven: in drie politieregio’s vond een grote visserijcontrole plaats. Drie politiekorpsen, het KLPD, bijzondere opsporingsambtenaren van de Groen Service Zuid-Holland,, Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, gemeenten (hoeveel?) en lokale hengelsportverenigingen (hoeveel?) werkten samen. Minstens tien organisaties volgens het bericht, liefst 45 personen.
De actie duurde van vrijdag 12.00 uur tot zaterdag 17.00 uur maar ik denk dat er vijf slaapuurtjes tussenzaten dus laten ze zeggen 24 controle-uren. Vijfenveertig man, acht uur per persoon schat ik.. Een uurtjes briefing vooraf, een uurtje debriefing en administratie, dus 6 controle-uren per persoon, tezamen zes uren keer 45 man is 270 controle-uren in het veld.. Er werden in die uren 518 vissers gecontroleerd, ongeveer ieder half uur een nieuwe visser.
Wat kost zo’n actie? Met 270 controle-uren en een uurloon van dertig euro zo’n 8100 euro. Verder wat voorbereidingsuren en materiële kosten dus ik houd het op 25% opslag, totaal dus tien mille.
Er zijn al met al 518 vissers gecontroleerd. Dus de kosten per opgeschrikte visser zijn 20 euro.
De opbrengsten? Bijna 150 vissers werden bekeurd, 30%. Onbekend blijft wat zo’n bekeuring kost. Vermeld wordt dat ‘de meest voorkomende reden het niet bezitten van een schriftelijke toestemming was om te mogen vissen’. Waarschijnlijk weten lang niet alle vissers, dat personen ouder dan 14 jaar behalve de Sportvisakte van de overheid, óók een vergunning nodig hebbenvan de partij die het water bezit of huurt, vaak de lokale hengelsportvereniging. Tja, wist u het? Verder waren er bekeuringen voor illegaal kamperen (een te groot uitgevallen vistent?), vissen met niet toegestaan aas en het in de nacht vissen.
Wat kost zo’n bekeuring? Dertig euro, zoveel als een kilometer of tien te hard over de snelweg, of meer? Bij dertig euro zouden de controleopbrengsten vijfduizend euro zijn. Tja, dan kost de controle meer dan ze opbrengt, kan dat uit?
Ik kan er overigens flink naast zitten wanneer iedere controleur niet 8 uur maar twee keer 8 uur meedeed. De kosten bedragen dan het dubbele en ook de opslagraming van 25% en mijn schatting dat er zes effectieve controle-uren per dag zijn is optimistisch. Meestal halen opsporingsdiensten net de helft aan effectieve uren. Een controle die twintig mille, kost, hmm. Maar misschien zijn de boetes ook wel het dubbele.
De beste benadering voor een raming van kosten en opbrengsten is dus dat de overheidskas is gespekt met circa vijf tot tien mille, hetgeen tien tot twintig mille heeft gekost, dat ruim 500 vissers zijn gecontroleerd en dat is vastgesteld dat meer dan ruim tweederde van de vissers binnen de gestelde uren, met alle toestemmingspapieren, zonder verboden aas of kampeermiddelen naar de dobber zat te turen. Mooi resultaat?
dinsdag, mei 15, 2007
De revolutie voorbij
De derde woensdag in mei, Verantwoordingsdag, en het afscheid van Tony Blair hebben alles met elkaar te maken. Beide zijn representanten van het bedrijfsmatig denken over de overheid. En net zoals Blairs einde nabij is, kunnen we ook Verantwoordingsdag bijschrijven in de geschiedenisboekjes.
Eerst Blair. In een heerlijk boek van de Britse journalist Simon Jenkins onder de alleszeggende naam ‘Thatcher&Sons’ wordt het grote verhaal verteld van de Britse revolutie. Het Thatcherism maakte in 1979 een eind aan de verwachting dat overheidsingrijpen de economie of een land vooruit kan helpen. De markt zou voorspoed brengen, overheidsorganisaties werden als het even kon geprivatiseerd en overigens gold het adagium van het New Public Management: Run government like business.
Jenkins - zijn boek heeft een hilarische omslag waarop John Major, Tony Blair en zijn waarschijnlijke opvolger Gordon Brown als eendjes achter Maggy aanwaggelen - betoogt dat de machtsovername door Blair in 1997 veeleer een voortzetting van het Thatcherism is geweest dan een trendbreuk ermee. De bedrijfsmatige overheid en verzelfstandiging van taken in quango’s - zo heten de Britse zelfstandige bestuursorganen - zetten Major en Blair (met Brown als co-piloot) onverkort door. Dit ondanks brede kritiek, onder meer in een eerder boek van Jenkins over quango’s met de prachttitel Accountable to none.
Nederland onderscheidde zich nauwelijks van Groot-Brittannië. Lubbers privatiseerde, onder Kok en Zalm werden aandelen in voormalige staatsbedrijven verkocht en ontstonden talloze zelfstandige bestuursorganen. Ook de invoering van andere vormen van bedrijfsmatig denken bij de overheid en het idee van Verantwoordingsdag sloten hier naadloos op aan. Het parlement moest minder mee willen regeren, maar veeleer de geleverde prestaties controleren.
Maar Verantwoordingsdag is mislukt. Alle goede ideeën van toenmalig Kamerlid Jan van Zijl ten spijt en ondanks alle steun van de Algemene Rekenkamer en uit de samenleving. Nederland heeft niet een keer een inhoudsvolle Verantwoordingdag gekend sinds de invoering ervan vijf jaar geleden. Excuses waren er genoeg. De politieke turbulentie van mei 2002; het aantreden van een nieuw kabinet mei 2003; het ‘noodzakelijke’ folderen van fractievoorzitters voor het EU-referendum in 2005; de machtsoverdracht aan een nieuwe ploeg in 2007. Een mix van argumenten kortom waarom Verantwoordingsdag ‘even niet uitkwam’. Maar in 2004 en 2006 golden die niet, terwijl ook in die jaren parlementsleden en fractievoorzitters bij debatten amper kwamen opdagen. Nog steeds lijkt te gelden wat Jan van Zijl ooit uiteenzette: ‘wie de begrotingsbehandeling wil doen (nieuwe plannen lanceren, zendtijdkansen op NOVA!), moet de verantwoording er wel bij doen’.
Het kabinet komt al lang niet meer voor het openings- of slotdebat rond Verantwoordingsdag naar het parlement zoals een enkele keer geschiedde. ‘Dat doet de MP maar of de minister van Financiën’. Ook geen verantwoordingspecials meer van de NRC zoals een keer op die derde woensdag van mei, geen zenuwen meer bij ambtenaren. ‘Verantwoordingsdag? Er zijn toch goedkeurende accountantsverklaringen, een debat met anderhalf Kamerlid, we hebben wel meer te doen.’ Slotvraag : wat komt er na Blair en Verantwoordingsdag. En zeg nu niet: Hemelvaart.
dinsdag, mei 01, 2007
Genoeg gecontroleerd
Met gemengde gevoelens denk ik terug aan de tijd dat ik voor een eerdere werkgever door het land reisde als onderzoeker. Per trein of auto met maandelijks veel gereisde kilometers. Als ik de auto wenste te gebruiken, soms geen luxe maar noodzaak, tekende mijn baas vooraf een gestandaardiseerd toestemmingsbriefje. Gelukkig was er voor het declareren een reiskostendeclaratieprogramma. Agenda erbij, kilometerafstanden erbij zoeken via de NS-floppy, treinkaartjes optellen, soms lunch of verblijfkosten toevoegen, in even 2 uur per maand was ik klaar. ‘Wel twee dure uren’, dacht ik wel eens.
Ik printte de declaratie uit en voegde autobriefjes bij, mijn baas beoordeelde een en ander (‘maar half’, vond ik vaak) en stuurde de getekende declaratie door naar het aardige meisje van het bedrijfsbureau, ik ontving een kopietje. Zij, het is helaas niet anders, typte de totalen per categorie van mijn declaratie met nog zowat gegevens over – mijn declaratiesysteem en haar uitbetalingensysteem ‘praten niet met elkaar’- en haar baas tekende het resultaat zodat uiteindelijk de gemaakte onkosten vergoed kreeg. Het hoofd bedrijfsbureau hield een beetje bij of de declaraties pasten in het jaarbudget en als de kosten opliepen vroeg hij mijn baas en die aan mij en collega’s of we wat vaker de trein konden nemen omdat dit goedkoper was.
Een vrijgestelde interne controlemedewerker –of zijn assistent- (functiescheiding!) controleerde met enige regelmaat of het bedrijfsbureau bij het toekennen van vergoedingen goed werk leverde en rekende zo af en toe steekproefsgewijs reisdeclaraties na. De accountant ging na of de interne controlemedewerker voldoende interne controles uitvoerde en of gebleken onvolkomenheden serieus werden genomen en besprak dat met het hoofd bedrijfsbureau of liever nog de directeur. Een enkele keer vond een ‘audit’ plaats naar de ‘kostenontwikkeling en mogelijkheid tot beheersing van de reiskostenbudgetten’ met vaak lijvige rapporten tot gevolg en waardevolle aanbevelingen. De Algemene Rekenkamer zag toe op het werk van deze accountacts en auditors en de Tweede Kamer nam met interesse kennis van de bevindingen van de Rekenkamer.
Ik dacht vroeger werkelijk dat dit een heel normaal en ordelijk systeem was, maar inmiddels snap ik dat we elkaar helemaal gek aan het maken zijn.
Die boodschap is nu ook aangekomen in het parlement waar ik twee maanden geleden met vier andere ‘kenners van comptabele vraagstukken’ in een hoorzitting mijn hart mocht luchten bij de commissie Rijksuitgaven over zin en onzin in het financieel management. Het resultaat?
‘De leden van de PvdA-fractie benadrukken dat de hoge mate van rechtmatigheid van de Nederlandse overheidsuitgaven een groot goed is, maar dat we ons bewust moeten zijn dat daar ook aanzienlijke kosten mee gepaard gaan. In dat opzicht steunen de leden de minister bij het zoveel mogelijk toepassen van het principe van single-audit, en roepen de minister op niet te uitbundig te zijn met het uitvoeren van reviewwerkzaamheden. In dit kader zijn de leden van de PvdA-fractie benieuwd naar verdere mogelijkheden om de controlelasten binnen het overheidsapparaat verder te reduceren en kijken uit naar het vervolg dat de minister wil geven aan de door hem gedane moderniseringsvoorstellen van de Comptabiliteitswet.’
Ik kijk graag mee en weet : velen met mij.
maandag, april 16, 2007
Plus tien min vijftienduizend
Een rare mengeling, loon erbij maar veel banen weg bij de rijksoverheid. Om structureel 600 miljoen te besparen gaat het kabinet 753 miljoen ombuigen. Het verschil is bestemd voor uitstroommaatregelen. De taakstelling per organisatie is gedifferentieerd, in de veiligheidsketen en bij de Belastingdienst slechts 2.5%, bij staven en toezichthouders taakstellingen tot wel 20%, waaronder zelfs Raad van State en Algemene Rekenkamer. En het Parlement, leert een antwoordbriefje op de website van Ter Horst aan kamervoorzitter Verbeet na haar eerdere poging het parlement enigszins uit te zonderen. (edoch vermeldt het briefje ruimte voor een gesprek ‘a deux’). Toch is over de ambtenarenontslagen – anders dan bij bijvoorbeeld de dreigende ontslagen bij TNT-postbodes- geen spoeddebat aangevraagd, alle politieke partijen steunen dit.
Maar ook spreekt niemand bij het rijk over ‘loon voor werk’ oplossingen zoals bij TNT waarbij banenverlies wordt beperkt door gematigde CAO’s te sluiten. Integendeel, bekend werd een bijna-akkoord van ruim tien procent loonstijging voor de resterende rijksambtenaren. Volgens Fokke en Sukke ‘vond zelfs Wim Kok dat ambtenaren er wel erg veel op vooruit gaan’.
De timing van beide berichten was natuurlijk geen toeval, dat bestaat in Den Haag niet. De drieledige boodschap aan rijksambtenaren was : bezuinigingen zijn politiek onontkoombaar, maar de pil wordt verguld door een verleidelijk CAO-aanbod, er is voldoende budget voor soepele uitstroomregelingen en last but not least de in alle kranten afgedrukte voorzegging van afslankambtenaar Roel Bekkink dat er geen gedwongen ontslagen zullen vallen. Dat cocktailtrio moet alles soepeltjes doen verlopen.
Veel rijksorganisaties zijn immers ‘grijs’ met een hoge gemiddelde leeftijd. Zelfs zonder taakstelling zouden departementsorganisaties de komende jaren leeglopen, door regulier vertrek naar het bedrijfsleven, zeker in de hoogconjunctuur maar vooral door pensionering. Vrijwel geen rijksambtenaar wordt dus in persoon getroffen door de afslankoperatie, men behoudt het werk, krijgt eventueel een gunstige regeling of is redelijk herplaatsbaar mede dankzij de hoogconjunctuur. Slechts enkelen zullen via een kale wachtgeldregeling thuis komen. So far so good en geen reden voor stakingen, spoeddebatten of loon-voor-werk CAO’s, gewoon poencontracten.
Dus geen problemen? Jawel, er rest een dubbele opgave. Voor de rijkswerkgevers de opgave om de duizenden bestaande vacatures te bezetten. En dat is lastig nu het economisch goed gaat en ook de private sector schreeuwt om mensen. Paginagrote advertenties en de uitpuilende website www.werkenbijhetrijk.nl ten spijt, het is communicatief even lastig uit te leggen ; ‘kom bij ons werken, wij heffen 15000 banen op’. Of het rijk moet echt werken aan herplaatsing of herscholing van elders boventallige medewerkers. Maar daar zit voor de korte en langere termijn ook de tweede opgave.Werknemers en werkgevers hebben aantoonbaar te weinig geïnvesteerd in scholing of tijdige herscholing. Hippe traineeprojecten voor jong talent genoeg, peperdure MBA-opleidingen voor enkelen ook maar er zijn weinig serieuze ontwikkeltrajecten voor dertigers en veertigers -laat staan vijftigers- behalve rituele teamdagen en cursussen presenteren. Een kleine flexibele rijksdienst vergt verplichte functieroulatie op alle niveaus en substantiële investeringen in employability, ook van oudere werknemers. Kan dat ook worden vastgelegd in de CAO? Dat mag ten koste van wat loon gaan.
maandag, april 02, 2007
Recht, onrecht, budgetrecht
Een klein uitgelekt briefje waar een wereld achter schuil gaat, zo kun je de brief van Kamervoorzitter Verbeet aan de ministers Bos en Ter Horst beschouwen. En er zijn veel kanttekeningen te plaatsen bij deze poging van ons parlement om invloed uit te oefenen op de mate waarin ook op haar eigen staven bezuinigd wordt.
Wat is er aan de hand? Sterk ingegeven door een analyse van de Haagse secretarissen-generaal bereidt het kabinet nu de besluitvorming voor hoe zo’n 750 miljoen kan worden bezuinigd op ambtenaren. Met een loonsom van zo’n €50.000 moeten circa 15.000 ambtenarenplaatsen worden geschrapt. Enkele honderden daarvan werken voor onze parlement, in de beveiliging, catering, drukkerij maar ook in onderzoeksafdelingen, als juristen of commissiegriffiers. Ze doen belangrijk werk, net zoals andere ambtenaren overigens. Een meerderheid in het parlement is er voor dat zo’n 15.000 ambtenarenplekken worden geschrapt en ook de hoofdlijn, meer schrappen in beleids- en staffuncties en minder in de uitvoering is onweersproken gebleven in de achterliggende debatten met het nieuwe kabinet.
Kan het zo zijn dat de Kamer de bezuiniging op zich billijkt maar zichzelf wil uitzonderen? Ja natuurlijk, daarom ook die brief van Verbeet.
Snijden haar argumenten ook hout en is het proces van brieven schrijven eigenlijk wel opportuun ? De Kamer voert aan dat een bezuiniging op haar ondersteunende diensten ‘een ingrijpende inbreuk vormt op het functioneren van de Tweede Kamer als staatsrechtelijk orgaan’. Als dat zo is, moeten dan ook andere organen worden ontzien, zoals Algemene Rekenkamer, Raad van State, Ombudsman, rechtsbanken en wie al niet tot de ‘staatsrechtelijke organen’ kan worden gerekend? En zijn ministeries niet ook staatsrechtelijke organen?
