vrijdag, december 12, 2008

Op naar de top?

Boekrecensie voor tijdschrift Binnenberijk, december 2008

Eenmaal aan de top hebben weinigen er nog voldoende tijd voor, maar veel wannabees zullen graag boeken lezen over de weg naar de top of over toporganisaties. Ralf Knegtmans en André de Waal schreven er allebei een boek over.
Ralf Knegtmans heeft met ‘Toptalent’ een mooi boek geschreven over de weg naar de top. Een topper worden is een kwestie van aangeboren talent én aangeleerde vaardigheden, zo meent hij. Knegtmans werkt uit hoe talenten en bedrijven hun toptalent verder kunnen kneden. Het is een ordelijk boek, levendig door interviews met toppers. Maar het roept ook de gedachte op hoe het toch mogelijk is dat er nog steeds toppers boven komen drijven, vooral wanneer je de vaak weinig professionele MD-praktijk vergelijkt met de verfijnde theorie van Knegtmans. En anderzijds, hoe het mogelijk is dat we toppers kennen zonder dat ze alle stadia die Knegtmans signaleert, doorlopen hebben.
Minder dan dit boek over toppers kan me een ander nieuw verschenen boek over toporganisaties van André de Waal me bekoren. Stilistisch is ‘Maak van je bedrijf een toporganisatie’ een apart boek. De Waal legt een boek lang de werking van toporganisaties uit door de ogen van ene Peter Mueller en Tanya. Peter is echter niet de gelijknamige schaatscoach, maar een uitleggerig topmantypetjes. Journaliste Tanya haalt het daarnaast niet bij de Bondgirlvoorstelling die haar naam oproept. Zo verzandt een boek - over een onderwerp waarover De Waal ongetwijfeld veel van weet - in langdradige dialogen. Andere publicaties van hem over hetzelfde onderwerp zijn nuttiger kost. En dat is jammer, want wie wil er niet naar de top?
Zelf had ik met een kleine groep uitverkorenen ook ooit het voorrecht deel te mogen nemen aan een TOP-programma. Het was de ongelukkige afkorting van TalentOntwikkelingsProgramma, kortweg TOP. Maar onze omgeving bestempelde ons direct als ‘toppertjes’ of - als we weg waren - tobbertjes. Nu is het met de meeste TOP-deelnemers best goed afgelopen, maar de kwalificatie alleen al zou reden zijn me niet snel meer aan zo’n programma te verbinden. Daarom lezen echte toppers waarschijnlijk geen boek over de top, noch lopen ze met de vraag rond of ze al top zijn. Ze zijn onbewust al bekwaam. Of zou op Obama’s nachtkastje toch…

Waarheen met de financiële sector ?

Boekrecensie The future of Finance, Adjiedj Bakas en Roger Peverelli,
Scriptum Publishers, Schiedam 2008, Binnenlands Bestuur 19 december 2008


Banken zijn te belangrijk om aan de markt over te laten, betoogde CDA-professor Harry Verbon laatst. Het was geen vloeken in de kerk, hoewel je zeg drie maanden geleden nergens gehoor zou hebben gevonden voor zo’n verhaal. Toen echter verscheen echter wel ‘The Future of Finance’, een poging tot duiding van de grote opgaven van de financiële sector.
Arme auteurs. Nadat met bloed zweet en tranen is gezwoegd op een lijvig boek over toekomstige bedreigingen en kansen van financiële instellingen, breekt direct na de laatste deadline de bankencrisis pas echt los. En die had je in deze overweldigende omvang en impact nu net even niet zien aankomen. Hoewel je tientallen bankiers en toezichthouders en marketingdeskundigen hebt geraadpleegd, zat daar geen enkele minister of ambtenaar van Financiën bij, want die speelden schijnbaar geen enkele rol. Geen enkele verwijzing in de literatuurlijst naar een ambtelijk stuk. Geen interview met Wouter Bos of Balkenende over The Future of Finance’. Geen begin van een redenering wat de gevolgen kunnen zijn van de nationalisatie van banken of de andere overheidsinterventies. Wel verkeerde verwachtingen als zouden de staatsfondsen van olielanden en Azië nu hun slag slaan omdat nergens anders vers kapitaal vandaan kan komen. Die verduivelde Bos. Balen, balen, balen.
Eigenlijk is het nog erger. Want je hebt wel degelijk het bekende rijtje van financiële toppers gevraagd welke toekomst zij zien voor de financiële sector. ING-topman Tilmant, DSB-bankier Gerrit Zalm, ING-commissaris Wim Kok, oppertoezichthouder Nout Wellink van de Nederlandse Bank en zoveel anderen. En niemand van hen gaf ook maar enige blijk van een nakende crisis. Laat staan wat ‘the Future of Finance’ is gegeven de wereldwijde crisis bij banken, verzekeraars, pensioenfondsen, beleggers en overheden. Aan de ene kant is dat een schrale troost voor de auteurs, de deskundigen hadden het ook niet zien aankomen. Maar voor toekomstkijker Bakas, een van de beide auteurs, is dat –hoe zullen we het zeggen- vrij pijnlijk. Daar sta je met je megatrends maar je hebt niet gezien dat er een ravijn gaapt tussen vandaag en morgen. Here today, where tomorrow?
Weinig vrolijk stemt het boek ook op de methodologische keuzen om na de uitleg van een viertal scenario’s voor de toekomst van de financiële branche plompverloren te stellen : ‘Wij kiezen voor het eerste scenario’. Dat kan niet waar zijn. Scenario’s zijn beschrijvingen van mogelijke toekomsten. Sommige toekomsten kun je mooi vinden, andere lelijk, maar er is niets te kiezen! Het gaat erom klaar te staan om in ieder van de mogelijke toekomsten te presteren. In een voorbeeld van ex-Shelltopman Jeroen van der Veer. ‘Als de zon schijnt loopt de ijsverkoop, als het regent paraplu’s, maar chocola kun je verkopen bij ieder weertype’. Kiezen voor het scenario ‘een verenigde wereld’, waarin financiële instellingen wereldwijd opereren en risico’s spreiden, is dus methodologisch gezien onzin en veeleer een geloofsuitspraak. Die daarenboven door de actuele gang van zaken sterk gelogenstraft is. Juist het wereldwijd verhandelen van risico’s leidde ertoe dat Hollandse spaarders in Icesave of beleggers in Fortis bijna alle ingelegde gelden verloren omdat die banken fikse belangen bezaten in onduidelijke samengestelde pakketten vol slechte leningen die aan de man waren gebracht door extreem opportunistische geldverstrekkers op het platteland van Amerika.
Wat zijn de vier grote megatrends die ertoe doen volgens Bakan en Peverelli? Ten eerste globalisering en nieuwe toetreders tot de financiële sector, zoals Microsoft.. No surprise. Ten tweede demografie, waardoor nieuwe doelgroepen als zodanig geïdentificeerd moeten worden, bijvoorbeeld islamitisch bankieren. Ten derde een sterker onderling vooral digitaal verbonden wereld, waarin internetbank ING-direct wereldwijd succes kan hebben en snel de derde spaarbank werd in tien jaar tijd, zonder een heel kantorennet te openen. En tot slot een herwaardering van waarden, oog voor integriteit en duurzaamheid.
Het brengt de auteurs tot drie kernopgaven voor de financiële sector. Win de strijd om schaars talent. Innoveer om een concurrentievoordeel te behalen. En houd het simpel. En met hun slotinzicht, ‘ga terug naar de oorsprong, maatschappelijk nut bewerkstelligen’, is eigenlijk best mooi gevonden.
Maar daarnaast zijn er nog een paar andere vragen die om een antwoord vragen. Hoe borgen we het publieke belang van een goed werkende bankensector? Door blijvende overheidsparticipatie, beter toezicht of andere arrangementen? Hoe kunnen spaarders en beleggers weer vertrouwen krijgen in banken, bijvoorbeeld om bestaande banken het vertrouwen van de markt te laten behouden en straks Fortis/ABN na 2011 succesvol naar de beurs te brengen. Hoe kan risicomanagement binnen banken beter worden georganiseerd dan de collectieve blindheid waaraan het nu bijna ten onder is gegaan. Hoe kan prestatiebeloning van bankiers bijdragen aan betere lange termijnprestaties zonder opportunistisch gedrag uit te lokken met alle gevolgen van dien. Best belangrijke, nog onbeantwoorde vragen.