Column Binnenlands bestuur dd 20 juni 2008
Er drong maar weinig voetbal door in het zaaltje vol budgetexperts die de universiteit Leiden vorige week naar Den Haag haalde. Uit tien landen, van Nieuw-Zeeland tot Spanje en van Amerika tot Australië deelden praktijkmensen en academici hoe de budgettaire praktijken zich in hun land ontwikkelden. Over begroten in Italië onder Berlusconi, de verwachtingen van Obama en Nederland na Zalm. Ook successen en mislukkingen werden besproken van ooit veelbelovende vernieuwingen als de prestatiebegroting en het baten-lastenstelsel. Over retoriek en realiteit van ‘de bedrijfsmatige overheid’ dat nu bijna overal wordt beschouwd als het grote idee van gisteren.
Er was veel wederzijdse herkenning. Bijvoorbeeld hoe steeds meer landen budgettaire overschotten weten te bereiken. Maar, viel velen ook op, overschotten waar men niet altijd goed mee om weet te gaan. En die daarom soms snel verdwijnen door ‘leuke dingen voor de mensen in de vorm van belastingverlagingen, of miljardenbedragen die worden verstopt in fondsen binnen en buiten begrotingsverband.
Maar de meeste discussie ging over de wijze waarop landen mooie budgettaire cijfers weten te schrijven. Natuurlijk, de gestegen grondstofprijzen voor olie en gas geven veel landen een steuntje in de rug, alsook de lagere rente in de laatste jaren. Maar uit bijna alle hoeken klonk ook het verhaal van het bewust laag ramen van ontvangsten, die dan in de uitvoering leiden tot mooie meevallers.
Strategisch ramen, het is een abc-tje voor insiders en komt blijkbaar wereldwijd voor. Bewust uitgaven laag ramen om een voorstel geaccepteerd te krijgen, of juist wat hoger zodat er een buffer is bij tegenvallers. Maar de meeste aandacht ging uit naar de tactiek van schatkistbewakers om economische ramingen lager voor te stellen dan reëel, waardoor in de praktijk de schatkist vaak gespekt wordt. Door hoger dan geraamde belastingontvangsten, verkoopopbrengsten van olie of gas of andere eigenlijk al voorziene meevallers. Maar zonder dat op uitgavenbeluste vakministers of het parlement nog aan het geld kan komen.
Erg prikkelend is het dan dat vanuit sommige landen wel luidkeelse protesten klinken over zulke strategische ramingpraktijken. Dat zijn vaak landen waar een sterk parlement, ondersteund door een sterke deskundige financiële staf, de begroting controleert of in hoge mate zelf opstelt en bepaalt. Vanuit die landen wordt dit bewust te lage ramen als absoluut ongewenst beschouwt. ‘Budgets are moral document’ wordt wel gezegd, ze reflecteren de waarden van een samenleving, laten zien waar echt de prioriteit ligt. Dat geldt natuurlijk ook voor de wijze van ramen.
Dit debat kennen we nu ook weer in Nederland. Rutte verwijt Bos dan hij het begrotingsbeleid van Zalm niet voortzet. Onder Zalms bewind werden economische ramingen bewust te laag ingeboekt. Bos kiest voor realistische groeiramingen. Maar dat realistische ramen verkleint de kans op meevallers, aldus Rutte. Dat is helemaal waar. Maar zou het parlement uiteindelijk niet beter af zijn met de meest realistische ramingen dan met een gemanipuleerde cijferbrij? Een sterk parlement zou geen andere ramingen moeten willen accepteren dan de meest realistische. Met minder zou geen gemeenteraad, Staten of Kamer genoegen moeten nemen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten