Column Binnenlands Bestuur dd 25 december 2009
De Groene Amsterdammer verschijnt deze week in de dikste uitvoering ooit, vertellen hoofdredacteur en uitgever trots in het voorwoord. Even later blijkt dat het eindejaarsnummer, twee keer zo dik als normaal lus vier extra bladzijden, voor drie weken geldt. Abonnees krijgen dus een exemplaar minder dan gewoonlijk. Laten we zeggen, twee procent minder waar voor hun geld. Ook ooit linkse rakkers hebben tegenwoordig de trucs van de markt ontdekt.
Die extra bladzijden blijken bij nadere bestudering ook nog vooral ouderwetse ronkende advertenties van grote financiële instellingen te zijn, die blijkbaar via dit dubbeldikke nummer hopen de lezers te verleiden tot beleggingen. Bijvoorbeeld beleggingsfonds Obam, Rabobank en anderen adverteren paginagroot.
De meest opmerkelijke advertentie is van een vrijwel nieuwe, onbekende instelling, 'De gouden eeuw'. Ze opent met : 'Juist in deze tijden is uw vermogen goud waard'. Na een plaatje van goudstaven in een kluis en een tekst over de kansen van goud staat heel klein onder de advertentie : 'De Gouden eeuw B.V. is niet vergunningplichtig op grond van de Wet op het financieel toezicht en staat niet onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten'.
Alsof er geen bankencrisis is geweest, alsof burgers en overheden de laatste 16 maanden niet langs de financiële afgrond zijn gegaan, alsof er geen Icesave, Lehmanbrothers, Fortisdebacle, DSB-ineenstorting en meer achter de rug zijn. De Groene laat deze nieuwe goudzoeker paginagroot adverteren, zonder dat DNB of AFM iets van controle uitoefenen.
Vreemd? Enerzijds wel, maar er is ook aan ander bejegening mogelijk. Stonden beleggingen en zelfs spaargeld dan in de afgelopen jaren wel veilig bij de gefailleerde Icesave en DSB of de bijna omgevallen ABNAMRO, Fortis, ING, Aegon, SNS, NIBC of al die anderen die wel onder toezicht stonden van de overheid en al haar toezichthouders? Ik denk dat veel mensen niet meer durven te vertrouwen op de effectiviteit van toezicht. Zeker nu de afgelopen weken en maanden de instituten onderling elkaar de zwarte Piet toespelen. Want de Algemene Rekenkamer laakt de wijze waarop de Nederlandse Bank haar (dubbel)rol vervult van toezichthouder en Centrale Bank. De Tweede Kamer gispt Eurocommissaris Kroes die Bos de duimschroeven aandraaide bij de losmaking en verkoop van de HBU. Het ministerie van Financiën is ontevreden over de wijze waarop raden van commissarissen van banken hun rol hebben vervuld. Evenzo de rol van de accountantskantoren, ze stonden erbij en keken ernaar. De media bekritiseren de Autoriteit Financiële markten over de wijze waarop ze controle uitoefent bij vergunningplichtge instellingen. Het nieuws blijft maar komen via boeken en rapporten van commissies, parlementaire onderzoeken en rechters die zich buigen zich over de wanorde in onze financiële instituties en de wijze waarop het toezicht is opgezet, ingericht en werkt.
Misschien maakt het dan ook niet meer uit dat de Groene een advertentie opneemt van een financiële instelling waar verder niemand op let. Straks blijkt eind 2010 dat juist dit fonds de inleggers welvarend maakt. Als u er al zin in krijgt, de minimale inleg is € 75.000, lees wel de prospectus van 74 bladzijden.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, december 20, 2009
zaterdag, december 05, 2009
Tussen Sint en kerst
Column Binnenlands Bestuur dd 11 december 2009
Sinterklaas heeft het land verlaten dus het hoge woord kan er uit. Het was weer prut. Gelukkig geen pop met krullen in het haar noch een snoezig jurkje, laat staan kaatsenballen in een net, maar toch. Je moet een gegeven paard ook niet in de bek kijken zeggen we wel maar blijmoedig cadeautjes ontvangen die er eigenlijk net naast zitten is een hele opgave. Ook de bezoekers die mij -als verstokte espressodrinker- bij binnenkomst op kantoor dachten te verrassen -we hadden je ingeschat op cappuccino- maakten de maandag na Sint er niet beter op.
Dus wie zijn sinterklaaspresentjes net weer achter de schotten op zolder heeft opgeborgen en vreest voor zijn kerstpakker: u bent niet alleen. Kopen en geven is een hele kunst.
Joel Waldfogel legt het helemaal uit Scroogenomics: Why You Shouldn't Buy Presents For The Holidays. Cadeaus zijn economisch bezien namelijk deels geldverspilling. De intenties van de blijde gever ten spijt, de waarde van een cadeau wordt door de ontvanger gemiddeld eenvijfde lager ingeschat dan de koper betaald heeft. Zie de kast met relatiegeschenken en de ingezonden brieven in het personeelsblaadje na de kerst over het niet-deugende kerstcadeau.
Het gedachtegoed van Waldfogel is ook terug te vinden in de grote maar stille revolutie rond collectieven voorzieningen. In plaats van aanbodsturing krijgen de belanghebbende ontvangers steeds meer eigen keuzeruimte. Vraagfinanciering verdringt aanbodfinanciering. Niet gemeentewerken bepaalt welke speeltuinen of groenstroken er worden vernieuwd, de wijkraad krijgt een budget en maakt zelf keuzen. De student krijgt ´leerrechten´ die op verschillende plekken inwisselbaar zijn, de zorgvrager een rugzakje om zelf te besteden en hopelijk te waarderen. De heroverwegingsrapporten die voorjaar 2010 bekend worden zullen waarschijnlijk een stap verder in de richting van ongebonden vraagfinanciering gaan, waarbij als uiteindelijke consequentie leerrechten, rugzakjes of 'monopoliegeld' wordt verwisseld voor baar geld. Kies zelf als student maar je opleidingsplaats en gewenste studierichting en vakken - maar betaal er ook zelf voor, evenals voor je verzorgingshuis of medisch specialist.
Kan het dan nog wel, cadeaus geven? Daarvoor moet je volgens Waldfogel de ontvanger en zijn smaak of voorkeur precies kennen. Dan vereist veel moeite om die informatie te verzamelen maar dan en alleen dan verhouden de door de ontvanger aan het cadeau toegekende waarde en de betaalde prijs zich nog een beetje. Anders wordt er gewoonweg geld verspild. Partners weten nog ongeveer wel wat de ander op prijs stelt, ouders kennen hun kinderen al weer minder, de door de "koude kant" van de familie meegebrachte presentjes doet het zelden goed. Ziedaar dan ook het nut van die oer-Hollandse verlanglijstjes. Of de geniale eenvoud van de inwisselbare cadeaubon waarmee de ontvanger precies zelf kan bepalen wat er wordt aangeschaft - als je de bon niet kwijtraakt tenminste. Of gewoon geld geven natuurlijk.
Al is met het geven van een envelopje met inhoud wel de laatste betovering verdwenen van het cadeau. Want stiekem hoopt de gever natuurlijk dat de ontvanger zijn gift hoger waardeert dan de werkelijke waarde. Anders kunnen we wel ophouden. Sterkte met de kerstinkopen binnenkort.
Sinterklaas heeft het land verlaten dus het hoge woord kan er uit. Het was weer prut. Gelukkig geen pop met krullen in het haar noch een snoezig jurkje, laat staan kaatsenballen in een net, maar toch. Je moet een gegeven paard ook niet in de bek kijken zeggen we wel maar blijmoedig cadeautjes ontvangen die er eigenlijk net naast zitten is een hele opgave. Ook de bezoekers die mij -als verstokte espressodrinker- bij binnenkomst op kantoor dachten te verrassen -we hadden je ingeschat op cappuccino- maakten de maandag na Sint er niet beter op.
Dus wie zijn sinterklaaspresentjes net weer achter de schotten op zolder heeft opgeborgen en vreest voor zijn kerstpakker: u bent niet alleen. Kopen en geven is een hele kunst.
Joel Waldfogel legt het helemaal uit Scroogenomics: Why You Shouldn't Buy Presents For The Holidays. Cadeaus zijn economisch bezien namelijk deels geldverspilling. De intenties van de blijde gever ten spijt, de waarde van een cadeau wordt door de ontvanger gemiddeld eenvijfde lager ingeschat dan de koper betaald heeft. Zie de kast met relatiegeschenken en de ingezonden brieven in het personeelsblaadje na de kerst over het niet-deugende kerstcadeau.
Het gedachtegoed van Waldfogel is ook terug te vinden in de grote maar stille revolutie rond collectieven voorzieningen. In plaats van aanbodsturing krijgen de belanghebbende ontvangers steeds meer eigen keuzeruimte. Vraagfinanciering verdringt aanbodfinanciering. Niet gemeentewerken bepaalt welke speeltuinen of groenstroken er worden vernieuwd, de wijkraad krijgt een budget en maakt zelf keuzen. De student krijgt ´leerrechten´ die op verschillende plekken inwisselbaar zijn, de zorgvrager een rugzakje om zelf te besteden en hopelijk te waarderen. De heroverwegingsrapporten die voorjaar 2010 bekend worden zullen waarschijnlijk een stap verder in de richting van ongebonden vraagfinanciering gaan, waarbij als uiteindelijke consequentie leerrechten, rugzakjes of 'monopoliegeld' wordt verwisseld voor baar geld. Kies zelf als student maar je opleidingsplaats en gewenste studierichting en vakken - maar betaal er ook zelf voor, evenals voor je verzorgingshuis of medisch specialist.
Kan het dan nog wel, cadeaus geven? Daarvoor moet je volgens Waldfogel de ontvanger en zijn smaak of voorkeur precies kennen. Dan vereist veel moeite om die informatie te verzamelen maar dan en alleen dan verhouden de door de ontvanger aan het cadeau toegekende waarde en de betaalde prijs zich nog een beetje. Anders wordt er gewoonweg geld verspild. Partners weten nog ongeveer wel wat de ander op prijs stelt, ouders kennen hun kinderen al weer minder, de door de "koude kant" van de familie meegebrachte presentjes doet het zelden goed. Ziedaar dan ook het nut van die oer-Hollandse verlanglijstjes. Of de geniale eenvoud van de inwisselbare cadeaubon waarmee de ontvanger precies zelf kan bepalen wat er wordt aangeschaft - als je de bon niet kwijtraakt tenminste. Of gewoon geld geven natuurlijk.
Al is met het geven van een envelopje met inhoud wel de laatste betovering verdwenen van het cadeau. Want stiekem hoopt de gever natuurlijk dat de ontvanger zijn gift hoger waardeert dan de werkelijke waarde. Anders kunnen we wel ophouden. Sterkte met de kerstinkopen binnenkort.
zaterdag, november 21, 2009
Te herwinnen vertrouwen
Column Binnenlands Bestuur dd 27 november 2009
Deze week staan er lange rijen voor de deuren van sporthallen. Alle scepsis ten spijt is er vertrouwen in de overheid die tal van groepen oproept zich te laten vaccineren. Er is gelukkig geen sprake van een ‘bankrun’, waarbij men de vaccinatiecentra ‘bestormt’, mede omdat de Mexicaanse griep niet de omvang en werking lijkt te hebben die eerder werd gevreesd. Toch wordt alom vastgesteld dat het vertrouwen in de overheid die groepen burgers oproept tot vaccinatie - hoewel hoog- tanende is.
Dat geldt ook voor beleggers en spaarders die de overheid onvoldoende doortastend zagen opereren als hoeder van markten, door een te ruimhartig – of lakse uitgevoerd- toezichtregime. De wettelijke eisen aan bedrijven en accountants zijn sindsdien verscherpt, maar te laat.
De recente bankfiasco’s roepen ook de vertrouwensvraag indringend op. Hoe konden ING en ABNAMRO/Fortis zo snel veranderen in bijna lekgeslagen mammoettankers? En de meest urgente vraag, waarom hebben parlement en regering , De Nederlandse Bank, AFM en andere publieke toezichthouders Icesave en het DSB-fisasco niet kunnen voorkomen?
Er worden vele oorzaken genoemd. De ‘overwinning’ van het kapitalisme en het heilig geloof in liberalisering leidden tot een beperking van de mogelijkheden en de wil om de financiële sector te beperken in haar expanderende dadendrang. En veel naïeve geldnemers of beleggers hapten – vertrouwend op publiek toezicht- bijna blind toe.
De sterke verdichting in de top van de publieke en private sfeer, waarbij een kleine groep spelers elkaar in wisselende posities ontmoette, is ook geen succesfactor gebleken. Ex-ministers van Financiën en topambtenaren raakten vervlochten met bankbesturen, hetgeen kritische distantie mogelijk geen goed deed. Ex-ministers van Financiën Duisenberg, Ruding, Kok, Zalm en Hoogervorst, allen speelden –of spelen- een rol in deze crisis, aan de publiek en private zijde. Evenals tal van topambtenaren en andere voormalige bewindspersonen die aan de knoppen kwamen bij banken, AFM, De Nederlandse Bank, Europese Centrale bank, pensioenfondsen en meer.
Op zich is dat niet alleen in het financieel-bancaire veld het geval. Neem de pensioenwereld of de zorgsector, waar ook een verdichting is van voormalig topambtenaren en politici.
Dat kan toch niet ander sin een klein land as Nederland? En het is toch ook onze ‘traditie’? Zoals ook de drie leden van de Rekenkamer vrijwel altijd worden gerekruteerd uit de rangen van bewindslieden of Kamerleden. En heeft niet ook Frankrijk een sterke verdichting van de politieke en maatschappelijke top, niet zelden jaargenoten van de topopleiding ENA?
Ik denk dat het debat zich moet gaan toespitsen op de vraag of dat wat gewoonte was ook zo moet blijven.
Dan moeten we wel reële alternatieven hebben. Een strikte scheiding van private en publieke sferen zoals voormalig VVD-ideoloog Frank Ankersmit wel bepleit kan, maar heeft ook nadelen. Een massaal komen en gaan van ‘politiek benoemden’ - zoals in de VS na presidentverkiezingen gebruikelijk is- waardoor elke vier -of in ieder geval na 8- jaar nieuwe verfrissende benoemingen plaatsvinden? Wie het weet mag het zeggen, graag zelfs en snel aub. De DSB-rapporten komen bijna uit, het debat kan beginnen.
Deze week staan er lange rijen voor de deuren van sporthallen. Alle scepsis ten spijt is er vertrouwen in de overheid die tal van groepen oproept zich te laten vaccineren. Er is gelukkig geen sprake van een ‘bankrun’, waarbij men de vaccinatiecentra ‘bestormt’, mede omdat de Mexicaanse griep niet de omvang en werking lijkt te hebben die eerder werd gevreesd. Toch wordt alom vastgesteld dat het vertrouwen in de overheid die groepen burgers oproept tot vaccinatie - hoewel hoog- tanende is.
Dat geldt ook voor beleggers en spaarders die de overheid onvoldoende doortastend zagen opereren als hoeder van markten, door een te ruimhartig – of lakse uitgevoerd- toezichtregime. De wettelijke eisen aan bedrijven en accountants zijn sindsdien verscherpt, maar te laat.
De recente bankfiasco’s roepen ook de vertrouwensvraag indringend op. Hoe konden ING en ABNAMRO/Fortis zo snel veranderen in bijna lekgeslagen mammoettankers? En de meest urgente vraag, waarom hebben parlement en regering , De Nederlandse Bank, AFM en andere publieke toezichthouders Icesave en het DSB-fisasco niet kunnen voorkomen?
Er worden vele oorzaken genoemd. De ‘overwinning’ van het kapitalisme en het heilig geloof in liberalisering leidden tot een beperking van de mogelijkheden en de wil om de financiële sector te beperken in haar expanderende dadendrang. En veel naïeve geldnemers of beleggers hapten – vertrouwend op publiek toezicht- bijna blind toe.
De sterke verdichting in de top van de publieke en private sfeer, waarbij een kleine groep spelers elkaar in wisselende posities ontmoette, is ook geen succesfactor gebleken. Ex-ministers van Financiën en topambtenaren raakten vervlochten met bankbesturen, hetgeen kritische distantie mogelijk geen goed deed. Ex-ministers van Financiën Duisenberg, Ruding, Kok, Zalm en Hoogervorst, allen speelden –of spelen- een rol in deze crisis, aan de publiek en private zijde. Evenals tal van topambtenaren en andere voormalige bewindspersonen die aan de knoppen kwamen bij banken, AFM, De Nederlandse Bank, Europese Centrale bank, pensioenfondsen en meer.
Op zich is dat niet alleen in het financieel-bancaire veld het geval. Neem de pensioenwereld of de zorgsector, waar ook een verdichting is van voormalig topambtenaren en politici.
Dat kan toch niet ander sin een klein land as Nederland? En het is toch ook onze ‘traditie’? Zoals ook de drie leden van de Rekenkamer vrijwel altijd worden gerekruteerd uit de rangen van bewindslieden of Kamerleden. En heeft niet ook Frankrijk een sterke verdichting van de politieke en maatschappelijke top, niet zelden jaargenoten van de topopleiding ENA?
Ik denk dat het debat zich moet gaan toespitsen op de vraag of dat wat gewoonte was ook zo moet blijven.
Dan moeten we wel reële alternatieven hebben. Een strikte scheiding van private en publieke sferen zoals voormalig VVD-ideoloog Frank Ankersmit wel bepleit kan, maar heeft ook nadelen. Een massaal komen en gaan van ‘politiek benoemden’ - zoals in de VS na presidentverkiezingen gebruikelijk is- waardoor elke vier -of in ieder geval na 8- jaar nieuwe verfrissende benoemingen plaatsvinden? Wie het weet mag het zeggen, graag zelfs en snel aub. De DSB-rapporten komen bijna uit, het debat kan beginnen.
donderdag, november 19, 2009
Ver weg en zo dichtbij
Recensie BinnenBerijk, december 2009
De Algemene BestuursDienst stuurt haar kandidaat-directeuren verplicht drie maanden naar Brussel - al stribbelen sommigen een beetje tegen. Plaats- en contextverandering worden echter essentiële programmaonderdelen gevonden van de vorming van een nieuwe generatie leiders.
Ook de MPA-opleiding van de NSOB stuurt ‘fellows’ verplicht twee maanden naar een ver land. Juist daar is de meest indringende confrontatie voor de ambtenaren / reizigers met de eigen situatie, door de soms geheel andere democratische inrichting en mores rond de ambtelijke besluitvorming en beleidsuitvoering.
Soms komt men razend enthousiast terug, omdat hij of zij overloopt van ideeën hoe op het eigen werkterrein de nieuw gewonnen inzichten kunnen worden benut. Soms bestaat het enthousiasme vooral uit het herwonnen inzicht dat we in Nederland veel zaken zo goed voor elkaar hebben, zowel politiek als ambtelijk.
Voor mijzelf, eerst NSOB-fellow en nu deelnemer aan het kandidatenprogramma, was een langdurigs sabbattical in Suriname het meest confronterend. Juist daar, waar structuren, wetten, mores en taal zo Hollands zijn -of in ieder geval lijken- , werd ik het meest geconfronteerd met de fundamentele verschillen – en overeenkomsten- tussen de landen.
Ook door te lezen in het standaardwerk ‘Geschiedenis van Suriname’ kan iedere geïnteresseerde zijn hart ophalen. Plus en passant de eigen situatie overdenken.
Enerzijds is er de wording van het land beschreven, samengesteld uit Zuid-Amerikaanse inheemse stammen, Europese planters, joodse vluchtelingen, Afrikaanse slaven, Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders en recenter ook nog Chinese gelukzoekers en bewoners van het buurland Brazilië. Maar Suriname is ook een spiegel voor de lezer of bezoeker die het land poogt te verkennen en doorgronden.
Vreemd lijkt dat benoemingen heel bewust langs etnische lijnen plaatsvinden. Creolen, Hindoestanen en Javanen bewaken met een scherp oog de wederzijdse aanspraken op functies. Maar hebben wij hier niet ook een scherp oog voor wie wij waar benoemen, hoe wij banen als die van burgemeesters, bestuurders van ZBO’s, Rekenkamer en andere aan de staat gelieerde organen heel secuur verdelen over partijen, groepen en geslachten?
Of bijvoorbeeld dat het enkele bestaan van instituties als accountantsdienst en rekenkamer –zoals in Suriname- alleen nog niet voldoende waarborg is voor de integere besteding van middelen. Maar zo lang is het nog niet geleden dat Nederland de rechtmatigheid van uitgaven niet kon vaststellen. En heeft Europa niet ook nog steeds te leiden onder fraude en gebrekkige controle?
Of bijvoorbeeld over de wijze waarop Suriname haar grondstoffen bauxiet, hout, goud en olie exploiteert en haar bodem uitput, zonder er waarschijnlijk structureel veel aan over te houden. Maar bestaat ook hier niet de kritiek op het ‘verjubelen van aardgasgelden, soms zelfs de Dutch disease genoemd?
Zo wordt de lezer van het boek of de bezoeker van Suriname steeds weer geconfronteerd met de eigen situatie. Juist door de bedrieglijke analogie van staatsbestuur en inrichting, de gehanteerde begrippen, werkwijzen en taal, lijkt het land ogenschijnlijk zo vergelijkbaar. Dan lijkt het bij nadere beschouwing weer juist ‘anders’. Om uiteindelijk tot het besef te komen dat Suriname in veel opzichten vooral een spiegel is voor de Nederlandse bezoeker.
Geschiedenis van Suriname
Leo Dalhuisen, Walburgpers 2008, 192 blz
De Algemene BestuursDienst stuurt haar kandidaat-directeuren verplicht drie maanden naar Brussel - al stribbelen sommigen een beetje tegen. Plaats- en contextverandering worden echter essentiële programmaonderdelen gevonden van de vorming van een nieuwe generatie leiders.
Ook de MPA-opleiding van de NSOB stuurt ‘fellows’ verplicht twee maanden naar een ver land. Juist daar is de meest indringende confrontatie voor de ambtenaren / reizigers met de eigen situatie, door de soms geheel andere democratische inrichting en mores rond de ambtelijke besluitvorming en beleidsuitvoering.
Soms komt men razend enthousiast terug, omdat hij of zij overloopt van ideeën hoe op het eigen werkterrein de nieuw gewonnen inzichten kunnen worden benut. Soms bestaat het enthousiasme vooral uit het herwonnen inzicht dat we in Nederland veel zaken zo goed voor elkaar hebben, zowel politiek als ambtelijk.
Voor mijzelf, eerst NSOB-fellow en nu deelnemer aan het kandidatenprogramma, was een langdurigs sabbattical in Suriname het meest confronterend. Juist daar, waar structuren, wetten, mores en taal zo Hollands zijn -of in ieder geval lijken- , werd ik het meest geconfronteerd met de fundamentele verschillen – en overeenkomsten- tussen de landen.
Ook door te lezen in het standaardwerk ‘Geschiedenis van Suriname’ kan iedere geïnteresseerde zijn hart ophalen. Plus en passant de eigen situatie overdenken.
Enerzijds is er de wording van het land beschreven, samengesteld uit Zuid-Amerikaanse inheemse stammen, Europese planters, joodse vluchtelingen, Afrikaanse slaven, Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders en recenter ook nog Chinese gelukzoekers en bewoners van het buurland Brazilië. Maar Suriname is ook een spiegel voor de lezer of bezoeker die het land poogt te verkennen en doorgronden.
Vreemd lijkt dat benoemingen heel bewust langs etnische lijnen plaatsvinden. Creolen, Hindoestanen en Javanen bewaken met een scherp oog de wederzijdse aanspraken op functies. Maar hebben wij hier niet ook een scherp oog voor wie wij waar benoemen, hoe wij banen als die van burgemeesters, bestuurders van ZBO’s, Rekenkamer en andere aan de staat gelieerde organen heel secuur verdelen over partijen, groepen en geslachten?
Of bijvoorbeeld dat het enkele bestaan van instituties als accountantsdienst en rekenkamer –zoals in Suriname- alleen nog niet voldoende waarborg is voor de integere besteding van middelen. Maar zo lang is het nog niet geleden dat Nederland de rechtmatigheid van uitgaven niet kon vaststellen. En heeft Europa niet ook nog steeds te leiden onder fraude en gebrekkige controle?
Of bijvoorbeeld over de wijze waarop Suriname haar grondstoffen bauxiet, hout, goud en olie exploiteert en haar bodem uitput, zonder er waarschijnlijk structureel veel aan over te houden. Maar bestaat ook hier niet de kritiek op het ‘verjubelen van aardgasgelden, soms zelfs de Dutch disease genoemd?
Zo wordt de lezer van het boek of de bezoeker van Suriname steeds weer geconfronteerd met de eigen situatie. Juist door de bedrieglijke analogie van staatsbestuur en inrichting, de gehanteerde begrippen, werkwijzen en taal, lijkt het land ogenschijnlijk zo vergelijkbaar. Dan lijkt het bij nadere beschouwing weer juist ‘anders’. Om uiteindelijk tot het besef te komen dat Suriname in veel opzichten vooral een spiegel is voor de Nederlandse bezoeker.
Geschiedenis van Suriname
Leo Dalhuisen, Walburgpers 2008, 192 blz
zondag, november 08, 2009
Nulkommaniks
Column Binnenlands bestuur dd 13 november 2009
Vorig week besprak de kamer de Justitiebegroting. Bijna was daarin de minister van Justitie gesneuveld. Het debat eindigde namelijk met een motie van Rita Verdonk waarin ze het vertrouwen in hem opzegt. De reden was dat de minister ‘twee begrotingen heeft verspreid met verschillende inhoud en daarmee de Kamer bewust verkeerd inlicht c.q. misleidt’.
Wat is er aan de hand? De embargo-editie voor Prinsjesdag week af van de definitieve Prinsjesdageditie. Heel normaal weten begrotingsdeskundigen. Maar tot ieders verrassing bleek tijdens het debat ongeveer de hele kamer met een embargo-exemplaar te werken en net als Verdonk daardoor niet dezelfde versie als de minister te hanteren. De adequate uitleg van de minister, ‘de officiële versie telt, niet de embargoversie’, was niet tot genoegen van Verdonk waarna ze de motie indiende.
En zo mag ik het graag zien. Het debat rond de begroting gaat immer ook over de wijze waarop het spel gespeeld wordt. Volgend de laatste berichten heeft de motie het – terecht- niet gehaald maar dan is de vraag, wat heeft de Kamer dan wel bereikt bij de begrotingsbehandeling?
Dat weten we pas de avond voor het kerstreces als alle ontwerpbegrotingen in stemming worden gebracht, plus ingediende amendementen. En die zijn dun gezaaid bij deze begroting. Neem het SP-amendement ten gunste van BONJO, de koepelorganisatie voor de begeleiding van ex-gedetineerden. Subsidiering moet worden betaald door aangesloten organisaties wat te korten ten gunste van deze koepel. Dus zelfs als het amendement wordt aangenomen verschuift er binnen dit begrotingsartikel ongeveer nul euro. Waarschijnlijk wordt per saldo nulkommaniks verschoven in de Justitiebegroting en wordt alle dikke stukken, honderden Kamervragen, opeenvolgende debatten, amendementen en moties ten spijt, de begroting 100% ongewijzigd aangenomen. Meer algemeen, het gemiddelde van alle aangenomen amendementen is jaarlijks minder dan een kwartje per honderd euro. De reden?
Ten eerste disciplineert het parlement zichzelf. Ze houdt zich – althans de regeringspartijen die de meerderheid vormen- aan het regeerakkoord, aan nadere coalitieafspraken, aan de partijdiscipline. Maar zelfs houdt het parlement zich aan de interne kabinetsafspraken om geen extra uitgaven te doen zonder dekking te zoeken. Dus als de SP de SGP vraagt of ze het BONJO-amendement steunt antwoorden deze dat ‘zij sympathie hebben voor het amendement maar nog wel even wil weten waarvan het wordt gefinancierd.’
Ten tweede is de huidige opbouw van begrotingsstukken niet helemaal ten faveure van amendering, omdat veel beleidsartikelen erg geaggregeerd en omvangrijk zijn en daarmee onontkoombaar weinig inzichtelijk. Zie dan maar uit te vissen waar het geld precies heengaat, wat een andere, betere besteding zou kunnen zijn of waar zo nodig dekking gevonden kan worden.
Ten derde is de kennis en ondersteuning van parlementariërs gewoonweg ontoereikend. Er zijn in het parlement weinig leden die beleidsinhoudelijk en financieel adequate tegenspelers zijn van bewindslieden. Dat de Kamer haar eigen ondersteuning beperkt is al jaren een zorg maar is aan niemand anders te wijten dan de leden zelf. Blijkbaar kiezen ze er niet voor om een sterkere onderzoeksfunctie te hebben en het naadje van de kous te willen kennen. Dan moeten ze het zelf maar weten.
Vorig week besprak de kamer de Justitiebegroting. Bijna was daarin de minister van Justitie gesneuveld. Het debat eindigde namelijk met een motie van Rita Verdonk waarin ze het vertrouwen in hem opzegt. De reden was dat de minister ‘twee begrotingen heeft verspreid met verschillende inhoud en daarmee de Kamer bewust verkeerd inlicht c.q. misleidt’.
Wat is er aan de hand? De embargo-editie voor Prinsjesdag week af van de definitieve Prinsjesdageditie. Heel normaal weten begrotingsdeskundigen. Maar tot ieders verrassing bleek tijdens het debat ongeveer de hele kamer met een embargo-exemplaar te werken en net als Verdonk daardoor niet dezelfde versie als de minister te hanteren. De adequate uitleg van de minister, ‘de officiële versie telt, niet de embargoversie’, was niet tot genoegen van Verdonk waarna ze de motie indiende.
En zo mag ik het graag zien. Het debat rond de begroting gaat immer ook over de wijze waarop het spel gespeeld wordt. Volgend de laatste berichten heeft de motie het – terecht- niet gehaald maar dan is de vraag, wat heeft de Kamer dan wel bereikt bij de begrotingsbehandeling?
Dat weten we pas de avond voor het kerstreces als alle ontwerpbegrotingen in stemming worden gebracht, plus ingediende amendementen. En die zijn dun gezaaid bij deze begroting. Neem het SP-amendement ten gunste van BONJO, de koepelorganisatie voor de begeleiding van ex-gedetineerden. Subsidiering moet worden betaald door aangesloten organisaties wat te korten ten gunste van deze koepel. Dus zelfs als het amendement wordt aangenomen verschuift er binnen dit begrotingsartikel ongeveer nul euro. Waarschijnlijk wordt per saldo nulkommaniks verschoven in de Justitiebegroting en wordt alle dikke stukken, honderden Kamervragen, opeenvolgende debatten, amendementen en moties ten spijt, de begroting 100% ongewijzigd aangenomen. Meer algemeen, het gemiddelde van alle aangenomen amendementen is jaarlijks minder dan een kwartje per honderd euro. De reden?
Ten eerste disciplineert het parlement zichzelf. Ze houdt zich – althans de regeringspartijen die de meerderheid vormen- aan het regeerakkoord, aan nadere coalitieafspraken, aan de partijdiscipline. Maar zelfs houdt het parlement zich aan de interne kabinetsafspraken om geen extra uitgaven te doen zonder dekking te zoeken. Dus als de SP de SGP vraagt of ze het BONJO-amendement steunt antwoorden deze dat ‘zij sympathie hebben voor het amendement maar nog wel even wil weten waarvan het wordt gefinancierd.’
Ten tweede is de huidige opbouw van begrotingsstukken niet helemaal ten faveure van amendering, omdat veel beleidsartikelen erg geaggregeerd en omvangrijk zijn en daarmee onontkoombaar weinig inzichtelijk. Zie dan maar uit te vissen waar het geld precies heengaat, wat een andere, betere besteding zou kunnen zijn of waar zo nodig dekking gevonden kan worden.
Ten derde is de kennis en ondersteuning van parlementariërs gewoonweg ontoereikend. Er zijn in het parlement weinig leden die beleidsinhoudelijk en financieel adequate tegenspelers zijn van bewindslieden. Dat de Kamer haar eigen ondersteuning beperkt is al jaren een zorg maar is aan niemand anders te wijten dan de leden zelf. Blijkbaar kiezen ze er niet voor om een sterkere onderzoeksfunctie te hebben en het naadje van de kous te willen kennen. Dan moeten ze het zelf maar weten.
zaterdag, oktober 31, 2009
Met ziel en zakelijkheid presteren
Recensie in Binnenberijk van 'Met ziel en zakelijkheid', Lenette Schuijt , 8e druk, Scriptum, 2009, 275 blz‘
Meer doen met minder mensen. Werken voor de minister en publieksgericht zijn. Kleiner maar beter.’ Deze en andere paradoxen zijn heel gewoon geworden in het dagelijks spraakgebruik in publieke organisaties. Ook in het denken over de persoonlijke ontwikkeling van mensen zijn paradoxen inmiddels heel vertrouwde kost.
Als ik dit schrijf wordt het nieuws van Dirk Scheringa en de ontmanteling van zijn imperium verdrongen door het mogelijke vertrek van Balkenende naar Brussel. Scheringa en Balkenende zijn beide markante, succesvolle leiders, voor wie bezieling en zakelijkheid drijfveren lijken te zijn. Met een verschillende afloop, dat wel.
Leiders moeten kortom kunnen omgaan met paradoxen. Kijk ook maar wat de 3 kandidaten voor de titel Overheidsmanager van het jaar 2009 volgends de jury typeert. ‘Kandidaat 1 is een kordate vrouw, die leiding geeft op een heldere, open en resultaatgerichte wijze, samenwerkt en vakdeskundigen ruimte geeft voor inbreng. Kandidaat 2 geeft ruimte aan zijn medewerkers, maar schept duidelijke kaders. Kandidaat 3 is een gedreven manager, bescheiden van aard met grote passie voor de publieke zaak.’
De bijna ‘klassieker’ ’Met ziel en zakelijkheid’ van Lennette Schuijt gaat over het hanteren van paradoxen door leiders.
Een paradox betreft ‘naar binnen keren en naar buiten treden’. Kon bureaucratietheoreticus Max Weber nog zeggen, ‘Het innerlijk leven van de mens is irrelevant’, inmiddels begrijpen we beter dat er een spanning is tussen wat medewerkers van binnen voelen en wat ze naar buiten uitdragen. Schuijts oproep om bij koerswijzigingen in de organisatie jezelf altijd kritisch te blijven bevragen is dan ook gene open deur maar een belangrijk. Welke gevoelens roept deze wijziging bij me op? Waarover maak ik me zorgen? Kan ik deze nieuwe aanpak ook persoonlijk steunen?
Een volgende laat de spanning zien tussen het doel, en de weg ernaartoe. Verwacht hier niet alleen de inmiddels overbekende ethische verhandeling over het doel dat de middelen heiligt maar leesbare noties over de vloek van onverschilligheid, het belang van compassie en het belang van ‘zelfregulerende mechanismen’ in organisaties. Waarbij mensen echt op elkaar betrokken zijn, zo nodig behoeden voor een faux pas zonder een regeltjes of angstcultuur te kweken. Kom daar eens om in de bureaucratie waar het afwerken van een reisdeclaratie soms een veelvoud van de treinkaartjes kost!
Een laatste paradox gaat over de spanning tussen loslaten en verantwoordelijkheid nemen. Te veel loslaten, relativeren en ‘laisseze-faire’ levert uiteindelijk volgens Schuijt desinteresse en oppervlakkigheid op. Moreel – niet “:moralistisch!- leiderschap echter is passender , waarbij de beleden waarden ook echt worden voorgeleefd. Geen tegeltjeswijsheden- zoals Zalm ooit zei- maar voorbeeldgedrag.
Zijn er leiders die goed met deze paradoxen kunnen omgaan? En kunnen anderen zich aan hen optrekken om ook zo te worden? Ik ga dat antwoord niet geven. Denk er liever zelf over na.
Meer doen met minder mensen. Werken voor de minister en publieksgericht zijn. Kleiner maar beter.’ Deze en andere paradoxen zijn heel gewoon geworden in het dagelijks spraakgebruik in publieke organisaties. Ook in het denken over de persoonlijke ontwikkeling van mensen zijn paradoxen inmiddels heel vertrouwde kost.
Als ik dit schrijf wordt het nieuws van Dirk Scheringa en de ontmanteling van zijn imperium verdrongen door het mogelijke vertrek van Balkenende naar Brussel. Scheringa en Balkenende zijn beide markante, succesvolle leiders, voor wie bezieling en zakelijkheid drijfveren lijken te zijn. Met een verschillende afloop, dat wel.
Leiders moeten kortom kunnen omgaan met paradoxen. Kijk ook maar wat de 3 kandidaten voor de titel Overheidsmanager van het jaar 2009 volgends de jury typeert. ‘Kandidaat 1 is een kordate vrouw, die leiding geeft op een heldere, open en resultaatgerichte wijze, samenwerkt en vakdeskundigen ruimte geeft voor inbreng. Kandidaat 2 geeft ruimte aan zijn medewerkers, maar schept duidelijke kaders. Kandidaat 3 is een gedreven manager, bescheiden van aard met grote passie voor de publieke zaak.’
De bijna ‘klassieker’ ’Met ziel en zakelijkheid’ van Lennette Schuijt gaat over het hanteren van paradoxen door leiders.
Een paradox betreft ‘naar binnen keren en naar buiten treden’. Kon bureaucratietheoreticus Max Weber nog zeggen, ‘Het innerlijk leven van de mens is irrelevant’, inmiddels begrijpen we beter dat er een spanning is tussen wat medewerkers van binnen voelen en wat ze naar buiten uitdragen. Schuijts oproep om bij koerswijzigingen in de organisatie jezelf altijd kritisch te blijven bevragen is dan ook gene open deur maar een belangrijk. Welke gevoelens roept deze wijziging bij me op? Waarover maak ik me zorgen? Kan ik deze nieuwe aanpak ook persoonlijk steunen?
Een volgende laat de spanning zien tussen het doel, en de weg ernaartoe. Verwacht hier niet alleen de inmiddels overbekende ethische verhandeling over het doel dat de middelen heiligt maar leesbare noties over de vloek van onverschilligheid, het belang van compassie en het belang van ‘zelfregulerende mechanismen’ in organisaties. Waarbij mensen echt op elkaar betrokken zijn, zo nodig behoeden voor een faux pas zonder een regeltjes of angstcultuur te kweken. Kom daar eens om in de bureaucratie waar het afwerken van een reisdeclaratie soms een veelvoud van de treinkaartjes kost!
Een laatste paradox gaat over de spanning tussen loslaten en verantwoordelijkheid nemen. Te veel loslaten, relativeren en ‘laisseze-faire’ levert uiteindelijk volgens Schuijt desinteresse en oppervlakkigheid op. Moreel – niet “:moralistisch!- leiderschap echter is passender , waarbij de beleden waarden ook echt worden voorgeleefd. Geen tegeltjeswijsheden- zoals Zalm ooit zei- maar voorbeeldgedrag.
Zijn er leiders die goed met deze paradoxen kunnen omgaan? En kunnen anderen zich aan hen optrekken om ook zo te worden? Ik ga dat antwoord niet geven. Denk er liever zelf over na.
zaterdag, oktober 24, 2009
Witte pieten
Column Binnenlands Bestuur dd 30 oktober 2009
Ruim twintig jaar geleden leende een bekende geld bij een DSB-dochter. Omdat het kantoor dichtbij zetelde kon de 1000 gulden (tegen 10%) nog diezelfde avond worden opgehaald. Het was een handige club, zonder veel poespas was er geld te verkrijgen, de kleine man werd er anders dan bij banken zonder veel poeha en plichtplegingen en vooral snel geholpen. Toen later weer eens een kleine lening nodig was, kon ook de benodigde 1500 gulden met één telefoontje worden geregeld, terug te betalen in 16 maanden van 100 gulden. De rente was flink lager dan bij de eerste lening omdat die zo keurig was afgelost.
Een andere bekende werkte er een tijdje. Na een interne opleiding leende ze telefonische aanvragers via korte gesprekken geld uit. Steeds vaker ook redelijk tot goed verdienende aanvragers met wel twee inkomens, al gooide ‘Tiel”wel eens roet in het eten. Maar om een auto te financieren, een keuken, badkamer of verre reis, Dirks dochters werkten snel de leningaanvragen af. Wat haar verbaasde was het gemak waarmee ook aanvullende producten konden worden meeverkocht. Zoals een ‘terugbetalings’verzekering met hoge premie en in hoogte en tijdsduur heel bescheiden uitkering, het was alsof je mayonaise op de friet aanbood, slagroom op de chocomel. ‘Graag’, zeiden de meeste mensen.
Dat er nu een einde komt aan de aan deze snelle Pé-elletjes-praktijken stemt me daarom noch negatief noch hoopvol. Grootbanken en nieuwe toetreders hebben in concurrentie met de DSB ook allen een snelgeldkanaal gecreëerd. En helaas, ook zij halen tot 40% op bij koopsomproducten. Ook zij trekken nieuwe klanten aan met schijnbaar aantrekkelijke spaarproducten – waarbij de rente snel terugzakt, waarna een nieuw fopspaarvarken op de markt wordt gebracht. Naast en na Dirk ontstaan kortom steeds weer nieuwe financiële goochelaars die naar men later zal zeggen de mensen belazeren. Moeten daarom Bos, Wellink, Lakeman, de media of wie dan ook de zwarte piet krijgen zoals is gesuggereerd?
Wie de kluit belazert moet worden aangepakt. Maar wie maximale ruimte zoekt voor handel binnen de bandbreedte van de wet, zoals Dirk en anderen deden en doen, moet niet door de overheden worden gecorrigeerd maar liefst door andere krachten . Door onthullende journalistiek, een scherpe Consumentenbond en financiële Ombudsman, door concurrerende aanbieders. En het allermooist, door een kritische bejegening van potentiële klanten. Dirk ging uiteindelijk immers niet ten onder door Bos of Wellink maar doordat zijn bank het vertrouwen verloor van de eigen klanten die hun tegoeden opnamen. En zo hoort het te gaan.
Betrokkenen verdienen daarom de witte piet. Wellink die de DSB op de huid zat, Bos die niet over de brug kwam met belastinggeld, zelfs Dirks partijgenoot Balkenende die de man die hij een klein jaar geleden nog een ‘voorbeeld voor ons allemaal’ noemde maar terecht overliet aan de vrije krachten en geen ‘Hedwigevariant’ uitprobeerde. Jammer voor Dirk, penarie voor zijn medewerkers en geldverstrekkers, maar zo hoorde het te gaan. De consument wordt er beter van en hopelijk scherper. Al is het maar voor even.
Ruim twintig jaar geleden leende een bekende geld bij een DSB-dochter. Omdat het kantoor dichtbij zetelde kon de 1000 gulden (tegen 10%) nog diezelfde avond worden opgehaald. Het was een handige club, zonder veel poespas was er geld te verkrijgen, de kleine man werd er anders dan bij banken zonder veel poeha en plichtplegingen en vooral snel geholpen. Toen later weer eens een kleine lening nodig was, kon ook de benodigde 1500 gulden met één telefoontje worden geregeld, terug te betalen in 16 maanden van 100 gulden. De rente was flink lager dan bij de eerste lening omdat die zo keurig was afgelost.
Een andere bekende werkte er een tijdje. Na een interne opleiding leende ze telefonische aanvragers via korte gesprekken geld uit. Steeds vaker ook redelijk tot goed verdienende aanvragers met wel twee inkomens, al gooide ‘Tiel”wel eens roet in het eten. Maar om een auto te financieren, een keuken, badkamer of verre reis, Dirks dochters werkten snel de leningaanvragen af. Wat haar verbaasde was het gemak waarmee ook aanvullende producten konden worden meeverkocht. Zoals een ‘terugbetalings’verzekering met hoge premie en in hoogte en tijdsduur heel bescheiden uitkering, het was alsof je mayonaise op de friet aanbood, slagroom op de chocomel. ‘Graag’, zeiden de meeste mensen.
Dat er nu een einde komt aan de aan deze snelle Pé-elletjes-praktijken stemt me daarom noch negatief noch hoopvol. Grootbanken en nieuwe toetreders hebben in concurrentie met de DSB ook allen een snelgeldkanaal gecreëerd. En helaas, ook zij halen tot 40% op bij koopsomproducten. Ook zij trekken nieuwe klanten aan met schijnbaar aantrekkelijke spaarproducten – waarbij de rente snel terugzakt, waarna een nieuw fopspaarvarken op de markt wordt gebracht. Naast en na Dirk ontstaan kortom steeds weer nieuwe financiële goochelaars die naar men later zal zeggen de mensen belazeren. Moeten daarom Bos, Wellink, Lakeman, de media of wie dan ook de zwarte piet krijgen zoals is gesuggereerd?
Wie de kluit belazert moet worden aangepakt. Maar wie maximale ruimte zoekt voor handel binnen de bandbreedte van de wet, zoals Dirk en anderen deden en doen, moet niet door de overheden worden gecorrigeerd maar liefst door andere krachten . Door onthullende journalistiek, een scherpe Consumentenbond en financiële Ombudsman, door concurrerende aanbieders. En het allermooist, door een kritische bejegening van potentiële klanten. Dirk ging uiteindelijk immers niet ten onder door Bos of Wellink maar doordat zijn bank het vertrouwen verloor van de eigen klanten die hun tegoeden opnamen. En zo hoort het te gaan.
Betrokkenen verdienen daarom de witte piet. Wellink die de DSB op de huid zat, Bos die niet over de brug kwam met belastinggeld, zelfs Dirks partijgenoot Balkenende die de man die hij een klein jaar geleden nog een ‘voorbeeld voor ons allemaal’ noemde maar terecht overliet aan de vrije krachten en geen ‘Hedwigevariant’ uitprobeerde. Jammer voor Dirk, penarie voor zijn medewerkers en geldverstrekkers, maar zo hoorde het te gaan. De consument wordt er beter van en hopelijk scherper. Al is het maar voor even.
zaterdag, oktober 10, 2009
Moeten ambtenaren inleveren?
Column Binnenlands Bestuur dd 16 oktober 2009
Het zijn grote woorden aan het einde van de mooie nieuwe voorstelling van theatergezelschap ‘Mugmetdegoudentand’ over de onmogelijke liefdesrelatie tussen de jonge joodse politicoloog Hannah Ahrend en haar oudere professor en nazi-ideoloog Martin Heidegger. Dan namelijk schakelen de acteurs naar het nu. ‘De democratie heeft gefaald. We moeten weer nationaal denken. De banken hebben gefaald en wij betalen de rekening. We moeten weer sociaal denken en daar is een sterke man voor nodig, geen slappe democratie’ en woorden van gelijke strekking. Zo slaan ze de brug tussen debatten uit Duitsland in de jaren dertig en Nederland nu. Grotesk?
Is Nederland wel toe aan een kabinet dat ferme besluiten neemt? Bos handelde doortastend najaar 2008. Maar nadien werd het stiller, de inundatie van de Hedwigepolder hoort er niet toe. Neen, de echte grote besluiten moeten nog komen. Zoals de verhoging van de AOW-leeftijd. De aanschaf van de JSF. Het verblijf in Uruzgan.
Daar moet de democratie zich van zijn beste kant laten zien. En straks voorjaar 2010 en in de verkiezingsstrijd daarna de standpuntbepaling en besluitvorming over financiële vraagstukken die nu worden voorbereid in 20 heroverwegingsonderzoeken. De toekomst van de studiefinanciering, betaalbaarheid van de AWBZ, betaalbaarheid van pensioenen en houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek en huurtoelage. Dat gaat het niet over procenten maar echte substantiële keuzen.
Het is daarom ongelukkig dat er nu al zoveel onrust groeit over de ambtenarensalarissen na 2010, al dan niet een procent erbij. Er zou al een forse actiebereidheid zijn, blijkt uit de kranten. Maar nog in 2007 werd voor bijvoorbeeld de ruim 100.000 rijksambtenarenaren een achteraf bezien royale meerjarige CAO afgesloten. Dankzij die CAO stijgen ook in de crisisjaren 2009 en 2010 de rijkssalarissen en bouwen zij zelfs een dertiende maand op. Is er dan reden je druk te maken over één jaar nullijn in 2011 zoals het kabinet nu zou voorbereiden?
Veel ambtenaren vrezen waarschijnlijk voor hun baan na 2011. Werkloosheid en zelfs de káns op werkloosheid blijkt uit onderzoeken het welbevinden van medewerkers inderdaad sterk te beïnvloeden. Zelf zij die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden, functioneren al met minder plezier. Het overgrote deel van hen waarschijnlijk volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en naast natuurlijk verloop een deel van de ambtenaren onvrijwillig uitzwaait, mag nog altijd tachtig procent blijven. Die brede maar ten dele onnodige vrees zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkertevredenheidsonderzoeken komende tijd.
In plaats van verzet zou echter een meer realistische en solidaire inzet gekozen kunnen worden door de bonden bij de CAO-onderhandelingen. Bijvoorbeeld baanbehoud in plaats van salarisstijgingen. Budget voor instroom van allochtonen en jongeren om de overheid vitaal te houden in plaats van aanhoudende incidentele beloningen.
Kiezen voor een hoogwaardig en vitaal ambtenarenapparaat met onderlinge solidariteit en ruimte voor vers bloed is veel waard. Zo helpen ook ambtenaren de democratie vooruit. En de FNV hoeft er geen zaken voor te doen met de duivel en zijn mallemoer.
Het zijn grote woorden aan het einde van de mooie nieuwe voorstelling van theatergezelschap ‘Mugmetdegoudentand’ over de onmogelijke liefdesrelatie tussen de jonge joodse politicoloog Hannah Ahrend en haar oudere professor en nazi-ideoloog Martin Heidegger. Dan namelijk schakelen de acteurs naar het nu. ‘De democratie heeft gefaald. We moeten weer nationaal denken. De banken hebben gefaald en wij betalen de rekening. We moeten weer sociaal denken en daar is een sterke man voor nodig, geen slappe democratie’ en woorden van gelijke strekking. Zo slaan ze de brug tussen debatten uit Duitsland in de jaren dertig en Nederland nu. Grotesk?
Is Nederland wel toe aan een kabinet dat ferme besluiten neemt? Bos handelde doortastend najaar 2008. Maar nadien werd het stiller, de inundatie van de Hedwigepolder hoort er niet toe. Neen, de echte grote besluiten moeten nog komen. Zoals de verhoging van de AOW-leeftijd. De aanschaf van de JSF. Het verblijf in Uruzgan.
Daar moet de democratie zich van zijn beste kant laten zien. En straks voorjaar 2010 en in de verkiezingsstrijd daarna de standpuntbepaling en besluitvorming over financiële vraagstukken die nu worden voorbereid in 20 heroverwegingsonderzoeken. De toekomst van de studiefinanciering, betaalbaarheid van de AWBZ, betaalbaarheid van pensioenen en houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek en huurtoelage. Dat gaat het niet over procenten maar echte substantiële keuzen.
Het is daarom ongelukkig dat er nu al zoveel onrust groeit over de ambtenarensalarissen na 2010, al dan niet een procent erbij. Er zou al een forse actiebereidheid zijn, blijkt uit de kranten. Maar nog in 2007 werd voor bijvoorbeeld de ruim 100.000 rijksambtenarenaren een achteraf bezien royale meerjarige CAO afgesloten. Dankzij die CAO stijgen ook in de crisisjaren 2009 en 2010 de rijkssalarissen en bouwen zij zelfs een dertiende maand op. Is er dan reden je druk te maken over één jaar nullijn in 2011 zoals het kabinet nu zou voorbereiden?
Veel ambtenaren vrezen waarschijnlijk voor hun baan na 2011. Werkloosheid en zelfs de káns op werkloosheid blijkt uit onderzoeken het welbevinden van medewerkers inderdaad sterk te beïnvloeden. Zelf zij die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden, functioneren al met minder plezier. Het overgrote deel van hen waarschijnlijk volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en naast natuurlijk verloop een deel van de ambtenaren onvrijwillig uitzwaait, mag nog altijd tachtig procent blijven. Die brede maar ten dele onnodige vrees zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkertevredenheidsonderzoeken komende tijd.
In plaats van verzet zou echter een meer realistische en solidaire inzet gekozen kunnen worden door de bonden bij de CAO-onderhandelingen. Bijvoorbeeld baanbehoud in plaats van salarisstijgingen. Budget voor instroom van allochtonen en jongeren om de overheid vitaal te houden in plaats van aanhoudende incidentele beloningen.
Kiezen voor een hoogwaardig en vitaal ambtenarenapparaat met onderlinge solidariteit en ruimte voor vers bloed is veel waard. Zo helpen ook ambtenaren de democratie vooruit. En de FNV hoeft er geen zaken voor te doen met de duivel en zijn mallemoer.
maandag, september 28, 2009
De kansen voor Bos
Column Binnenlands Bestuur dd 2 oktober 2009
Het kabinet lijkt te worden geteisterd door talloze plagen. Het weet geen beleidsdoorbraken te forceren, zoals bij ontslagrecht of de AOW-leeftijd. Het heeft moeite beslissingen te nemen over dringende zaken, zoals al dan niet langer te blijven in Uruzgan of de aanschaf van JSF’s. Het heeft verder de overheidsuitgaven en schuldontwikkeling niet in de hand, nooit eerder schreven we zulke rode cijfers als deze jaren. De algemene beschouwingen gaven de indruk dat er een gebrek aan ideeën heerste, een wenkend perspectief. Straks komt de commissie Davids nog met het rapport over de Irak-besluitvorming en ploffen dit voorjaar twintig heroverwegingsrapporten op de mat die schreeuwen om kloeke beleidsdaden. De zichtbare moeite die het kabinet lijkt te hebben te regeren straalt mede af op de PvdA en haar partijleider. Toch denk ik dat anders dan de Duitse ruk naar rechts in Nederland de PvdA de verkiezingen kan winnen en Bos in 2011 premier worden.
Welke redenen zijn daarvoor? Ten eerste denk ik dat nu Wilders een reëel gevaar gaat vormen voor de gevestigde partijen en kiezers een tegenstem willen uitbrengen. Rutte onderscheidt zich dan weinig, Balkenende bewees weliswaar bereid te zijn met de instabiele LPF te gaan regeren maar wist daar geen succes van te maken. Agnes Kant is nu eenmaal geen Marijnissen en of Halsema langer Groenlinksleider mag blijven dan 12 jaar is onzeker. Dus D66 van Pechtold en de PvdA van Bos –vooral dankzij zijn eersteklas verdediger Eberhard van der Laan- zijn kanshebbers voor de antiWilderstem, waarbij allochtone denkbaar in grote getale gaan stemmen en eerder bij de PvdA uitkomen.
Ten tweede is het goed denkbaar dat Bos de komende anderhalf jaar eerste successen gaat oogsten in de financiële dossiers. Banken vallen niet om en beginnen zelfs met terugbetalen en bankiers- en topsalarissen worden enigszins gematigd. Het lopende parlementair onderzoek naar de crisis van Jan de Wit cs dat later verschijnt kan zelfs een positief effect voor Bos hebben, hij heeft toch maar handelend en effectief opgetreden hetgeen hem eind 2008 ook veel waardering opleverde gaf en hoge scores in de peilingen.
Ten derde zijn er een aantal dossiers waar de PvdA vrij eenvoudig electoraal kan scoren, bijvoorbeeld door tegen de aanschaf van de JSF te blijven en het verblijf in Uruzgan zoals steeds beloofd te beëindigen. Het CDA zit daar veel lastiger in en krijgt waarschijnlijk nog veel last van het rapport over de Irakbesluitvorming.
Tot slot kan de PvdA een veilige haven worden voor veel werknemers in de publieke sector, studenten, ouderen en AWBZ-gerechtigden die vrezen dat de rapporten van de heroverweginggroepen een sterke aantasting van hun baanzekerheid of andere verworvenheden gaan betekenen. Miljardeningrepen zijn nodig maar er zijn daarin nog veel keuzen te maken. Er liggen daarom voor links kansen te over om electoraal scoren nu velen vrezen voor nieuwe aantastingen van de verworvenheden op het terrein van zorg en sociale zekerheid. Misschien gloort er zelfs perspectief voor een linkse meerderheid.
Het kabinet lijkt te worden geteisterd door talloze plagen. Het weet geen beleidsdoorbraken te forceren, zoals bij ontslagrecht of de AOW-leeftijd. Het heeft moeite beslissingen te nemen over dringende zaken, zoals al dan niet langer te blijven in Uruzgan of de aanschaf van JSF’s. Het heeft verder de overheidsuitgaven en schuldontwikkeling niet in de hand, nooit eerder schreven we zulke rode cijfers als deze jaren. De algemene beschouwingen gaven de indruk dat er een gebrek aan ideeën heerste, een wenkend perspectief. Straks komt de commissie Davids nog met het rapport over de Irak-besluitvorming en ploffen dit voorjaar twintig heroverwegingsrapporten op de mat die schreeuwen om kloeke beleidsdaden. De zichtbare moeite die het kabinet lijkt te hebben te regeren straalt mede af op de PvdA en haar partijleider. Toch denk ik dat anders dan de Duitse ruk naar rechts in Nederland de PvdA de verkiezingen kan winnen en Bos in 2011 premier worden.
Welke redenen zijn daarvoor? Ten eerste denk ik dat nu Wilders een reëel gevaar gaat vormen voor de gevestigde partijen en kiezers een tegenstem willen uitbrengen. Rutte onderscheidt zich dan weinig, Balkenende bewees weliswaar bereid te zijn met de instabiele LPF te gaan regeren maar wist daar geen succes van te maken. Agnes Kant is nu eenmaal geen Marijnissen en of Halsema langer Groenlinksleider mag blijven dan 12 jaar is onzeker. Dus D66 van Pechtold en de PvdA van Bos –vooral dankzij zijn eersteklas verdediger Eberhard van der Laan- zijn kanshebbers voor de antiWilderstem, waarbij allochtone denkbaar in grote getale gaan stemmen en eerder bij de PvdA uitkomen.
Ten tweede is het goed denkbaar dat Bos de komende anderhalf jaar eerste successen gaat oogsten in de financiële dossiers. Banken vallen niet om en beginnen zelfs met terugbetalen en bankiers- en topsalarissen worden enigszins gematigd. Het lopende parlementair onderzoek naar de crisis van Jan de Wit cs dat later verschijnt kan zelfs een positief effect voor Bos hebben, hij heeft toch maar handelend en effectief opgetreden hetgeen hem eind 2008 ook veel waardering opleverde gaf en hoge scores in de peilingen.
Ten derde zijn er een aantal dossiers waar de PvdA vrij eenvoudig electoraal kan scoren, bijvoorbeeld door tegen de aanschaf van de JSF te blijven en het verblijf in Uruzgan zoals steeds beloofd te beëindigen. Het CDA zit daar veel lastiger in en krijgt waarschijnlijk nog veel last van het rapport over de Irakbesluitvorming.
Tot slot kan de PvdA een veilige haven worden voor veel werknemers in de publieke sector, studenten, ouderen en AWBZ-gerechtigden die vrezen dat de rapporten van de heroverweginggroepen een sterke aantasting van hun baanzekerheid of andere verworvenheden gaan betekenen. Miljardeningrepen zijn nodig maar er zijn daarin nog veel keuzen te maken. Er liggen daarom voor links kansen te over om electoraal scoren nu velen vrezen voor nieuwe aantastingen van de verworvenheden op het terrein van zorg en sociale zekerheid. Misschien gloort er zelfs perspectief voor een linkse meerderheid.
woensdag, september 23, 2009
De pijn van de crisis
Recensie in BinnenBerijk oktober 2009
Economie is niet altijd de eerste of grootste interesse van HRM-ers. Anders hadden ze wel een ander vak gekozen en waren ze controler of accountant geworden. Toch valt er niet te ontkomen aan het doordenken van de gevolgen van de wereldwijde crisis voor ‘arbeid en organisatie’, om het nog eens ouderwets te zeggen. Immers, de huidige crisis wordt wel de ergste economische crisis genoemd in tachtig jaar. Ofwel de ergste van uw leven en misschien wel de grootste. Nooit eerder kende we een negatieve groei van 5% en liepen overheidstekort en schuld zo hard op als nu. De schuld stijgt van 40 tot 60 procent van het nationaal inkomen, het overheidstekort verslechtert met zo’n veertig miljard. Best veel. Geen wonder dat komende jaren voor 35 miljard aan structurele bezuinigingen mot worden gevonden. Twintig procent eraf is het nieuwe credo.
Een kundige groep economen van het Centraal Plan Bureau beschreef recent wat de crisis betekent voor de samenleving en getroffenen, zowel economisch als voor ons aller geluk. En daarin zitten ook handvatten voor HRM.
De crisis raakt de meeste mensen drievoudig. Hun huis wordt minder waard (meer dan de helft van de Neder;anders heeft een eigen huis), de waarde van hun beleggingen daalt (twee miljoen Nederlanders beleggen, de helft daarvan meer dan 18.000 euro) en het inkomen daalt, door geslonken carrièrekansen of uitblijvende loonstijgingen.
Toch hoeft deze financieel kommer en kwel mensen niet per se ongelukkig te maken. Nederlanders blijken uit opeenvolgende onderzoeken al vele jaren best gelukkig. De inkomensstijging van de afgelopen dertig jaar heeft ons evenwel niet veel gelukkiger gemaakt. En de hiervoor genoemde financieel verliezen hoeven ons niet eens per se ongelukkiger te maken, veel meer factoren spelen namelijk een rol bij geluksbeleving.
Toch mogen we een ding niet over het hoofd zien. Werkloosheid of de dreiging daarvan verslechtert wel de inkomenspositie en geluksbeleving enorm. Een alleenstaande verliest door werkloosheid een kwart aan inkomen, de hogere middenklasse (twee maal modaal) zelf de helft. Geen wonder dat op een geluksschaal van 1 tot 10 werklozen een vol punt of meer lager scoren dan werkenden.
Belangrijk om te beseffen is dat behalve werkloosheid ook de káns op werkloosheid het geluksgevoel sterkt beïnvloedt. Dat betekent dat mensen die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden zoals ambtenaren nu al met minder plezier rondlopen. Het overgrote deel van hen volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en evenveel ambtenaren uitzwaait mag nog altijd tachtig procent blijven. Maar veel meer dan deze twintig procent lijdt dus onnodig aan de vrees werkloos te raken. Dat zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkerstevredenheidsonderzoeken komende tijd. Het dwingt ook tot nadenken wat een passend beleidsreactie is. De zekere blijvers een brief zoals ABNAMRO ooit deed? Snel ontslaan om onnodige onrust te voorkomen? De crisis dwingt dat keuzen worden gemaakt, ook door HRM. Doe dat vooral !
Economie is niet altijd de eerste of grootste interesse van HRM-ers. Anders hadden ze wel een ander vak gekozen en waren ze controler of accountant geworden. Toch valt er niet te ontkomen aan het doordenken van de gevolgen van de wereldwijde crisis voor ‘arbeid en organisatie’, om het nog eens ouderwets te zeggen. Immers, de huidige crisis wordt wel de ergste economische crisis genoemd in tachtig jaar. Ofwel de ergste van uw leven en misschien wel de grootste. Nooit eerder kende we een negatieve groei van 5% en liepen overheidstekort en schuld zo hard op als nu. De schuld stijgt van 40 tot 60 procent van het nationaal inkomen, het overheidstekort verslechtert met zo’n veertig miljard. Best veel. Geen wonder dat komende jaren voor 35 miljard aan structurele bezuinigingen mot worden gevonden. Twintig procent eraf is het nieuwe credo.
Een kundige groep economen van het Centraal Plan Bureau beschreef recent wat de crisis betekent voor de samenleving en getroffenen, zowel economisch als voor ons aller geluk. En daarin zitten ook handvatten voor HRM.
De crisis raakt de meeste mensen drievoudig. Hun huis wordt minder waard (meer dan de helft van de Neder;anders heeft een eigen huis), de waarde van hun beleggingen daalt (twee miljoen Nederlanders beleggen, de helft daarvan meer dan 18.000 euro) en het inkomen daalt, door geslonken carrièrekansen of uitblijvende loonstijgingen.
Toch hoeft deze financieel kommer en kwel mensen niet per se ongelukkig te maken. Nederlanders blijken uit opeenvolgende onderzoeken al vele jaren best gelukkig. De inkomensstijging van de afgelopen dertig jaar heeft ons evenwel niet veel gelukkiger gemaakt. En de hiervoor genoemde financieel verliezen hoeven ons niet eens per se ongelukkiger te maken, veel meer factoren spelen namelijk een rol bij geluksbeleving.
Toch mogen we een ding niet over het hoofd zien. Werkloosheid of de dreiging daarvan verslechtert wel de inkomenspositie en geluksbeleving enorm. Een alleenstaande verliest door werkloosheid een kwart aan inkomen, de hogere middenklasse (twee maal modaal) zelf de helft. Geen wonder dat op een geluksschaal van 1 tot 10 werklozen een vol punt of meer lager scoren dan werkenden.
Belangrijk om te beseffen is dat behalve werkloosheid ook de káns op werkloosheid het geluksgevoel sterkt beïnvloedt. Dat betekent dat mensen die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden zoals ambtenaren nu al met minder plezier rondlopen. Het overgrote deel van hen volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en evenveel ambtenaren uitzwaait mag nog altijd tachtig procent blijven. Maar veel meer dan deze twintig procent lijdt dus onnodig aan de vrees werkloos te raken. Dat zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkerstevredenheidsonderzoeken komende tijd. Het dwingt ook tot nadenken wat een passend beleidsreactie is. De zekere blijvers een brief zoals ABNAMRO ooit deed? Snel ontslaan om onnodige onrust te voorkomen? De crisis dwingt dat keuzen worden gemaakt, ook door HRM. Doe dat vooral !
zaterdag, september 12, 2009
Waarom wachten tot 2011?
Column Binnenlands Bestuur dd 18 september 2009
Het wordt stil op en om het Plein in Den Haag. Zeker nu er snel een eind komt aan de gerichte stimuleringsmaatregelen die de departementen in Den Haag deden bij de Haagse horeca. Ook daar komt nu een eind aan. Want wie 35 miljard bijeen wil sprokkelen moet op de kleintjes letten. En de kleintjes zullen op politici en bestuurders letten. Dus even geen zonnebrillen declareren, geen alchoholovergoten diners, geen payTV op dienstreis, even een beetje dimmen allemaal, hooguit een haring bij de kar.
Maar waar haal je 35 miljard vandaan? Grofweg zijn vier bronnen te onderscheiden. Een eerste is bestaand beleid grondig heroverwegen. Bijvoorbeeld het woningmarkt met huursubsidie en hypotheekrenteaftrek, waar principiële, politieke keuzen zijn te maken. Voor de pensioensystematiek, houdbaarheid van de AOW en de aftrekbaarheid van premies geldt het zelfde.
De tweede is versoberen van bestaand beleid. Bijvoorbeeld de regelingen waar een groeiend beroep op wordt gedaan zoals in de sociale zekerheid (werkloosheidsuitkering, Wajong) of AOW-aanspraken (vergrijzing).
De derde optie is eenmalige baten genereren. Vermogen voor beleid inzetten, tafelzilver verkopen of dure aankopen uitstellen. Woningcorporaties hebben ruim 30 miljard aan vermogen, onderwijsinstellingen zo’n 10 miljard, provincies enkele miljarden. Dus men zal overwegen minder, later of geen JSFvliegtuigen aan te schaffen en meer.
De vierde weg is zuiniger aandoen, slimmer inkopen meer samenwerken –dus minder ambtenaren en adviseurs-, lagere wachtgeldregelingen, ondersteunende diensten fuseren, minder horecabezoek en dergelijke.
Het meest waarschijnlijk is echter dat de komende tijd in precies omgekeerde volgorde gewerkt gaat worden. Immers, verbeteren van de bedrijfsvoering en snijden in het eigen apparaat is de meest directe maatregels waar het kabinet eenvoudig toe kan beslissen. Zonder veel maatschappelijke weerstand kunnen budgetten voor ambtelijke diensten worden verlaagd, regelingen versoberd en vacaturestops ingesteld.
Lastiger is om de eigen vermogens van instellingen af te romen Die zijn immers in handen van medeoverheden, bestuursorganen of zelfstandige organisaties als scholen. Waarschijnlijk is het maximale resultaat voor dit kabinet dat deze organisaties vermogen deels gaan inzetten voor kabinetsprioriteiten, zoals met woningbouwcorporaties na moeizaam overleg eerder is afgesproken. De druk zal wel groeien om quasi-publieke vermogens aan te wenden in de exploitatie, zoals aan vermogende politiekorpsen al is verordonneerd.
Versoberen van nieuw beleid door het dichtschroeien van bestaande regelingen is een nog lastiger opgave. Immers, juist wanneer en regeling hard nodig wordt (meer jongeren gaan langer studeren, meer werklozen doen een beroep op een uitkering) zal er snel en hevig verzet komen tegen versoberingen.
Bestaand beleid ingrijpend veranderen tot slot is eigenlijk niet mogelijk zonder een nieuw politiek mandaat en kan daarom het best inzet zijn van de verkiezingen, zodat iedereen kan stemmen over de houdbaarheid en alternatieven voor het pensioenstelsel, zorgstelsel en woningmarktbeleid. Zo bezien wordt 2011 en de aanloop erheen enerverend, met als grootste risico dat bij een iets aantrekkende economie de bereidheid echt vergaande keuzen te maken wegebt. Verkiezingen najaar 2010 als alle heroverwegingsonderzoeken zijn afgerond en de politieke partijen hun visie op de stelselherziening hebben verwoordt in de verkiezingsprogramma’s zijn echter ook voorstelbaar. Waarom wachten tot 2011?
Het wordt stil op en om het Plein in Den Haag. Zeker nu er snel een eind komt aan de gerichte stimuleringsmaatregelen die de departementen in Den Haag deden bij de Haagse horeca. Ook daar komt nu een eind aan. Want wie 35 miljard bijeen wil sprokkelen moet op de kleintjes letten. En de kleintjes zullen op politici en bestuurders letten. Dus even geen zonnebrillen declareren, geen alchoholovergoten diners, geen payTV op dienstreis, even een beetje dimmen allemaal, hooguit een haring bij de kar.
Maar waar haal je 35 miljard vandaan? Grofweg zijn vier bronnen te onderscheiden. Een eerste is bestaand beleid grondig heroverwegen. Bijvoorbeeld het woningmarkt met huursubsidie en hypotheekrenteaftrek, waar principiële, politieke keuzen zijn te maken. Voor de pensioensystematiek, houdbaarheid van de AOW en de aftrekbaarheid van premies geldt het zelfde.
De tweede is versoberen van bestaand beleid. Bijvoorbeeld de regelingen waar een groeiend beroep op wordt gedaan zoals in de sociale zekerheid (werkloosheidsuitkering, Wajong) of AOW-aanspraken (vergrijzing).
De derde optie is eenmalige baten genereren. Vermogen voor beleid inzetten, tafelzilver verkopen of dure aankopen uitstellen. Woningcorporaties hebben ruim 30 miljard aan vermogen, onderwijsinstellingen zo’n 10 miljard, provincies enkele miljarden. Dus men zal overwegen minder, later of geen JSFvliegtuigen aan te schaffen en meer.
De vierde weg is zuiniger aandoen, slimmer inkopen meer samenwerken –dus minder ambtenaren en adviseurs-, lagere wachtgeldregelingen, ondersteunende diensten fuseren, minder horecabezoek en dergelijke.
Het meest waarschijnlijk is echter dat de komende tijd in precies omgekeerde volgorde gewerkt gaat worden. Immers, verbeteren van de bedrijfsvoering en snijden in het eigen apparaat is de meest directe maatregels waar het kabinet eenvoudig toe kan beslissen. Zonder veel maatschappelijke weerstand kunnen budgetten voor ambtelijke diensten worden verlaagd, regelingen versoberd en vacaturestops ingesteld.
Lastiger is om de eigen vermogens van instellingen af te romen Die zijn immers in handen van medeoverheden, bestuursorganen of zelfstandige organisaties als scholen. Waarschijnlijk is het maximale resultaat voor dit kabinet dat deze organisaties vermogen deels gaan inzetten voor kabinetsprioriteiten, zoals met woningbouwcorporaties na moeizaam overleg eerder is afgesproken. De druk zal wel groeien om quasi-publieke vermogens aan te wenden in de exploitatie, zoals aan vermogende politiekorpsen al is verordonneerd.
Versoberen van nieuw beleid door het dichtschroeien van bestaande regelingen is een nog lastiger opgave. Immers, juist wanneer en regeling hard nodig wordt (meer jongeren gaan langer studeren, meer werklozen doen een beroep op een uitkering) zal er snel en hevig verzet komen tegen versoberingen.
Bestaand beleid ingrijpend veranderen tot slot is eigenlijk niet mogelijk zonder een nieuw politiek mandaat en kan daarom het best inzet zijn van de verkiezingen, zodat iedereen kan stemmen over de houdbaarheid en alternatieven voor het pensioenstelsel, zorgstelsel en woningmarktbeleid. Zo bezien wordt 2011 en de aanloop erheen enerverend, met als grootste risico dat bij een iets aantrekkende economie de bereidheid echt vergaande keuzen te maken wegebt. Verkiezingen najaar 2010 als alle heroverwegingsonderzoeken zijn afgerond en de politieke partijen hun visie op de stelselherziening hebben verwoordt in de verkiezingsprogramma’s zijn echter ook voorstelbaar. Waarom wachten tot 2011?
zaterdag, augustus 29, 2009
Koopt IJslandse waar aub
Column Binnenlands Bestuur dd 4 september 2009
Nederland heeft een grote staatsschuld, zo’n 60% van het nationaal inkomen. In euro zo’n 360 miljard. Maar per Nederlander valt dat op het eerste gezicht wel mee, ruim twintigduizend euro. Hoewel, een ouderwets doorsnee gezin met twee kinderen heeft bijna een ton schuld. Als die niet wordt terugbetaald, moet er jaarlijks wel ongeveer vijf tot zesduizend euro rente op worden betaald. Dat is netto 500 euro per maand voor dat doorsnee gezin. En dat is best wel weer veel. Je kunt er heel veel leuke andere dingen van doen.
Toch waren er in Nederland en het Verenigd Koninkrijk samen driehonderdduizend spaarders die geld over hadden en het als spaargeld aan IJsland toevertrouwden, gemiddeld zo’n dertienduizend euro, samen vier miljard. Garant stond immers niet alleen de voor Nederland nieuwe en flitsende Internetbank Icesave, maar mede IJsland en haar bewoners die volgend allerlei verdragen voor de bank verantwoordelijk zijn. En er nu erg mee in de maag zitten.
Want de driehonderdduizend eilandbewoners moeten die driehonderdduizend Britten en Holanders financieel compenseren. En dat is verdraaid lastig. Het eiland heeft een nationaal inkomen van zo’n 12 miljard, dat is vijftig keer zo klein als Nederland. Ze moeten zo’n 4 miljard euro terugbetalen. Dat is zo’n dertienduizend euro per IJslander.
Vergelijk, het is alsof Nederland aan een vreemde mogendheid omgerekend tweehonderd miljard zou moeten ophoesten omdat onze banken een mislukte bedrijfsstrategie hadden gevolgd (en dat hebben ze) en onze toezichthouder net zo pijnlijk zou hebben gesnurkt als die in IJsland (daarover verschillende meningen).
Om deze rare som samen te vatten. Driehonderduizend IJslander moeten per persoon dertienduizend euro terugbetalen aan driehonderdduizend Britten en Nederlanders. Stel dat u of ik een tegoed zou hebben (gehad) op IJsland, dan is er nu ergens een Sigur of Petur die mistroostig over de oceaan staart mijmerend aan welke Hollander hij dit schuldig is. En hoe het verder moet.
Naast deze schuld aan u en mij heeft de IJslandse regering en burger natuurlijk ook nog een omvangrijke staatsschuld. En IJslanders verdienen al minder dan wij Nederlanders, de visvangst is verreweg de belangrijkste inkomstenbron maar de opbrengsten ervan lopen terug.
Moet IJsland dan gaan bezuinigen? Heel haar defensie afschaffen? Zou kunnen, als ze die had. Maar die heeft ze niet. IJsland is kortom verstrikt in verdragen, verder volkomen weerloos en zal de komende decennia verder worden kaalgeplukt. Koopt daarom IJslandse waar aub, vis is goed voor u.
Er is één troost voor de bewoners van IJsland. Zodra ze EU-lid worden, zullen ze vrijelijk in Europa kunnen bewegen en ook hierheen kunnen komen om hun geluk te beproeven en de misère te ontvluchten.. Het eiland zal daardoor leegstromen en de achterblijvers komen in steeds grotere problemen, alles door het wurgcontract van terugbetalingen waar ze aan gebonden zijn.
Nederland heeft zijn tanden laten zien en haar rechten geëffectueerd. We zullen de IJslanders houden aan het gesloten verdrag. Als de Schelde naar IJsland liep, hadden we de ketting gespannen, denk ik.
Nederland heeft een grote staatsschuld, zo’n 60% van het nationaal inkomen. In euro zo’n 360 miljard. Maar per Nederlander valt dat op het eerste gezicht wel mee, ruim twintigduizend euro. Hoewel, een ouderwets doorsnee gezin met twee kinderen heeft bijna een ton schuld. Als die niet wordt terugbetaald, moet er jaarlijks wel ongeveer vijf tot zesduizend euro rente op worden betaald. Dat is netto 500 euro per maand voor dat doorsnee gezin. En dat is best wel weer veel. Je kunt er heel veel leuke andere dingen van doen.
Toch waren er in Nederland en het Verenigd Koninkrijk samen driehonderdduizend spaarders die geld over hadden en het als spaargeld aan IJsland toevertrouwden, gemiddeld zo’n dertienduizend euro, samen vier miljard. Garant stond immers niet alleen de voor Nederland nieuwe en flitsende Internetbank Icesave, maar mede IJsland en haar bewoners die volgend allerlei verdragen voor de bank verantwoordelijk zijn. En er nu erg mee in de maag zitten.
Want de driehonderdduizend eilandbewoners moeten die driehonderdduizend Britten en Holanders financieel compenseren. En dat is verdraaid lastig. Het eiland heeft een nationaal inkomen van zo’n 12 miljard, dat is vijftig keer zo klein als Nederland. Ze moeten zo’n 4 miljard euro terugbetalen. Dat is zo’n dertienduizend euro per IJslander.
Vergelijk, het is alsof Nederland aan een vreemde mogendheid omgerekend tweehonderd miljard zou moeten ophoesten omdat onze banken een mislukte bedrijfsstrategie hadden gevolgd (en dat hebben ze) en onze toezichthouder net zo pijnlijk zou hebben gesnurkt als die in IJsland (daarover verschillende meningen).
Om deze rare som samen te vatten. Driehonderduizend IJslander moeten per persoon dertienduizend euro terugbetalen aan driehonderdduizend Britten en Nederlanders. Stel dat u of ik een tegoed zou hebben (gehad) op IJsland, dan is er nu ergens een Sigur of Petur die mistroostig over de oceaan staart mijmerend aan welke Hollander hij dit schuldig is. En hoe het verder moet.
Naast deze schuld aan u en mij heeft de IJslandse regering en burger natuurlijk ook nog een omvangrijke staatsschuld. En IJslanders verdienen al minder dan wij Nederlanders, de visvangst is verreweg de belangrijkste inkomstenbron maar de opbrengsten ervan lopen terug.
Moet IJsland dan gaan bezuinigen? Heel haar defensie afschaffen? Zou kunnen, als ze die had. Maar die heeft ze niet. IJsland is kortom verstrikt in verdragen, verder volkomen weerloos en zal de komende decennia verder worden kaalgeplukt. Koopt daarom IJslandse waar aub, vis is goed voor u.
Er is één troost voor de bewoners van IJsland. Zodra ze EU-lid worden, zullen ze vrijelijk in Europa kunnen bewegen en ook hierheen kunnen komen om hun geluk te beproeven en de misère te ontvluchten.. Het eiland zal daardoor leegstromen en de achterblijvers komen in steeds grotere problemen, alles door het wurgcontract van terugbetalingen waar ze aan gebonden zijn.
Nederland heeft zijn tanden laten zien en haar rechten geëffectueerd. We zullen de IJslanders houden aan het gesloten verdrag. Als de Schelde naar IJsland liep, hadden we de ketting gespannen, denk ik.
donderdag, augustus 20, 2009
Een moeilijk maar mooi boek
Recensie voor BinnenBereik september 2009 van 'Veranderdiagnose' van Rob van Es
In Amerika wordt aan universiteiten wel gesproken over ‘the art and science of public administration'. Of ook wordt de vraag wel gesteld; is bestuurskunde en wetenschap of een ‘kunst’. Goede vraag. Door besturen een kunst te noemen ontstaat er meer ruimte om het vak van overheidsbestuurd(der) ook esthetisch te beschouwen. Elegante interventies. Schoonheid. Gelaagdheid. Zelfs een dringende bezuiniging, een afwijzing kan bot of elegant worden gerealiseerd. Het gaat te ver om ambtenaren kunstenaars te noemen maar 'alleen maar' bureaucraat zijn ze ook niet.
Het managementboek van het jaar 2009 'Veranderdiagnose' probeert de lezer te helpen goed te diagnosticeren. Eerst goed kijken, luisteren, voelen voordat een veranderdiagnose of zelfs een verbeterplan wordt overwogen. Immers, als de diagnose niet deugt zal de gekozen interventie de problemen niet snel oplossen. Maar diagnosticeren is een hele kunst, betoogt Rob van Es, wetenschapper en consultant. Waarnemen en betekenis geven zijn de sleutel tot een goede diagnose. En met een keur aan –soms bekende- illustraties laat hij de lezer meekijken en opnieuw kijken. Vaas of gezicht, konijn of eend, oudje of jonge dame?
Daarna gaat hij uitgebreider – en theoretischer- in op ‘de onderstroom van organiseren’, emoties. De wat theoretische verhandelingen worden dan opeens weer aardig omdat hij een keur aan kunstuitingen gebruikt om die emoties te illustreren. Via stills van filmfragmenten en gedichten wil hij die emoties ‘voelbaar’ maken. Charlie Chaplin die in de film ‘Modern times’ het ‘scientific management’ een gezicht gaf. Gedichten van Judith Herzberg die de weg openen om meer intuïtief en adaptief te denken. Uitgebreid staat hij bij wijze van een casus stil bij een schilderij van Velazques en belicht ieder van de geportretteerden afzonderlijk uitgebreid, een oefening in waarnemen, inleven en betekenis geven.
Het levert tezamen een rijk boek op. Inhoudelijk niet eenvoudig, er is wel heel wat organisatiekundige voorkennis nodig en bekendheid met literatuur(analyse) of kunstkritiek is behulpzaam, maar wie zegt dat een boek makkelijk moet zijn?
Een zaak valt me tot slot op. Dat dit boek tot managmentboek van het jaar is gekozen is verheugend voor de auteur. Maar qua thematiek had ik verwacht dat er een boek gekozen zou worden die dichter op de actualiteit zou staan, nu we na september 2008 in een ongekende snelle, diepen en brede economische crisis zijn gekomen. Hoe komen bedrijven, organisaties en managers daar doorheen en uit. Misschien is dat boek nog niet geschreven, dat wordt dan tijd. Anders had ik zeker gekozen voor ´De prooi´ van Jeroen Smit over het wel en wee van de ABNAMROtop, een fascinerend boek, ook nu nog.
In Amerika wordt aan universiteiten wel gesproken over ‘the art and science of public administration'. Of ook wordt de vraag wel gesteld; is bestuurskunde en wetenschap of een ‘kunst’. Goede vraag. Door besturen een kunst te noemen ontstaat er meer ruimte om het vak van overheidsbestuurd(der) ook esthetisch te beschouwen. Elegante interventies. Schoonheid. Gelaagdheid. Zelfs een dringende bezuiniging, een afwijzing kan bot of elegant worden gerealiseerd. Het gaat te ver om ambtenaren kunstenaars te noemen maar 'alleen maar' bureaucraat zijn ze ook niet.
Het managementboek van het jaar 2009 'Veranderdiagnose' probeert de lezer te helpen goed te diagnosticeren. Eerst goed kijken, luisteren, voelen voordat een veranderdiagnose of zelfs een verbeterplan wordt overwogen. Immers, als de diagnose niet deugt zal de gekozen interventie de problemen niet snel oplossen. Maar diagnosticeren is een hele kunst, betoogt Rob van Es, wetenschapper en consultant. Waarnemen en betekenis geven zijn de sleutel tot een goede diagnose. En met een keur aan –soms bekende- illustraties laat hij de lezer meekijken en opnieuw kijken. Vaas of gezicht, konijn of eend, oudje of jonge dame?
Daarna gaat hij uitgebreider – en theoretischer- in op ‘de onderstroom van organiseren’, emoties. De wat theoretische verhandelingen worden dan opeens weer aardig omdat hij een keur aan kunstuitingen gebruikt om die emoties te illustreren. Via stills van filmfragmenten en gedichten wil hij die emoties ‘voelbaar’ maken. Charlie Chaplin die in de film ‘Modern times’ het ‘scientific management’ een gezicht gaf. Gedichten van Judith Herzberg die de weg openen om meer intuïtief en adaptief te denken. Uitgebreid staat hij bij wijze van een casus stil bij een schilderij van Velazques en belicht ieder van de geportretteerden afzonderlijk uitgebreid, een oefening in waarnemen, inleven en betekenis geven.
Het levert tezamen een rijk boek op. Inhoudelijk niet eenvoudig, er is wel heel wat organisatiekundige voorkennis nodig en bekendheid met literatuur(analyse) of kunstkritiek is behulpzaam, maar wie zegt dat een boek makkelijk moet zijn?
Een zaak valt me tot slot op. Dat dit boek tot managmentboek van het jaar is gekozen is verheugend voor de auteur. Maar qua thematiek had ik verwacht dat er een boek gekozen zou worden die dichter op de actualiteit zou staan, nu we na september 2008 in een ongekende snelle, diepen en brede economische crisis zijn gekomen. Hoe komen bedrijven, organisaties en managers daar doorheen en uit. Misschien is dat boek nog niet geschreven, dat wordt dan tijd. Anders had ik zeker gekozen voor ´De prooi´ van Jeroen Smit over het wel en wee van de ABNAMROtop, een fascinerend boek, ook nu nog.
maandag, augustus 17, 2009
Profijt van de overheid
Column Binnenlands Bestuur dd 21 augustus 2009
Iedereen heeft plezier van de overheid, al heeft de een wat meer reden tot lachen dan de ander. Dankzij onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau is bijvoorbeeld bekend dat middeninkomens relatief het minst profiteren van overheidsuitgaven. Zij maken minder gebruik van huursubsidie en profiteren ook relatief minder van de hypotheekrenteaftrek. De laagste inkomensgroepen profiteren meer door de bijzondere bijstand, kwijtschelding van lokale lasten en huursubsidie. De hoogste inkomensgroep ontvangt relatief wel veel dankzij de hypotheekrenteaftrek, kinderopvangregelingen en cultuur- en onderwijsvoorzieningen.
Recent haalde de PVV van Wilders het nieuws omdat zij wil weten hoeveel geld allochtonen de staat kosten en opbrengen. De PVV heeft diverse ministers gevraagd uit te rekenen hoeveel geld ze besteden aan allochtonen en hoeveel inkomsten er van hen binnenkomen. Het vermoeden van de PVV is dat de overheid onevenredig veel geld uitgeeft aan (niet-westerse) allochtonen en daar weinig voor terugziet. Besteed Onderwijs echt onevenredig hoge budgetten aan allochtonen, bijvoorbeeld voor spijbelende leerlingen? Doen zij een groter beroep op de gezondheidszorg? Hebben zij vaker dan anderen een sociale uitkering of huurtoeslagen? Belasten zij de rechterlijke macht en het gevangeniswezen?
Los van de specifieke lading, de vragen van de PVV zijn budgettair en dus politiek relevant. De vraag ‘wie profiteert’ is immers de kernvraag bij de verdeling van overheidsmiddelen. Genderonderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat veel fiscaal en budgettaire beleid ongunstig uitpakt voor vrouwen en bepleiten bijstelling. Migrantenorganisaties maken vaak aannemelijk dat veel overheidsregelingen onvoldoende bekend of te complex zijn voor de doelgroep van de regeling. Ook de vragen van de PVV zijn zo bezien welkom en vergen een antwoord.
Een hindernis is wel dat de overheid nauwelijks registreert of administreert wie van het beleid ‘profiteert’. Ook weten we zelden of specifieke uitkeringen terecht komen in bijvoorbeeld grote steden, zwakke regio’s, achterstandswijken of -dankzij slimme gemeenteambtenaren of adviesbureaus die hen de weg wijzen- bij niet direct beoogde doelgroepen, gemeenten, bedrijven of burgers. Krijgt het noorden even veel terug aan overheidsmiddelen als dat de ze via aardgas inbrengen is een regelmatig terugkerende vraag? Belangrijker dan cijfers en lijstjes is de vraag –indien te beantwoorden-, welke conclusies verbonden worden aan de komende onderzoeksresultaten.
Een van mijn studenten onderzocht of bepaalde gemeentelijke sportsubsidies bedoeld voor allochtonen en jongeren ook echt bij de doelgroep aankwamen. Bepaald niet ontdekte ze, maar onbedoeld wel bij veeleer witte-mannen-sporten als ijshockey, omdat de gemeentelijke regeling niet uitsloot dat ook zij aanvragen voor subsidie indienden.
Als straks uit de nieuwe SCP-studie blijkt dat bepaalde groepen meer of minder ‘profiteren’ zijn de eerste twee vragen die bij mij opkomen : was dit ook de bedoeling van de regeling of een te brede of smalle doelgroep bereikt? En minstens zo belangrijk, heeft het ‘gevoerde beleid effect? Zo niet, dan moet het beleid worden bijgesteld of beëindigd. Maar als dankzij anti-spijbelbeleid vroegtijdige schoolverlaters de weg naar school terug vinden of de recidive daalt is dat geld welbesteed, wie er ook van profiteert. Sterker, volgends mij profiteren we daar allemaal van.
Iedereen heeft plezier van de overheid, al heeft de een wat meer reden tot lachen dan de ander. Dankzij onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau is bijvoorbeeld bekend dat middeninkomens relatief het minst profiteren van overheidsuitgaven. Zij maken minder gebruik van huursubsidie en profiteren ook relatief minder van de hypotheekrenteaftrek. De laagste inkomensgroepen profiteren meer door de bijzondere bijstand, kwijtschelding van lokale lasten en huursubsidie. De hoogste inkomensgroep ontvangt relatief wel veel dankzij de hypotheekrenteaftrek, kinderopvangregelingen en cultuur- en onderwijsvoorzieningen.
Recent haalde de PVV van Wilders het nieuws omdat zij wil weten hoeveel geld allochtonen de staat kosten en opbrengen. De PVV heeft diverse ministers gevraagd uit te rekenen hoeveel geld ze besteden aan allochtonen en hoeveel inkomsten er van hen binnenkomen. Het vermoeden van de PVV is dat de overheid onevenredig veel geld uitgeeft aan (niet-westerse) allochtonen en daar weinig voor terugziet. Besteed Onderwijs echt onevenredig hoge budgetten aan allochtonen, bijvoorbeeld voor spijbelende leerlingen? Doen zij een groter beroep op de gezondheidszorg? Hebben zij vaker dan anderen een sociale uitkering of huurtoeslagen? Belasten zij de rechterlijke macht en het gevangeniswezen?
Los van de specifieke lading, de vragen van de PVV zijn budgettair en dus politiek relevant. De vraag ‘wie profiteert’ is immers de kernvraag bij de verdeling van overheidsmiddelen. Genderonderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat veel fiscaal en budgettaire beleid ongunstig uitpakt voor vrouwen en bepleiten bijstelling. Migrantenorganisaties maken vaak aannemelijk dat veel overheidsregelingen onvoldoende bekend of te complex zijn voor de doelgroep van de regeling. Ook de vragen van de PVV zijn zo bezien welkom en vergen een antwoord.
Een hindernis is wel dat de overheid nauwelijks registreert of administreert wie van het beleid ‘profiteert’. Ook weten we zelden of specifieke uitkeringen terecht komen in bijvoorbeeld grote steden, zwakke regio’s, achterstandswijken of -dankzij slimme gemeenteambtenaren of adviesbureaus die hen de weg wijzen- bij niet direct beoogde doelgroepen, gemeenten, bedrijven of burgers. Krijgt het noorden even veel terug aan overheidsmiddelen als dat de ze via aardgas inbrengen is een regelmatig terugkerende vraag? Belangrijker dan cijfers en lijstjes is de vraag –indien te beantwoorden-, welke conclusies verbonden worden aan de komende onderzoeksresultaten.
Een van mijn studenten onderzocht of bepaalde gemeentelijke sportsubsidies bedoeld voor allochtonen en jongeren ook echt bij de doelgroep aankwamen. Bepaald niet ontdekte ze, maar onbedoeld wel bij veeleer witte-mannen-sporten als ijshockey, omdat de gemeentelijke regeling niet uitsloot dat ook zij aanvragen voor subsidie indienden.
Als straks uit de nieuwe SCP-studie blijkt dat bepaalde groepen meer of minder ‘profiteren’ zijn de eerste twee vragen die bij mij opkomen : was dit ook de bedoeling van de regeling of een te brede of smalle doelgroep bereikt? En minstens zo belangrijk, heeft het ‘gevoerde beleid effect? Zo niet, dan moet het beleid worden bijgesteld of beëindigd. Maar als dankzij anti-spijbelbeleid vroegtijdige schoolverlaters de weg naar school terug vinden of de recidive daalt is dat geld welbesteed, wie er ook van profiteert. Sterker, volgends mij profiteren we daar allemaal van.
Zware tijden voor de boeg
Column Binnenlands Bestuur dd 17 juli 2009
Het beeld is heroïsch, de drenkeling die wordt gered maar de redder zelf verdrinkt. Daar moest ik aan denken toen ik de aanhoudende cijfertjes over bedrijven en overheden in crisis op me liet inwerken. Een schuin oog op de situatie in de VS versterkte dat beeld. Overheden lopen daar financieel op hun laatste benen, staten hebben begrotingstekorten boven de 10% met uitschieters tot twintig of zelfs dertig procent, de federale overheid ruim 12%. Essentiële voorzieningen worden overal geschrapt, nieuwe cliënten afgewezen, publieke voorzieningen beëindigd.
Ook ons staan zware tijden te wachten. Zonder de helpende hand van de overheid hadden veel banken het niet gered. Onvoorstelbare bedragen zijn daar inmiddels aan besteed. Maar weten, we allemaal, als dat niet was gedaan, had het nog slechter kunnen aflopen. En de geholpen financiële instellingen betalen een stevige rentevergoeding voor de verstrekte publieke middelen. Op termijn kan de overheid er zelfs goed uitspringen wanneer de banken weer verkocht worden, laten we het hopen dat Bos een succesvolle ‘investment banker’ blijkt te zijn nu hij bezig is banken te saneren en in stuken en (hopelijk) met winst weer te verkopen.
Maar door al deze investeringen en de conjunctuurcrisis stijgt de jarenlang gedaalde EMU-schuld van Nederland in twee jaar van 40 naar 50 naar zo’n 66% van osn nationaal inkomen in 2010. Bos moet in 2010, wanneer hij dagelijks ruim 100 miljoen meer uitgeeft dan ontvangt. –dagelijks!- ook nog zorgen dat deze schuld, zo’n 400 miljard regelmatig wordt (her)gefinancierd.
Dus de reddende overheid zit nu al in de situatie dat ze zelf heel dik in de schulden zit en om de begroting weer in balans te krijgen jarenlang zal moet bezuinigen. Terwijl bedrijven straks gaandeweg weer zwarte cijfers gaan schrijven – maar door compensabele verliezen nog niet in volle omvang belasting hoeven te betalen- zal de overheid nog vele jaren lang moeten besparen.
Dreigt de overheid die dan eerst zelf de drenkeling heeft gered niet uiteindelijk het slachtoffer te worden? Er breken zware tijden aan voor allen die in de publieke sector werken of afhankelijk zijn van publiek gefinancierde voorzieningen als de AWBZ, uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, studenten, scholen, politie, defensie en meer.
Het zal de publieke sector ook als werkgever flink raken. Er stromen door vergrijzing veel medewerkers uit terwijl er maar heel weinig of geen ruimte is voor een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket dat in lijn is met de private sector, zeker wanneer die wel weer gaat renderen en beter kan concurreren op een krappe arbeidsmarkt.
Steeds minder mensen zullen binnen de overheid steeds meer werk moeten gaan doen zonder dat die extra werkdruk of productiviteitsstijging kunnen worden vertaald in verbeterde arbeidsvoorwaarden. Werken bij de overheid wordt het komend decennium voor de achterblijvers een fikse klus. Er zullen steeds meer niet of heel moeilijk vervulbare functies ontstaan, er zijn bescheiden beloningen maar een groeiende werkdruk. Het zal worstelen worden, het is hopen dat nu bejubelde redder van de banken zelf boven komt. Na de zomer volgt een lange herfst en winter.
Het beeld is heroïsch, de drenkeling die wordt gered maar de redder zelf verdrinkt. Daar moest ik aan denken toen ik de aanhoudende cijfertjes over bedrijven en overheden in crisis op me liet inwerken. Een schuin oog op de situatie in de VS versterkte dat beeld. Overheden lopen daar financieel op hun laatste benen, staten hebben begrotingstekorten boven de 10% met uitschieters tot twintig of zelfs dertig procent, de federale overheid ruim 12%. Essentiële voorzieningen worden overal geschrapt, nieuwe cliënten afgewezen, publieke voorzieningen beëindigd.
Ook ons staan zware tijden te wachten. Zonder de helpende hand van de overheid hadden veel banken het niet gered. Onvoorstelbare bedragen zijn daar inmiddels aan besteed. Maar weten, we allemaal, als dat niet was gedaan, had het nog slechter kunnen aflopen. En de geholpen financiële instellingen betalen een stevige rentevergoeding voor de verstrekte publieke middelen. Op termijn kan de overheid er zelfs goed uitspringen wanneer de banken weer verkocht worden, laten we het hopen dat Bos een succesvolle ‘investment banker’ blijkt te zijn nu hij bezig is banken te saneren en in stuken en (hopelijk) met winst weer te verkopen.
Maar door al deze investeringen en de conjunctuurcrisis stijgt de jarenlang gedaalde EMU-schuld van Nederland in twee jaar van 40 naar 50 naar zo’n 66% van osn nationaal inkomen in 2010. Bos moet in 2010, wanneer hij dagelijks ruim 100 miljoen meer uitgeeft dan ontvangt. –dagelijks!- ook nog zorgen dat deze schuld, zo’n 400 miljard regelmatig wordt (her)gefinancierd.
Dus de reddende overheid zit nu al in de situatie dat ze zelf heel dik in de schulden zit en om de begroting weer in balans te krijgen jarenlang zal moet bezuinigen. Terwijl bedrijven straks gaandeweg weer zwarte cijfers gaan schrijven – maar door compensabele verliezen nog niet in volle omvang belasting hoeven te betalen- zal de overheid nog vele jaren lang moeten besparen.
Dreigt de overheid die dan eerst zelf de drenkeling heeft gered niet uiteindelijk het slachtoffer te worden? Er breken zware tijden aan voor allen die in de publieke sector werken of afhankelijk zijn van publiek gefinancierde voorzieningen als de AWBZ, uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, studenten, scholen, politie, defensie en meer.
Het zal de publieke sector ook als werkgever flink raken. Er stromen door vergrijzing veel medewerkers uit terwijl er maar heel weinig of geen ruimte is voor een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket dat in lijn is met de private sector, zeker wanneer die wel weer gaat renderen en beter kan concurreren op een krappe arbeidsmarkt.
Steeds minder mensen zullen binnen de overheid steeds meer werk moeten gaan doen zonder dat die extra werkdruk of productiviteitsstijging kunnen worden vertaald in verbeterde arbeidsvoorwaarden. Werken bij de overheid wordt het komend decennium voor de achterblijvers een fikse klus. Er zullen steeds meer niet of heel moeilijk vervulbare functies ontstaan, er zijn bescheiden beloningen maar een groeiende werkdruk. Het zal worstelen worden, het is hopen dat nu bejubelde redder van de banken zelf boven komt. Na de zomer volgt een lange herfst en winter.
woensdag, juli 08, 2009
He! Een boek over de crisis!
Recensie voor Binnenlands Bestuur dd juli 2009
De crisis zet vele pennen in beweging. Het prozaïsch getitelde ‘Wolk 777’ is een recent boek van Gertrud Blauwhof en Willem Verbaan. Over ‘crisis, krimp en duurzaamheid’. Ik ben er na lezen en herlezen niet uit of het boek nu een aanrader is of niet. Laat ik eerst maar kort weergeven wat de auteurs betogen.
De huidige crisis roept vele vragen op. Waarom vallen monetaire crisis, bankencrisis, economische crisis, ecologische crisis en meer samen? Is er – zo suggereren de auteurs- niet ook een onderliggende ‘waarden’crisis? Ze gaan te rade bij uiteenlopende trendonderzoekers als de wetenschappers van het SCP van Paul Schnabel alsook de meer intuïtieve trendwatcher Adjiedj Bakas. Daaruit blijkt volgens de auteurs dat demografische krimp Nederland gaat veranderen. En dat de huizenmarkt met de sterk gestegen prijzen lijkt op een piramidespel. Maar gaat daarachter niet nog meer schuil, een waardencrisis?. Zijn de toezichthoudende, remmende krachten, die ongebreidelde hebzucht moeten beperken in het kapitalistisch marktmodel door de virtualisering van handelsstromen, ICT en globalisering niet te zwak geworden? Dat zou kunnen maar is heel lastig te beoordelen, menen de auteurs ook zelf. En want wat je ziet – of niet ziet- , is afhankelijk van ‘wie er kijkt’ hebben ze in wetenschapsfilosofische boeken ontdekt.
In andere boeken zoals die van Thomas Friedman, ‘De aarde is plat’ vinden ze wel indicaties en tal van eyeopeners voor hun vermoeden dat er een belangrijke omwenteling aan het plaatsvinden is. Staan we misschien aan de vooravond van een nieuwe (bij macro-economen welbekende) Kondratieff-golfbeweging? De auteurs komen er zelf ook niet helemaal uit.
Maar toch zien ze wel oplossingen. Duurzaamheid is zo’n ‘no regret’ maatregel. Altijd doen is hier het credo, de crisis is een kans. Daar hoort dan wel een andere rol van banken bij. Misschien ook een ander monetair stelsel. En (natuurlijk) leiderschap en slimmer samenwerken, is hun slotpleidooi.
Tja.
Ten tijde van het schrijven van hun boek was de economische crisis nog maar een half jaartje aan de gang. Of ze al op haar hoogtepunt – of dieptepunt- is weet niemand. Wat de echte aard en oorzaak is, welke impact op de economie, sociale en politieke systemen en de uiteindelijke gevolgen de crisis heeft, er bestaat nog geen begin van overeenstemming. Iedere poging tot duiding is daarom speculatief, waarschijnlijk partieel en onvolkomen, ook deze van Blauwhof en Verbaan.
Daarmee is niet gezegd dat ze geen betekenis heeft. De meervoudigheid van de crisis betekent dat er moet worden gezocht naar bredere oorzaken dan alleen een (diepe) conjuncturele economische dip. De breedte en diepte ervan doet vermoeden dat ook de oplossing meervoudig zal zijn. Goed blijven analyseren en diep nadenken is daarom de opgave aan analisten en adviseurs. En veel verschillende bronnen bekijken en deze op waarde schatten. Een leestip voor de vakantie; de nieuwe encycliek Caritas in veritate (‘Liefdadigheid in waarheid’) van paus Benedictus XVI gaat ook heel concreet in op de uitwassen van de moderne economie, wangedrag van bankiers en gevolgen van de mondialisering. Ook niet te versmaden!
De crisis zet vele pennen in beweging. Het prozaïsch getitelde ‘Wolk 777’ is een recent boek van Gertrud Blauwhof en Willem Verbaan. Over ‘crisis, krimp en duurzaamheid’. Ik ben er na lezen en herlezen niet uit of het boek nu een aanrader is of niet. Laat ik eerst maar kort weergeven wat de auteurs betogen.
De huidige crisis roept vele vragen op. Waarom vallen monetaire crisis, bankencrisis, economische crisis, ecologische crisis en meer samen? Is er – zo suggereren de auteurs- niet ook een onderliggende ‘waarden’crisis? Ze gaan te rade bij uiteenlopende trendonderzoekers als de wetenschappers van het SCP van Paul Schnabel alsook de meer intuïtieve trendwatcher Adjiedj Bakas. Daaruit blijkt volgens de auteurs dat demografische krimp Nederland gaat veranderen. En dat de huizenmarkt met de sterk gestegen prijzen lijkt op een piramidespel. Maar gaat daarachter niet nog meer schuil, een waardencrisis?. Zijn de toezichthoudende, remmende krachten, die ongebreidelde hebzucht moeten beperken in het kapitalistisch marktmodel door de virtualisering van handelsstromen, ICT en globalisering niet te zwak geworden? Dat zou kunnen maar is heel lastig te beoordelen, menen de auteurs ook zelf. En want wat je ziet – of niet ziet- , is afhankelijk van ‘wie er kijkt’ hebben ze in wetenschapsfilosofische boeken ontdekt.
In andere boeken zoals die van Thomas Friedman, ‘De aarde is plat’ vinden ze wel indicaties en tal van eyeopeners voor hun vermoeden dat er een belangrijke omwenteling aan het plaatsvinden is. Staan we misschien aan de vooravond van een nieuwe (bij macro-economen welbekende) Kondratieff-golfbeweging? De auteurs komen er zelf ook niet helemaal uit.
Maar toch zien ze wel oplossingen. Duurzaamheid is zo’n ‘no regret’ maatregel. Altijd doen is hier het credo, de crisis is een kans. Daar hoort dan wel een andere rol van banken bij. Misschien ook een ander monetair stelsel. En (natuurlijk) leiderschap en slimmer samenwerken, is hun slotpleidooi.
Tja.
Ten tijde van het schrijven van hun boek was de economische crisis nog maar een half jaartje aan de gang. Of ze al op haar hoogtepunt – of dieptepunt- is weet niemand. Wat de echte aard en oorzaak is, welke impact op de economie, sociale en politieke systemen en de uiteindelijke gevolgen de crisis heeft, er bestaat nog geen begin van overeenstemming. Iedere poging tot duiding is daarom speculatief, waarschijnlijk partieel en onvolkomen, ook deze van Blauwhof en Verbaan.
Daarmee is niet gezegd dat ze geen betekenis heeft. De meervoudigheid van de crisis betekent dat er moet worden gezocht naar bredere oorzaken dan alleen een (diepe) conjuncturele economische dip. De breedte en diepte ervan doet vermoeden dat ook de oplossing meervoudig zal zijn. Goed blijven analyseren en diep nadenken is daarom de opgave aan analisten en adviseurs. En veel verschillende bronnen bekijken en deze op waarde schatten. Een leestip voor de vakantie; de nieuwe encycliek Caritas in veritate (‘Liefdadigheid in waarheid’) van paus Benedictus XVI gaat ook heel concreet in op de uitwassen van de moderne economie, wangedrag van bankiers en gevolgen van de mondialisering. Ook niet te versmaden!
vrijdag, juni 26, 2009
Pennywise
Column Binnenlands Bestuur 2 juli 2009
Ik verbaas me hogelijk over de eigentijdse heksenjacht die deze weken tegen politici loopt. Over zonnebrillen, babyrompers en Napoleontische zwaarden. War is er mis met onze politici. Maar nog meer: met onze media? Ze berichten zonder nuance, zonder de echte wil te willen weten wat er aan de hand is, wat regels zijn, hoe verzekeringen (of het afzien daarvan) werken, zonder de wil context te verschaffen kijkt men nu administraties op het net te dumpen. Suggestief, infaam, onheus. Ik vind het maar een soort vulgaire, doorgeslagen opvatting van openbaarheid.
Ik wil het ook gewoon niet weten. Want het gaat nergens om. En als het wel ergens om gaat moet het intern worden besproken. Ook ministers, burgemeesters en wethouders verdienen aangesproken te worden. Zeker. Maar ook zij zijn werknemers, niet minder, niet meer. Zij moeten voorbeeldgedrag vertonen, beslist. Maar zij mogen ook homosexueel, moslim, gescheiden of verliefd zijn of wat ook maar even afwijkt van de niet bestaande doorsnee Hard Werkende Nederlander in doorzonwoning met partner, kinderen en Opel Astra station. Zonder dat geaardheid, eigenheid of wat meer frontaal in chocoladeletters of zwarte balkjes over hun gezicht te wordt geprint op voorpagina’s. Zelf wanneer ze onjuist zouden declareren moeten ze worden aangesproken, terugbetalen en hun leven beteren maar daarvoor is geen heksenjacht nodig. Wie zou beweren dat juist ‘dankzij’ de heksenjacht deze declaraties worden terugbetaald geef ik terug dat de opbrengst van deze doorgeslagen fatsoensrakkerij voor mij geenszins opweegt tegen de schade. Ik wil ook niet weten wat Frits Wester, Jules Paradijs en anderen aan lunches, bar- en restaurantbezoek of relatiegeschenken declareren
Is er een misschien een troost of les in deze? Een buitenlander zou misschien zeggen: in een land waar de kranten zo vol staan over de zonnebril van de minister en de babyromper van de wethouder moet het wel heel goed gaan. Er is blijkbaar niets anders om zich druk over te maken of om journalistiek achteraan te jagen. Maar nee. Na Peper, Hulsman en de Britten krijgen we deze en volgende weken de rest opgediend.
Terwijl er natuurlijk wel wat aan de hand is. Dagelijks besteedt het de overheid in 2009 zo’n 100 miljoen meer dan er binnenkomt, op jaarbasis geschat op 35-40 miljard, zeven tot acht procent van het nationaal inkomen. Elke dag 100 miljoen is best veel. In het kwartiertje dat u dit lees is er 1 miljoen tekort bijgekomen. De rente over de extra jaarschuld 2009 is weer een nieuwe schuld van ongeveer twee miljard die we in 2010 moeten betalen. Enzovoort.
Daar een keer in brengen is de grote opgave voor ons bestuur. Dat vergt doordenken en draagvlak zoeken voor grote en kleine wijzigingen in het beleid. In de sociale zekerheid, de zorg en de overige rijksuitgaven. En ook op de kleintjes moeten we dan letten. Kantoorinrichting, vacatures, inhuur externen, cursusbezoek en wat al meer. Dat is altijd de moeite waard. Maar de opbrengst van de heksenjacht op declaraties van politici levert in mijn ogen niets op.
Ik verbaas me hogelijk over de eigentijdse heksenjacht die deze weken tegen politici loopt. Over zonnebrillen, babyrompers en Napoleontische zwaarden. War is er mis met onze politici. Maar nog meer: met onze media? Ze berichten zonder nuance, zonder de echte wil te willen weten wat er aan de hand is, wat regels zijn, hoe verzekeringen (of het afzien daarvan) werken, zonder de wil context te verschaffen kijkt men nu administraties op het net te dumpen. Suggestief, infaam, onheus. Ik vind het maar een soort vulgaire, doorgeslagen opvatting van openbaarheid.
Ik wil het ook gewoon niet weten. Want het gaat nergens om. En als het wel ergens om gaat moet het intern worden besproken. Ook ministers, burgemeesters en wethouders verdienen aangesproken te worden. Zeker. Maar ook zij zijn werknemers, niet minder, niet meer. Zij moeten voorbeeldgedrag vertonen, beslist. Maar zij mogen ook homosexueel, moslim, gescheiden of verliefd zijn of wat ook maar even afwijkt van de niet bestaande doorsnee Hard Werkende Nederlander in doorzonwoning met partner, kinderen en Opel Astra station. Zonder dat geaardheid, eigenheid of wat meer frontaal in chocoladeletters of zwarte balkjes over hun gezicht te wordt geprint op voorpagina’s. Zelf wanneer ze onjuist zouden declareren moeten ze worden aangesproken, terugbetalen en hun leven beteren maar daarvoor is geen heksenjacht nodig. Wie zou beweren dat juist ‘dankzij’ de heksenjacht deze declaraties worden terugbetaald geef ik terug dat de opbrengst van deze doorgeslagen fatsoensrakkerij voor mij geenszins opweegt tegen de schade. Ik wil ook niet weten wat Frits Wester, Jules Paradijs en anderen aan lunches, bar- en restaurantbezoek of relatiegeschenken declareren
Is er een misschien een troost of les in deze? Een buitenlander zou misschien zeggen: in een land waar de kranten zo vol staan over de zonnebril van de minister en de babyromper van de wethouder moet het wel heel goed gaan. Er is blijkbaar niets anders om zich druk over te maken of om journalistiek achteraan te jagen. Maar nee. Na Peper, Hulsman en de Britten krijgen we deze en volgende weken de rest opgediend.
Terwijl er natuurlijk wel wat aan de hand is. Dagelijks besteedt het de overheid in 2009 zo’n 100 miljoen meer dan er binnenkomt, op jaarbasis geschat op 35-40 miljard, zeven tot acht procent van het nationaal inkomen. Elke dag 100 miljoen is best veel. In het kwartiertje dat u dit lees is er 1 miljoen tekort bijgekomen. De rente over de extra jaarschuld 2009 is weer een nieuwe schuld van ongeveer twee miljard die we in 2010 moeten betalen. Enzovoort.
Daar een keer in brengen is de grote opgave voor ons bestuur. Dat vergt doordenken en draagvlak zoeken voor grote en kleine wijzigingen in het beleid. In de sociale zekerheid, de zorg en de overige rijksuitgaven. En ook op de kleintjes moeten we dan letten. Kantoorinrichting, vacatures, inhuur externen, cursusbezoek en wat al meer. Dat is altijd de moeite waard. Maar de opbrengst van de heksenjacht op declaraties van politici levert in mijn ogen niets op.
zondag, juni 14, 2009
Momentum gemist?
Column Binnenlands Bestuur dd 19 juni 2009
‘Uiteindelijk zijn we er beter van geworden’. Het is het wonderlijkste hoofdstuk uit het boek van Kees Slager over de Watersnoodramp die ons in 1953 trof. Beter worden van een ramp? Het is niet het eerste waar je aan denkt. Bos heeft de crisis bepaald nog niet verzilverd, integendeel zou je denken na de lage score in de verkiezingen voor het Europees Parlement. En dat terwijl hij lange tijd zo’n mooie pers kreeg toen de crisis najaar 2008 opstak en de PvdA ook virtueel steeg in de peilingen.
Wat wordt Nederland beter van de economische recessie die ons sinds 2008 treft en mogelijk nog een paar jaar verderf zaait? Wat als het saldo van overheidsuitgaven en ontvangsten een procent of acht negatief blijft, wat De Nederlandse Bank denkbaar op grond van haar jongste ramingen acht. Schieten we daar iets mee op? Alles wordt dan toch minder? Minder geld voor de zorg, een groter beroep op de sociale zekerheid die denkbaar leidt tot lagere uitkeringen, minder geld voor onderwijs, wegen en defensie. Minder geld voor duurzame en schone techn9ologie, langer doorgaan met het gebruik van ouderen, meer vervuilende techniek en auto’s.
Toch wordt door menigeen de crisis als een kans gezien. ‘Lets not wast this crisis’ om Obama te citeren. Nu is het gezegde ‘crisis is kans’ een bekend verschijnsel in de beleidswetenschap. Ten tijde van een crisis kan er een unieke, tijdelijke coalitie van maatschappelijke groepringen of politieke partijen ontstaan die ‘boven zichzelf uitstijgen’. Een vakbeweging die kiest voor loonsverlaging of langdurige bevriezing zoals in 1982. Overheden die brandzekerheid ineens wel de aandacht geven die het verdiend, zoals na de vuurwerkramp in Enschede en de cafebrand in Volendam. Een alomvattend plan tegen hoogwaterproblematiek zoals het Deltaplan kort na de ramp van 1953.
Het gevoel bekruipt me dat er ook nu een kritische periode aanbreekt voor het kabinet en de overheidsfinanciën. De eerste beleidsreactie was misschien niet onverstandig. Die was om niet halsoverkop te bezuinigen toen het tekort opliep maar de ‘automatische stabilisatoren’ te laten werken. Dit betekende om zelfs nu de uitgaven oplopen en de ontvangsten dalen geen overhaaste bezuinigingen door te voeren, omdat die de economie in een neerwaartse spiraal kunnen brengen. De wel doorgevoerde acties, een beetje meer uitgeven hier en daar was heel afgepast en begrijpelijkerwijs in omvang beperkt.
Eigenlijk verwachtte ik daarom dat er nu in de luwte gaandeweg wel echte alternatieven worden doordacht voor gezonde overheidsuitgaven, een duurzaam sociale zekerheidsstelsel en betaalbare zorg en dat ideeën hier en daar worden neergelegd en uitgediscussieerd. Vernieuwende beleidsopties die van samenleving en politieke partijen vraagt om gegeven de crisis boven zichzelf uit te stijgen, offers vragen maar perspectief bieden.
Maar het blijft zo stil. Als dat komt omdat er niets uitlekt is dat opmerkelijk. Als het echter komt omdat het achter de schermen niet gonst van de ideevorming, is dat veel zorgelijker. Dan mist de PvdA met Bos voorop en straks het kabinet en dus ons land het momentum om de kansen van deze crisis te verzilveren.
‘Uiteindelijk zijn we er beter van geworden’. Het is het wonderlijkste hoofdstuk uit het boek van Kees Slager over de Watersnoodramp die ons in 1953 trof. Beter worden van een ramp? Het is niet het eerste waar je aan denkt. Bos heeft de crisis bepaald nog niet verzilverd, integendeel zou je denken na de lage score in de verkiezingen voor het Europees Parlement. En dat terwijl hij lange tijd zo’n mooie pers kreeg toen de crisis najaar 2008 opstak en de PvdA ook virtueel steeg in de peilingen.
Wat wordt Nederland beter van de economische recessie die ons sinds 2008 treft en mogelijk nog een paar jaar verderf zaait? Wat als het saldo van overheidsuitgaven en ontvangsten een procent of acht negatief blijft, wat De Nederlandse Bank denkbaar op grond van haar jongste ramingen acht. Schieten we daar iets mee op? Alles wordt dan toch minder? Minder geld voor de zorg, een groter beroep op de sociale zekerheid die denkbaar leidt tot lagere uitkeringen, minder geld voor onderwijs, wegen en defensie. Minder geld voor duurzame en schone techn9ologie, langer doorgaan met het gebruik van ouderen, meer vervuilende techniek en auto’s.
Toch wordt door menigeen de crisis als een kans gezien. ‘Lets not wast this crisis’ om Obama te citeren. Nu is het gezegde ‘crisis is kans’ een bekend verschijnsel in de beleidswetenschap. Ten tijde van een crisis kan er een unieke, tijdelijke coalitie van maatschappelijke groepringen of politieke partijen ontstaan die ‘boven zichzelf uitstijgen’. Een vakbeweging die kiest voor loonsverlaging of langdurige bevriezing zoals in 1982. Overheden die brandzekerheid ineens wel de aandacht geven die het verdiend, zoals na de vuurwerkramp in Enschede en de cafebrand in Volendam. Een alomvattend plan tegen hoogwaterproblematiek zoals het Deltaplan kort na de ramp van 1953.
Het gevoel bekruipt me dat er ook nu een kritische periode aanbreekt voor het kabinet en de overheidsfinanciën. De eerste beleidsreactie was misschien niet onverstandig. Die was om niet halsoverkop te bezuinigen toen het tekort opliep maar de ‘automatische stabilisatoren’ te laten werken. Dit betekende om zelfs nu de uitgaven oplopen en de ontvangsten dalen geen overhaaste bezuinigingen door te voeren, omdat die de economie in een neerwaartse spiraal kunnen brengen. De wel doorgevoerde acties, een beetje meer uitgeven hier en daar was heel afgepast en begrijpelijkerwijs in omvang beperkt.
Eigenlijk verwachtte ik daarom dat er nu in de luwte gaandeweg wel echte alternatieven worden doordacht voor gezonde overheidsuitgaven, een duurzaam sociale zekerheidsstelsel en betaalbare zorg en dat ideeën hier en daar worden neergelegd en uitgediscussieerd. Vernieuwende beleidsopties die van samenleving en politieke partijen vraagt om gegeven de crisis boven zichzelf uit te stijgen, offers vragen maar perspectief bieden.
Maar het blijft zo stil. Als dat komt omdat er niets uitlekt is dat opmerkelijk. Als het echter komt omdat het achter de schermen niet gonst van de ideevorming, is dat veel zorgelijker. Dan mist de PvdA met Bos voorop en straks het kabinet en dus ons land het momentum om de kansen van deze crisis te verzilveren.
dinsdag, juni 09, 2009
Het fenomeen externen nader beschouwd
Recensie Bye Bye Consultant van Cees Min in Binnenberijk, juni 2009
Als u zich herkent in de volgende wensen en behoeften, vindt u bij (..) de oplossing.
· Ik wil kosten verlagen, productiviteit verhogen en meer klantgerichtheid.
· Ik wil concrete acties om mijn doelen te behalen.
· Ik wil dat binnenkort 80% van mijn problemen is opgelost.
· Ik wil snel resultaat merken in de praktijk.
· Ik wil dat mensen verantwoordelijkheid nemen en in actie komen om zaken voor elkaar te krijgen.
Zo presenteert het bedrijf zich waarbinnen Cees Min werkt. Hij helpt opdrachtgevers zich te verbeteren en vraagt daar geld voor. Dat adviseren is een eerzaam beroep. Tegelijkertijd heeft Min een kritisch boek geschreven over zijn professie, ‘Bye bye consultant’. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek, vol mooie illustraties, kleuren en dansende lettertjes. Min neemt veel scherpe stellingen in en betoogt in essentie dat externe consultants niet leveren wat ze beloven. ‘Externe adviseurs zijn als verzekeringsadviseurs, ze scoren door je bang te maken. Trainingen zijn vaak niet meer dan een regendans. Psychologen horen niet thuis op de werkvloer’. En andere meer of minder geslaagde aforismen.
Tja.
Opdrachtgevende partijen, ook binnen de overheid en adviseurs opereren in een laten we zeggen ‘interessante, meervoudige’ relatie. De opdrachtgever heeft een probleem, al kan hij of zij het soms niet eens goed onder woorden brengen. De adviseur zoekt dit desgevraagd nader uit en zal doorgaans vaststellen dat er nog meer kanten aan het probleem zitten dan de opdrachtgever al dacht. De opdrachtgever geeft dan doorgaans een opdracht tenminste iets te gaan verbeteren, maar houdt vaak de handen vrij of de bedachte oplossing ook echt wordt benut. Aan wie ligt het ‘mislukken’’ van adviestrajecten dan?
Aan adviseurs die te veel beloven? Of opdrachtgevers die niet goed weten wat ze willen en adviezen lichtvaardig terzijde leggen. Opdrachtgeverd die ‘doodlopende’ adviestrajecten niet tijdig beëindigen of aarzelen door te pakken, ook als de resultaten voor het grijpen liggen? Aan het slagen en mislukken van adviestrajecten zitten kortom nogal wat aspecten, die partijen afzonderlijk en hun complexe onderlinge relatie betreffen.
Het is daarom best jammer dat Min deze gewichtige zaak zo losjes en intuïtief benadert. Stevige vragen vergen immers stevige antwoorden. Ook voor de overheid zijn adviseurs van groot belang. Als experts in complexe dossiers. Als tijdelijke capaciteitsuitbreiding bij pieken. Als tijdelijke buitenboordmotor bij veranderingen. Als troubleshooter bij crises.
De laatste jaren is daarin veel gebeurd. De overheid is kostenbewuster geworden. Voorzieningen als Intermin en ABD-interim zijn succesvol en interne departementale adviesafdelingen die tijdelijk krachten detacheren zijn hun geld meer dan waard. Mantelcontracten met marktpartijen bewijzen hun meerwaarde. Budgettering van inhuur en kritische bevraging door de politiek disciplineert het gebruik van externen. Inhoudelijk zijn -uit ook voorgekomen mislukkingen- belangrijke lessen geleerd.
Daarom is meer inzicht in de complexe relatie tussen opdrachtgever en externen van groot belang. Het boek van Min is echter te weinig gebaseerd op feitenonderzoek en gegevensverzameling en te veel op beelden en meningen om die discussie verder te brengen. Er blijft werk aan de winkel kortom.
Als u zich herkent in de volgende wensen en behoeften, vindt u bij (..) de oplossing.
· Ik wil kosten verlagen, productiviteit verhogen en meer klantgerichtheid.
· Ik wil concrete acties om mijn doelen te behalen.
· Ik wil dat binnenkort 80% van mijn problemen is opgelost.
· Ik wil snel resultaat merken in de praktijk.
· Ik wil dat mensen verantwoordelijkheid nemen en in actie komen om zaken voor elkaar te krijgen.
Zo presenteert het bedrijf zich waarbinnen Cees Min werkt. Hij helpt opdrachtgevers zich te verbeteren en vraagt daar geld voor. Dat adviseren is een eerzaam beroep. Tegelijkertijd heeft Min een kritisch boek geschreven over zijn professie, ‘Bye bye consultant’. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek, vol mooie illustraties, kleuren en dansende lettertjes. Min neemt veel scherpe stellingen in en betoogt in essentie dat externe consultants niet leveren wat ze beloven. ‘Externe adviseurs zijn als verzekeringsadviseurs, ze scoren door je bang te maken. Trainingen zijn vaak niet meer dan een regendans. Psychologen horen niet thuis op de werkvloer’. En andere meer of minder geslaagde aforismen.
Tja.
Opdrachtgevende partijen, ook binnen de overheid en adviseurs opereren in een laten we zeggen ‘interessante, meervoudige’ relatie. De opdrachtgever heeft een probleem, al kan hij of zij het soms niet eens goed onder woorden brengen. De adviseur zoekt dit desgevraagd nader uit en zal doorgaans vaststellen dat er nog meer kanten aan het probleem zitten dan de opdrachtgever al dacht. De opdrachtgever geeft dan doorgaans een opdracht tenminste iets te gaan verbeteren, maar houdt vaak de handen vrij of de bedachte oplossing ook echt wordt benut. Aan wie ligt het ‘mislukken’’ van adviestrajecten dan?
Aan adviseurs die te veel beloven? Of opdrachtgevers die niet goed weten wat ze willen en adviezen lichtvaardig terzijde leggen. Opdrachtgeverd die ‘doodlopende’ adviestrajecten niet tijdig beëindigen of aarzelen door te pakken, ook als de resultaten voor het grijpen liggen? Aan het slagen en mislukken van adviestrajecten zitten kortom nogal wat aspecten, die partijen afzonderlijk en hun complexe onderlinge relatie betreffen.
Het is daarom best jammer dat Min deze gewichtige zaak zo losjes en intuïtief benadert. Stevige vragen vergen immers stevige antwoorden. Ook voor de overheid zijn adviseurs van groot belang. Als experts in complexe dossiers. Als tijdelijke capaciteitsuitbreiding bij pieken. Als tijdelijke buitenboordmotor bij veranderingen. Als troubleshooter bij crises.
De laatste jaren is daarin veel gebeurd. De overheid is kostenbewuster geworden. Voorzieningen als Intermin en ABD-interim zijn succesvol en interne departementale adviesafdelingen die tijdelijk krachten detacheren zijn hun geld meer dan waard. Mantelcontracten met marktpartijen bewijzen hun meerwaarde. Budgettering van inhuur en kritische bevraging door de politiek disciplineert het gebruik van externen. Inhoudelijk zijn -uit ook voorgekomen mislukkingen- belangrijke lessen geleerd.
Daarom is meer inzicht in de complexe relatie tussen opdrachtgever en externen van groot belang. Het boek van Min is echter te weinig gebaseerd op feitenonderzoek en gegevensverzameling en te veel op beelden en meningen om die discussie verder te brengen. Er blijft werk aan de winkel kortom.
maandag, juni 01, 2009
Nog meer nationalisen?
Column Binnenlands Bestuur dd 5 juni 2009
‘What is good for General Motors, is good for the USA’, zei Obama tijdens Pinksteren. Maar General Motors was ondertussen wel technisch failliet en kan alleen met staatssteun overleven. Nationaliseren als nieuw recept. Ons ABNAMRO was al eerder een staatsbedrijf geworden. En de ING en anderen sterk publiek gefinancierd. Meavita, de thuiszorggigant, is inmiddels ook als concern opgebroken en met publiek geld in leven gehouden. Ook gemeenten laten zich niet onbetuigd. Zo proberen ze lokale, gezonde bedrijven die door de crisis in de problemen komen te redden, om zo werkgelegenheidsverlies en kostbare uitkeringen te voorkomen. Dat was al hun gebruikelijke weg bij voetbalclubs, die met uiteenlopende constructies door gemeentebesturen in leven werden gehouden. Stadion kopen of verkopen, grondtransacties of zelfs via gunning van lucratieve contracten door gemeenten aan derden, die vervolgens de lokale voetbalclubs sponsorden, zijn clubs gered.
Ook gebruiken gemeenten de mogelijkheid om bijstand te verlenen aan zelfstandigen. Dat is bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen zijn gekomen of dreigen te komen.
Vandaag de dag wordt veel van de overheid verwacht. Op tijd betalen, sneller of extra investeren of zo nodig garantieverstrekking, leningen of bedrijfssteun. Allemaal goed en wel, maar het roept veel vragen op, Zijn al deze vormen van staatssteun en nationalisering signalen van een wending, weg van het klassieke vrije markt kapitalisme? Zijn we op weg naar een nieuw tijdperk waarin ook in de private sector publieke waarden worden gerealiseerd? Gaat de overheid ook de industrie steunen, kranten, verzekeraars? Een paar gedachten dringen zich op.
Voordat overheden bedrijfssteun verlenen moet worden bedacht dat zij publiek geld beheren. Dat is schaars en de komende jaren zal het voor rijk, provincies en gemeenten heel krap worden. Reden te meer niet nu op korte termijn al te scheutig te zijn, de crisis kan nog veel erger worden.
