Column Binnenlands Bestuur dd 9 februari 2007
Kan de ambtelijke dienst alleen efficiënter werken wanneer de politiek regelmatig dwingende taakstellingen oplegt? Er zal weer veel over gedebatteerd worden nu de nieuwe regeringspartijen tenminste 750 miljoen willen besparen op het overheidsapparaat. Temidden van andere budgettaire keuzen is besparen op ambtenaren voor opeenvolgende kabinetten een schijnbaar pijnloze ombuiging.
Het recente rapport van het SCP rekende ons voor dat autonome besparingen nauwelijks voorkomen in de publiek sector. De productiviteitsontwikkeling schommelt in de tijd bezien rond de nul, terwijl in delen van de private sector jaarlijks twee tot drie procent productiviteitsstijging wordt behaald. Daarom wordt vaak gezegd dat we zullen moeten leren leven met een publieke sector die steeds zwaarder drukt op onze totale economie. Een bekend voorbeeld is het symfonieorkest. Musici kunnen een meesterstuk niet sneller spelen om de productiviteit te verhogen. Evenmin kan een klassiek kwartet met drie muzikanten uit de voeten.
Toch verbaast het gemak waarmee dergelijke dooddoeners worden geaccepteerd. Zó anders is de publiek sector toch ook niet? Ook hier liggen kansen op productiviteitsverbetering, alleen is het de vraag of die worden gegrepen en of de bestaande prikkels goed werken.Kijkend naar de rijksoverheid zijn er drie uitvoeringsorganisaties die meer dan de helft van het personeelsbestand bepalen. Belastingdienst, gevangeniswezen en Rijkswaterstaat herbergen zo’n 60.000 van de 110.000 rijksambtenaren. Maar daar is wel degelijk fors geïnvesteerd in productiviteitsverhogende maatregelen.
Rijkswaterstaat heeft vaker taken door de markt laten uitvoeren en het werk van duizenden medewerkers geconcentreerd in enkele landelijke servicecentra. Zo kon per saldo bijna een kwart van haar personeel afvloeien en is de eigen productiviteit aantoonbaar verhoogd, veel meer dan het vorige kabinet aan taakstellingen oplegde.
Het gevangeniswezen heeft naarstig gezocht naar rationalisatie van de interne bedrijfsvoering. Via de inzet van ict als hulpmiddel voor bewaarders en via experimenten met meerpersoonscellen is meer efficiency bereikt, zonder grote concessies te doen aan een veilig en menselijke regime in instellingen.
De Belastingdienst heeft de stijgende werklast kunnen opvangen door vergaande automatisering van haar administratieve processen. Er is een aantoonbare productiviteitsslag gemaakt door minder handmatig werk en meer geautomatiseerde afdoening van aangiften.
De commotie over de taakstellingen die nu loskomt is daarom niet helemaal onterecht en wel om twee redenen. Ten eerste wordt miskend dat iedere productiviteitsverbetering eerst tijd, geld en moeite kost, namelijk om processen te herontwerpen en medewerkers (om) te scholen. Zomaar inboeken van efficiencytaakstellingen is naïef, de kost gaat ook hier voor de baat uit. Een belangrijker grief is dat politici te vaak extra taken aan uitvoeringsorganisaties toevertrouwen die extra capaciteit vergen, zonder de politieke keuze bij te leveren wat minder kan: kwantiteit of kwaliteit. Meer werk met minder mensen veronderstelt een heroïsche productiviteitsontwikkeling. Niet zelden is daarom de kwaliteit van de beleidsuitvoering de dupe van gebrek aan echte politieke keuzen bij het opleggen van taakstellingen.