zondag, augustus 31, 2008

Politici of deskundigen?

Column Binnenlands Bestuur dd 5 september 2009

Twee mooie debatten de laatste dagen en in beide gevallen hetzelfde onderliggende vraagstuk: moeten we de besteding van geld overlaten aan politici of deskundigen? Zowel bij kunstsubsidies als besteding van aardgasgeld was dit aan de orde.

Na de bekendmaking van de verdeling van subsidies leek het of de kunstensector door een clusterbom was getroffen die dood en verderf had gezaaid. Tirades werden afgestoken over willekeur, bureaucratie en gebrek aan deskundigheid van … de deskundigen die over hun lot beslist hadden. Als we de verliezers mogen geloven tenminste. De politiek zou deze verdeling weer in handen moeten nemen, werd wel geopperd.

Bij de besteding van aardgasgelden via het Fonds Economische Structuurversterking (FES) was het debat juist andersom. Medewerkers van de Nederlandse bank betoogden dat het huidige FES niet optimaal werkt. Aardgasgeld zou moeten worden besteed aan investeringen en verlaging van de staatsschuld. Maar de praktijk is dat onze langstzittende minister van Financiën Zalm met aardgasgeld behalve de Betuweroute en HSL en wat wegen te betalen ook voor tientallen miljarden aan gaten in de begroting gedicht heeft. Daarom zouden de aardgasgelden beter kunnen worden belegd in aandelen waarna alleen de jaaropbrengsten aan de politiek worden toevertrouwd. Belegd door wie? ‘Door deskundigen zoals de mensen van het ABP natuurlijk’, riep onder andere de Volkskrant,. Tja, wat is wijsheid.

Op meer dan een plaats is het inmiddels gebruik geworden dat de verdeling van gelden niet (meer) door politici plaatsvindt maar door deskundigen. Dat is eigenlijk niet helemaal correct verwoordt: onder de verantwoordelijkheid van een bestuurder. Deze ontwerpt een verdelingsysteem en is daarop aanspreekbaar. De feitelijke verdelingskeuze wordt toevertrouwd aan deskundigen. Een beetje politiek en een beetje deskundigenbestuur samen dus eigenlijk. Zo immuniseert de politicus zich voor een al te heftige publiciteitslobby na de gemaakte keuzen die hem zelden veel goeds oplevert. Immers, de winnaars houden zich stil, de verliezers roeren de trom, zoals bij de kunstsubsidies. Plasterk krijgt onder uit de zak.

Is er een alternatief? We kunnen de sector zelf keuzen laten maken via een soort Poolse landdag. Dat wordt waarschijnlijk een bloedig tafereel, maar het idee is misschien een toneelstuk waard. De markt of het publiek laten beslissen door toeschouwersaantallen of sponsorgelden als maatstaf voor subsidietoekenning te hanteren? Kan ook maar als dit criterium te zwaar weegt kan de overheid nog lastig zelf richting te geven aan de ontwikkeling van de kunsten. Decentraliseren en zo de pijn verschuiven? Kan maar het betekent de voortzetting van de strijd op een andere plaats.

Daarom is politiek geregisseerd deskundigenbestuur nog niet zo’n gekke stap, mits de regels van het spel transparant zijn, op welke gronden gekozen wordt, wie de keuzeheren aanwijst en welke zorgvuldigheidseisen en bezwarenprocedures bestaan.

Zo bezien is er niets op tegen als het ABP onze aardgasgelden gaat beleggen. Mits dat maar gebeurt via een transparant beleggingsmodel met een duidelijke politieke instructie. Dus niet in clusterbommen. Waaraan wel? Is het een idee te beleggen in wegen spoorwegen en andere infrastructuur?

.

.

vrijdag, augustus 29, 2008

Presteren kun je leren

Boekrecensie BinnenBerijk september 2009

Klaar met tijdschrijven vandaag? Voldoende onderzoeken afgerond? Deadlines gehaald? Voor steeds meer ambtenaren is prestatiemeting en -verantwoording een gewone zaak. En ze lijken daar maar wisselend tevreden over. Sommigen zijn zelfs ronduit negatief. Prestatiemeting: een gruwel. Toch wordt het misschien tijd deze scepsis overboord te zetten en nog één keer een afgewogen boek er over te lezen dat zojuist is verschenen. Het geeft een fair en realistisch beeld van de mogelijkheden en valkuilen bij prestatiemeting. De afgewogen conclusie : prestatiemeting kan nuttig zijn maar vergt een wijs gebruik. Zoals dat eigenlijk geldt voor alle sturinginstrumenten.

Veel instrumenten uit het bedrijfsleven zijn bij de overheid door misschien wel ontijdig of onoordeelkundige gebruik snel weer van tafel geraakt. Een van de blijvertjes is echter prestatiemeting. Eerst in de jaren zeventig en tachtig gekoppeld aan begrotingen. Later meer om verantwoording af te leggen. Maar gaandeweg ook steeds meer voor de sturing, bekostiging en verantwoording van uitvoerende diensten. Dit terwijl de kranten en tijdschriften ook regelmatig melding maken van onoordeelkundig gebruik van prestatiemeting. Er blijft ondanks de mislukkingen een voedingsbodem voor bestaan, zij het dat door schade en schande wel belangrijke lessen zijn geleerd.
Zeven auteurs hebben hierover samen een mooi breed boek geschreven. Breed zowel omdat het diverse overheidsterreinen bestrijkt, als de daarop volgende analyse hoe prestatiemeting nu wel en niet nuttig kan zijn. Het boek bevat veel eye-openers. Hoe in het stad- en streekvervoer slim gebruik wordt gemaakt van prestaties om offertes te vergelijken. Hoe bij de politie is voorkomen dat veel ‘gemakkelijke bonnen’ werden uitgeschreven enkel en alleen om de prestatiedoelen te halen. Hoe het in de zorg door gebrek aan keuze voor consumenten ondanks de ranglijst met prestaties van ziekenhuizen toch lastig blijft om echt te kiezen.
Het boek eindigt met praktische tips, waaronder zelfs uitgeschreven sjablonen voor de vormgeving van prestatiecontracten.
Een heus gemis is dat er zelfs niet één hyperlink is naar bestaande –vaak openbare- digitale bronnen, om als lezer zelf kennis te nemen van bestaande contracten en andere documentatie over prestatiemeting. Dat is voor een modern boek wel heel erg 20e-eeuws.

donderdag, augustus 28, 2008

Kost en uitwoning

Column Binnenlands Bestuur dd 22 augustus 2008

Campings door heel Europa modderen maar wat aan met hun tariefstelling. Dat bleek weer tijdens onze vakantie deze zomer. Met de beste bedoelingen wordt er een rommeltje gemaakt van tariefbepaling en kostprijsberekening. Het lijkt de bedrijfsmatige overheid wel.Eén tarief voor een nachtje kamperen is een uitzondering. Vaak brengt de campingbaas een trits aan kosten in rekening, elk apart op de afrekening genoteerd. Het begint met de staanplaats natuurlijk, groot of klein, met of zonder eigen water of rioolvoorziening, stroom of kabelaansluiting. De auto. Een prijs per persoon, vaak gespecificeerd naar leeftijd. De hond (poezen gratis). Voor de stroom soms een vast bedrag, soms naar hoeveelheid ampère. De wifi-aansluiting, per uur, dag of week. Het aantal gedraaide wasjes, afgenomen broodjes, ijsjes, koffie, bier en meer. En toeristenbelasting. Tien of meer variabelen was deze zomer heel gewoon.De een zal zo’n uitgebreide specificatie een gevoel van fairness geven, ieder betaalt immers naar zijn of haar specifieke omstandigheden. Voor een ander is zo’n specificatie overbodig. Geef hen maar een all-intarief, dan weet je vooraf waar je aan toe bent en kun je eten, drinken en vakantie houden zonder verrassingen. De laatsten lijken in de hotelwereld aan de winnende hand. Op de camping heerst nog de uitgebreide specificatie als richtsnoer.Tussen departementen van de rijksoverheid en de vele tientallen voor hen werkende uitvoeringsorganisaties is ook zo’n richtingenstrijd aan de gang. Is het budget ‘de hoeveelheid maal de prijs, om het simpel te zeggen? Of krijgen uitvoeringsorganisaties hun geld via tevoren afgesproken kostprijsberekeningsmodellen? De gedetailleerde rekeningen van de camping, zeg maar. Het eerste heeft ieders voorkeur, maar als er meningsverschillen ontstaan over geleverde prestaties en benodigde budgetten beweegt het debat zich richting de gedetailleerde kostprijsberekening.Nu is het een voorschrift van het ministerie van Financiën dat agentschappen moeten beschikken over zo’n kostprijsberekeningmodel. Maar ook zo’n model lost zelden budgettaire meningsverschillen op. Daarvoor is het veel te arbitrair, want welke kosten worden aan welke producten en diensten toegerekend?Aan het einde van het debat, als globale sturing op prestaties en kosten niet voldoet, en ook kostprijsberekeningsmodellen geen oplossing bieden, valt men daarom gewoon terug op klassieke budgettaire sturing. Het departement vertelt hoeveel budget er komend jaar beschikbaar is en welke prestaties men ongeveer verlangt. De uitvoeringsorganisatie legt uit dat men voor dat budget niet alles kan realiseren, maar belooft zich in te spannen zonder garanties te geven.Beide weten dat er geen andere uitweg is. Men is tot elkaar veroordeeld en moet nog langer samen optrekken, met of zonder kostprijsmodellen. Jammer is alleen dat zoals Nobelprijswinnaar Roald Coase al eens uiteenzette alle tijd en moeite rond de weinig gebruikte kostprijsmodellen ook zo zijn prijs heeft. Die wordt door de burger wel betaald, zonder dat er veel tegenover staat.