woensdag, februari 27, 2008

Samen leuker maken?

Column Binnenlands Bestuur dd 7 maart 2008

Eén jaar Balkenende-Bos-Rouvoet geeft aanleiding tot allerlei beschouwingen. Wie is top, wie flop? Welk beleid is snel uit de startblokken, welk hapert al bij de aanvang. Voor de Algemene Rekenkamer is het jaar voor en na kabinetswisseling een lastige periode. In de laatste maanden voor verkiezingen komen zelden spannende rapporten uit, huiverig als men is om zich in het politieke debat te begeven. Het zou immers hoogst pikant zijn als men de maand voor de komende verkiezingen bloot legt dat het geld voor de prachtwijken van minister Vogelaar nauwelijks zijn bestemming heeft bereikt. Of dat aan de invoering van een systeem van rekening rijden nog heel wat technische en bestuurlijke onzekerheden kent. Maar ja, wat gezegd moet worden, moet gezegd, verkiezingen of niet.

Ook het jaar na de verkiezingen is voor de Rekenkamer een beetje komkommmertijd. De derde woensdag van mei 2007 kon men van alles vinden over 2006, maar de meeste bewindslieden konden zonodig verwijzen naar hun voorganger. Ook de komende meirapportage van de Rekenkamer over het eerste kabinetsjaar zal waarschijnlijk maar weinig vuurwerk bevatten. Het kabinet is net aan het regeren, nieuw beleid moest in 2007 nog een beetje op gang komen.

Dat bevredigt niet echt. Natuurlijk, er blijft genoeg misgaan wat aanleiding kan vormen voor rekenkameronderzoek. Neem alleen de afgelopen weken maar de veiligheidsproblemen bij Schiphol. de technische haperingen in de nieuwe tunnel bij Roermond, de zeperd van de Belastingdienst met de aangiften inkomstenbelasting en de tot tien jaar oplopende sluiting van het Rijksmuseum. Tien jaar! Maar ja, in alle gevallen gíng het al fout, dus wat heeft de Rekenkamer er nog te zoeken? Ramptoerisme. Sporenonderzoek na de brand.

Het kan anders. De vele honderden knappe koppen van het Lange Voorhout kunnen ook gaan meedenken bij de vormgeving van nieuw, grensverleggend beleid. De Rekenkamer is er voor de controle, de contre-role, maar die andere, dwarskijkende rol kan ze toch veel zinvoller vervullen voordat het kalf verdronken is?

De rechtmatigheid van uitgaven waarop de Rekenkamer controleert is al jaren op een haar na honderd procent. Departementen evalueren steeds systematischer hun eigen werk. Daarom kan de Rekenkamer best pro-actiever gaan werken en meedenken bij de vormgeving van beleid. Ook dat draagt bij aan de doelmatigheid.

Bijvoorbeeld, hoe kan minister Vogelaar een succes maken van haar prachtwijken. Hoe kan de Belastingdienst rekening houdend met complexe aanbestedingsregels toch snel en slim IT-dienstverleners contracteren om uit de malaise te komen en het voor ons allen leuker maken. Hoe krijgt Plasterks ons Rijksmuseum eerder open?. Hoe moet Eurlings de kilometerheffing vormgeven? Allemaal lastige dossiers waar we de beste krachten uit de publieke sector op moeten zetten. Kan de Rekenkamer daar ook tijdig haar steentje aan bijdragen?

Er is in het Rekenkamercollege sinds vorige week een vacature voor een derde lid. Een moedige bestuurder zou een mooie vernieuwing zijn in dit bastion van rekenmeesters. Die helpt om niet alleen meer na te rekenen waar het misging, maar ook helpt voor te rekenen hoe het wél kan. Solliciteren kan tot 17 maart. Wie?

vrijdag, februari 15, 2008

Het fenomeen Tiggelaar.

Boekrecensie tijdschrift 'Binnenberijk' maart 2008

Begin april zullen bijna duizend nieuwsgierigen deelnemen het seminar ‘MBA in één dag’ van Ben Tiggelaar. Tiggelaar is als bekend managementdocent inmiddels een multimediaal verschijnsel. Natuurlijk via www.bentiggelaar.nl. Verder als wekelijks columnist in Intermediair, via grote workshops en goedverkopende boeken. Tussendoor bereidt hij nog een dissertatie voor. En het fenomeen Tiggelaar heeft onlangs een chique cd-boxje uitgebracht. Op deze tien schijfjes vat hij de ideeën samen van de in zijn ogen tien grootste managementgoeroes.

Samenvattingen maken was in mijn studietijd een van mijn eerste bijverdiensten. Voor een gulden of vijf verkocht ik zelfgemaakte uittreksels aan medestudenten. Mijn noeste arbeid scheelde jaargenoten veel leeswerk en het grootste compliment dat ik kon krijgen was dat de aanschaf van het boek overbodig was door mijn samenvatting. Omgekeerd kwam er kritiek los als een tentamenvraag over stof ging die – pijnlijk! – niet in mijn samenvatting stond. Mijn handel ging na een tijd kapot toen onverlaten illegale kopieën maakten van mijn werk en ik nauwelijks nog verkocht.

Tiggelaar slaagt er anno 2008 wél in om deze oude handel nieuw leven in te blazen. Zijn cd-luisterbox ‘Managementclassics’ vat leven, werk en belangrijkste ideeën samen van managementgoeroes. Onder hen Tom Peters en Robert Kaplan (over ondernemerschap), Henry Mintzerg (over management) en Stephen Covey (over leiderschap). In ongeveer een uur vertelt Tiggelaar de belangrijkste inzichten uit ieders oeuvre. Erg handig is dat hij meerdere boeken van deze veelschrijvers bespreekt. Verder bevat iedere cd een uitgebreide Powerpoint-presentatie en Tiggelaars uitgetypte spreektekst.Is zijn project geslaagd? De selectie van auteurs is uiteraard altijd betwistbaar. Hij koos tien Amerikaanse mannen, bijna allemaal blank. Zij hebben vooral oog voor het bedrijfsleven en richten zich nauwelijks op de publieke sector, de mens en opmerkelijk genoeg ook niet op de digitale revolutie. Maar goed, in iedere selectie zit een beperking.

Grootste bezwaar is dat de werkwijze van Tiggelaar de casuïstiek niet belicht. En dat is nu net de kracht van veel managementdenkers en MBA-studies: het vertellen van verhalen van verandering, van succes en mislukking. Dit overtreft qua zeggingskracht Tiggelaars schematisering van ideeën en ideetjes van de managementgoeroes. Zijn weergave van hun theorieën in de presentatie en verhalen slaat hun visie plat tot Powerpoint-bullets en schema's.Misschien zijn de cd’s voldoende om als student het tentamen te halen, maar niet om de ideeën echt op waarde te schatten. Daarom is de cd het best geschikt voor personen die denken dat je een MBA in één dag kunt halen. Wie houdt van de kleurrijke casuïstiek en levensechte verhalen moet toch echt de boeken van de grote goeroes zelf lezen. Voor de prijs van de box à 199 euro kun je er wel zes aanschaffen.Een gratis alternatief is de uitmuntende website www.12manage.com, de Wikipedia van managementkennis. Verdieping in strategievraagstukken voor de publieke sector kan onder meer in het vijftiendaagse strategieatelier van de NSOB, zie www.nsob.nl.

De zwarte Kennedy?

Column Binnenlands Bestuur dd 22 februari 2008
Natuurlijk liet stemwijzerUSA me zien dat ik Democratisch zou kiezen. Maar tot mijn verrassing scoorde ik maar op één belangrijk issue afwijkend van de eigenlijk nog onbekende Obama. Met Hillary Clinton ben ik vóór een verplichte ziektekostenverzekering voor alle Amerikanen. Obama blijkt daar niet voor, al heeft hij vele plannen voor de toegankelijkheid van de zorg.
Obama’s recente opkomst is indrukwekkend en hij maakt een reële kans een van de jongste presidenten van de VS te worden. De jongste blijft overigens Kennedy, die slechts 43 jaar oud aantrad, Obama zal tenminste 47 zijn
We weten nog niet veel van Obama. Hoe staat hij bijvoorbeeld ten opzichte van die enorme Amerikaanse staatsschuld en begrotingstekorten die Bush veroorzaakte met belastingverlagingen en stijgende defensie-uitgaven? Dat doet er wel toe. De ‘American way of life’ beïnvloedt immers in grote mate de wereldeconomie en daarmee indirect ook onze staats- en gemeentefinanciën.
Wat treft Obama budgettair straks aan? In grote lijnen, een schamele boedel. Kennedy verliet het leven met een staatsschuld van ruim 40% van het nationaal inkomen en een tekort van bijna 1%. Onder Reagan en Bush liep deze schuld erg op. Clinton stelde orde op zaken en bracht de Amerikaanse staatsschuld terug van 50% van het nationaal inkomen naar het historisch lage niveau van 33%. Zelfs realiseerde hij twee jaar begrotingsoverschotten, wat lang voor onmogelijk was gehouden. Onder Bush jr.–zo vader zo zoon- steeg de schuld weer tot 37%.
Zo bezien moet Obama een financieel voorbeeld nemen aan Kennedy en Clinton. Tot nu toe heeft hij echter slechts uitgesproken dat een sluitende begroting heel lastig te maken zal zijn voor 2011. In andere financiële zaken lijkt hij echter opmerkelijk openhartig. Uniek is zijn openbaarmaking van alle door hem binnengehaalde steun aan specifieke projecten in zijn thuisstaat Illinois. In een achttien bladzijden lange opsomming licht Obama toe welke ‘pork and barrel’ hij mede mogelijk heeft gemaakt. Pork and barrel duidt de budgettaire weggevertjes aan die senatoren hun eigen achterban of thuisstaat gunnen. Precies 113 begrotingsvoorstellen waren er van Obama’s hand optellend tot $300 miljoen. Is dat veel of weinig? Het geschatte totaal aantal ‘earmarks’ bedraagt veertienduizend items, tezamen zo’n negentien miljard. Omdat Obama echter vrijwel de enige senator is die heeft geopenbaard welke ‘spelletjes’ hij heeft gespeeld, valt niet te zeggen in welke mate hij heeft meegedaan aan deze budgettaire tombola. Maar dankzij hem is er nu wel een nieuwe sterrenkijker in de sterrenwacht, een waterpomp in een plattelandsdorpje en een elektrische visbarrière tegen de vraatzuchtige Aziatische karper in zijn thuisstaat gerealiseerd.
De cynicus zal denken dat Obama zijn ‘pork and barrel’ openbaarde omdat hij er gunstig mee afsteekt ten opzichte van concurrenten als Clinton en McCain. De optimist zal denken dat Obama oprecht een andere, meer transparante bestuursstijl voorstaat. Mijn voorlopig oordeel is dat zijn eerlijkheid te prijzen is, maar zijn daden weinig anders blijken dan die van de andere leden van de politieke elite.
Maar goed, ook Kennedy had zo zijn dingetjes maar werd er een memorabele President mee.

zondag, februari 03, 2008

Hoe zwaar telt de verpakking ?

Column Binnenlands Bestuur dd 8 februari 2008

Kleine opwinding in Den Haag over het nieuwe rijkslogo. Het ministerie van AZ heeft er een keurige aanbesteding voor gehouden. Na selectie van vijf bureaus werd studio Dunbar uitverkoren. Het kostte maar zestigduizend euro en hoewel het logo overeenkomt met een deel van het bestaande logo van Algemene Zaken, is het voldoende anders en conform de wensen om deze prijs te rechtvaardigen, aldus de minister-president. Studio Dunbar bedacht voor de rijksoverheid twee schattige springende leeuwtjes met een wapenschild. In het circus zijn leeuwen binnenkort niet meer te zien, maar wel op kantoorgebouwen, advertenties en briefpapier van het rijk. Mogelijk ook op koffiekopjes, tafelkleedjes en placemats van ambtenaren.

Gezellig hoor. Maar het feestje dreigde even te worden versjteerd. SP-Kamerleden -die van het tomatenlogo- stelden na krantenberichten tal van vragen over deze keuze. De aanbesteding was echter puntgaaf verlopen, het nieuwe leeuwtjesduo is getest op publiekspanels en blijft de uitverkoren nieuwe beelddrager. Over de uitslag wordt niet verder gecorrespondeerd. De verdere invoering van het rijkslogo ter vervanging van ruim tweehonderd bestaande, zal jaarlijks ruim vijf miljoen per jaar gaan opleveren, na drieënhalf jaar zijn de aanloopkosten (tussen de vijftien en twintig miljoen blijkbaar) terugverdiend.

Bij discussies over een logo moet ik toch altijd eerst en vooral denken aan het markante boek ‘No Logo’ van Naomi Klein uit 2000. Haar analyse luidde dat grote merken meer in de profilering van het logo zelf gaan investeren, dan in de producten. Het product, ook als het kwalitatief niet geweldig is, verkoopt toch wel, zolang er maar het wereldwijd gepromote logo op staat. Er wordt volgens Klein met bekende logo’s goed verdiend, zonodig via moderne slavernij, wurgcontracten, uitbuiting, kinderarbeid of milieuverontreiniging van het slechts soort. Zolang de marges op de producten goed zijn gaat men door, het logo is het vehikel.

Ook ambtenaren hechten veel waarde aan ‘hun’ logo. Ieder project van betekenis laat ontwerpbureaus een logo ontwerpen en afbeelden op briefpapier, muismatjes, balpennen en andere kantoorartikelen. Na een interne of externe verzelfstandiging wordt doorgaans snel een eigen, herkenbaar logo ontworpen. Het geeft organisaties meer ‘smoel’. Onderscheid hen van het moederministerie, geeft hen de kans zicht te profileren in wervingadvertenties .

En toch is het wel betreurenswaardig dat organisaties, diensten en producten van de publieke sector ‘verkocht’ moeten worden. Dat er kostbare tijd, aandacht en geld wordt besteed aan opsmuk en verpakking. Dat dan de buitenkant centraler komt te staan dan de inhoud. Niet het logo maar de intrinsieke kwaliteit van het werk zou het beste wervingsmiddel moeten zijn van de overheid. Of is dat te eenvoudig gedacht?

Stel je voor. Geen logo voor het rijk, zeg maar : no logo. Pennen zonder plaatje schrijven toch ook? Organisaties waar je ook zonder logo graag voor wil werken. Met publieke diensten die door burgers en bedrijven alom gewaardeerd worden, gewoon omdat er met trots en passie aan gewerkt is. No logo. Is dat niet de beste reclame voor de publieke zaak? Het bespaart zelfs nog veel meer.