maandag, juni 25, 2007

Richtinggevoel

Column Binnenlands Bestuur dd 29 juni 2007

Anders dan veel criticasters vind ik het 100-dagen boekje van het kabinet niet mislukt. Het geeft een helder overzicht van de politieke ambities en de gepresenteerde 74 beleidsdoelen zijn een fraaie afspiegeling van de breedte van het werkterrein van de rijksoverheid. Vijf doelen per departement en wat overkoepelende thema’s. Nederland komt er ook uit naar voren als een aangenaam land. Natuurlijk, genoeg te verbeteren maar op niet één terrein lijkt sprake van echte urgentie. Wereldvrede, eerlijk delen, democratisch Europa, ambitieus milieubeleid, een slagvaardige overheid, allemaal prima. Maar urgent? Echte scherpe beleidskeuzen?
Heel veel doelen zijn geformuleerd als de ambitie om nog meer (van hetzelfde) te bereiken. Een nog slagvaardiger dit en een nog hoger opgeleid dat. Neem doel 51; 100.000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 2006. Of doel 25: in 2011 moet 5% van de stallen integraal duurzaam en diervriendelijk zijn. Kortom, niet slecht toeven aan de Noordzee.
Toch bekruipt ook een gevoel van gebrek aan echte richting, bijvoorbeeld als het aankomt op de organisatie van de overheid. Wat voor overheid willen we nu? Kleiner? Beter? Anders?
Wat bereiken we met een kleinere overheid, minder toezicht? Of is het een doel op zich? De overheid kan eenvoudig kleiner. Neem aanleg, beheer en onderhoud van wegen dat door Rijkswaterstaat in steeds grotere mate is opgedragen aan private bouw- en aannemingsbedrijven. Die doen werk dat eerder werd gedaan door ambtenbaren. In prestatiecontracten is secuur afgesproken wat en soms zelfs ook hoe ze hun werk moeten doen en doorgaans doen ze dat prima. Rijkswaterstaat is erdoor ingekrompen met duizenden medewerkers. De overheid lijkt erdoor gekrompen. Maar de rekening wordt nog steeds betaald door Rijkswaterstaat - dus de belastingbetaler. De kwaliteit van de geleverde dienst is niet substantieel veranderd.
Of neem de bijna allergie tegen toezicht of inspectiediensten. Dat overbodig toezicht moet worden afgeschaft lijkt me geen vraag. Maar daar waar rijkstoezicht wordt verruild voor toezicht door brancheorganisaties, creëren we wel de illusie van een kleinere, terugtredende overheid maar is er geen materieel effect. Is de overheid dan zo’n onmatige toezichthouder? De hoge standaarden binnen professionele bedrijven rond veiligheidsvoorschriften zoals binnen Shell, of de zeer kritische opstelling van verzekeraars bij transport van gevaarlijke stoffen, maken dat bestaande overheidsregels op deze terreinen beslist niet tot de hoogste en zwaarste behoren.
Ook bij dit kabinet ontbreekt het aan een gezaghebbende visie op de overheidsorganisatie en domineert kretologie als ‘minder mensen en ‘slagvaardiger’. Het denken over de overheidsorganisatie staat eigenlijk al jaren stil. De markt is al lang niet meer het voorbeeld en een ander vergezicht -of herwaardering voor alles wat men in huis heeft- ontbreekt nog. Toch verwacht ik eerder een herwaardering voor de publieke zaak dan een tweede golf van marktdenken. Of misschien hoop ik er gewoon op. Zonder herwaardering voor de publieke zaak is alle arbeidsmarktcommunicatie, nodig voor de vervulling van de duizenden komende vacatures, een lastige zaak. Het ontbreken van positieve woorden over de overheidsorganisatie in het breed uitgevente 100-dagen boekje is daarom een gemist kans.