Column Binnenlands Bstuur dd 9 november 2007
Is ons politieke stelsel bestand tegen de opkomst van nieuwe politieke bewegingen en persoonsgedomineerde fracties? En hoe zit dat met budgetdiscipline en staatsfinanciën, kunnen die tegen een stootje als kabinetten bestaan uit nieuwe bewegingen met andere mores? Hoe verloopt de budgettaire besluitvorming wanneer de positie van de minister van Financiën veel meer gepolitiseerd zal zijn?
Het zijn vragen die we onszelf niet eerder hebben hoeven stellen omdat de LPF-regeerperiode in een oogwenk voorbij bleek. Maar inmiddels wordt het tijd te kijken wat we kunnen leren van bijvoorbeeld gemeenten of landen met door de opkomst van nieuwe bewegingen sterk gepolitiseerde verhoudingen en wankele coalitieregeringen. Bijvoorbeeld de jaren na de omwenteling hebben in Oost-Europea veel spektakel opgeleverd, ‘never a dull moment’ in parlement en regeringen. Maar ook in andere landen in Europa en op veel plaatsen in Zuid-Amerika is het politiek landschap door de opkomst van nieuwe bewegingen die meer door persoenen dan door ideeën worden gedomineerd sterk veranderd.
De algemene les en teneur is dat in geval van broze meerpartijen coalities, sterk gepolitiseerde verhoudingen en persoonsgedomineerde bewegingen gewone comptabele wet- en regelgeving snel van weinig waarde meer is, dode letters. Staatsrecht en gewoonterecht blijken dan onvoldoende robuust om een solide begrotingsbeheer en controle daarop vorm te geven. Een paar illustraties uit andere landen.
Illustratie 1. De minister van Financiën spreekt collega-ministers aan op ontoereikend begrotingsbeheer, gebrek aan budgetdiscipline of ondoelmatige bestedingen. Omdat zij nu eenmaal niet naar een minister van een andere partij wensen te luisteren, staat hij met lege handen want hij is niet bovengeschikt maar gelijkwaardig.
Illustratie 2. De accountantsdienst krijgt veel te late of volstrek ontoereikende jaarverantwoordingen en schiet tekort in capaciteit om een toereikende controle in te stellen.
Illustratie 3. De Rekenkamer krijgt van ministers bij informatieverzoeken herhaaldelijk nul op rekest, ondanks haar grondwettelijke bevoegdheid alle voor controle noodzakelijke informatie op te vragen.
Illustratie 4. De centrale bank moet haar reserves onder politieke druk of na de benoeming van een handlanger van de regering tot bankpresident besteden aan reguliere politiek bepaalde overheidsuitgaven.
Illustratie 5. Internationale instituten stellen vast dat begrotingsramingen en de verantwoording een volstrekt ontoereikend beeld geven van de stand van zaken en financieel beheer en beheersing falen. Men hoort het aan en laat hen vertrekken.
Deze voorbeelden leren dat het bestaande comptabele wet- en regelgeving zonder sanctiemogelijkheden snel wordt uitgehold als de checks and balances niet stormvast zijn. Als instituten als Rekenkamer, accountants en zelfs de minister van Financiën of toezichthouders geen echte sanctiemogelijkheden of doorzettingsmacht hebben, maar slechts kunnen berusten of aftreden, wankelt het bouwwerk rap.
Daarom is het nodig de vraag te stellen hoe toekomstvast ons comptabel stelsel is, dat sterk steunt op in de praktijk gegroeid gewoonterecht. Een voorbeeld zijn de kabinetsafspraken over budgetdiscipline, de ruggengraat van ons financieel management, waarin echter sanctie- en doorzettingsmogelijkheden geheel ontbreken. Zou echte vastlegging niet eens tijd worden als houvast in roeriger tijden?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten