vrijdag, oktober 24, 2008

Apologie van een wethouder

Column Binnenlands bestuur dd 31 oktober 2008

Overal wordt dezer dagen gedebatteerd over de politieke gevolgen van de kredietcrisis voor bestuurders. Wie draagt de verantwoordelijkheid voor de verliezen die publieke instellingen lijden door het onderbrengen van liquide middelen bij inmiddels vrijwel gefailleerde banken als Lehman Brothers of IJslandse banken? Meestal wordt de zaak zó voorgesteld:
Onze organisatie beschikt over liquide middelen die niet altijd direct nodig zijn. Een deel van het geld is pas verder in een jaar, het volgende jaar of nog later pas echt nodig. Het geld staat dus ergens op een bank. Om de risico's te spreiden meestal niet bij één maar bij meerdere. We hebben inderdaad regelmatig geld over, doordat pas gedecentraliseerd rijksbeleid niet zo snel tot besteding komt, doordat ontvangsten voorafgaan in de tijd aan uitgaven of door positieve jaarresultaten. En we hebben potjes voor latere investeringen natuurlijk.
Iedere keer wanneer een bedrag beschikbaar is, vergelijken we aanbiedingen van geldmakelaars en banken en kiezen we de aantrekkelijkste aanbieding. De wet vraagt ons om liquide middelen integer te beheren en alleen banken met tenminste een A-rating ons geld toe te vertrouwen. Wij hebben ons aan deze wet gehouden en het geld gespreid en altijd banken met een minimale A-rating gezocht. Eigenlijk was dit lopende band werk, per jaar sloten we wel tientallen van zulke deposito's af en feitelijk ben ik als politiek bestuurder nauwelijks betrokken bij dagelijkse beslissingen ter zake. Door de jaren heen hebben we aardig geboerd. Als we vergelijken wat we aan rendement maakten op onze uitgezette middelen ten opzichte van een gewone rekening-courant mag ik zeggen dat we ver in de plus zitten. Ik heb de cijfers niet direct paraat maar vertrouwt u me maar op mijn woord. Wij dekten met goede spaarresultaten regelmatig de gaatjes in de begroting die anderen lieten vallen. Of dat ook komt doordat we goedkoop geld aantrokken dat we vervolgens tegen een beter percentage kunnen uitzetten is me niet helemaal duidelijk, maar dat wordt nu uitgezocht. Het zou niet in de geest zijn van het treasurystatuut dat we hier sinds 2002 hebben, maar ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken. Dit soort dagelijkse beslissingen onttrok zich in zekere zin ook aan mijn waarneming.
Den Haag moet zich natuurlijk niet gaan bemoeien met onze beheersbeslissingen zoals nu dreigt dat ze ons gaan voorschrijven dat we alleen bij de BNG of zelfs bij Financiën gaan bankieren. Ons geld beheren we zelf en daarvoor ben ik verantwoordelijk. Dat we nu een aanzienlijk bedrag lijken te hebben verloren betreuren we natuurlijk zeer. Gelukkig kunnen we dit opvangen en hoeven de belastingen niet omhoog. We moeten wel de lange termijngevolgen bezien. Uit al het voorgaande kom ik daarom niet tot de conclusie dat mij politiek iets aan te rekenen valt.'
De burger hoort het met open mond aan. Miljoenen kwijt en niemand verantwoordelijk? Wie niet adequaat heeft opgetreden moet aftreden.