De Kamer zou volgens Verbeet verder zwaar worden getroffen omdat zij veel werkzaamheden niet heeft willen uitbesteden. Vraag : zou dat dan niet te overwegen zijn of hebben alle andere staatsrechtelijke organen die dit wel hebben gedaan doodzonden bedreven?
Tot slot meldt Verbeet dat de gemiddelde loonsom van kamermedewerkers veel lager is dan in andere organisaties. Als dat een argument is voor een lagere taakstelling, geldt dat dan ook voor andere organisaties met gemiddeld lagere lonen?
Kortom ; Financiën zien je komen met deze weinig creatieve argumenten.
Waarom stuurt Verbeet eigenlijk zo’n geheim briefje? Uiteindelijk keurt de Kamer toch alle begrotingen goed en kan ze ook via haar onvolprezen recht van amendement ‘ een deel van de bezuiniging op haar eigen personeel terugdraaien wanneer ze om politieke redenen vindt dat ze onevenredig wordt getroffen? Waarom nu al zo’n briefje? Toegegeven, het is een beetje raar dat de Kamer haar eigen begroting moet goedkeuren en zonodig kan wijzigen maar zo is dat nu eenmaal staatsrechtelijk geregeld. Dit briefje zal dan ook wel bedoeld zijn om niet dit najaar naar die ultieme remedie te hoeven grijpen, het openlijk en voor iedereen zichtbaar verhogen van de eigen begroting terwijl verdere in ieder ‘staatsrechtelijk orgaan’ wordt gesneden en duizenden banen verdwijnen. Maar goed, journalistiek speurwerk heeft dit nu voorkomen. Hoe dit afloopt? Ik heb er mijn idee bij, u ook?
maandag, maart 19, 2007
Privatisering, en nu?
Onverwacht veel debat was er de afgelopen dagen rond privatisering en verzelfstandiging. Parlement, denktanks en de nieuw aangetreden minister van Financiën lieten zich hier voor het eerst uit over uit. Is er een nieuw elan te bespeuren?
Vice-premier Bos liet in het parlement weten dat deze coalitie een ander ideologische positie inneemt dan de vorige. Kamerlid Ferd Crone had al eerder de PvdA-ideeën over sociale vennootschappen ontvouwd en het CDA-idee van de maatschappelijke onderneming is zelfs in het coalitieakkoord opgenomen. Hoewel beide concepten nog erg open en deels onuitgewerkt zijn, zullen ze veel terugkeren in het privatiseringsdebat. Zeker zullen ze leiden tot een andere koers bij het aandeelhoudersbeleid van de staat onder Bos. Bedacht zij wel, dat net voor Bos’ aantreden Financiën belangen in bijvoorbeeld KPN, TNT en Sdu verkocht. Hij kan dus redelijk vrijuit spreken nu zijn aandelenportefeuille is opgeschoond. Alleen de door Zalm nagestreefde verkoop van aandelen Schiphol strandde nipt door langdurig verzet uit de hoofdstad. Maar ook onder Bos is gedeeltelijke verkoop van Schipholaandelen niet uitgesloten, al zal deze coalitie andere doelen stellen bij een eventuele verkoop dan de vorige.
Een vertrouwd privatiseringsgeluid klonk uit de liberale denktank die in het rapport ‘Vertrouwen in de markt’ de welbekende privatiseringsgrammofoon weer eens draaide. ‘Meer markt, geen sectorspecifieke regels na privatisering, het gehele spoor privatiseren, geen cent subsidie meer voor het openbaar vervoer’. En meer. Waar bijvoorbeeld het CDA zich in de paarse jaren in de oppositie bezon op haar uitgangpunten, lijkt de liberale Teldersstichting nog niet zo. Zij graaft zich in haar vertrouwde oude stellingen in. De reactie van SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan was dan ook stevig. In het rapport wordt geen rekening gehouden met het voortschrijdend economisch inzicht in de effecten van privatisering. ‘De nuance is onzichtbaar in deze klaroenstoot en lichtflits voor de vrijheid van de markt’.
Het parlement zelf bereid zich voor op de behandeling van de rapporten van de Algemene Rekenkamer over Rechtspersonen met een Wettelijke Taak. Vele tientallen vragen gingen vorige week uit naar de departementen. Erg voorspelbare vragen, eerlijk gezegd, die niet echt de kern van de zaak betreffen.
Die kernvraag is: welk beleid gaat het nieuwe kabinet voeren rond verzelfstandigde organisaties waarover het coalitieakkoord volledig zweeg? Daarom moet het parlement wachten op het kabinetsstandpunt over de toekomstige positie van zelfstandige bestuursorganen. Die discussie wordt dezer dagen door een ambtelijke commissie voorbereid, waarbij de noodzaak van behoud van zelfstandigheid van uitvoeringsorganisaties als het Kadaster, Dienst Wegverkeer (RDW) en de Informatie Beheer Groep mede onderwerp van debat is, naast saillante vragen omtrent de vermogensomvang en de beloning van de top.
Sommige bestuurders van zelfstandige bestuursorganen, zoals directeur Hakkenberg van de RDW, vrezen al terugdraaiing van de zelfstandige status en wijzen op de hoge, in hun ogen onnodige veranderkosten die gemoeid zijn met het weer omvormen van zelfstandige bestuursorganen tot agentschap. De vraag is dus anno 2007 voor het kabinet: privatisering moet van oudsher de staat iets opleveren, mag het terugdraaien van verzelfstandigingen iets kosten?
woensdag, maart 14, 2007
Hoorzitting Commissie Rijksuitgaven
In opzet is het Nederlands comptabel stelsel, ook in internationaal perspectief, hoogstaand. Doorgaans
- adequate macro-begrotingsramingen (Zalm-norm en CPB-expertise),
- op micro-niveau verbinding tussen beleidsdoelen en budget (VBTB) en
- aansluiting tussen begroting en verantwoording (derde dinsdag, derde woensdag).
Toch zijn er in de werking van het comptabel stelsel een aantal kritische noten te plaatsen.
- De omvang van de amendering door de Tweede Kamer is opmerkelijk laag, geen kwart procent. Versterking van de benutting van recht van amendement is echter een verantwoordelijkheid die niet comptabel is maar aan de politiek zelf. Amendementen van de Kamer zijn echter geen ‘blanco cheque’, ook geamendeerde budgetten verdienen toetsing op nut, noodzaak en doelmatigheid..
- Er ontbreekt vergeleken met andere landen in het voorjaar een debat over de budgettaire hoofdlijnen tussen Kamer en kabinet ten behoeve van het opstellen van de komende ontwerpbegroting; het Voorjaarsnotadebat is nu een ‘gekunsteld’ aangrijpingspunt want eigenlijk bedoeld voor het lopend jaar. Een hoofdlijnenbrief van Financiën is een optie.
- Het tijdstip van afhandelen van de 2e suppletoren is zo laat dat materieel de departementen de middelen al moeten hebben besteed; vervroeging van de indiening 2e suppletoren of versnelling van de afhandeling zou ordelijk zijn. Wel mogelijk consequenties voor Slotwet die nu alleen technische mutaties mag bevatten.
- De Eerste Kamer debatteert nu na de jaarwisseling over de ontwerpbegrotingen; dat is in alle opzichten ontijdig en vergt een versnelde afhandeling door de Tweede Kamer.
- Het goede idee van Verantwoordingsdag heeft onvoldoende effect gesorteerd. De oplossing is echter in handen van het parlement zelf.
- Het met twee stelsels werken, baten-lasten en verplichtingen-kas, ,is, hoe bekritiseerbaar ook, een pragmatische oplossing voor de twee werelden van beleid en uitvoering die het rijk herbergt. Wel is de kennis omtrent baten- en lasten in alle geledingen zorgwekkend laag. Dat verdient verbetering.
- De grote verdienste van de laatste twintig jaar is dat mede dankzij accountants en ARK de rechtmatigheid in hoge mate is geborgd; de prijs waartegen is echter onevenredig hoog geworden, niet alleen de omvang van auditdiensten en ARK maar ook de ambtelijke controle-inspanningen en verkrampingen van het uitvoeringsproces zijn hoog. Er is lef nodig om te komen tot een stelselherziening met als thematiek bijvoorbeeld controle in andere frequenties, echte single audits of oplossingen anderszins waarbij via bijvoorbeeld een Staatscommissie ook reflectie op de positie en werkwijze van de Algemene Rekenkamer geen taboe moet zijn.
maandag, maart 05, 2007
Maatschappelijk verantwoorde overheden
Bij zijn afscheid bood de stagiaire ons een certificaat aan, goed voor enkele bomen die op een onbekende plek zouden worden geplant. Immers, zo betoogde hij, voor zijn onderzoek had hij moeten (trein)reizen en hij wilde een C02 neutrale stage. Tja, die Wageningers was de eerste gedachte. Maar wel beschouwd lijkt het denken over duurzaamheid wijdverbreid, ook binnen de overheid.
Vooral bewuster inkopen staat in de aandacht. Het is geen klusje meer voor de mannen van het magazijn maar mag zich verheugen in een warme maatschappelijke en politieke belangstelling. Zie ook de Amerikaanse pompexploitant die terreurvrije benzine uit de pompen laat vloeien. Gegarandeerd niet uit moslimstaten of van ‘linkse gekken’ als de Venezolaan Hugo Chavez, maar uit Canadese, Mexicaanse of Amerikaanse peut.
Nog vorige week publiceerde ook in Nederland een brede groep beroemdheden een manifest (‘Verander het klimaat’) met bespiegelingen over onder meer overheidsaankopen. Ze betrokken de stelling dat ‘de overheid alleen nog ‘de beste en schoonste spullen’ moet gebruiken. In het coalitieakkoord staan ferme uitspraken over de overheidsinkoop. ‘De positie van het MKB wordt bevorderd door ruimere toegang tot overheidsopdrachten.’
Wie dit geheel op zich in laat werken kan de schrik om het hart slaan. Vrij vertaald: De overheid doet alleen zaken met middenstanders die voldoende minderheidsgroepen in dienst hebben, kunnen aantonen dat er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen, innovatieve technieken gebruiken en kunnen garanderen dat er gewerkt is met biologische materialen uit bevriende naties. Is dat de bedoeling?
Dat is wel het idee achter duurzame bedrijfsvoering: bij alle aankopen rekening houden met het milieu en sociale aspecten. Dus met arbeidsomstandigheden als mensonterende productieprocessen en kinderarbeid en met milieuaspecten als afval en gevaarlijke stoffen en behoud van flora en fauna.
Overheidsorganisaties geven jaarlijks dertig miljard euro uit aan inkopen en aanbestedingen. Zo vormt zij een substantieel deel van de markt voor onder andere kantoorartikelen, weg- en bouwwerkzaamheden, transportmiddelen en energie. Door duurzaam in te kopen kan de overheid een impuls geven aan de marktpositie van duurzame producten, werken en diensten.
Op dit moment kopen alle Nederlandse overheden gezamenlijk voor slechts twintig procent duurzaam in. In 2005 is de doelstelling geformuleerd dat duurzaamheid in 2010 bij minstens vijftig procent van alle aankopen en investeringen een belangrijk criterium vormt. Op voorstel van de Kamerleden Ger Koopmans (CDA) en Paul de Krom (VVD) is zelfs een motie aangenomen waarin die ambitie is verhoogd tot honderd procent, als resultaatsverplichting.
Dus zijn departementen aan de slag met, duurzame kantoorrenovatie en -nieuwbouw, energiebesparing, stringent parkeerbeleid voor ambtenaren, vliegreizen compenseren via ‘Trees for travel’, inkoop van duurzaam hout, afvalscheiding en veel meer. Ook provincies en gemeenten hebben de ambitie om in 2012 voor vijftig procent of meer duurzaam in te kopen. Zo gaan onder groeiende maatschappelijke en politieke druk ook overheidsorganisaties zich gedragen als ‘maatschappelijk verantwoorde ondernemingen’ of zo je wil ‘maatschappelijk verantwoorde overheden’. Opmerkelijk eigenlijk dat die externe druk nodig is.
vrijdag, februari 16, 2007
Stop de verguizing
Column Binnenlands Bestuur dd 23 februari 2007
Bezuinigen, een kunst op zich. Dat mag de conclusie zijn nu bekend is geworden wat de coalitiepartijen voor ogen staat. Maar ook wat burgers voor idee hebben hoe de overheid kan bezuinigen via inzendingen op de website ‘Bezuinigen kun je zelf. Een ding hebben ze gemeen. Zowel politiek als burgers denkt dat er heel veel te halen is bij de ambtenarij zelf.
De politieke keuze een deel van de ombuigingen te realiseren op de ambtenarij mag geen verrassing heten. Al meerdere kabinetten achtereen en nu weer bleken vrijwel alle partijen in vermindering van ambtenarenaantallen een dankbare bron van dekking te zien voor hun plannen tot latenverlichting of extra uitgaven. Hoewel nu is besloten tot een besparing van uiteindelijk 750 miljoen structureel, zo’n 15000 banen, waren er eerder nog snodere plannen, alvorens het CPB het illusoire karakter daarvan becijferde. Zelfs een ambtenaar kun je immers maar een keer ontslaan. Er is wel over te twisten of het voorstel van de Haagse departementsbazen -die zelf aanboden tot 750 miljoen te besparen op de eigen organisatie- een slimme zet was om grotere ombuigingen te voorkomen of een naïeve daad van zelfdestructie.Maar sinds kort kan iedereen ideeën voor besparingen posten op de Financiën-website www.bezuinigenkunjezelf.nl <http://www.bezuinigenkunjezelf.nl/> Dit is te danekn aan een kamermotie van jawel Gonny (waar is mijn leesbril) van den Oudenallen en Ferd Crone. En geen carnavalsmop.Op de site is nu al te lezen wat er leeft onder de mensen. ‘Koop goed gereedschap voor ambtenaren, dat is het halve werk. Ga sneller werken. Ambtenaren allemaal in de 2e klasse. Geef iedere ambtenaar een cursus blind typen. De EU kost meer dan het oplevert, dus opheffen. Buitenlandse vredesmissies door de EU laten betalen. Niet permanent maar alleen tijdelijke scootmobielen uitgeven. Salarisstrookjes per mail bespaart portokosten. Treinrails in snelwegen integreren. Verbied extern vergaderen. Scholieren niet laten doubleren maar zomers bijspijkeren. Militairen terug uit Afghanistan. Onmiddellijk stoppen met deze site. Bezuinigen op losbladige abonnementen. Warme truien dragen en verwarming lager’.Rijp en groen, creatievelingen, doordenkers, slimmerds, Zeeuwen ; wat hebben inmiddels veel mensen gereageerd! Maar toch mag je je afvragen of met alle goede wil van de wereld voldoende omvangrijke besparingen zouden worden gerealiseerd, als we deze inmiddels lange lijst van ideeën zelfs maar voor een gedeelte overnemen.Natuurlijk, wie het kleine niet eert is het grote enzovoort. Ook Zalm stond zich er laatst nog op voor te hebben bespaard door zijn ambtenaren te hebben verboden nog kerstkaarten te sturen. Ik heb dan ook goede hoop dat er een mooi lijstje met echte besparingen kan voortvloeien uit de ideeën op de website, maar voldoende zal het niet zijn voor dit kabinet, tenzij in aanvulling op het coalitieakkoord aanvullende politieke keuzen worden gemaakt en we geen JSF aanschaffen, de kinderbijslag tot twee kinderen beperken of anderszins. Bezuinigen, zo blijkt maar weer, is echt een kunst op zich. Nu de politiek de kaders heeft aangegeven en de burgers hebben gesproken, zullen het toch weer de ambtenaren moeten zijn die de efficiencyverbeteringen in zorg en publieke dienst echt doen welslagen. Ook al daarom mag de verguizing van ambtenaren wel eens stoppen.
dinsdag, februari 06, 2007
Publieke productiviteit
Kan de ambtelijke dienst alleen efficiënter werken wanneer de politiek regelmatig dwingende taakstellingen oplegt? Er zal weer veel over gedebatteerd worden nu de nieuwe regeringspartijen tenminste 750 miljoen willen besparen op het overheidsapparaat. Temidden van andere budgettaire keuzen is besparen op ambtenaren voor opeenvolgende kabinetten een schijnbaar pijnloze ombuiging.
Het recente rapport van het SCP rekende ons voor dat autonome besparingen nauwelijks voorkomen in de publiek sector. De productiviteitsontwikkeling schommelt in de tijd bezien rond de nul, terwijl in delen van de private sector jaarlijks twee tot drie procent productiviteitsstijging wordt behaald. Daarom wordt vaak gezegd dat we zullen moeten leren leven met een publieke sector die steeds zwaarder drukt op onze totale economie. Een bekend voorbeeld is het symfonieorkest. Musici kunnen een meesterstuk niet sneller spelen om de productiviteit te verhogen. Evenmin kan een klassiek kwartet met drie muzikanten uit de voeten.
Toch verbaast het gemak waarmee dergelijke dooddoeners worden geaccepteerd. Zó anders is de publiek sector toch ook niet? Ook hier liggen kansen op productiviteitsverbetering, alleen is het de vraag of die worden gegrepen en of de bestaande prikkels goed werken.Kijkend naar de rijksoverheid zijn er drie uitvoeringsorganisaties die meer dan de helft van het personeelsbestand bepalen. Belastingdienst, gevangeniswezen en Rijkswaterstaat herbergen zo’n 60.000 van de 110.000 rijksambtenaren. Maar daar is wel degelijk fors geïnvesteerd in productiviteitsverhogende maatregelen.
Rijkswaterstaat heeft vaker taken door de markt laten uitvoeren en het werk van duizenden medewerkers geconcentreerd in enkele landelijke servicecentra. Zo kon per saldo bijna een kwart van haar personeel afvloeien en is de eigen productiviteit aantoonbaar verhoogd, veel meer dan het vorige kabinet aan taakstellingen oplegde.
Het gevangeniswezen heeft naarstig gezocht naar rationalisatie van de interne bedrijfsvoering. Via de inzet van ict als hulpmiddel voor bewaarders en via experimenten met meerpersoonscellen is meer efficiency bereikt, zonder grote concessies te doen aan een veilig en menselijke regime in instellingen.
De Belastingdienst heeft de stijgende werklast kunnen opvangen door vergaande automatisering van haar administratieve processen. Er is een aantoonbare productiviteitsslag gemaakt door minder handmatig werk en meer geautomatiseerde afdoening van aangiften.
De commotie over de taakstellingen die nu loskomt is daarom niet helemaal onterecht en wel om twee redenen. Ten eerste wordt miskend dat iedere productiviteitsverbetering eerst tijd, geld en moeite kost, namelijk om processen te herontwerpen en medewerkers (om) te scholen. Zomaar inboeken van efficiencytaakstellingen is naïef, de kost gaat ook hier voor de baat uit. Een belangrijker grief is dat politici te vaak extra taken aan uitvoeringsorganisaties toevertrouwen die extra capaciteit vergen, zonder de politieke keuze bij te leveren wat minder kan: kwantiteit of kwaliteit. Meer werk met minder mensen veronderstelt een heroïsche productiviteitsontwikkeling. Niet zelden is daarom de kwaliteit van de beleidsuitvoering de dupe van gebrek aan echte politieke keuzen bij het opleggen van taakstellingen.
maandag, januari 29, 2007
‘Israël betaalt Palestijnen’
‘Het zijn net mensen’ is de prikkelende titel van het veelgeprezen boek van Joris Luyendijk over zijn correspondentschap in het Midden-Oosten. Het was voor hem vaak een hele opgave om in alle hectiek steeds de opvatting van de bevolking te moeten peilen in landen waar hele en halve dictators echte opinieonderzoeken en volksraadplegingen verbieden (of deze manipuleren) en veel , burgers vrezen voor het geven van hun mening. Zo haalt Luyendijk de anekdote aan van de kluiskraak waarin ‘de verkiezingsuitslag van het volgende jaar werd gestolen’. Vaak lijken alleen door het westen gesponsorde criticasters en activisten, de ‘donor darlings’, bereid hun mening te geven. Maar ook merkte Luijendijk op hoezeer verslaggeving en daarmee onze beeldvorming wordt bepaald door de toon en woordkeus van de correspondenten. Ook de titel van deze column, die vorige week als kop in vrijwel alle kranten verscheen, is daar zo’n voorbeeld van.
Bij eerste oogopslag lijkt het een daad van altruïsme of tenminste het inlossen van een schuld, Israël betaalt (de rekening, de schuld?) aan de Palestijnen. Betere lezing leert dat het niet gaat om het betalen van een openstaande rekening, maar om het overmaken van 100 miljoen dollar. Als gunst? Geenszins. Israël int bijna 500 miljoen euro belastinggeld per jaar voor de Palestijnen. Na de verkiezingsoverwinning van Hamas vorig jaar heeft Israël de overdracht van dit belastinggeld stopgezet. Mede hierdoor is de Palestijnse overheid in financiële problemen gekomen. De ‘betaling’ is dus niets meer dan het voldoen aan verplichtingen die men had, geenszins een gunst. Maar dan nog wel een met een duidelijk oormerk en oogmerk. Niet voor ambtenarensalarissen maar ‘ter ondersteuning van de presidentiele garde’ van President Abbas. De met Abbas concurreerde Hamaspartij reageerde kwaad op deze beperkingen aan de besteding van het geld. "Dit geld moet worden gespendeerd volgens Palestijnse prioriteiten. Het is niet aan Israël om te beslissen waaraan het wordt uitgegeven", stelde men.
