Discussiebijdrage aan debat VB in de zaal van de Eerste Kamer op 29 januari 2009
Dames en heren,
Fijn dat u er op tijd bent en alle files ten spijt bent aangekomen.
Want congestie is een groot maatschappelijk probleem dat velen aangaat en raakt, zakelijk en emotioneel.
In kringen van de VVD (Niederer) is wel gepleit om het recht op vrije mobiliteit zonodig vast te leggen in de Grondwet.
Door anderen (als Cliteur) is dit met kracht van argumenten weer ontraden.
Het recht op mobiliteit heeft nooit het Staatsblad gehaald.
Toch zijn er allerhande ideeën om de schaarse capaciteit van wegen slimmer te gebruiken.
Bijbouwen, natuurlijk, kilometerbeprijzen, natuurlijk, dynamisch verkeersmanagement, natuurlijk.
Maar er kan meer !
Het genot zich ongestoord te kunnen verplaatsen is burgers en bedrijven namelijk veel waard, emotioneel én zakelijk.
En de toepassing van economisch principes biedt dan kansen. Grote kansen zelfs.
In een eerdere brainstormsessie is bij één groep het idee geboren de doorgaans drie aanwezige rijstroken op snelwegen te gaan voorzien van afzonderlijke kilometertarieven.
o De rechterbaan kan gratis of goedkoop zijn, maar echt doorrijden is daar niet waarschijnlijk.
o De middenbaan biedt tegen een iets hogere prijs betere kansen op doorrijden, maar dat is niet gegarandeerd.
o De linkerbaan is zo beprijsd dat doorrijden daar gegarandeerd kan worden.
Zuchten op rechts, zweten in de midden en zoeven op links kortom.
De opbrengsten zullen per strook verschillen, maar potentieel een behoorlijke omvang hebben.
1. Daarvan wordt ten eerste de techniek betaald die nodig is om vast te stellen wie wanneer op welke baan rijdt en de inning van de variabele kilometerbedragen.
2. Ten tweede moet de handhaving van baanswitchers worden betaald. Dat wist u misschien nog niet, switchen van baan mag wel, als u de rechterstrook zat bent kunt u naar de middenbaan of helemaal links, maar u betaalt wel een switchvergoeding, want switchers hinderen doorrijders.
3. Ten derde wordt er de exploitatiemaatschappij van betaald. De facto is deze niet veel groter dan een controlroomachtige verkeerscentrale op een industrieterrein.
4. De vierde en grootste post is de betaling aan de overheid die de concessie voor de exploitatie van een wegennetwerk heeft toevertrouwd aan een regionaal consortium. De overheid is namelijk niet formeel maar de facto onmachtig om zélf échte prijsdifferentiatie voor geleverde diensten toe te passen. De NS kent wel twee klassen, Schiphol vliegtuigslots en gemeenten goedkopere en duurdere trouwmomenten, maar voorrang voor beter betalende klanten in de zorg en bij andere publieke diensten lijkt in Nederland een taboe. Daarom is waarschijnlijk een privaat regionaal consortium nodig dat de exploitatie van rijstroken in concessie verwerft van de rijksoverheid.
Dames en heren.
Mobilisten hebben misschien geen récht op mobiliteit maar differentiatie van tarieven per rijstrook geeft wel een economische basis om de schaarse capaciteit afhankelijk van de betaalbereidheid optimaal te verdelen.
De overheid ontvangt uit concessie het leeuwendeel van de opbrengsten.
Daarmee kan ze bijvoorbeeld betere of bredere wegen of zonodig tunnels of wegoverkappingen tegen lucht en geluid bouwen.
De uitvoeringskosten van het plan lijken laag. Iedereen kan en mag overal en altijd blijven rijden. Maar aan een snellere verplaatsing hang een ander prijskaartje. Dat is alles.
Tot slot, er komt ruimte voor innovatieve consortia die deze nieuwe markt ontwikkelen.
De vraag is of in 2012 op de nu verbrede A12 betalen per rijstrook als eerste kan worden geëxploiteerd, in 2013 de A13, enzovoort.