Ten tweede is het maar de vraag of overheden het beste oordeel toekomt welke bedrijf al dan niet gered moet worden. Dat er systeembanken zijn is nog uitlegbaar, maar waarom de zorgverlener, het ziekenhuis, de scheepswerf, de drukkerij, de regionale krant te redden? Interventies kunnen snel opportunistisch worden, zonder goede strategische onderbouwing. Eén ding is zeker, alleen bedrijven die door banken al zijn afgeschreven kloppen aan. Fijn porfolio! Beter is het als uitgangspunt te nemen dat de markt nu eenmaal correcties uitvoert, wat alleen de beste bedrijven doet overleven en slechts in wel omschreven, uiterste gevallen staatsteun te verlenen waar door passiviteit publieke belangen vergaand in het geding komen.
Als er, ten derde, een interventie plaatsvindt, moet deze tijdelijk van aard zijn en begrensd qua doelstelling. Het is dan wel opportuun publieke waarden te verankeren in het bedrijf, dus zoals Bos bij banken doet malle excessieve bonusregelingen te beëindigen, milieuwaarden centraler te stellen in de bedrijfspolitiek en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te borgen.
Last but not least, welke interventie er ook nog plaats gaat vinden, tijdige en ruimhartige betrokkenheid van parlement, Provinciale Staten en gemeenteraad is onontbeerlijk. Zij moeten het laatste woord hebben, niet het nakijken.
‘What is good for General Motors, is good for the USA’, zei Obama tijdens Pinksteren. Maar General Motors was ondertussen wel technisch failliet en kan alleen met staatssteun overleven. Nationaliseren als nieuw recept. Ons ABNAMRO was al eerder een staatsbedrijf geworden. En de ING en anderen sterk publiek gefinancierd. Meavita, de thuiszorggigant, is inmiddels ook als concern opgebroken en met publiek geld in leven gehouden. Ook gemeenten laten zich niet onbetuigd. Zo proberen ze lokale, gezonde bedrijven die door de crisis in de problemen komen te redden, om zo werkgelegenheidsverlies en kostbare uitkeringen te voorkomen. Dat was al hun gebruikelijke weg bij voetbalclubs, die met uiteenlopende constructies door gemeentebesturen in leven werden gehouden. Stadion kopen of verkopen, grondtransacties of zelfs via gunning van lucratieve contracten door gemeenten aan derden, die vervolgens de lokale voetbalclubs sponsorden, zijn clubs gered.
Ook gebruiken gemeenten de mogelijkheid om bijstand te verlenen aan zelfstandigen. Dat is bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen zijn gekomen of dreigen te komen.
Vandaag de dag wordt veel van de overheid verwacht. Op tijd betalen, sneller of extra investeren of zo nodig garantieverstrekking, leningen of bedrijfssteun. Allemaal goed en wel, maar het roept veel vragen op, Zijn al deze vormen van staatssteun en nationalisering signalen van een wending, weg van het klassieke vrije markt kapitalisme? Zijn we op weg naar een nieuw tijdperk waarin ook in de private sector publieke waarden worden gerealiseerd? Gaat de overheid ook de industrie steunen, kranten, verzekeraars? Een paar gedachten dringen zich op.
Voordat overheden bedrijfssteun verlenen moet worden bedacht dat zij publiek geld beheren. Dat is schaars en de komende jaren zal het voor rijk, provincies en gemeenten heel krap worden. Reden te meer niet nu op korte termijn al te scheutig te zijn, de crisis kan nog veel erger worden.
Ten tweede is het maar de vraag of overheden het beste oordeel toekomt welke bedrijf al dan niet gered moet worden. Dat er systeembanken zijn is nog uitlegbaar, maar waarom de zorgverlener, het ziekenhuis, de scheepswerf, de drukkerij, de regionale krant te redden? Interventies kunnen snel opportunistisch worden, zonder goede strategische onderbouwing. Eén ding is zeker, alleen bedrijven die door banken al zijn afgeschreven kloppen aan. Fijn porfolio! Beter is het als uitgangspunt te nemen dat de markt nu eenmaal correcties uitvoert, wat alleen de beste bedrijven doet overleven en slechts in wel omschreven, uiterste gevallen staatsteun te verlenen waar door passiviteit publieke belangen vergaand in het geding komen.
Als er, ten derde, een interventie plaatsvindt, moet deze tijdelijk van aard zijn en begrensd qua doelstelling. Het is dan wel opportuun publieke waarden te verankeren in het bedrijf, dus zoals Bos bij banken doet malle excessieve bonusregelingen te beëindigen, milieuwaarden centraler te stellen in de bedrijfspolitiek en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te borgen.
Last but not least, welke interventie er ook nog plaats gaat vinden, tijdige en ruimhartige betrokkenheid van parlement, Provinciale Staten en gemeenteraad is onontbeerlijk. Zij moeten het laatste woord hebben, niet het nakijken.
maandag, mei 18, 2009
Weer een commissie erbij!
Column Binnenlands Bestuur dd 22 mei 2009
Ons gemilitariseerde bezoek aan Afghanistan kost tot 2010 ruim 2 miljard. We besteden jaarlijks 9 miljard aan regelingen voor kinderen. Alleen door negen miljard te bezuinigen blijft de staatsschuld onder de zestig procent en het EMU-saldo onder de zes procent.
Het is kortom weer cijferseizoen. Enerzijds zijn deze dagen de jaarverantwoordingen 2008 gepubliceerd. Maar zoals Bovens en Schillemans vorige week in dit blad al aankondigden, het is weer een overstelpende hoeveelheid. Alles lezen is onbegonnen werk, tegenstrijdigheden of ongerijmdheden filteren een nog grotere klus. Maar belangrijker wie waagt zich aan het duiden van alle gegevens, wat zegt het ons? Wat moet meer, minder, beter, anders?
De genoemde gegeven over kindregelingen, Afghanistan en bezuinigingnoodzaak komen zelfs niet uit die stapel jaarverslagen van het rijk zelf. Ik ontleen ze uit het jaarlijks verschijnende voortreffelijke ‘Jaarboek Overheidsfinanciën’ van de WimDreesstichting dat gratis online is geplaatst. Filp de Kam cs. hebben weer een aantal mooie en goed onderbouwde verhalen. Maar ze stellen ons ook voor indringende vragen.
De negen miljard aan kindregelingen moeten leiden tot hogere vruchtbaarheidscijfers en een hogere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Maar ze werken anders uit, omdat de steeds vaker inkomensafhankelijk vormgegeven regelingen ouders ontmoedigt meer te gaan werken. Wat te doen?
We geven meer uit dan we dachten aan onderwijs, ruim 6% van ons nationaal inkomen. Maar steeds besteden per studenten in het wetenschappelijk onderwijs (11 procent daling sinds 2000) en heel veel meer aan kinderen in speciaal onderwijs (41% meer). Wat zegt ons dat?
We willen niet langer ons aardgasgeld verjubelen, zoals sinds 1970 met 201 miljard euro is gebeurd die is ‘besteed’ en niet ‘geïnvesteerd’. Maar hoe dat te doen, een beleggingsfonds zoals Noorwegen? En waar beleg de staat dan in? Of met aardgasgeld de staatsschuld verkleinen en zo ‘ruimte’ maken voor toekomstige uitgaven? Goede vraag.
Deze wezenlijke vragen op het snijvlak van beleid en geld brengen me tot de vraag; hoe kan ons parlement nu gezaghebbende standpunten ontwikkelen en zo in debat met het kabinet tot een antwoord komen?
Via de bestaande commissie voor Financiën, die de vakminister Bos controleert? Of de commissie Rijksuitgaven die allerlei comptabele zaken behandelt? Of de vakcommissies Onderwijs, Defensie en anderen?
Volgens mij zijn er drie wegen om de Kamer beter in stelling te brengen. Ten eerste is een bredere ondersteuning van kamerleden belangrijk, de huidige staf is goed maar erg klein, zeker als men en allerlei lopende werkzaamheden moet blijven verrichten (wetgeving, budgettaire nota’s, zaken als de JSF-besluitvorming en allerlei parlementaire onderzoeken).
Ten tweede moet de Kamer maximaal gebruik maken van haar mogelijkheid adviesorganen onderzoeken voor haar te laten verrichten. Dat mag formeel vaak wel maar gebeurt erg weinig.
Ten derde zou de Kamer een gezaghebbend algemeen begrotingscomité kunnen vormen. Breder dan financiën, minder technisch dan rijksuitgaven en onafhankelijker dan vakcommissies. Ter inspiratie het voorbeeld van het Amerikaans Congres, waar de (ja weer een commissie, maar toch!) algemene begrotingscommissie de gezaghebbende rol vervult die we hier rond verantwoording en allocatie nodig hebben. Anders verzuipt ons parlement in cijfers en techniek.
Ons gemilitariseerde bezoek aan Afghanistan kost tot 2010 ruim 2 miljard. We besteden jaarlijks 9 miljard aan regelingen voor kinderen. Alleen door negen miljard te bezuinigen blijft de staatsschuld onder de zestig procent en het EMU-saldo onder de zes procent.
Het is kortom weer cijferseizoen. Enerzijds zijn deze dagen de jaarverantwoordingen 2008 gepubliceerd. Maar zoals Bovens en Schillemans vorige week in dit blad al aankondigden, het is weer een overstelpende hoeveelheid. Alles lezen is onbegonnen werk, tegenstrijdigheden of ongerijmdheden filteren een nog grotere klus. Maar belangrijker wie waagt zich aan het duiden van alle gegevens, wat zegt het ons? Wat moet meer, minder, beter, anders?
De genoemde gegeven over kindregelingen, Afghanistan en bezuinigingnoodzaak komen zelfs niet uit die stapel jaarverslagen van het rijk zelf. Ik ontleen ze uit het jaarlijks verschijnende voortreffelijke ‘Jaarboek Overheidsfinanciën’ van de WimDreesstichting dat gratis online is geplaatst. Filp de Kam cs. hebben weer een aantal mooie en goed onderbouwde verhalen. Maar ze stellen ons ook voor indringende vragen.
De negen miljard aan kindregelingen moeten leiden tot hogere vruchtbaarheidscijfers en een hogere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Maar ze werken anders uit, omdat de steeds vaker inkomensafhankelijk vormgegeven regelingen ouders ontmoedigt meer te gaan werken. Wat te doen?
We geven meer uit dan we dachten aan onderwijs, ruim 6% van ons nationaal inkomen. Maar steeds besteden per studenten in het wetenschappelijk onderwijs (11 procent daling sinds 2000) en heel veel meer aan kinderen in speciaal onderwijs (41% meer). Wat zegt ons dat?
We willen niet langer ons aardgasgeld verjubelen, zoals sinds 1970 met 201 miljard euro is gebeurd die is ‘besteed’ en niet ‘geïnvesteerd’. Maar hoe dat te doen, een beleggingsfonds zoals Noorwegen? En waar beleg de staat dan in? Of met aardgasgeld de staatsschuld verkleinen en zo ‘ruimte’ maken voor toekomstige uitgaven? Goede vraag.
Deze wezenlijke vragen op het snijvlak van beleid en geld brengen me tot de vraag; hoe kan ons parlement nu gezaghebbende standpunten ontwikkelen en zo in debat met het kabinet tot een antwoord komen?
Via de bestaande commissie voor Financiën, die de vakminister Bos controleert? Of de commissie Rijksuitgaven die allerlei comptabele zaken behandelt? Of de vakcommissies Onderwijs, Defensie en anderen?
Volgens mij zijn er drie wegen om de Kamer beter in stelling te brengen. Ten eerste is een bredere ondersteuning van kamerleden belangrijk, de huidige staf is goed maar erg klein, zeker als men en allerlei lopende werkzaamheden moet blijven verrichten (wetgeving, budgettaire nota’s, zaken als de JSF-besluitvorming en allerlei parlementaire onderzoeken).
Ten tweede moet de Kamer maximaal gebruik maken van haar mogelijkheid adviesorganen onderzoeken voor haar te laten verrichten. Dat mag formeel vaak wel maar gebeurt erg weinig.
Ten derde zou de Kamer een gezaghebbend algemeen begrotingscomité kunnen vormen. Breder dan financiën, minder technisch dan rijksuitgaven en onafhankelijker dan vakcommissies. Ter inspiratie het voorbeeld van het Amerikaans Congres, waar de (ja weer een commissie, maar toch!) algemene begrotingscommissie de gezaghebbende rol vervult die we hier rond verantwoording en allocatie nodig hebben. Anders verzuipt ons parlement in cijfers en techniek.
zondag, mei 10, 2009
Budgettair hamstergedrag
Column Binnenlands Bestuur dd 29 mei 2009
Op Wikipedia zijn allerlei vrolijke lijstjes te vinden. Bijvoorbeeld de lijst van projecten met de grootste financiële overschrijdingen, vol hotels, tunnels, kanalen, luchthavens, dammen, Olympische stadions en meer. De jongste vermelding is die van de JSF/F35 en die is nog niets eens af. Negen van de tien grote projecten zou volgens deskundigen uiteindelijk leiden tot overschrijdingen. En dat heeft zo zijn gevolgen. Binnenlands Bestuur publiceerde eerder dit jaar lijstjes van wethouders die sneuveleden door een gebrekkige beheersing van grote bouwprojecten.
Maar wat vrijwel altijd ontbreekt zijn lijstjes met onderuitputting. Ik vermoed dat grote projecten, althans in de bouwfase, ook daar aan lijden. En niet alleen grote projecten. En net zoals dat voor overschrijdingen geldt, zijn er ook voor onderschrijdingen tal van verklarende factoren geopperd. Technische, hoe kun je immers tot op de cent een complex project 100% precies voorcalculeren. Psychologische, het nimmer aflatend optimisme van planners. En strategische, voor een echt adequate raming zou misschien nooit groen licht zijn verkregen door de beslissers.
Aaron Wildavsky, een vooraanstaand Amerikaans hoogleraar probeerde duiding te geven aan dit strategisch gedrag, dat volgens hen de belangrijkste veroorzaker is van onvolkomenheden in het begrotingsproces. Een van zijn meesterwerken stamt uit 1964 en is beschouwd als een van de drie belangrijkste bestuurskundige publicaties uit de 20e eeuw. Wildavsky was een veelzijdig man. Ook over bijvoorbeeld rampenbestrijding schreef hij opmerkelijke zaken; bijvoorbeeld dat alle preparatie en oefeningen ten spijt niets zo goed, voordelig en effectief werkt als trial and error, beter dan alle peperdure preventie en preparatie. Maarja, dat is een nogal contra-intuïtief idee van Wildavsky dus we oefenen vlijtig en vrolijk verder. Of het boek van Wildavsky hoe de Bijbelfiguur Mozes als voorbeeld van een politiek leider kan dienen doordat hij tijdens de opstand en uittocht van het volk Israel steeds een passende maar andere leiderschapsstijl koos.
Maar goed, The politics of the budgetary process uit 1964. Het begrotingsproces is een politiek proces. Vol strategisch gedrag. Concurrentie om budgetten, ideeën, posities, rollen. De uitkomsten van budgettaire processen zijn volgens Wildavsky juist niet te verklaren door een gebrek aan planningdeskundigheid of een gebrek aan technische-, financiële- of beleidsanalisten. Onderuitputting laat zie dat strategische gedrag dominant is. Dat zoals een hamster zijn slaaphol vult voor de winter, ambtenaren liefst het jaar door budgetten binnenslepen voor de koude winter – ook als die nooit komt. Of budget aanvragen voordat of zelfs zonder dat er een gedegen bestedingsplan is. Dat optimisme over de uitvoerbaarheid van plannen altijd prevaleert boven realisme.
Is dat strategisch gedrag laakbaar? Ik denk het niet. Iedereen doet in gelijke mate mee. En beslisser zouden misschien niet eens anders willen. Wie wil nu geld investeren in een project dat moeizaam, langzaam of zonder zeker succes kan blijken te zijn? Beslissers willen verleid worden bij het toewijzen van budgetten. Vooruitgangsgeloof, optimisme en activisme regeert, ook in dit land van Calvinisten.
Laten we Wildavsky maar eren met een van zijn mooiste uitspraken, op de vraag wat beleidsanalyse eigenlijk is. Wildavsky noemde het ‘speaking truth to power. Fraai.
Op Wikipedia zijn allerlei vrolijke lijstjes te vinden. Bijvoorbeeld de lijst van projecten met de grootste financiële overschrijdingen, vol hotels, tunnels, kanalen, luchthavens, dammen, Olympische stadions en meer. De jongste vermelding is die van de JSF/F35 en die is nog niets eens af. Negen van de tien grote projecten zou volgens deskundigen uiteindelijk leiden tot overschrijdingen. En dat heeft zo zijn gevolgen. Binnenlands Bestuur publiceerde eerder dit jaar lijstjes van wethouders die sneuveleden door een gebrekkige beheersing van grote bouwprojecten.
Maar wat vrijwel altijd ontbreekt zijn lijstjes met onderuitputting. Ik vermoed dat grote projecten, althans in de bouwfase, ook daar aan lijden. En niet alleen grote projecten. En net zoals dat voor overschrijdingen geldt, zijn er ook voor onderschrijdingen tal van verklarende factoren geopperd. Technische, hoe kun je immers tot op de cent een complex project 100% precies voorcalculeren. Psychologische, het nimmer aflatend optimisme van planners. En strategische, voor een echt adequate raming zou misschien nooit groen licht zijn verkregen door de beslissers.
Aaron Wildavsky, een vooraanstaand Amerikaans hoogleraar probeerde duiding te geven aan dit strategisch gedrag, dat volgens hen de belangrijkste veroorzaker is van onvolkomenheden in het begrotingsproces. Een van zijn meesterwerken stamt uit 1964 en is beschouwd als een van de drie belangrijkste bestuurskundige publicaties uit de 20e eeuw. Wildavsky was een veelzijdig man. Ook over bijvoorbeeld rampenbestrijding schreef hij opmerkelijke zaken; bijvoorbeeld dat alle preparatie en oefeningen ten spijt niets zo goed, voordelig en effectief werkt als trial and error, beter dan alle peperdure preventie en preparatie. Maarja, dat is een nogal contra-intuïtief idee van Wildavsky dus we oefenen vlijtig en vrolijk verder. Of het boek van Wildavsky hoe de Bijbelfiguur Mozes als voorbeeld van een politiek leider kan dienen doordat hij tijdens de opstand en uittocht van het volk Israel steeds een passende maar andere leiderschapsstijl koos.
Maar goed, The politics of the budgetary process uit 1964. Het begrotingsproces is een politiek proces. Vol strategisch gedrag. Concurrentie om budgetten, ideeën, posities, rollen. De uitkomsten van budgettaire processen zijn volgens Wildavsky juist niet te verklaren door een gebrek aan planningdeskundigheid of een gebrek aan technische-, financiële- of beleidsanalisten. Onderuitputting laat zie dat strategische gedrag dominant is. Dat zoals een hamster zijn slaaphol vult voor de winter, ambtenaren liefst het jaar door budgetten binnenslepen voor de koude winter – ook als die nooit komt. Of budget aanvragen voordat of zelfs zonder dat er een gedegen bestedingsplan is. Dat optimisme over de uitvoerbaarheid van plannen altijd prevaleert boven realisme.
Is dat strategisch gedrag laakbaar? Ik denk het niet. Iedereen doet in gelijke mate mee. En beslisser zouden misschien niet eens anders willen. Wie wil nu geld investeren in een project dat moeizaam, langzaam of zonder zeker succes kan blijken te zijn? Beslissers willen verleid worden bij het toewijzen van budgetten. Vooruitgangsgeloof, optimisme en activisme regeert, ook in dit land van Calvinisten.
Laten we Wildavsky maar eren met een van zijn mooiste uitspraken, op de vraag wat beleidsanalyse eigenlijk is. Wildavsky noemde het ‘speaking truth to power. Fraai.
vrijdag, mei 01, 2009
Een waardeloos onderzoek
Column in Binnenlands Bestuur dd 8 mei 2009
Een maand geleden bracht de Rekenkamer naar buiten dat het vaak mis gaat met de bezoldiging van in het buitenland werkende ambtenaren. In een rapport van 43 bladzijden werd weinig heel gelaten van het papierwerk en de regeltoepassing in deze. Het rapport, opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer, heeft natuurlijk alles te maken met de majestueuze huursubsidie die voormalig minister Herfkens genoot, tegen de regels van Verenigde Naties in.
Ministeries blijken veel vaker de registratie van gedetacheerden en aan hen verstrekte vergoedingen niet op orde te hebben. Vergoedingen worden verstrekt zonder overleg met de internationale organisatie, wat doorgaans niet is toegestaan. De regelgeving voor pensioenen wordt slecht nageleefd, pensioenpremies worden na afloop van de detachering vaak niet terugbetaald, wat wel de bedoeling is. Ruim 40% van de gedetacheerden blijkt voor bijna € 2,5 miljoen ten onrechte pensioenbijdragen te hebben genoten. Pijnlijk is dat dit rapport alleen nog maar over de 184 gedetacheerden gaat die sinds 2002 zónder bezoldiging zijn geplaatst, over de wel bezoldigden volgt later dit jaar een rapport.
Natuurlijk heeft het kabinet direct toegezegd dat voortaan de procedure wél gevolgd gaat worden en dat vergoedingen pas worden verstrekt na goedkeuring van de internationale organisatie. Zelfs bestaat het voornemen om ten onrechte genoten pensioenpremies te gaan terugvorderen. En toch. Waarom is dit onderzoek waardeloos?
Niet in de betekenis dat het niet goed is uitgevoerd of omdat de Rekenkamer een verkeerd thema kiest. Waardeloos is dat zo’n onderzoek ten ene male nódig is. Waardeloos is dat ministeries er blijkbaar nier in slagen de administratieve organisatie en de interne controle van zo’n futiel iets als detacheringen piekfijn te regelen.
Ik zeg dit met enige schroom. Want vaker en eerder heb ik van harte verdedigd dat we in Nederland af moeten van de controlitis. Omdat we onnodig regel op regel, controle op controle stapelen. En dat dit allemaal best eens een beetje minder mag. Juist daarom is het pijnlijk dat een hoogwaardig team van rekenkameronderzoekers kostbare tijd en moeite besteed moet besteden aan zo’n ieniemienie onderwerp als de vergoeding van gedetacheerd personeel.
Wie heeft hier nu gefaald? De personeelsafdelingen? De interne controleurs? De accountants? Of is hier geen sprake van snurken maar is willens en wetens ervoor gekozen regelingen royaler te gebruiken dan naar de letter van de wet? Is het niet juist ook in het belang geweest van de uitgezonden ambtenaren dat ze een bovenwettelijke of ongeoorloofde vergoeding kregen? Want de teneur van het rapport is dat men er bijna altijd béter uitsprong dan de regel mogelijk maakte.
Als dat zo is, is de sleutel tot de oplossing misschien ook daar te zoeken. Ambtenaren die zich er niet ook zelf dubbel en dwars van vergewissen dat de toegepaste regels adequaat zijn, zouden daarvoor zelf moeten opdraaien. Zoals de fiscus een boete uitdeelt bij onjuiste aangifte of zoals Herfkens gratis publiciteit kreeg, zou openbaarheid bij moedwillige overtredingen hier ook louterend kunnen werken. Dan zijn er geen batterijen controleurs nodig of peperdure onderzoeken van de Rekenkamer. Noblesse oblige.
Een maand geleden bracht de Rekenkamer naar buiten dat het vaak mis gaat met de bezoldiging van in het buitenland werkende ambtenaren. In een rapport van 43 bladzijden werd weinig heel gelaten van het papierwerk en de regeltoepassing in deze. Het rapport, opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer, heeft natuurlijk alles te maken met de majestueuze huursubsidie die voormalig minister Herfkens genoot, tegen de regels van Verenigde Naties in.
Ministeries blijken veel vaker de registratie van gedetacheerden en aan hen verstrekte vergoedingen niet op orde te hebben. Vergoedingen worden verstrekt zonder overleg met de internationale organisatie, wat doorgaans niet is toegestaan. De regelgeving voor pensioenen wordt slecht nageleefd, pensioenpremies worden na afloop van de detachering vaak niet terugbetaald, wat wel de bedoeling is. Ruim 40% van de gedetacheerden blijkt voor bijna € 2,5 miljoen ten onrechte pensioenbijdragen te hebben genoten. Pijnlijk is dat dit rapport alleen nog maar over de 184 gedetacheerden gaat die sinds 2002 zónder bezoldiging zijn geplaatst, over de wel bezoldigden volgt later dit jaar een rapport.
Natuurlijk heeft het kabinet direct toegezegd dat voortaan de procedure wél gevolgd gaat worden en dat vergoedingen pas worden verstrekt na goedkeuring van de internationale organisatie. Zelfs bestaat het voornemen om ten onrechte genoten pensioenpremies te gaan terugvorderen. En toch. Waarom is dit onderzoek waardeloos?
Niet in de betekenis dat het niet goed is uitgevoerd of omdat de Rekenkamer een verkeerd thema kiest. Waardeloos is dat zo’n onderzoek ten ene male nódig is. Waardeloos is dat ministeries er blijkbaar nier in slagen de administratieve organisatie en de interne controle van zo’n futiel iets als detacheringen piekfijn te regelen.
Ik zeg dit met enige schroom. Want vaker en eerder heb ik van harte verdedigd dat we in Nederland af moeten van de controlitis. Omdat we onnodig regel op regel, controle op controle stapelen. En dat dit allemaal best eens een beetje minder mag. Juist daarom is het pijnlijk dat een hoogwaardig team van rekenkameronderzoekers kostbare tijd en moeite besteed moet besteden aan zo’n ieniemienie onderwerp als de vergoeding van gedetacheerd personeel.
Wie heeft hier nu gefaald? De personeelsafdelingen? De interne controleurs? De accountants? Of is hier geen sprake van snurken maar is willens en wetens ervoor gekozen regelingen royaler te gebruiken dan naar de letter van de wet? Is het niet juist ook in het belang geweest van de uitgezonden ambtenaren dat ze een bovenwettelijke of ongeoorloofde vergoeding kregen? Want de teneur van het rapport is dat men er bijna altijd béter uitsprong dan de regel mogelijk maakte.
Als dat zo is, is de sleutel tot de oplossing misschien ook daar te zoeken. Ambtenaren die zich er niet ook zelf dubbel en dwars van vergewissen dat de toegepaste regels adequaat zijn, zouden daarvoor zelf moeten opdraaien. Zoals de fiscus een boete uitdeelt bij onjuiste aangifte of zoals Herfkens gratis publiciteit kreeg, zou openbaarheid bij moedwillige overtredingen hier ook louterend kunnen werken. Dan zijn er geen batterijen controleurs nodig of peperdure onderzoeken van de Rekenkamer. Noblesse oblige.
woensdag, april 29, 2009
De vrouw die de top wou halen
Recensie voor BinnenBerijk, mei 2009
Moderne zedenschets over carrière maken op de universiteit
James Bond, natuurlijk. Of recenter Kurt Wallander in de detectives van Henning Mankell. En de Cock met c-o-c-k op eigen bodem. Maar nee, behalve geheim agenten of politiemannen zijn gewone ambtenaren zijn niet vaak de hoofdpersoon in romans. Of ze figureren als stereotypen, zoals in de paarse krokodilreclame. Dat is jammer, want ook een ambtelijk bestaan of een ambtenarenleven kan best een roman waard zijn. Rik Lausbachs recente roman ‘1953’ over de watersnoodramp heeft een aantal moedige (en een aantal zeer bureaucratische) Rijkswaterstaters als hoofdpersoon, al is de echte romanheldin een Zeeuwse. Wel zijn er behalve de politieromans enkele romans waar net-niet ambtenbaren de hoofdrol spelen. Zoals de overspelige leraren in De buitenvrouw van Zwagerman. Of de onovertroffen romancyclus ‘Het bureau’ van Voskuil.
De net verschenen roman, ‘Mea’ van debutant Willemijn Dicke -zelf academica en eerder WRR-ambtenaar- bericht uitvoerig over het – weinig benijdenswaardige—bestaan van een academica aan een vakgroep politieke wetenschappen. Waar spelletjes worden gespeeld rond benoemingen. Met klagende studenten die docenten voor de ‘bloedraad’ slepen omdat vrouwelijke studenten zouden worden benadeeld in de tentamenscores. Waar competitie bijna altijd domineert boven samenwerking. Waar medewerkers jaren onverstoord meedraaien, zonder ooit nog een nieuw idee te berde te brengen en voortdurend oud onderzoeksmateriaal recyclen. Geen vrolijk stemmende omgeving wordt hier geschetst. Gelukkig kun je aan de universiteit van Mea blijkbaar onbekommerd ‘thuis werken’ en –zo leren we uit het boek- een paar keer per jaar naar een congres in een opwindende stad, hetgeen veel compenseert.
Maar de roman is behalve een zedenschets van de universiteit ook het verhaal van een eigenzinnige vrouw, die nog wel een echte promotie wil maken, ook al zou dat volgens menigeen boven de 45 vrijwel uitgesloten zijn. Die dankzij een onverwachte beurs en een daarmee verdiende sabbattical toch nieuwe wetenschappelijke wegen in slaat. Die soms ook gewoon gebruik of zo u wil misbruik maakt van haar vrouw-zijn. Bijvoorbeeld door mannen in te pakken – of uit te kleden- of door ook zonder hard bewijs moord en brand te schreeuwen als zij in haar belang geschaad dreigt te worden. Terwijl een beetje meer reflectie had kunnen vertellen dat ze zelf ook niet veel beter presteert dan mannelijke collega’s,
Een openhartige, eerlijke roman kortom over sleur, sloeren, volharden , overleven en carrière maken in een soms harde, ambtelijke omgeving. Hoever ga je dan om je doelen te bereiken? Laat je privé voor wat het is en gaat werk en nakende promotie voor alles? Gebruik je procedures zo nodig in je eigen belang – ‘waar zijn ze anders voor’ zou Mea zeggen? Welke prijs wil je betalen om de top te behalen? Over Mea’s keuzen kun je een stevige discussie voeren, het best onder het genot van een goed glas- wat beide geheel in de stijl van Mea is. Maar dat is een compliment voor het boek, het stemt tot nadenken en vraagt om een reactie.
Moderne zedenschets over carrière maken op de universiteit
James Bond, natuurlijk. Of recenter Kurt Wallander in de detectives van Henning Mankell. En de Cock met c-o-c-k op eigen bodem. Maar nee, behalve geheim agenten of politiemannen zijn gewone ambtenaren zijn niet vaak de hoofdpersoon in romans. Of ze figureren als stereotypen, zoals in de paarse krokodilreclame. Dat is jammer, want ook een ambtelijk bestaan of een ambtenarenleven kan best een roman waard zijn. Rik Lausbachs recente roman ‘1953’ over de watersnoodramp heeft een aantal moedige (en een aantal zeer bureaucratische) Rijkswaterstaters als hoofdpersoon, al is de echte romanheldin een Zeeuwse. Wel zijn er behalve de politieromans enkele romans waar net-niet ambtenbaren de hoofdrol spelen. Zoals de overspelige leraren in De buitenvrouw van Zwagerman. Of de onovertroffen romancyclus ‘Het bureau’ van Voskuil.
De net verschenen roman, ‘Mea’ van debutant Willemijn Dicke -zelf academica en eerder WRR-ambtenaar- bericht uitvoerig over het – weinig benijdenswaardige—bestaan van een academica aan een vakgroep politieke wetenschappen. Waar spelletjes worden gespeeld rond benoemingen. Met klagende studenten die docenten voor de ‘bloedraad’ slepen omdat vrouwelijke studenten zouden worden benadeeld in de tentamenscores. Waar competitie bijna altijd domineert boven samenwerking. Waar medewerkers jaren onverstoord meedraaien, zonder ooit nog een nieuw idee te berde te brengen en voortdurend oud onderzoeksmateriaal recyclen. Geen vrolijk stemmende omgeving wordt hier geschetst. Gelukkig kun je aan de universiteit van Mea blijkbaar onbekommerd ‘thuis werken’ en –zo leren we uit het boek- een paar keer per jaar naar een congres in een opwindende stad, hetgeen veel compenseert.
Maar de roman is behalve een zedenschets van de universiteit ook het verhaal van een eigenzinnige vrouw, die nog wel een echte promotie wil maken, ook al zou dat volgens menigeen boven de 45 vrijwel uitgesloten zijn. Die dankzij een onverwachte beurs en een daarmee verdiende sabbattical toch nieuwe wetenschappelijke wegen in slaat. Die soms ook gewoon gebruik of zo u wil misbruik maakt van haar vrouw-zijn. Bijvoorbeeld door mannen in te pakken – of uit te kleden- of door ook zonder hard bewijs moord en brand te schreeuwen als zij in haar belang geschaad dreigt te worden. Terwijl een beetje meer reflectie had kunnen vertellen dat ze zelf ook niet veel beter presteert dan mannelijke collega’s,
Een openhartige, eerlijke roman kortom over sleur, sloeren, volharden , overleven en carrière maken in een soms harde, ambtelijke omgeving. Hoever ga je dan om je doelen te bereiken? Laat je privé voor wat het is en gaat werk en nakende promotie voor alles? Gebruik je procedures zo nodig in je eigen belang – ‘waar zijn ze anders voor’ zou Mea zeggen? Welke prijs wil je betalen om de top te behalen? Over Mea’s keuzen kun je een stevige discussie voeren, het best onder het genot van een goed glas- wat beide geheel in de stijl van Mea is. Maar dat is een compliment voor het boek, het stemt tot nadenken en vraagt om een reactie.
vrijdag, april 17, 2009
SGP-wet is onvoldoende
Column Binnenlands Bestuur dd 24 april
Na mijn vorige relativerende column over de crisis bereikten me nu toch één onheilspellende mededeling en één weinig geruststellende.
De onheilspellende komt van universitaire economen. Hun boodschap is dat de raming voor 2010 (nulgroei) wel eens veel te positief kan zijn. Dit omdat de ergste pijn vooral zit bij de tegenvallende wereldhandel. Zelfs als de andere economieën zich weer herstellen, dan duurt het nog wel even voordat wij dat merken. Dan zal er door bedrijven fors minder verdiend worden en dus ook minder belasting worden betaald. Ook zullen de lagere pensioenuitkeringen minder belasting opleveren. Als dat waar is, zitten de overheidsfinanciën in 2010 in een veel diepere put dan het CPB en kabinet dachten. En dat betekent dat er echt veel meer te bezuinigen is dan verwacht.
Om weer een zogenaamd houdbaar tekort te hebben zou in de berekeningen van bijvoorbeeld EUR-professor Bas Jacobs ruim 5% BBP omgebogen moeten worden, dat is het ontstellende bedrag van 30 miljard per jaar. Om het in perspectief te zetten, de verhoging van de AOW-leeftijd levert (maar) 4 miljard op. Waar dat vandaan moet komen? Tja, uit van alles, zie daarvoor de lijsten van (de nieuwe overheidsmanager van het jaar?) Ronald Gerritse.. Zorg, wonen, subsidies, lonen, van alles wat is nodig om echte besparingen te genereren..
Een groot probleem is echter dat burgers en bedrijven die weten dat er een ‘ongedekte rekening’ aankomt, erg terughoudend zullen zijn met aanschaffingen. Veiligheidshalve zullen zij blijven sparen in plaats van te investeren en consumeren, straks moeten zij immers rekening houden met tja, wat allemaal? Geen gratis studieboeken of geen studiefinanciering meer voor kinderen? Hypotheekaftrek aangepast? Lokale lasten? Sparen voor een prepensioen? Zorg sterker voor eigen rekening? Versmalling AWBZ? Hogere winstbelasting , minder aftrekposten? Júist dat ‘niet weten’ kan verlammend werken, en de economische motor, die ontsparingen, investeringen en consumptie behoeft, verhinderen weer te gaan draaien.
Snel en fiks bezuinigen vanaf 2011 is – hoe pijnlijk ook- broodnodig. Nu –het nog crisis is- daarover beslissen is eigenlijk het beste. Er is geen groter lijden dan het lijden dat men vreest. Geef dus beter aan wat er na 2011 gaat gebeuren en maak dat inzet van de verkiezingen. Liever dat in plaats van de nu redenering van Bos, de weinig geruststellende. Die luidt dat het kabinet weliswaar vanaf 2011 gaat ombuigen, maar dat we nog niets kunnen zeggen waarop bezuinigd wordt,. Die keuzen maakt men niet nu, want dat is óver het eigen politieke heen regeren’ en dat mag niet. Het nieuw kabinetsidee om een wetsvoorstel in te dienen dát Nederland gaat ombuigen, een Stabiliteits- en GroeiPactwet, is een te lege huls. Ze schenkt bedrijven en burgers onvoldoende vertrouwen ‘dat het goed komt’. De crisis en het geslonken vertrouwen in de economie en overheid, vergt daarom dat het kabinet nu al laat zien wat men na 2011 veranderen wil en dat men dit onderwerp maakt van de verkiezingen. Dan regeert men wel over het graf heen. Crisistijden vergen echter buitengewone maatregelen. Bij Miljoenennota 2010 zou een verkenning gereed moeten kunnen zijn..
Na mijn vorige relativerende column over de crisis bereikten me nu toch één onheilspellende mededeling en één weinig geruststellende.
De onheilspellende komt van universitaire economen. Hun boodschap is dat de raming voor 2010 (nulgroei) wel eens veel te positief kan zijn. Dit omdat de ergste pijn vooral zit bij de tegenvallende wereldhandel. Zelfs als de andere economieën zich weer herstellen, dan duurt het nog wel even voordat wij dat merken. Dan zal er door bedrijven fors minder verdiend worden en dus ook minder belasting worden betaald. Ook zullen de lagere pensioenuitkeringen minder belasting opleveren. Als dat waar is, zitten de overheidsfinanciën in 2010 in een veel diepere put dan het CPB en kabinet dachten. En dat betekent dat er echt veel meer te bezuinigen is dan verwacht.
Om weer een zogenaamd houdbaar tekort te hebben zou in de berekeningen van bijvoorbeeld EUR-professor Bas Jacobs ruim 5% BBP omgebogen moeten worden, dat is het ontstellende bedrag van 30 miljard per jaar. Om het in perspectief te zetten, de verhoging van de AOW-leeftijd levert (maar) 4 miljard op. Waar dat vandaan moet komen? Tja, uit van alles, zie daarvoor de lijsten van (de nieuwe overheidsmanager van het jaar?) Ronald Gerritse.. Zorg, wonen, subsidies, lonen, van alles wat is nodig om echte besparingen te genereren..
Een groot probleem is echter dat burgers en bedrijven die weten dat er een ‘ongedekte rekening’ aankomt, erg terughoudend zullen zijn met aanschaffingen. Veiligheidshalve zullen zij blijven sparen in plaats van te investeren en consumeren, straks moeten zij immers rekening houden met tja, wat allemaal? Geen gratis studieboeken of geen studiefinanciering meer voor kinderen? Hypotheekaftrek aangepast? Lokale lasten? Sparen voor een prepensioen? Zorg sterker voor eigen rekening? Versmalling AWBZ? Hogere winstbelasting , minder aftrekposten? Júist dat ‘niet weten’ kan verlammend werken, en de economische motor, die ontsparingen, investeringen en consumptie behoeft, verhinderen weer te gaan draaien.
Snel en fiks bezuinigen vanaf 2011 is – hoe pijnlijk ook- broodnodig. Nu –het nog crisis is- daarover beslissen is eigenlijk het beste. Er is geen groter lijden dan het lijden dat men vreest. Geef dus beter aan wat er na 2011 gaat gebeuren en maak dat inzet van de verkiezingen. Liever dat in plaats van de nu redenering van Bos, de weinig geruststellende. Die luidt dat het kabinet weliswaar vanaf 2011 gaat ombuigen, maar dat we nog niets kunnen zeggen waarop bezuinigd wordt,. Die keuzen maakt men niet nu, want dat is óver het eigen politieke heen regeren’ en dat mag niet. Het nieuw kabinetsidee om een wetsvoorstel in te dienen dát Nederland gaat ombuigen, een Stabiliteits- en GroeiPactwet, is een te lege huls. Ze schenkt bedrijven en burgers onvoldoende vertrouwen ‘dat het goed komt’. De crisis en het geslonken vertrouwen in de economie en overheid, vergt daarom dat het kabinet nu al laat zien wat men na 2011 veranderen wil en dat men dit onderwerp maakt van de verkiezingen. Dan regeert men wel over het graf heen. Crisistijden vergen echter buitengewone maatregelen. Bij Miljoenennota 2010 zou een verkenning gereed moeten kunnen zijn..
zaterdag, april 04, 2009
De crisis na de crisis
Column Binnenlands Bestuur dd 10 april 2009
Geen groter misverstand dan te denken dat nu het kabinet ‘er uit’ is (waaruit?) we als Nederland het ergst leed geleden hebben. De crisis na de crisis moet nog beginnen. En die zal langer duren dan een kwaad jaar. Zei Judith Hertzberg niet eerder:
Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.
Immers, de grote schade die Nederland heeft geleden de laatste zes maanden en de overheid zal gaan lijden in de vorm van historisch hoge begrotingstekorten en een snel stijgende staatschuld heeft langjarige gevolgen. Alle opgedane schulden moeten verspreid over vele jaren met rente worden terugbetaald. Hertzberg:
Het is altijd veel duurder dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt.
Er moeten dus echte keuzen worden gemaakt, ingrijpende keuzen. Niet alleen verhoging van de AOW-leeftijd zal het panacee zijn. Toekomstige CAO’s zullen nauwelijks loonstijgingen bevatten. Er zal met minder ambtenaren gewerkt worden. Subsidies en uitkeringen zullen onder vuur liggen. Er zal daarover het nodige maatschappelijke verzet ontstaan. Van gepensioneerden die op achterstand komen. Van nieuwe werklozen die heel snel via de WW doorzakken naar de bijstand. De kwetsbare middenklasse zal zich roeren. Of zich verbijten nu duur gekochte huizen onverkoopbaar worden of er grote verliezen genomen moeten worden. Jongeren en allochtonen zullen langer aan de rand van de arbeidsmarkt staan Nederland moet zich kortom opmaken voor een hele lastige tijd. Daar uit te komen vergt nu en na 2011 een stevig kabinet met een solide meerderheid, iets wat nog een hele tour zal worden voor deze coalitie. Ofwel zoals Hertzberg zei.
Het kost meer moeite dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.
Toch houden we de moed er maar in. Want er zijn eerste stappen gezet. Natuurlijk resteren er ook taboezaken als aanrechtsubsidie, ontslagbescherming en hypotheekrenteaftrek maar het kabinet heeft met haar akkoord en verhoging van de pensioenleeftijd wel een eerste stap gezet. Dat wordt door landen met vergelijkbare problemen met bewondering bekeken. Voldoende is het niet maar de eerste klap is nog steeds een daalder waard. Als in 2011 een volgend kabinet doorzet met de versobering van de publieke uitgaven hoeven we niet heel veel slechter uit de crisis te komen. Misschien kunnen we als samenleving zelfs winnen door gerichte investeringen in duurzaamheid en participatie. En doorstaan we zelfs de crisisjaren na de aanvankelijke crisis. Daarom krijgt Hertzberg het laatste woord.
Het duurt veel korter dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch nog korter
dan je denkt.
Geen groter misverstand dan te denken dat nu het kabinet ‘er uit’ is (waaruit?) we als Nederland het ergst leed geleden hebben. De crisis na de crisis moet nog beginnen. En die zal langer duren dan een kwaad jaar. Zei Judith Hertzberg niet eerder:
Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.
Immers, de grote schade die Nederland heeft geleden de laatste zes maanden en de overheid zal gaan lijden in de vorm van historisch hoge begrotingstekorten en een snel stijgende staatschuld heeft langjarige gevolgen. Alle opgedane schulden moeten verspreid over vele jaren met rente worden terugbetaald. Hertzberg:
Het is altijd veel duurder dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt.
Er moeten dus echte keuzen worden gemaakt, ingrijpende keuzen. Niet alleen verhoging van de AOW-leeftijd zal het panacee zijn. Toekomstige CAO’s zullen nauwelijks loonstijgingen bevatten. Er zal met minder ambtenaren gewerkt worden. Subsidies en uitkeringen zullen onder vuur liggen. Er zal daarover het nodige maatschappelijke verzet ontstaan. Van gepensioneerden die op achterstand komen. Van nieuwe werklozen die heel snel via de WW doorzakken naar de bijstand. De kwetsbare middenklasse zal zich roeren. Of zich verbijten nu duur gekochte huizen onverkoopbaar worden of er grote verliezen genomen moeten worden. Jongeren en allochtonen zullen langer aan de rand van de arbeidsmarkt staan Nederland moet zich kortom opmaken voor een hele lastige tijd. Daar uit te komen vergt nu en na 2011 een stevig kabinet met een solide meerderheid, iets wat nog een hele tour zal worden voor deze coalitie. Ofwel zoals Hertzberg zei.
Het kost meer moeite dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.
Toch houden we de moed er maar in. Want er zijn eerste stappen gezet. Natuurlijk resteren er ook taboezaken als aanrechtsubsidie, ontslagbescherming en hypotheekrenteaftrek maar het kabinet heeft met haar akkoord en verhoging van de pensioenleeftijd wel een eerste stap gezet. Dat wordt door landen met vergelijkbare problemen met bewondering bekeken. Voldoende is het niet maar de eerste klap is nog steeds een daalder waard. Als in 2011 een volgend kabinet doorzet met de versobering van de publieke uitgaven hoeven we niet heel veel slechter uit de crisis te komen. Misschien kunnen we als samenleving zelfs winnen door gerichte investeringen in duurzaamheid en participatie. En doorstaan we zelfs de crisisjaren na de aanvankelijke crisis. Daarom krijgt Hertzberg het laatste woord.
Het duurt veel korter dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch nog korter
dan je denkt.
dinsdag, maart 24, 2009
Kan creativiteit zonder LEF?
Recensie voor BinnenBerijk, april 2009
De opening van het LEF Future Centrum van Rijkswaterstaat in Utrecht leidde najaar 2008 tot grote krantenkoppen. ‘Relaxcentrum voor ambtenaren geopend’. En tja, de languit liggende stropdassen die op grote kussens onder een gekleurd lampjesplafond met een mobiel aan het oor lagen te gymnastieken deed menigeen even de wenkbrauwen fronsen. Kamervragen, scheldpartijen op GeenStijl en een bezuinigingsvoorstel (verkoop het LEF) van de VVD was de snelle oogst.
Toch is er professioneel veel waardering voor dit LEF, omdat het de erkenning vormt dat succesvolle creatieve sessies nu eenmaal meer vergen dan een zaal met flipover en stiften. Gevarieerde en op maat gesneden werkruimtes, kundige moderatoren en een veelheid van werkvormen vormen tezamen de ingrediënten voor zinvolle reflectie of inspiratiebijeenkomsten. Zonder deze zijn de sessies gezellig tijdverdrijf maar zelden de moeite waard. Als de wens en hoop van de LEF-oprichters uitkomt, dat met enkele creatieve ideeën over het filevraagstuk het hele centrum kan worden terugverdiend, zal zelfs de Telegraaf haar koppen moeten aanpassen. En komt de VVD er misschien haar verkiezingsstrategie bedenken. In een passend ingerichte zaal, met op de sessie afgestemde sfeerverlichting, zonodig film- en videovertoning, onderwijl de kleurgeur en smaakpupillen prikkelend. Mark heeft LEF ! Of beter.
Het boek ‘50 werkvormen voor creatieve sessies’ geeft veel ideeën voor zulke sessies. Klassiekers als mindmapping (in je eentje of samen). Of ‘advocaat van de duivel’ spelen, ook wel bekend als de ‘murder squad’, ofwel een idee destructief toetsen (wel goedmaken aan de bar later!). Oude bekenden komen ook in het boek als geleide fantasieën onder de nieuwe naam Fantasia (voeten op de grond, handen in de schootr, ogen dicht). En veel varianten op de poster en geeltjes sessies die we allemaal kennen. Maar ook nieuwe klassiekers. Wat te denken van (toegegeven, beetje VIVA-achtige) ‘goden en godinnen’. De niet op het gymnasium opgeleide inleider moet wel even een paar werkboeken door over de Griekse mythologie, maar dan kun je ook los en ieder ander vragen “Wat voor Godin ben jij’. Het zal een onthullende kennismaking worden (mijn favoriete nieuwe Godin is Persephone!). Zelf waan ik mij meer een Apollo (‘zorgt voor objectieve denkkracht’).
Wat ondanks de schat aan werkvormen in het boek ontbreekt, zijn de ingrediënten die in het LEF juist zo succesvol worden geacht, een passende omgeving en een kundige moderator. Meer aandacht daarvoor zou heel gewenst zijn. Jammer is ook dat het boek nauwelijks beeld of illustraties bevat en in saai grijs-wit is uitgevoerd. Dat streelt de zintuigen niet. Het geheel is daardoor overwegend uitleggerig en instructief, niet direct beeldend of inspirerend. Het is kortom meer een naslagboek dan een leesboek. Wie immers 50 creatieve vormen na elkaar leest zal het snel duizelen. Maar een ding is duidelijk. Voor vrijwel iedere oefening blijven flappen en stiften nodig. Mijn favoriete werkvorm blijft voorlopig nummer 38. Het diner pensant.
De opening van het LEF Future Centrum van Rijkswaterstaat in Utrecht leidde najaar 2008 tot grote krantenkoppen. ‘Relaxcentrum voor ambtenaren geopend’. En tja, de languit liggende stropdassen die op grote kussens onder een gekleurd lampjesplafond met een mobiel aan het oor lagen te gymnastieken deed menigeen even de wenkbrauwen fronsen. Kamervragen, scheldpartijen op GeenStijl en een bezuinigingsvoorstel (verkoop het LEF) van de VVD was de snelle oogst.
Toch is er professioneel veel waardering voor dit LEF, omdat het de erkenning vormt dat succesvolle creatieve sessies nu eenmaal meer vergen dan een zaal met flipover en stiften. Gevarieerde en op maat gesneden werkruimtes, kundige moderatoren en een veelheid van werkvormen vormen tezamen de ingrediënten voor zinvolle reflectie of inspiratiebijeenkomsten. Zonder deze zijn de sessies gezellig tijdverdrijf maar zelden de moeite waard. Als de wens en hoop van de LEF-oprichters uitkomt, dat met enkele creatieve ideeën over het filevraagstuk het hele centrum kan worden terugverdiend, zal zelfs de Telegraaf haar koppen moeten aanpassen. En komt de VVD er misschien haar verkiezingsstrategie bedenken. In een passend ingerichte zaal, met op de sessie afgestemde sfeerverlichting, zonodig film- en videovertoning, onderwijl de kleurgeur en smaakpupillen prikkelend. Mark heeft LEF ! Of beter.
Het boek ‘50 werkvormen voor creatieve sessies’ geeft veel ideeën voor zulke sessies. Klassiekers als mindmapping (in je eentje of samen). Of ‘advocaat van de duivel’ spelen, ook wel bekend als de ‘murder squad’, ofwel een idee destructief toetsen (wel goedmaken aan de bar later!). Oude bekenden komen ook in het boek als geleide fantasieën onder de nieuwe naam Fantasia (voeten op de grond, handen in de schootr, ogen dicht). En veel varianten op de poster en geeltjes sessies die we allemaal kennen. Maar ook nieuwe klassiekers. Wat te denken van (toegegeven, beetje VIVA-achtige) ‘goden en godinnen’. De niet op het gymnasium opgeleide inleider moet wel even een paar werkboeken door over de Griekse mythologie, maar dan kun je ook los en ieder ander vragen “Wat voor Godin ben jij’. Het zal een onthullende kennismaking worden (mijn favoriete nieuwe Godin is Persephone!). Zelf waan ik mij meer een Apollo (‘zorgt voor objectieve denkkracht’).
