Column Binnenlands Bestuur dd 23 maart 2007
Onverwacht veel debat was er de afgelopen dagen rond privatisering en verzelfstandiging. Parlement, denktanks en de nieuw aangetreden minister van Financiën lieten zich hier voor het eerst uit over uit. Is er een nieuw elan te bespeuren?
Vice-premier Bos liet in het parlement weten dat deze coalitie een ander ideologische positie inneemt dan de vorige. Kamerlid Ferd Crone had al eerder de PvdA-ideeën over sociale vennootschappen ontvouwd en het CDA-idee van de maatschappelijke onderneming is zelfs in het coalitieakkoord opgenomen. Hoewel beide concepten nog erg open en deels onuitgewerkt zijn, zullen ze veel terugkeren in het privatiseringsdebat. Zeker zullen ze leiden tot een andere koers bij het aandeelhoudersbeleid van de staat onder Bos. Bedacht zij wel, dat net voor Bos’ aantreden Financiën belangen in bijvoorbeeld KPN, TNT en Sdu verkocht. Hij kan dus redelijk vrijuit spreken nu zijn aandelenportefeuille is opgeschoond. Alleen de door Zalm nagestreefde verkoop van aandelen Schiphol strandde nipt door langdurig verzet uit de hoofdstad. Maar ook onder Bos is gedeeltelijke verkoop van Schipholaandelen niet uitgesloten, al zal deze coalitie andere doelen stellen bij een eventuele verkoop dan de vorige.
Een vertrouwd privatiseringsgeluid klonk uit de liberale denktank die in het rapport ‘Vertrouwen in de markt’ de welbekende privatiseringsgrammofoon weer eens draaide. ‘Meer markt, geen sectorspecifieke regels na privatisering, het gehele spoor privatiseren, geen cent subsidie meer voor het openbaar vervoer’. En meer. Waar bijvoorbeeld het CDA zich in de paarse jaren in de oppositie bezon op haar uitgangpunten, lijkt de liberale Teldersstichting nog niet zo. Zij graaft zich in haar vertrouwde oude stellingen in. De reactie van SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan was dan ook stevig. In het rapport wordt geen rekening gehouden met het voortschrijdend economisch inzicht in de effecten van privatisering. ‘De nuance is onzichtbaar in deze klaroenstoot en lichtflits voor de vrijheid van de markt’.
Het parlement zelf bereid zich voor op de behandeling van de rapporten van de Algemene Rekenkamer over Rechtspersonen met een Wettelijke Taak. Vele tientallen vragen gingen vorige week uit naar de departementen. Erg voorspelbare vragen, eerlijk gezegd, die niet echt de kern van de zaak betreffen.
Die kernvraag is: welk beleid gaat het nieuwe kabinet voeren rond verzelfstandigde organisaties waarover het coalitieakkoord volledig zweeg? Daarom moet het parlement wachten op het kabinetsstandpunt over de toekomstige positie van zelfstandige bestuursorganen. Die discussie wordt dezer dagen door een ambtelijke commissie voorbereid, waarbij de noodzaak van behoud van zelfstandigheid van uitvoeringsorganisaties als het Kadaster, Dienst Wegverkeer (RDW) en de Informatie Beheer Groep mede onderwerp van debat is, naast saillante vragen omtrent de vermogensomvang en de beloning van de top.
Sommige bestuurders van zelfstandige bestuursorganen, zoals directeur Hakkenberg van de RDW, vrezen al terugdraaiing van de zelfstandige status en wijzen op de hoge, in hun ogen onnodige veranderkosten die gemoeid zijn met het weer omvormen van zelfstandige bestuursorganen tot agentschap. De vraag is dus anno 2007 voor het kabinet: privatisering moet van oudsher de staat iets opleveren, mag het terugdraaien van verzelfstandigingen iets kosten?
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
maandag, maart 19, 2007
woensdag, maart 14, 2007
Hoorzitting Commissie Rijksuitgaven
Inleiding op maandag 12 maart 2007 in de Tweede Kamer over modernisering van het budgetrecht
In opzet is het Nederlands comptabel stelsel, ook in internationaal perspectief, hoogstaand. Doorgaans
- adequate macro-begrotingsramingen (Zalm-norm en CPB-expertise),
- op micro-niveau verbinding tussen beleidsdoelen en budget (VBTB) en
- aansluiting tussen begroting en verantwoording (derde dinsdag, derde woensdag).
Toch zijn er in de werking van het comptabel stelsel een aantal kritische noten te plaatsen.
- De omvang van de amendering door de Tweede Kamer is opmerkelijk laag, geen kwart procent. Versterking van de benutting van recht van amendement is echter een verantwoordelijkheid die niet comptabel is maar aan de politiek zelf. Amendementen van de Kamer zijn echter geen ‘blanco cheque’, ook geamendeerde budgetten verdienen toetsing op nut, noodzaak en doelmatigheid..
- Er ontbreekt vergeleken met andere landen in het voorjaar een debat over de budgettaire hoofdlijnen tussen Kamer en kabinet ten behoeve van het opstellen van de komende ontwerpbegroting; het Voorjaarsnotadebat is nu een ‘gekunsteld’ aangrijpingspunt want eigenlijk bedoeld voor het lopend jaar. Een hoofdlijnenbrief van Financiën is een optie.
- Het tijdstip van afhandelen van de 2e suppletoren is zo laat dat materieel de departementen de middelen al moeten hebben besteed; vervroeging van de indiening 2e suppletoren of versnelling van de afhandeling zou ordelijk zijn. Wel mogelijk consequenties voor Slotwet die nu alleen technische mutaties mag bevatten.
- De Eerste Kamer debatteert nu na de jaarwisseling over de ontwerpbegrotingen; dat is in alle opzichten ontijdig en vergt een versnelde afhandeling door de Tweede Kamer.
- Het goede idee van Verantwoordingsdag heeft onvoldoende effect gesorteerd. De oplossing is echter in handen van het parlement zelf.
- Het met twee stelsels werken, baten-lasten en verplichtingen-kas, ,is, hoe bekritiseerbaar ook, een pragmatische oplossing voor de twee werelden van beleid en uitvoering die het rijk herbergt. Wel is de kennis omtrent baten- en lasten in alle geledingen zorgwekkend laag. Dat verdient verbetering.
- De grote verdienste van de laatste twintig jaar is dat mede dankzij accountants en ARK de rechtmatigheid in hoge mate is geborgd; de prijs waartegen is echter onevenredig hoog geworden, niet alleen de omvang van auditdiensten en ARK maar ook de ambtelijke controle-inspanningen en verkrampingen van het uitvoeringsproces zijn hoog. Er is lef nodig om te komen tot een stelselherziening met als thematiek bijvoorbeeld controle in andere frequenties, echte single audits of oplossingen anderszins waarbij via bijvoorbeeld een Staatscommissie ook reflectie op de positie en werkwijze van de Algemene Rekenkamer geen taboe moet zijn.
maandag, maart 05, 2007
Maatschappelijk verantwoorde overheden
Column Binnenlands Bestuur dd 9 maart 2007
Bij zijn afscheid bood de stagiaire ons een certificaat aan, goed voor enkele bomen die op een onbekende plek zouden worden geplant. Immers, zo betoogde hij, voor zijn onderzoek had hij moeten (trein)reizen en hij wilde een C02 neutrale stage. Tja, die Wageningers was de eerste gedachte. Maar wel beschouwd lijkt het denken over duurzaamheid wijdverbreid, ook binnen de overheid.
Vooral bewuster inkopen staat in de aandacht. Het is geen klusje meer voor de mannen van het magazijn maar mag zich verheugen in een warme maatschappelijke en politieke belangstelling. Zie ook de Amerikaanse pompexploitant die terreurvrije benzine uit de pompen laat vloeien. Gegarandeerd niet uit moslimstaten of van ‘linkse gekken’ als de Venezolaan Hugo Chavez, maar uit Canadese, Mexicaanse of Amerikaanse peut.
Nog vorige week publiceerde ook in Nederland een brede groep beroemdheden een manifest (‘Verander het klimaat’) met bespiegelingen over onder meer overheidsaankopen. Ze betrokken de stelling dat ‘de overheid alleen nog ‘de beste en schoonste spullen’ moet gebruiken. In het coalitieakkoord staan ferme uitspraken over de overheidsinkoop. ‘De positie van het MKB wordt bevorderd door ruimere toegang tot overheidsopdrachten.’
Wie dit geheel op zich in laat werken kan de schrik om het hart slaan. Vrij vertaald: De overheid doet alleen zaken met middenstanders die voldoende minderheidsgroepen in dienst hebben, kunnen aantonen dat er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen, innovatieve technieken gebruiken en kunnen garanderen dat er gewerkt is met biologische materialen uit bevriende naties. Is dat de bedoeling?
Dat is wel het idee achter duurzame bedrijfsvoering: bij alle aankopen rekening houden met het milieu en sociale aspecten. Dus met arbeidsomstandigheden als mensonterende productieprocessen en kinderarbeid en met milieuaspecten als afval en gevaarlijke stoffen en behoud van flora en fauna.
Overheidsorganisaties geven jaarlijks dertig miljard euro uit aan inkopen en aanbestedingen. Zo vormt zij een substantieel deel van de markt voor onder andere kantoorartikelen, weg- en bouwwerkzaamheden, transportmiddelen en energie. Door duurzaam in te kopen kan de overheid een impuls geven aan de marktpositie van duurzame producten, werken en diensten.
Op dit moment kopen alle Nederlandse overheden gezamenlijk voor slechts twintig procent duurzaam in. In 2005 is de doelstelling geformuleerd dat duurzaamheid in 2010 bij minstens vijftig procent van alle aankopen en investeringen een belangrijk criterium vormt. Op voorstel van de Kamerleden Ger Koopmans (CDA) en Paul de Krom (VVD) is zelfs een motie aangenomen waarin die ambitie is verhoogd tot honderd procent, als resultaatsverplichting.
Dus zijn departementen aan de slag met, duurzame kantoorrenovatie en -nieuwbouw, energiebesparing, stringent parkeerbeleid voor ambtenaren, vliegreizen compenseren via ‘Trees for travel’, inkoop van duurzaam hout, afvalscheiding en veel meer. Ook provincies en gemeenten hebben de ambitie om in 2012 voor vijftig procent of meer duurzaam in te kopen. Zo gaan onder groeiende maatschappelijke en politieke druk ook overheidsorganisaties zich gedragen als ‘maatschappelijk verantwoorde ondernemingen’ of zo je wil ‘maatschappelijk verantwoorde overheden’. Opmerkelijk eigenlijk dat die externe druk nodig is.
Bij zijn afscheid bood de stagiaire ons een certificaat aan, goed voor enkele bomen die op een onbekende plek zouden worden geplant. Immers, zo betoogde hij, voor zijn onderzoek had hij moeten (trein)reizen en hij wilde een C02 neutrale stage. Tja, die Wageningers was de eerste gedachte. Maar wel beschouwd lijkt het denken over duurzaamheid wijdverbreid, ook binnen de overheid.
Vooral bewuster inkopen staat in de aandacht. Het is geen klusje meer voor de mannen van het magazijn maar mag zich verheugen in een warme maatschappelijke en politieke belangstelling. Zie ook de Amerikaanse pompexploitant die terreurvrije benzine uit de pompen laat vloeien. Gegarandeerd niet uit moslimstaten of van ‘linkse gekken’ als de Venezolaan Hugo Chavez, maar uit Canadese, Mexicaanse of Amerikaanse peut.
Nog vorige week publiceerde ook in Nederland een brede groep beroemdheden een manifest (‘Verander het klimaat’) met bespiegelingen over onder meer overheidsaankopen. Ze betrokken de stelling dat ‘de overheid alleen nog ‘de beste en schoonste spullen’ moet gebruiken. In het coalitieakkoord staan ferme uitspraken over de overheidsinkoop. ‘De positie van het MKB wordt bevorderd door ruimere toegang tot overheidsopdrachten.’
Wie dit geheel op zich in laat werken kan de schrik om het hart slaan. Vrij vertaald: De overheid doet alleen zaken met middenstanders die voldoende minderheidsgroepen in dienst hebben, kunnen aantonen dat er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen, innovatieve technieken gebruiken en kunnen garanderen dat er gewerkt is met biologische materialen uit bevriende naties. Is dat de bedoeling?
Dat is wel het idee achter duurzame bedrijfsvoering: bij alle aankopen rekening houden met het milieu en sociale aspecten. Dus met arbeidsomstandigheden als mensonterende productieprocessen en kinderarbeid en met milieuaspecten als afval en gevaarlijke stoffen en behoud van flora en fauna.
Overheidsorganisaties geven jaarlijks dertig miljard euro uit aan inkopen en aanbestedingen. Zo vormt zij een substantieel deel van de markt voor onder andere kantoorartikelen, weg- en bouwwerkzaamheden, transportmiddelen en energie. Door duurzaam in te kopen kan de overheid een impuls geven aan de marktpositie van duurzame producten, werken en diensten.
Op dit moment kopen alle Nederlandse overheden gezamenlijk voor slechts twintig procent duurzaam in. In 2005 is de doelstelling geformuleerd dat duurzaamheid in 2010 bij minstens vijftig procent van alle aankopen en investeringen een belangrijk criterium vormt. Op voorstel van de Kamerleden Ger Koopmans (CDA) en Paul de Krom (VVD) is zelfs een motie aangenomen waarin die ambitie is verhoogd tot honderd procent, als resultaatsverplichting.
Dus zijn departementen aan de slag met, duurzame kantoorrenovatie en -nieuwbouw, energiebesparing, stringent parkeerbeleid voor ambtenaren, vliegreizen compenseren via ‘Trees for travel’, inkoop van duurzaam hout, afvalscheiding en veel meer. Ook provincies en gemeenten hebben de ambitie om in 2012 voor vijftig procent of meer duurzaam in te kopen. Zo gaan onder groeiende maatschappelijke en politieke druk ook overheidsorganisaties zich gedragen als ‘maatschappelijk verantwoorde ondernemingen’ of zo je wil ‘maatschappelijk verantwoorde overheden’. Opmerkelijk eigenlijk dat die externe druk nodig is.
Abonneren op:
Posts (Atom)