Column in Tijdschrift Public Controlling najaar 2008
Tim Hartford is een undercover econoom. Zijn gelijkluidende boek ‘The undercover economist’ droeg ik bij me op een recente reis langs drie buitenlandse zusterbedrijven. Iedere avond aan tafel besprak ik met mijn reisgenoten het volgende vrolijke hoofdstuk. Zoals de uitleg waarom je eigenlijk nooit een goede tweedehands auto kan kopen. Of waarom stationscappuccino zo duur is maar de uitbater van de coffeecorner er toch niet rijk van wordt (wie wel legt Hartford uit). En waarom overheidsingrijpen vaak zo beroerd uitpakt.
Tijden de reis bleek Hartfords eigenwijze, onderzoekende stijl van denken en vragen stellen aanstekelijk. Gedurende alle opeenvolgende interviews werden ook mijn reisgenoten en ik steeds scherpzinniger en analytischer. Steeds meer volgden we onze verbazing over de soms half affe redeneringen van onze gesprekspartners. Vroeger we door. Toegegeven, we scheerden wel eens langs de rand van de beleefdheid, maar hielden we op zijn Hartfords niet op met doorvragen.
Bijvoorbeeld bij een geprivatiseerde overheidsorganisatie waar na lang doorvragen geen enkele economische prikkel effectief bleek te werken. Er werd dan ook al sinds de oprichting een negatief jaarresultaat geboekt en de totale schuld was sinds de privatisering verdubbeld. ‘Ligt er dan niemand wakker van op het ministerie of bij jullie’, probeerden we bij de CFO? ‘Tja, mijn oude vader’, gaf hij toe, ‘die denkt dat het bedrijf failliet gaat maar dat kan helemaal niet. Maar wij hier slapen goed hoor.’. Of het gesprek met de top van een PPS-consortium die een groots nieuw prestigeproject mocht bouwen. Men vertelde tussen de regels door maar zichtbaar trots hoe het consortium deze opdracht van de overheid had gekregen. ‘Gekregen, zonder concurrentie, kan dat nog in Europa’, wilden we weten? Tja, blijkbaar nog steeds.
Goed nadenken, doordenken en doorvragen zijn natuurlijk ook kerncompetenties voor controllers. Maar waar waren deze controllers toen banken, pensioenfondsen en hypotheekverstrekkers fatale risico’s namen? Toen slechte hypotheken werden gestapeld tot slechte derivaten. Toen te dure overnames en perverse prestatieprikkels werden doorgevoerd. Deden of doen risicoanalisten en businesscontrollers wel voldoende hun werk als ‘corporate policemen’? Of waren ze te zeer ‘businesspartner’? Deelden ze zelf ook mee in ontijdige prestatiebeloningen van de top.
Het zijn de pijnlijke vragen die de komende weken en maanden beantwoord moeten gaan worden, op zijn Hartfords. Goed nadenken, doordenken, en doorvragen. ‘Food for thought’ zouden de Britten zeggen..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten