Column Binnenlands Bestuur dd 28 september 2007
Enige humor –zelfs in barre tijden- kun je VVD-leider Rutte niet ontzeggen toen hij opmerkte ‘dat het kabinet Den Uyl-2 er is gekomen’. Die over de ‘ kinderpolitie van Rouvoet’ mocht er ook zijn maar was net even minder. Maar met humor alleen red je het niet, noch binnen de VVD (wat een vechtclub is dat geworden), laat staan binnen het parlement. Hebben Rutte, Pechtold en anderen ook echt gelijk dat het kabinet sterk nivelleert?
Nederland heeft iets raars met inkomensspreiding. Topinkomens, exorbitante zelfverrijking, Balkenende-norm, Dijkstals rapport ‘ Normeren en waarderen’, het komt niet door deze thema’s dat de Belgen al maanden in een impasse zitten voordat er een nieuw kabinet is geformeerd. Het zijn de thema‘s van de lage landen.
Weinig bewondering voor topmensen, maar ook maar ook een geformalieerde betrokkenheid bij sociaal zwakkeren, uitzonderingen daargelaten. Ik heb er zelf altijd schik in wanneer bijvoorbeeld een voetballer een miljoenensalaris weet te bedingen bij een nieuwe club en daarvoor zonodig plichtmatig op de reservebank te gaan zitten, zoals Winston Bogarde jaren deed bij grootbetaler Chelsea. Wie was er nu gek, Chelsea of Bogarde? Of ook voor de TOMTOM-oprichters die hun ambities omzetten in een succesvol bedrijf en eerder dit jaar ‘cashten’.
De politiek filosoof John Rawl verdedigde inkomensongelijkheid altijd door als vuistregel mee te geven dat verdere stijging van topinkomens verdedigbaar is, wanneer lagere inkomensgroepen daarvan relatief nog meer profiteren. Dus tien procent stijging voor de top is verdedigbaar wanneer daarvan extra tuinmannen, zwembadbouwers en andere dienstverleners meeprofiteren.
De maatregelen van dit kabinet hebben inderdaad gevolgen voor de allerhoogste inkomens. Pensioenpremies van topverdieners zijn niet meer volledig aftrekbaar, de allerrijksten betalen iets meer belasting voor hun huis, hun fiscale werkbonus wordt afgeroomd en als ze in een verpleeghuis belanden betalen ze meer mee. Is dat schrikken?
Geenszins. Het gaat om fiscaal gezien heel bescheiden bedragen – meer Robin Hood dan nivelleren werd direct al opgemerkt en daardoor hebben deze maatregelen eerder een hoog politieksymbolisch gehalte dan een substantieel budgettaire effect laat staan gevolgen voor de inkomensverdeling. Bijvoorbeeld de verhoging van het eigenwoningforfait voor huizen duurder dan 1 miljoen euro waard, levert ongeveer 15 miljoen euro op. Allemaal een ijsje!
Het is eigenlijk een wonder dat superrijken nog vatbaar zijn voor fiscale maatregelen. Beruchte Amerikaanse en Britse voorbeelden zijn er te over waarbij grootverdieners erkennen dat hun schoonmaakster meer belasting per jaar betaalt dan zij, dankzij alle gecumuleerde fiscale aftrekmogelijkheden voor rijkeren.. Echt ‘klassiek’ nivelleren, het substantieel middelen terugsluizen van ver bovenmodaal naar benedenmodaal is met dit kabintsbeleid dus geheel niet aan de orde. Sterker, op den duur gaat gewoon iedereen er op vooruit gaat, óók de allerhoogste inkomensgroepen.
Vice-premier Bos, die zijn beleid kenschetste als het vragen van een ‘ bescheiden bijdrage van de allerhoogste inkomens’, had dus meer gelijk dan Ruttes Den Uyl- en nivelleringsdemagogie. Dan blijft alleen de vraag aan Bos. Waarom doe je dit allemaal als het uiteindelijk ‘much to do about nothing is’? Rijksbegroting en Belastingplan zijn er toch niet om symboolpolitiek mee te bedrijven?
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
donderdag, september 20, 2007
maandag, september 10, 2007
Grote woorden
Column Binnelands Bestuur dd 13 september 2007
De embargoregeling rond de aanstaande Miljoenennota staat niet in de weg dat de uitkomsten van het kabinetsberaad dezer dagen de pers en zo de burgers bereiken. Niet zelden al tijdens de vrijdagse besprekingen van het kabinet druppelen de persberichten zonder kopje door. En ook de meestbetrokken ministers bijten niet op hun tong. Geen wonder dat ook de leiders van de oppositie, op basis van, ja op basis van wat eigenlijk, alvast de eerste schoten voor de boeg geven.
Dit keer betrof het de reactie op de koopkrachtplaatjes, de Hollandse gekte om theoretische gezinnen op te voeren en met een grote wiskundige precisie te voorspellen hoe alleenstaanden, kleine, grote modale en driemaalmodale fictieve burgers komend jaar beïnvloed worden door kabinetsbeleid. Iedereen weet dat tientallen ander gebeurtenissen in mensenlevens veel meer impact hebben dan de premie- en belastingwijzigingen als gevolg van kabinetsbeleid. Stoppen met roken, trouwen of samenwonen of juist een verbroken relatie, ontslag of juist positieverbetering, minder auto rijden, ja zelfs een goedkopere autoverzekering heeft soms al meer effect op iemands koopkracht dan alle kabinetsbeleid samen. Sorry Den Haag maar jullie doen er maar beperkt toe.
Puur cijferfetisjisme daarom, dat blindstaren op koopkrachtplaatjes. Maar goed, dat is geen reden om zo’n kans voorbij te laten gaan als oppositie nu bleek dat de modellen niet zulke gunstige plaatjes laten zien voor diverse groepen in 2007. Er volgden daarom ferme uitspraken van vooral VVD-voorman Rutte die zo makkelijk kon scoren.
Het echte werk voor Rutte begint echter pas na de derde dinsdag wanneer de oppositiepartijen een tegenbegroting – of hoe ze het ook gaan noemen- gaan presenteren. Bij de algemene financiële beschouwing moet Rutte komen met een omvattend tegenplan om vervolgens bij de begrotingsbehandeling per departement tussen oktober en december met concrete amendementen te komen.
Twee problemen wachten Rutte echter. Ten eerste moet hij proberen samen met andere oppositiepartijen de krachten te bundelen en komen met concrete wijzigingsvoorstellen. Het zal nog een hele toer voor hem zijn Marijnissen en Wilders te verenigen. Naar de mate dat dit niet lukt –en die kans is natuurlijk levensgroot- moet hij regeringspartijen verleiden tot gezamenlijke amendering. Dan komen we bij een fundamenteler en tweede probleem. Leden van ons parlement zijn nauwelijks te porren voor enige vorm van begrotingsamendering. De laatste kabinetsperiode amendeerde het parlement de vier opeenvolgende begroting voor in totaal om en nabij een procent, zeg een kwart procent gemiddeld, per jaar!
Het zal daarom wel blijven bij grote woorden, het droevige lot van een groot deel van ons parlement wanneer het aankomt op begrotingsbesluitvorming. Of vergis ik me dit keer?
De embargoregeling rond de aanstaande Miljoenennota staat niet in de weg dat de uitkomsten van het kabinetsberaad dezer dagen de pers en zo de burgers bereiken. Niet zelden al tijdens de vrijdagse besprekingen van het kabinet druppelen de persberichten zonder kopje door. En ook de meestbetrokken ministers bijten niet op hun tong. Geen wonder dat ook de leiders van de oppositie, op basis van, ja op basis van wat eigenlijk, alvast de eerste schoten voor de boeg geven.
Dit keer betrof het de reactie op de koopkrachtplaatjes, de Hollandse gekte om theoretische gezinnen op te voeren en met een grote wiskundige precisie te voorspellen hoe alleenstaanden, kleine, grote modale en driemaalmodale fictieve burgers komend jaar beïnvloed worden door kabinetsbeleid. Iedereen weet dat tientallen ander gebeurtenissen in mensenlevens veel meer impact hebben dan de premie- en belastingwijzigingen als gevolg van kabinetsbeleid. Stoppen met roken, trouwen of samenwonen of juist een verbroken relatie, ontslag of juist positieverbetering, minder auto rijden, ja zelfs een goedkopere autoverzekering heeft soms al meer effect op iemands koopkracht dan alle kabinetsbeleid samen. Sorry Den Haag maar jullie doen er maar beperkt toe.
Puur cijferfetisjisme daarom, dat blindstaren op koopkrachtplaatjes. Maar goed, dat is geen reden om zo’n kans voorbij te laten gaan als oppositie nu bleek dat de modellen niet zulke gunstige plaatjes laten zien voor diverse groepen in 2007. Er volgden daarom ferme uitspraken van vooral VVD-voorman Rutte die zo makkelijk kon scoren.
Het echte werk voor Rutte begint echter pas na de derde dinsdag wanneer de oppositiepartijen een tegenbegroting – of hoe ze het ook gaan noemen- gaan presenteren. Bij de algemene financiële beschouwing moet Rutte komen met een omvattend tegenplan om vervolgens bij de begrotingsbehandeling per departement tussen oktober en december met concrete amendementen te komen.
Twee problemen wachten Rutte echter. Ten eerste moet hij proberen samen met andere oppositiepartijen de krachten te bundelen en komen met concrete wijzigingsvoorstellen. Het zal nog een hele toer voor hem zijn Marijnissen en Wilders te verenigen. Naar de mate dat dit niet lukt –en die kans is natuurlijk levensgroot- moet hij regeringspartijen verleiden tot gezamenlijke amendering. Dan komen we bij een fundamenteler en tweede probleem. Leden van ons parlement zijn nauwelijks te porren voor enige vorm van begrotingsamendering. De laatste kabinetsperiode amendeerde het parlement de vier opeenvolgende begroting voor in totaal om en nabij een procent, zeg een kwart procent gemiddeld, per jaar!
Het zal daarom wel blijven bij grote woorden, het droevige lot van een groot deel van ons parlement wanneer het aankomt op begrotingsbesluitvorming. Of vergis ik me dit keer?
Abonneren op:
Posts (Atom)