Wat ondanks de schat aan werkvormen in het boek ontbreekt, zijn de ingrediënten die in het LEF juist zo succesvol worden geacht, een passende omgeving en een kundige moderator. Meer aandacht daarvoor zou heel gewenst zijn. Jammer is ook dat het boek nauwelijks beeld of illustraties bevat en in saai grijs-wit is uitgevoerd. Dat streelt de zintuigen niet. Het geheel is daardoor overwegend uitleggerig en instructief, niet direct beeldend of inspirerend. Het is kortom meer een naslagboek dan een leesboek. Wie immers 50 creatieve vormen na elkaar leest zal het snel duizelen. Maar een ding is duidelijk. Voor vrijwel iedere oefening blijven flappen en stiften nodig. Mijn favoriete werkvorm blijft voorlopig nummer 38. Het diner pensant.
zaterdag, maart 21, 2009
Evalueren kost ook geld
Column Binnenlands Bestuur dd 27 maart 2009
Volgens Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kan de overheid veel geld besparen als ICT-projecten in een vroeger stadium beoordeeld worden. Daarom moeten alle automatiseringsprojecten boven de 20 miljoen euro worden onderworpen aan een zogeheten gateway review. Bij deze methode kijken collega-ambtenaren al in een zeer vroeg stadium naar een ICT-project en brengen een vertrouwelijk advies uit. Naar aanleiding daarvan kan een plan terug naar de tekentafel of zelfs in de prullenbak belanden. Wat daarvan te denken?
Is dit een baanbrekend idee dat veel kan betekenen? Ambtenaren zijn niet gek. En ministers evenmin. Althans ik ken er geen die een ICT-project beginnen terwijl ze weten dat het een flop wordt. Ook wanneer halverwege heteen project de invoeringsdatum, de werking of kosten niet helemaal volgens planning verlopen, ken ik niemand die zegt; so what? Vrijwel altijd is er een faire afweging tussen nut en noodzaak van het voorgenomen of lopende project enerzijds en kosten en opbrengsten anderzijds. Desondanks mislukken projecten. Ook ondanks uitgekiende projectbeheerstechnieken, bijeengebrachte expertise en meer.
Toch is nu de idee dat (nog) een extra zogenaamde ‘gateway review’ de overheid kan behoeden voor zulk falen. Wat het maar zo simpel.
Want ook bestaande projecten waar ex ante evaluaties plaatsvinden en audits plaatsvinden kunnen later dan beoogd, duurder dan geraamd of minder functioneel dan gehoopt eindigen. Of alledrie. Of zelfs nooit af komen. Ook de regelmatige geseling van de verantwoordelijken door de Algemene Rekenkamer kan niet verhoeden dat ICTprojecten blijkbaar lastig te beheersen waren en zijn.
Tegenover de extra waarde van zo’n slim nieuw uit Engeland geïmporteerde tussentijdse toetsing staan zelfs nadelen. Bijvoorbeeld dat de toetsing alleen ook geld kost. De toetsingscommissie moet betaald worden. En meer nog, toetsing vergt dat de ICT-ers een flinke projectdocumentatie bijhouden en klaar staan om nadere schriftelijke en mondeling vragen te beantwoorden. Waarna adviezen volgen wat nog niet helemaal goed gaat of risicovol is.
Maar er resteren dan twee vragen. Staan de adviseurs ervoor in dat hun advies wel leidt tot een mooi resultaat binnen de gestelde tijd en kosten? En twee, is het totaal van de kosten van alle gateway reviews minder dan de bespaarde middelen? Dat wordt wel het dilemma ‘de kostprijs van de kostprijs’ genoemd. Om een zaak profijtelijk te draaien moet secuur weten waar kosten worden gemaakt en waar ze aan toegerekend moeten worden. Dat inzicht is veel waard. Maar het documenteren en administreren van al die informatie kost ook veel tijd geld en moeite. Ofwel evalueren, auditing en toezicht, alle bedoeld om geld te besparen, kost ook veel geld, veel geld zelfs. Dat daarom niet a priori gerechtvaardigd is. Beter dan de afspraak alle ICT-projecten boven de 20 miljoen te toetsen, kan met op basis van een korte risicoanalyse besluiten waar en of een gateway review nuttig is.
Een duivels dilemma kortom, of weer zo’n extra toetsingstechniek echt zo veelbelovend is als men nu zegt.
Volgens Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kan de overheid veel geld besparen als ICT-projecten in een vroeger stadium beoordeeld worden. Daarom moeten alle automatiseringsprojecten boven de 20 miljoen euro worden onderworpen aan een zogeheten gateway review. Bij deze methode kijken collega-ambtenaren al in een zeer vroeg stadium naar een ICT-project en brengen een vertrouwelijk advies uit. Naar aanleiding daarvan kan een plan terug naar de tekentafel of zelfs in de prullenbak belanden. Wat daarvan te denken?
Is dit een baanbrekend idee dat veel kan betekenen? Ambtenaren zijn niet gek. En ministers evenmin. Althans ik ken er geen die een ICT-project beginnen terwijl ze weten dat het een flop wordt. Ook wanneer halverwege heteen project de invoeringsdatum, de werking of kosten niet helemaal volgens planning verlopen, ken ik niemand die zegt; so what? Vrijwel altijd is er een faire afweging tussen nut en noodzaak van het voorgenomen of lopende project enerzijds en kosten en opbrengsten anderzijds. Desondanks mislukken projecten. Ook ondanks uitgekiende projectbeheerstechnieken, bijeengebrachte expertise en meer.
Toch is nu de idee dat (nog) een extra zogenaamde ‘gateway review’ de overheid kan behoeden voor zulk falen. Wat het maar zo simpel.
Want ook bestaande projecten waar ex ante evaluaties plaatsvinden en audits plaatsvinden kunnen later dan beoogd, duurder dan geraamd of minder functioneel dan gehoopt eindigen. Of alledrie. Of zelfs nooit af komen. Ook de regelmatige geseling van de verantwoordelijken door de Algemene Rekenkamer kan niet verhoeden dat ICTprojecten blijkbaar lastig te beheersen waren en zijn.
Tegenover de extra waarde van zo’n slim nieuw uit Engeland geïmporteerde tussentijdse toetsing staan zelfs nadelen. Bijvoorbeeld dat de toetsing alleen ook geld kost. De toetsingscommissie moet betaald worden. En meer nog, toetsing vergt dat de ICT-ers een flinke projectdocumentatie bijhouden en klaar staan om nadere schriftelijke en mondeling vragen te beantwoorden. Waarna adviezen volgen wat nog niet helemaal goed gaat of risicovol is.
Maar er resteren dan twee vragen. Staan de adviseurs ervoor in dat hun advies wel leidt tot een mooi resultaat binnen de gestelde tijd en kosten? En twee, is het totaal van de kosten van alle gateway reviews minder dan de bespaarde middelen? Dat wordt wel het dilemma ‘de kostprijs van de kostprijs’ genoemd. Om een zaak profijtelijk te draaien moet secuur weten waar kosten worden gemaakt en waar ze aan toegerekend moeten worden. Dat inzicht is veel waard. Maar het documenteren en administreren van al die informatie kost ook veel tijd geld en moeite. Ofwel evalueren, auditing en toezicht, alle bedoeld om geld te besparen, kost ook veel geld, veel geld zelfs. Dat daarom niet a priori gerechtvaardigd is. Beter dan de afspraak alle ICT-projecten boven de 20 miljoen te toetsen, kan met op basis van een korte risicoanalyse besluiten waar en of een gateway review nuttig is.
Een duivels dilemma kortom, of weer zo’n extra toetsingstechniek echt zo veelbelovend is als men nu zegt.
donderdag, maart 12, 2009
Groeten uit de rimboe
Recensie Binnenlands Bestuur dd 20 maart 2009
De ‘romantische boekhouder’ Gerrit Zalm heeft tijd gemaakt om een mooie biografie te schrijven. Het is een must voor de liefhebbers van begrotingspolitiek maar anderen vinden helaas minder van hun gading. Vierhonderd bladzijden blijken zelfs niet genoeg om echt inzicht te krijgen in leven en werk van de langstzittende minister van Financiën die Nederland ooit gekend heeft, Gerrit Zalm. Zo worden zijn leven en persoonlijke drijfveren worden eigenlijk partieel en selectief belicht.. Zalms biografie lijkt wel openhartig, maar er resteert veel giswerk. Werkte zijn ongelovigheid na een streng apostolische opvoeding door in zijn toetreden tot Paars? Hoe werkte het ooit eerder verwisselen van de PvdA voor de VVD door in zijn paarse ministerschap? Wat betekende zijn visie op emancipatie en integratie in de Ayaan-perikelen. Wat is zijn motief om nu van de publieke sector naar De Bank te gaan?
Zalm als persoon blijft kortom onderbelicht, ook omdat ‘De romantische boekhouder’ gewoon een heel inhoudelijk boek is dat eigenlijk in hoofdzaak gaat over de Nederlandse begrotingspolitiek inde laatste dertig jaar. Maar daar is niets mis mee, want hij heeft veel te vertellen.
In de jaren zeventig ontdekte Nederland -met Zalm als jonge ambtenaar op Financiën in koltrui en met een gilet- de grenzen van de staatsomvang. De jaren tachtig begonnen daarna met een staatsomvang van tweederde van het nationaal inkomen waarna een enorme herijking volgde van staatstaken - met Zalm als een van de architecten hiervan als directeur bij Economische Zaken. De jaren negentig tot de bankencrisis najaar 2008 zijn gekenmerkt door een verdere terugdringing van de staatsomvang, met Zalm als CPB-directeur en daarna (1994-2007) als langstzittend minister van Financiën.
Zowel bij de koersbepaling (de verzorgingsstaat saneren en Nederland klaarmaken voor de komende vergrijzing), als de instrumentatie daarvan (een samenhangend pakket van begrotingsspelregels: de Zalmnorm) en het spel zelf (het soebatten tussen vakminister en schatkistbewaarder) zat hij op de eerste rij. Beter nog, zat hij aan het stuur. En zijn bewezen talent is dat hij eerst een koers en visie ontwikkelde, dit vertaalde in een tactiek en die vervolgens zelf uitspeelde. Dat is weinigen gegeven.
Is er dan geen kritiek mogelijk? Natuurlijk. Begrotingspolitiek beheerste hij als geen andere maar ook daarin opereerde hij niet feilloos. De conjunctuur –en sommige politici- blijken nu eenmaal moeilijk grijpbaar. Ook de ‘kleine’ politiek (ontijdige ophef over vermeende OZB-stijgingen gemeenten) en de grote politiek lag hem soms minder. Zo ontbreekt helaas in het boek een gezaghebbende duiding van de noodzaak van de Irak-oorlog in zijn boek en ontplofte de VVD onder zijn vice-MPschap bijna in de kwestie Verdonk-Ayaan.
Geen volmaakte politicus dus (maar wie is dat wel) en geen compleet boek kortom maar desondanks prijzenswaardig.
Helaas ontbreken een aantal belangrijke thema’s en personen. Over het antipaarse sentiment en de opkomst en moord op Fortuijn vermeldt Zalm alleen dat hij in Fortuijns boek ‘De puinhopen van paars’ er ‘als enige minister goed afkomt’. Een meer inhoudelijke reflectie zou niet hebben misstaan. Anderen als Balkenende (die hij op de kast kreeg met de mislukte Yab Yum-mop) en vooral Bos komen er te bekaaid af. Het grapje dat Bos op zijn eerste werk als staatssecretaris onder Zalm een briefje ontving - Van ‘The Boss’ aan Bos’is ongeveer alles. Hier zal zich wel wreken dat het nu minister Bos is die bankier Zalm de baas is.
Het boek is tot slot ook te lezen als een verslag uit ‘The village’. Dat is de naam die onderzoekers Heclo en Wildavsky ooit gaven voor het Britse ministerie van Financiën. Ze beschreven Financiën antropologisch als een dorpje in de rimboe. Met eigen manieren, gebruiken, taal en kleding. Met ongeschreven maar sterke codes, een duidelijke ‘Wij-Zij-cultuur (het personeelsblad heet al decennia ‘WIJ van Financiën), een hoog esprit de corps en een sterke interne cultuur.
Ik weet ervan omdat ik zelf lang op Financiën werkte. Zo gaf Zalm als net aangetreden minister eens - tegen onze ambtelijke adviezen in- toe aan een verzoek voor een hoger OV-budget. Daarna volgde direct een bezoek van mijn boze baas -met mij- aan de nieuwe minister. ‘Maar Gerrit, je bent toch (…) Sinterklaas niet’!, wierp hij hem voor de voeten. Later schreef hij deze boosheid ook nog eens van zich af aan de nieuwe minister hetgeen Zalm ook aanhaalt in het boek. ‘Maar WIJ bij de Inspectie der Rijksfinanciën hebben WEL sterke knieën’!, aldus de furieuze ambtenaar. Zalm schrijft er begrip voor te hebben maar ging terecht zijn eigen weg. Heel kritisch kortom intern, maar één naar buiten toe.
Geen wonder zo bezien dat Zalm zich ook in het boek ‘afzet’ tegen andere departementen. Justitie is traag. Anderen overvragen altijd. En Zalm schrikt van zijn eerste dagen op EZ. Er blijkt geen werk voor hem. Er circuleren lijstjes van slimme fiscale aftrekposten. Sterker nog, Zalm wordt ongelovig aangestaard als hij als enige zijn huis niet zwart blijkt te laten schilderen.
Dat wou hij blijkbaar 25 jaar na dato nog even kwijt. Er gaat nog steeds niets boven het dorpje Financiën. Misschien moeten we een terugkeer in de toekomst (Zalm is pas 57) niet uitsluiten.
De ‘romantische boekhouder’ Gerrit Zalm heeft tijd gemaakt om een mooie biografie te schrijven. Het is een must voor de liefhebbers van begrotingspolitiek maar anderen vinden helaas minder van hun gading. Vierhonderd bladzijden blijken zelfs niet genoeg om echt inzicht te krijgen in leven en werk van de langstzittende minister van Financiën die Nederland ooit gekend heeft, Gerrit Zalm. Zo worden zijn leven en persoonlijke drijfveren worden eigenlijk partieel en selectief belicht.. Zalms biografie lijkt wel openhartig, maar er resteert veel giswerk. Werkte zijn ongelovigheid na een streng apostolische opvoeding door in zijn toetreden tot Paars? Hoe werkte het ooit eerder verwisselen van de PvdA voor de VVD door in zijn paarse ministerschap? Wat betekende zijn visie op emancipatie en integratie in de Ayaan-perikelen. Wat is zijn motief om nu van de publieke sector naar De Bank te gaan?
Zalm als persoon blijft kortom onderbelicht, ook omdat ‘De romantische boekhouder’ gewoon een heel inhoudelijk boek is dat eigenlijk in hoofdzaak gaat over de Nederlandse begrotingspolitiek inde laatste dertig jaar. Maar daar is niets mis mee, want hij heeft veel te vertellen.
In de jaren zeventig ontdekte Nederland -met Zalm als jonge ambtenaar op Financiën in koltrui en met een gilet- de grenzen van de staatsomvang. De jaren tachtig begonnen daarna met een staatsomvang van tweederde van het nationaal inkomen waarna een enorme herijking volgde van staatstaken - met Zalm als een van de architecten hiervan als directeur bij Economische Zaken. De jaren negentig tot de bankencrisis najaar 2008 zijn gekenmerkt door een verdere terugdringing van de staatsomvang, met Zalm als CPB-directeur en daarna (1994-2007) als langstzittend minister van Financiën.
Zowel bij de koersbepaling (de verzorgingsstaat saneren en Nederland klaarmaken voor de komende vergrijzing), als de instrumentatie daarvan (een samenhangend pakket van begrotingsspelregels: de Zalmnorm) en het spel zelf (het soebatten tussen vakminister en schatkistbewaarder) zat hij op de eerste rij. Beter nog, zat hij aan het stuur. En zijn bewezen talent is dat hij eerst een koers en visie ontwikkelde, dit vertaalde in een tactiek en die vervolgens zelf uitspeelde. Dat is weinigen gegeven.
Is er dan geen kritiek mogelijk? Natuurlijk. Begrotingspolitiek beheerste hij als geen andere maar ook daarin opereerde hij niet feilloos. De conjunctuur –en sommige politici- blijken nu eenmaal moeilijk grijpbaar. Ook de ‘kleine’ politiek (ontijdige ophef over vermeende OZB-stijgingen gemeenten) en de grote politiek lag hem soms minder. Zo ontbreekt helaas in het boek een gezaghebbende duiding van de noodzaak van de Irak-oorlog in zijn boek en ontplofte de VVD onder zijn vice-MPschap bijna in de kwestie Verdonk-Ayaan.
Geen volmaakte politicus dus (maar wie is dat wel) en geen compleet boek kortom maar desondanks prijzenswaardig.
Helaas ontbreken een aantal belangrijke thema’s en personen. Over het antipaarse sentiment en de opkomst en moord op Fortuijn vermeldt Zalm alleen dat hij in Fortuijns boek ‘De puinhopen van paars’ er ‘als enige minister goed afkomt’. Een meer inhoudelijke reflectie zou niet hebben misstaan. Anderen als Balkenende (die hij op de kast kreeg met de mislukte Yab Yum-mop) en vooral Bos komen er te bekaaid af. Het grapje dat Bos op zijn eerste werk als staatssecretaris onder Zalm een briefje ontving - Van ‘The Boss’ aan Bos’is ongeveer alles. Hier zal zich wel wreken dat het nu minister Bos is die bankier Zalm de baas is.
Het boek is tot slot ook te lezen als een verslag uit ‘The village’. Dat is de naam die onderzoekers Heclo en Wildavsky ooit gaven voor het Britse ministerie van Financiën. Ze beschreven Financiën antropologisch als een dorpje in de rimboe. Met eigen manieren, gebruiken, taal en kleding. Met ongeschreven maar sterke codes, een duidelijke ‘Wij-Zij-cultuur (het personeelsblad heet al decennia ‘WIJ van Financiën), een hoog esprit de corps en een sterke interne cultuur.
Ik weet ervan omdat ik zelf lang op Financiën werkte. Zo gaf Zalm als net aangetreden minister eens - tegen onze ambtelijke adviezen in- toe aan een verzoek voor een hoger OV-budget. Daarna volgde direct een bezoek van mijn boze baas -met mij- aan de nieuwe minister. ‘Maar Gerrit, je bent toch (…) Sinterklaas niet’!, wierp hij hem voor de voeten. Later schreef hij deze boosheid ook nog eens van zich af aan de nieuwe minister hetgeen Zalm ook aanhaalt in het boek. ‘Maar WIJ bij de Inspectie der Rijksfinanciën hebben WEL sterke knieën’!, aldus de furieuze ambtenaar. Zalm schrijft er begrip voor te hebben maar ging terecht zijn eigen weg. Heel kritisch kortom intern, maar één naar buiten toe.
Geen wonder zo bezien dat Zalm zich ook in het boek ‘afzet’ tegen andere departementen. Justitie is traag. Anderen overvragen altijd. En Zalm schrikt van zijn eerste dagen op EZ. Er blijkt geen werk voor hem. Er circuleren lijstjes van slimme fiscale aftrekposten. Sterker nog, Zalm wordt ongelovig aangestaard als hij als enige zijn huis niet zwart blijkt te laten schilderen.
Dat wou hij blijkbaar 25 jaar na dato nog even kwijt. Er gaat nog steeds niets boven het dorpje Financiën. Misschien moeten we een terugkeer in de toekomst (Zalm is pas 57) niet uitsluiten.
zaterdag, maart 07, 2009
Ongezonde spoed ?
Column Binnenlands Bestuur dd 13 maart 2009
Deze week zou het allemaal moeten gebeuren. Het kabinet hakt eindelijk de knopen door. De ‘magnificent seven’, Van Geel en Verhagen, Bos en Hamer, Rouvoet en Slob onder leiding van de minister-president staan voor ‘de moeilijkste opgave in tachtig jaar’ - in de jaartelling van Wouter Bos. Anderen menen dat deze dagen keuzen worden gemaakt die zowel voor dit als voor het volgende kabinet de financiële kaders zullen vormen. Met andere woorden, als de onderhandelaars er deze week uitkomen, kan de volgende formatie schriftelijk worden afgedaan en regeren de drie partijen -mits er een meerderheid blijft- gewoon nog vier jaar. Daarom staan nu de hypotheekrente, aanrechtsubsidie, AOW-leeftijd en meer ter discussie. Maar wat een grote woorden allemaal. En wat een ongezonde spoed. Of zit er iets anders achter?
De bankencrisis die zich ontwikkelde tot een financiële crisis en inmiddels een heuse economische recessie is geworden, beheerst steeds meer onze media en tafelgesprekken. En het kabinet doet te weinig, menen velen. Daarom zou er hoognodig moeten worden ingegrepen. Fikse investeringen om de economie vlot te trekken. En nog grotere ombuigingen om het overheidstekort te beperken. Liever vandaag dan morgen moet deze knoop daarom ontward zijn, zonder de aanstaande congressen van PvdA en CDA teveel tegen het hoofd te stoten, zonder werkgevers op de kast te jaren, zonder de bonden naar het Malieveld te lokken. Enerzijds moet de investering in duurzaamheid en innovatie volle kracht vooruit, maar anderzijds mag de consumptie hier en nu niet terugvallen. Ga er maar aan staan.
Maar zonder stevige budgettaire ingrepen zou het kabinet het vertrouwen in de samenleving verspelen en zo de algehele maatschappelijke laagconjunctuur verder versterken. Pleit dus alles voor stevige ingrepen?
Er is ook een andere kijk mogelijk. Die is dat timing alles is. En dat maatregelen moeten aansluiten bij de aard van de problemen. Naar aard, omvang en timing. Maar zo bezien is de huidige kopersstaking op de huizenmarkt niet op te lossen met beperking van de hypotheekrenteaftrek, integendeel. Zo bezien wordt de oplopende werkloosheid niet bestreden met een hogere AOW-leeftijd of verlaging van de aanrechtsubsidie, beiden vergroten immers de concurrentie op de arbeidsmarkt. Waarom zijn het dan juist deze maatregelen die in de lijstjes staan?
Misschien is er daarom ook een andere uitleg denkbaar. Juist nu de maatschappelijke beleving van de crisis alom zo sterk is, zijn de geesten gerijpt voor stevige beleidsmaatregelen. Maatregelen die zonder de urgentie van deze crisis niet genomen kunnen worden. Het CDA kan (dure) huizenbezitters geen hypotheekrenteoffer vragen of gepensioneerden tijdelijke achteruitgang, maar zo het ooit kan is het nu. De Christenunie kan haar achterban niet de aanrechtsubsidie ontnemen, behalve nu. De PvdA kan geen hogere AOW-leeftijd of loonoffer vragen van ambtenaren of werkenden en daarna een Malieveld vol vakbondsleden trotseren, maar als het ooit kan is het nu. Timing is alles, ook nu. De crisis is daarom voor de coalitiepartijen een uitgelezen kans om via een intelligent pact ieders politieke doelen te realiseren.
Deze week zou het allemaal moeten gebeuren. Het kabinet hakt eindelijk de knopen door. De ‘magnificent seven’, Van Geel en Verhagen, Bos en Hamer, Rouvoet en Slob onder leiding van de minister-president staan voor ‘de moeilijkste opgave in tachtig jaar’ - in de jaartelling van Wouter Bos. Anderen menen dat deze dagen keuzen worden gemaakt die zowel voor dit als voor het volgende kabinet de financiële kaders zullen vormen. Met andere woorden, als de onderhandelaars er deze week uitkomen, kan de volgende formatie schriftelijk worden afgedaan en regeren de drie partijen -mits er een meerderheid blijft- gewoon nog vier jaar. Daarom staan nu de hypotheekrente, aanrechtsubsidie, AOW-leeftijd en meer ter discussie. Maar wat een grote woorden allemaal. En wat een ongezonde spoed. Of zit er iets anders achter?
De bankencrisis die zich ontwikkelde tot een financiële crisis en inmiddels een heuse economische recessie is geworden, beheerst steeds meer onze media en tafelgesprekken. En het kabinet doet te weinig, menen velen. Daarom zou er hoognodig moeten worden ingegrepen. Fikse investeringen om de economie vlot te trekken. En nog grotere ombuigingen om het overheidstekort te beperken. Liever vandaag dan morgen moet deze knoop daarom ontward zijn, zonder de aanstaande congressen van PvdA en CDA teveel tegen het hoofd te stoten, zonder werkgevers op de kast te jaren, zonder de bonden naar het Malieveld te lokken. Enerzijds moet de investering in duurzaamheid en innovatie volle kracht vooruit, maar anderzijds mag de consumptie hier en nu niet terugvallen. Ga er maar aan staan.
Maar zonder stevige budgettaire ingrepen zou het kabinet het vertrouwen in de samenleving verspelen en zo de algehele maatschappelijke laagconjunctuur verder versterken. Pleit dus alles voor stevige ingrepen?
Er is ook een andere kijk mogelijk. Die is dat timing alles is. En dat maatregelen moeten aansluiten bij de aard van de problemen. Naar aard, omvang en timing. Maar zo bezien is de huidige kopersstaking op de huizenmarkt niet op te lossen met beperking van de hypotheekrenteaftrek, integendeel. Zo bezien wordt de oplopende werkloosheid niet bestreden met een hogere AOW-leeftijd of verlaging van de aanrechtsubsidie, beiden vergroten immers de concurrentie op de arbeidsmarkt. Waarom zijn het dan juist deze maatregelen die in de lijstjes staan?
Misschien is er daarom ook een andere uitleg denkbaar. Juist nu de maatschappelijke beleving van de crisis alom zo sterk is, zijn de geesten gerijpt voor stevige beleidsmaatregelen. Maatregelen die zonder de urgentie van deze crisis niet genomen kunnen worden. Het CDA kan (dure) huizenbezitters geen hypotheekrenteoffer vragen of gepensioneerden tijdelijke achteruitgang, maar zo het ooit kan is het nu. De Christenunie kan haar achterban niet de aanrechtsubsidie ontnemen, behalve nu. De PvdA kan geen hogere AOW-leeftijd of loonoffer vragen van ambtenaren of werkenden en daarna een Malieveld vol vakbondsleden trotseren, maar als het ooit kan is het nu. Timing is alles, ook nu. De crisis is daarom voor de coalitiepartijen een uitgelezen kans om via een intelligent pact ieders politieke doelen te realiseren.
Abonneren op:
Posts (Atom)