Ook in Nederlandse krantenkopen komt wel verwarring voor over overheidsfinanciën. Toen het parlement enkele jaren geleden na afloop van een jaar vaststelde dat niet alle budget was besteed, wilde men het restant in de woorden van de toenmalige kamervoorzitter Weisglas ‘overmaken’ aan Financiën, ‘teruggeven’ zei hij letterlijk. ‘Parlement stort geld terug in schatkist’ aldus de Volkskrant destijds’. Een misverstand natuurlijk; er was geen geld ‘over’ dus ook niets ‘over te maken’, men had alleen niet alles ‘getrokken’ op het maximale budget.
Nog principiëler is de vraag ‘wat te doen’ met overschotten nu het kabinet weer een positief jaarsaldo van drie miljard meldt over 2006. Mag een kabinet eigenlijk beleidsmatig streven naar overschotten? En hoe deze dan te besteden? Extra uitgaven in het jaar erna, lagere belastingen, staatsschuldaflossing, iedere burger €200 in handen? ? De onderhandelaars Balkenende, Bos en Rouvoet zullen er zich een mening over moeten vormen.
Toen zich enkele jaren geleden in de VS een overschot voordeed en de partijen daar bakkeleiden over de bestemming was een schrijver van een ingezonden brief erg stelling. Het geld moest terug naar de belastingbetaler. Want, hield hij de politici voor die dansten om de pot met geld: ‘Its not your money, it’s our money’’.
donderdag, januari 11, 2007
Geld speelt geen rol
‘Het heerlijkste hotel van Nederland, een must voor iedereen die van rust, stijl en heerlijk eten houdt’. Dat hotel is volgens bezoekers van een reiswebsite te vinden in Lauswolt. En tja, wie misgunt het de onderhandelaars die onder leiding van informateur Wijffels hier de coalitiegesprekken startten. Maar eigenlijk had ik de onderhandelaars verwacht in de buitenruimten van de aloude Woodbrokers, bijvoorbeeld in Barchem (geadverteerd als ‘unieke plaats voor zelfbezinning’) of in Bentveld. Christelijk-sociale bezinningsoorden zonder het prijskaartje van Lauswolt. En Bentveld heeft ook goede recensies. ‘Vriendelijke personeel, zeer verzorgd ontbijt en nette kamer’.
Maar goed, nu de echte vraag; waar staat de Christenunie financieel-economisch? Puur links zoals Rutte verkondigde of, zoals een CDA-commentator zei; Christelijk Groen Links ? Wat zal de partij willen verzilveren en hoe sluit dat aan bij de wensen van PvdA en CDA? Zal ze net zoals D66 destijds eigen claims inbrengen, zoals destijds D66 miljoenen voor onderwijs wist te verwerven?
Net als de andere partijen gaat de Christenunie in haar plannen uit van een behoedzame groeiraming van 1,75%. Haar streven naar een structureel overschot van 1% BBP op de rijksbegroting is bepaald niet links, eerder behoudend. En net als onder Zalm wil ze uitgaven en ontvangsten gescheiden houden, echter met twee verschillen. Als door belastingenmeevallers het EMU-saldo meer dan 1% meevalt, moet dat zo nodig uitgegeven kunnen worden. En bovendien moet de groeiraming na twee jaar herzien worden, wederom vooral bedoeld om niet de hand op de knip te (hoeven) houden bij fikse economische groei. Per saldo dus een evenwichtig macro-beleid dat wat dichter bij de PvdA zit dan bij het CDA (en vooral VVD).
Ook overigens kent de Christenunie in haar inhoudelijke keuzen een prachtige balans tussen CDA- en PvdA-preferenties. Lees maar: ‘Lastenverlichting (a la CDA) en een eerlijke en rechtvaardige lastenverdeling ; sterkste schouders, zwaarste lasten (a la PvdA). ‘Lage inkomens kunnen specifieke maatregelen tegemoet zien, onder meer via de zorgtoeslag en de huurtoeslag. (..) door de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen’. CDA en PvdA kunnen het zo nazeggen.
Eigenlijk is het overgrote deel van de Christenunie-agenda eenvoudig in te passen in het PvdA-CDA-spectrum maar is de partij bepaald niet linkser dan de PvdA.
Kleur bekent de Christenunie door tegen afschaffing te zijn van een fiscale aftrekpost die ‘vrouwen thuis houdt’. En anders dan waarschijnlijk de PvdA wil de Christenunie bestaande kinderopvangregelingen ten goede te laten komen aan alle gezinnen, niet alleen aan ouders die kinderen bij erkende dagverblijven brengen.
De Christenunie kan de benodigde zetels leveren voor een meerderheidscoalitie. Of de beide groten hen erbij willen, hangt niet af van materiële maar immateriële issues, net zoiets als de bestuurlijke vernieuwing van D66 in het vorig kabinet.
Hoe graag willen Bos respectievelijk Rouvoet meedoen? Rouvoet kent de ‘werdegang’ van D66. Scoren op materiele issues (zoals D66 extra onderwijsbudget uitonderhandelde) wordt door de eigen achterban uiteindelijk lager gewaardeerd dan resultaten op kernmerkende (immateriële) issues. Toch maar een paar dagen naar de Woodbrokers voor ‘zelfbezinning’?