Column Binnelands Bestuur dd 13 september 2007
De embargoregeling rond de aanstaande Miljoenennota staat niet in de weg dat de uitkomsten van het kabinetsberaad dezer dagen de pers en zo de burgers bereiken. Niet zelden al tijdens de vrijdagse besprekingen van het kabinet druppelen de persberichten zonder kopje door. En ook de meestbetrokken ministers bijten niet op hun tong. Geen wonder dat ook de leiders van de oppositie, op basis van, ja op basis van wat eigenlijk, alvast de eerste schoten voor de boeg geven.
Dit keer betrof het de reactie op de koopkrachtplaatjes, de Hollandse gekte om theoretische gezinnen op te voeren en met een grote wiskundige precisie te voorspellen hoe alleenstaanden, kleine, grote modale en driemaalmodale fictieve burgers komend jaar beïnvloed worden door kabinetsbeleid. Iedereen weet dat tientallen ander gebeurtenissen in mensenlevens veel meer impact hebben dan de premie- en belastingwijzigingen als gevolg van kabinetsbeleid. Stoppen met roken, trouwen of samenwonen of juist een verbroken relatie, ontslag of juist positieverbetering, minder auto rijden, ja zelfs een goedkopere autoverzekering heeft soms al meer effect op iemands koopkracht dan alle kabinetsbeleid samen. Sorry Den Haag maar jullie doen er maar beperkt toe.
Puur cijferfetisjisme daarom, dat blindstaren op koopkrachtplaatjes. Maar goed, dat is geen reden om zo’n kans voorbij te laten gaan als oppositie nu bleek dat de modellen niet zulke gunstige plaatjes laten zien voor diverse groepen in 2007. Er volgden daarom ferme uitspraken van vooral VVD-voorman Rutte die zo makkelijk kon scoren.
Het echte werk voor Rutte begint echter pas na de derde dinsdag wanneer de oppositiepartijen een tegenbegroting – of hoe ze het ook gaan noemen- gaan presenteren. Bij de algemene financiële beschouwing moet Rutte komen met een omvattend tegenplan om vervolgens bij de begrotingsbehandeling per departement tussen oktober en december met concrete amendementen te komen.
Twee problemen wachten Rutte echter. Ten eerste moet hij proberen samen met andere oppositiepartijen de krachten te bundelen en komen met concrete wijzigingsvoorstellen. Het zal nog een hele toer voor hem zijn Marijnissen en Wilders te verenigen. Naar de mate dat dit niet lukt –en die kans is natuurlijk levensgroot- moet hij regeringspartijen verleiden tot gezamenlijke amendering. Dan komen we bij een fundamenteler en tweede probleem. Leden van ons parlement zijn nauwelijks te porren voor enige vorm van begrotingsamendering. De laatste kabinetsperiode amendeerde het parlement de vier opeenvolgende begroting voor in totaal om en nabij een procent, zeg een kwart procent gemiddeld, per jaar!
Het zal daarom wel blijven bij grote woorden, het droevige lot van een groot deel van ons parlement wanneer het aankomt op begrotingsbesluitvorming. Of vergis ik me dit keer?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten