Column Binnnelands Bestuur dd 12 oktober 2007
De eerste teksthoofdstukken van de Miljoenennota bevatten knappe analyses over economie en arbeidsmarkt. Het is jammer dat die analyses niet altijd in de beleidsplannen en begrotingscijfers van de hoofdstukken erna worden doorvertaald.
Dit jaar wordt een analyse gemaakt van de komende vergrijzingproblematiek en de mogelijke oplossing ervan. De vergrijzing heeft een tweeledig gevolg. Enerzijds voor de overheidsfinanciën, kunnen we de toenemende zorg- en pensioenkosten wel dragen? Maar anderzijds ook van de arbeidsmarkt waar het in de woorden van Wouter Bos door een toenemende personeelsschaarste ‘spannend zal worden’.
Houdt Nederland voldoende productiepersoneel? Met een grappende voetnoot naar : Bob de Bouwer, 2002, Bob loopt hard, wordt in de Miljoenennota de serieuze vraag gesteld : Kunnen we het maken? De kindertjes Bos worden blijkbaar voorgelezen.
Maar, hoe die serieuze krapte op de arbeidsmarkt op te lossen? Immigratie? Dat kan, maar zelfs honderd jaar lang tienduizend gekwalificeerde mensen toelaten levert slechts een miljoen extra werkenden op.
Goederen of zelfs diensten importeren? Dat zal zeker gebeuren en in China, India en elders kunnen ze heel veel produceren maar veel diensten moeten echt hier geleverd worden. Handen aan het bed, de juf voor de klas, dijkbewaking en openbare ordehandhaving, liever niet per camera door een Chinees.
Daarom ziet Bos een derde oplossing; een doelmatiger werkende private en collectieve sector moet helpen om krapte op de arbeidsmarkt te voorkomen.
Productiviteitsverhoging in de publieke sector verlaagt de kosten en speelt personeel vrij in de krapper wordende arbeidsmarkt. Dat is dan ook de rechtvaardiging van Bos voor de taakstelling Rijksoverheid waardoor 11 duizend ambtenaren de arbeidsmarkt op mogen en wat ook nog eens een bezuiniging van 630 miljoen euro oplevert.
Toch ontbreekt in de beleids- en begrotingsplannen nog een element ; hoe ga je de productiviteit in de publieke sector nu verhogen waar eerder voor gepleit wordt? Uitwerking van het goede idee te komen tot productiviteitsverhoging, ontbreekt in de begrotingsplannen. Alleen de ingeboekte bedragen worden daar gepresenteerd. En dat is een serieus gemis.
De opdracht 630 mljoen te besparen is een zware opgave voor de leiding op de departementen. Kostbare tijd zal opgaan aan plannenmakerij, reorganisaties en overleg met de medezeggenschap. Tijd die niet beschikbaar komt om echt na te denken over productiviteitsverbetering. Hoe de komende tien jaar 25% kosten besparen met behoud van productie en kwaliteit? Welke taken digitaliseren, wat uitbesteden, wat rationaliseren? Waar taken afstoten, overdragen of juist nieuwe erbij gaan doen en zo de productiviteit vergroten door schaalvoordelen of ketenintegratie?
Daarom is in Nederland dringend een investeringsfonds voor de publieke dienst nodig. Geef zoals de Britten in hun ‘Investment to Save Budget’ de leiding van departementen de kans plannen te maken om met gerichte investeringen de productiviteit te verhogen. Gewoon, leningen van vier, zes of tien jaar die worden terugverdiend en terugbetaald, met rente. Concreet betekent dit dat het plafond voor leningen van de ruim veertig agentschappen, dat nu de komende vijf jaar krimt van ruim een miljard tot maar 750 miljoen, stevig omhoog moet. Daar ligt de sleutel tot productiviteitsverhoging.
Moest Bob de Bouwer niet ook eerst investeren voordat Liftie, Scud en Rollie aan de slag gingen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten