Ruim een miljard erbij en de OZB vrij. Geen wonder dat vorige week in deze kolommen tevredenheid kon worden opgetekend bij financieel deskundigen van gemeenten. ‘Daar zijn mooie gemeentebegrotingen mee te maken’. Echter, feestbegrotingen zijn doorgaans geen blijk van succesvol budgettair beleid maar eerder een voorbode van een komende kater.
Wanneer doe je dan wel goed als financieel verantwoordelijke? Bij een sluitende begroting of een begroting met veel leuke nieuwe dingen voor de mensen, zoals vorig jaar van Zalm werd verwacht? Alle media, politici, burgers en bedrijven verwachten een feestbegroting, die er niet kwam. Of dit de VVD zetels kostte weet ik niet maar voor het land was het uitblijven van een feestbegroting een zegen. Kijk maar hoe het rijk er nu voor staat. Zalm raamde in zijn laatste Miljoenennota een overschot voor 2007 van 0,2%, Bos meldt in de Voorjaarsnota een tekort van 0,7% ! Indien Zalm een feestbegroting met veel zoet en zonder zuur zou hebben opgesteld zouden de problemen voor Bos nog groter zijn.
Begrijpelijk daarom dat door Bos wordt gekoerst op het begrotingssaldo in het slotjaar van de vierjaarsperiode. De tussenliggende jaren staan dan in het teken van het bereiken van dat einddoel, bijvoorbeeld een sluitende begroting na vier jaar. Geen slecht beleid, zou ik willen zeggen maar nog beter zou zijn niet een sluitende begroting na te streven maar een sluitende rekening voor dat jaar. Begrotingscijfers zijn immers slechts ramingen en bijvoorbeeld de economische groei is de laatste jaren gemiddeld bijna met 1,5% marge fout geraamd door onze beste rekenmeesters, met dito gevolgen voor het begrotingsbeleid.
Kan het nog beter? Ja ik denk het wel. Sturen op een toekomstig begrotingssaldo – of rekeningsaldo is natuurlijk nuttig maar alleen als dat wordt gedaan in het perspectief van de schuldsituatie. Wanneer bij een staatschuld van 50% BBP wordt besloten voortaan een sluitende begroting na te streven, blijven deze schuld en vooral rentebetalingen op de schuld nog heel lang zwaar aantikken. Schuldreductie moet dus mede het doel zijn van begrotingsbeleid.
En het kan nóg beter. Niet de historische schuld van een land zou richtsnoer van beleid moeten zijn, maar veeleer de toekomstige situatie. Een land met een kleine staatsschuld maar een vrij zekere toekomstige verslechtering in de financiële situatie, zoals Nederland waar vergrijzing zorg- en AOW-kosten zal doen stijgen, moet haar beleid richten op een houdbare toekomstige schuldsituatie.
Goed dan, is een land waar een houdbare schuldomvang in de toekomst centraal staat in het begrotingsbeleid goed bezig? Bijna!
Behalve de omvang van schuld en begroting moet vooral ook de samenstelling van de uitgaven evenwichtig zijn. Niet alleen ‘leuke dingen’ maar ook voldoende investeringen.
Kan met al die eisen een gemeente eigenlijk dan nog wel een feestbegroting maken? Ja, dat kan, als het gevoerde beleid aantoonbaar bijdraagt aan de sociale en economische ontwikkeling van de gemeente en zowel begroting als schuld duurzaam houdbaar zijn. De gemeente die daarin slaagt mag met recht zeggen dat er een ‘mooie gemeentebegroting ligt’. De rest verteert de pot, haar burgers kunnen wachten op de (ozb?)kater.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten