Column in Binnenlands Bestuur dd 18 mei
De derde woensdag in mei, Verantwoordingsdag, en het afscheid van Tony Blair hebben alles met elkaar te maken. Beide zijn representanten van het bedrijfsmatig denken over de overheid. En net zoals Blairs einde nabij is, kunnen we ook Verantwoordingsdag bijschrijven in de geschiedenisboekjes.
Eerst Blair. In een heerlijk boek van de Britse journalist Simon Jenkins onder de alleszeggende naam ‘Thatcher&Sons’ wordt het grote verhaal verteld van de Britse revolutie. Het Thatcherism maakte in 1979 een eind aan de verwachting dat overheidsingrijpen de economie of een land vooruit kan helpen. De markt zou voorspoed brengen, overheidsorganisaties werden als het even kon geprivatiseerd en overigens gold het adagium van het New Public Management: Run government like business.
Jenkins - zijn boek heeft een hilarische omslag waarop John Major, Tony Blair en zijn waarschijnlijke opvolger Gordon Brown als eendjes achter Maggy aanwaggelen - betoogt dat de machtsovername door Blair in 1997 veeleer een voortzetting van het Thatcherism is geweest dan een trendbreuk ermee. De bedrijfsmatige overheid en verzelfstandiging van taken in quango’s - zo heten de Britse zelfstandige bestuursorganen - zetten Major en Blair (met Brown als co-piloot) onverkort door. Dit ondanks brede kritiek, onder meer in een eerder boek van Jenkins over quango’s met de prachttitel Accountable to none.
Nederland onderscheidde zich nauwelijks van Groot-Brittannië. Lubbers privatiseerde, onder Kok en Zalm werden aandelen in voormalige staatsbedrijven verkocht en ontstonden talloze zelfstandige bestuursorganen. Ook de invoering van andere vormen van bedrijfsmatig denken bij de overheid en het idee van Verantwoordingsdag sloten hier naadloos op aan. Het parlement moest minder mee willen regeren, maar veeleer de geleverde prestaties controleren.
Maar Verantwoordingsdag is mislukt. Alle goede ideeën van toenmalig Kamerlid Jan van Zijl ten spijt en ondanks alle steun van de Algemene Rekenkamer en uit de samenleving. Nederland heeft niet een keer een inhoudsvolle Verantwoordingdag gekend sinds de invoering ervan vijf jaar geleden. Excuses waren er genoeg. De politieke turbulentie van mei 2002; het aantreden van een nieuw kabinet mei 2003; het ‘noodzakelijke’ folderen van fractievoorzitters voor het EU-referendum in 2005; de machtsoverdracht aan een nieuwe ploeg in 2007. Een mix van argumenten kortom waarom Verantwoordingsdag ‘even niet uitkwam’. Maar in 2004 en 2006 golden die niet, terwijl ook in die jaren parlementsleden en fractievoorzitters bij debatten amper kwamen opdagen. Nog steeds lijkt te gelden wat Jan van Zijl ooit uiteenzette: ‘wie de begrotingsbehandeling wil doen (nieuwe plannen lanceren, zendtijdkansen op NOVA!), moet de verantwoording er wel bij doen’.
Het kabinet komt al lang niet meer voor het openings- of slotdebat rond Verantwoordingsdag naar het parlement zoals een enkele keer geschiedde. ‘Dat doet de MP maar of de minister van Financiën’. Ook geen verantwoordingspecials meer van de NRC zoals een keer op die derde woensdag van mei, geen zenuwen meer bij ambtenaren. ‘Verantwoordingsdag? Er zijn toch goedkeurende accountantsverklaringen, een debat met anderhalf Kamerlid, we hebben wel meer te doen.’ Slotvraag : wat komt er na Blair en Verantwoordingsdag. En zeg nu niet: Hemelvaart.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
dinsdag, mei 15, 2007
dinsdag, mei 01, 2007
Genoeg gecontroleerd
Column Binnnenlands bestuur dd 4 mei 2007
Met gemengde gevoelens denk ik terug aan de tijd dat ik voor een eerdere werkgever door het land reisde als onderzoeker. Per trein of auto met maandelijks veel gereisde kilometers. Als ik de auto wenste te gebruiken, soms geen luxe maar noodzaak, tekende mijn baas vooraf een gestandaardiseerd toestemmingsbriefje. Gelukkig was er voor het declareren een reiskostendeclaratieprogramma. Agenda erbij, kilometerafstanden erbij zoeken via de NS-floppy, treinkaartjes optellen, soms lunch of verblijfkosten toevoegen, in even 2 uur per maand was ik klaar. ‘Wel twee dure uren’, dacht ik wel eens.
Ik printte de declaratie uit en voegde autobriefjes bij, mijn baas beoordeelde een en ander (‘maar half’, vond ik vaak) en stuurde de getekende declaratie door naar het aardige meisje van het bedrijfsbureau, ik ontving een kopietje. Zij, het is helaas niet anders, typte de totalen per categorie van mijn declaratie met nog zowat gegevens over – mijn declaratiesysteem en haar uitbetalingensysteem ‘praten niet met elkaar’- en haar baas tekende het resultaat zodat uiteindelijk de gemaakte onkosten vergoed kreeg. Het hoofd bedrijfsbureau hield een beetje bij of de declaraties pasten in het jaarbudget en als de kosten opliepen vroeg hij mijn baas en die aan mij en collega’s of we wat vaker de trein konden nemen omdat dit goedkoper was.
Een vrijgestelde interne controlemedewerker –of zijn assistent- (functiescheiding!) controleerde met enige regelmaat of het bedrijfsbureau bij het toekennen van vergoedingen goed werk leverde en rekende zo af en toe steekproefsgewijs reisdeclaraties na. De accountant ging na of de interne controlemedewerker voldoende interne controles uitvoerde en of gebleken onvolkomenheden serieus werden genomen en besprak dat met het hoofd bedrijfsbureau of liever nog de directeur. Een enkele keer vond een ‘audit’ plaats naar de ‘kostenontwikkeling en mogelijkheid tot beheersing van de reiskostenbudgetten’ met vaak lijvige rapporten tot gevolg en waardevolle aanbevelingen. De Algemene Rekenkamer zag toe op het werk van deze accountacts en auditors en de Tweede Kamer nam met interesse kennis van de bevindingen van de Rekenkamer.
Ik dacht vroeger werkelijk dat dit een heel normaal en ordelijk systeem was, maar inmiddels snap ik dat we elkaar helemaal gek aan het maken zijn.
Die boodschap is nu ook aangekomen in het parlement waar ik twee maanden geleden met vier andere ‘kenners van comptabele vraagstukken’ in een hoorzitting mijn hart mocht luchten bij de commissie Rijksuitgaven over zin en onzin in het financieel management. Het resultaat?
‘De leden van de PvdA-fractie benadrukken dat de hoge mate van rechtmatigheid van de Nederlandse overheidsuitgaven een groot goed is, maar dat we ons bewust moeten zijn dat daar ook aanzienlijke kosten mee gepaard gaan. In dat opzicht steunen de leden de minister bij het zoveel mogelijk toepassen van het principe van single-audit, en roepen de minister op niet te uitbundig te zijn met het uitvoeren van reviewwerkzaamheden. In dit kader zijn de leden van de PvdA-fractie benieuwd naar verdere mogelijkheden om de controlelasten binnen het overheidsapparaat verder te reduceren en kijken uit naar het vervolg dat de minister wil geven aan de door hem gedane moderniseringsvoorstellen van de Comptabiliteitswet.’
Ik kijk graag mee en weet : velen met mij.
Met gemengde gevoelens denk ik terug aan de tijd dat ik voor een eerdere werkgever door het land reisde als onderzoeker. Per trein of auto met maandelijks veel gereisde kilometers. Als ik de auto wenste te gebruiken, soms geen luxe maar noodzaak, tekende mijn baas vooraf een gestandaardiseerd toestemmingsbriefje. Gelukkig was er voor het declareren een reiskostendeclaratieprogramma. Agenda erbij, kilometerafstanden erbij zoeken via de NS-floppy, treinkaartjes optellen, soms lunch of verblijfkosten toevoegen, in even 2 uur per maand was ik klaar. ‘Wel twee dure uren’, dacht ik wel eens.
Ik printte de declaratie uit en voegde autobriefjes bij, mijn baas beoordeelde een en ander (‘maar half’, vond ik vaak) en stuurde de getekende declaratie door naar het aardige meisje van het bedrijfsbureau, ik ontving een kopietje. Zij, het is helaas niet anders, typte de totalen per categorie van mijn declaratie met nog zowat gegevens over – mijn declaratiesysteem en haar uitbetalingensysteem ‘praten niet met elkaar’- en haar baas tekende het resultaat zodat uiteindelijk de gemaakte onkosten vergoed kreeg. Het hoofd bedrijfsbureau hield een beetje bij of de declaraties pasten in het jaarbudget en als de kosten opliepen vroeg hij mijn baas en die aan mij en collega’s of we wat vaker de trein konden nemen omdat dit goedkoper was.
Een vrijgestelde interne controlemedewerker –of zijn assistent- (functiescheiding!) controleerde met enige regelmaat of het bedrijfsbureau bij het toekennen van vergoedingen goed werk leverde en rekende zo af en toe steekproefsgewijs reisdeclaraties na. De accountant ging na of de interne controlemedewerker voldoende interne controles uitvoerde en of gebleken onvolkomenheden serieus werden genomen en besprak dat met het hoofd bedrijfsbureau of liever nog de directeur. Een enkele keer vond een ‘audit’ plaats naar de ‘kostenontwikkeling en mogelijkheid tot beheersing van de reiskostenbudgetten’ met vaak lijvige rapporten tot gevolg en waardevolle aanbevelingen. De Algemene Rekenkamer zag toe op het werk van deze accountacts en auditors en de Tweede Kamer nam met interesse kennis van de bevindingen van de Rekenkamer.
Ik dacht vroeger werkelijk dat dit een heel normaal en ordelijk systeem was, maar inmiddels snap ik dat we elkaar helemaal gek aan het maken zijn.
Die boodschap is nu ook aangekomen in het parlement waar ik twee maanden geleden met vier andere ‘kenners van comptabele vraagstukken’ in een hoorzitting mijn hart mocht luchten bij de commissie Rijksuitgaven over zin en onzin in het financieel management. Het resultaat?
‘De leden van de PvdA-fractie benadrukken dat de hoge mate van rechtmatigheid van de Nederlandse overheidsuitgaven een groot goed is, maar dat we ons bewust moeten zijn dat daar ook aanzienlijke kosten mee gepaard gaan. In dat opzicht steunen de leden de minister bij het zoveel mogelijk toepassen van het principe van single-audit, en roepen de minister op niet te uitbundig te zijn met het uitvoeren van reviewwerkzaamheden. In dit kader zijn de leden van de PvdA-fractie benieuwd naar verdere mogelijkheden om de controlelasten binnen het overheidsapparaat verder te reduceren en kijken uit naar het vervolg dat de minister wil geven aan de door hem gedane moderniseringsvoorstellen van de Comptabiliteitswet.’
Ik kijk graag mee en weet : velen met mij.
Abonneren op:
Posts (Atom)