Dank voor uw aandacht en een goede reis naar huis vanavond.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
woensdag, januari 28, 2009
woensdag, januari 21, 2009
De misdaadprijs
Column Binnenlands Bestuur dd 30 januari 2009
De prijs van de misdaad
Criminaliteit heeft vele gezichten. Van enkele heb ik de laatste jaren helaas meer dan een glimp opgevangen. Auto-inbraak, later een woninginbraak gevolgd door pinpasfraude en joyriding met de gestolen auto. Een paar fietsen weg. Een keer een tas met saaie nota’s. Als dit alles is, zult u denken, moet je wel een gelukkig mens zijn. Menigeen is minder goed af na een beroving of ander geweld.
De auto-inbraak kostte immers alleen een nieuw ruitje, de bank compenseerde het pasmisbruik, de verzekering vergoedde snel de schade van de woninginbraak en het bezoek van de technische recherche werd erg op prijs gesteld, vooral door de kinderen - daar zat weer een spreekbeurt in. Alleen de dure deuk van de joyriders zit er nog. En die fietsen, tja. Had ik er maar meer sloten op moeten hangen. Toch kost criminaliteit de gemiddelde Nederlander bijna tweeduizend euro per jaar. Hoe komt dat?
Onderzoekers van Justitie en CBS-statistici melden in een recent rapport, waarin zij alle posten opgeteld hebben, dat de criminaliteit Nederland jaarlijks 31,6 miljard kost. Ze noemen dat een lage schatting, een minimum. Waar slaat al die schade neer?
Ten eerste besteedt de overheid ruim zeven miljard aan preventie, opsporing, vervolging, rechtspleging, tenuitvoerlegging van straffen en reclassering. Ten tweede geven particulieren en bedrijven bijna vier miljard uit aan vooral preventie. En toch resteert er -alle preventie en opsporing ten spijt - een maatschappelijke schade van nog eens een miljard bij de overheid, ruim acht miljard bij het bedrijfsleven en zelfs elf miljard bij particulieren.
Ofwel, ondanks alle uitgaven aan en alle preventiemaatregelen van burgers en bedrijven kost criminaliteit de samenleving nog eens twintig miljard. Inbraakschade. Productieverlies door afwezigheid van werknemers, die slachtoffers van geweld zijn geworden. Energiediefstal van hennepkwekerijen. Fraude door werknemers of derden. Vernielingen. En letselschade, de grootste post. Een gederfd gezond levensjaar wordt tegenwoordig op 80.000 euro gewaardeerd. Het levenskwaliteitsverlies van geweldsmisdrijven maal 80.000 loopt op tot bijna negen miljard euro schade. Dat de overheid tot slot van het sommetje zelf ook jaarlijks een schade lijdt van om en nabij een miljard aan bijvoorbeeld belastingfraude (best een lage raming eigenlijk) is klein bier vergeleken met de schade van bedrijven en particulieren.
Is er nog iets goeds te melden? Nadat in de jaren 1980-2002 het aantal geregistreerde misdrijven jaarlijks steeg, is er vanaf 2002 een daling ingetreden. Over de oorzaak (preventie, opsporing, demografie, minder aangiften) wordt getwist maar het is een begin. Ook is er veel politieke aandacht voor. Alle voornoemde uitgaven in de hele keten van preventie tot strafoplegging stijgen van jaar tot jaar. Het kabinet wil dat de criminaliteit in 2010 met een kwart is afgenomen ten opzichte van 2002. Daar heeft het veel middelen voor uitgetrokken, zoals ruim duizend extra opsporingsambtenaren. Als het ook lukt om honderdduizend minder gestolen fietsen te bereiken, zal ik ze dankbaar zijn. Tot die tijd vertrouw ik op een extra slot op de deur en aan mijn fiets. De cijfers liegen niet.
De prijs van de misdaad
Criminaliteit heeft vele gezichten. Van enkele heb ik de laatste jaren helaas meer dan een glimp opgevangen. Auto-inbraak, later een woninginbraak gevolgd door pinpasfraude en joyriding met de gestolen auto. Een paar fietsen weg. Een keer een tas met saaie nota’s. Als dit alles is, zult u denken, moet je wel een gelukkig mens zijn. Menigeen is minder goed af na een beroving of ander geweld.
De auto-inbraak kostte immers alleen een nieuw ruitje, de bank compenseerde het pasmisbruik, de verzekering vergoedde snel de schade van de woninginbraak en het bezoek van de technische recherche werd erg op prijs gesteld, vooral door de kinderen - daar zat weer een spreekbeurt in. Alleen de dure deuk van de joyriders zit er nog. En die fietsen, tja. Had ik er maar meer sloten op moeten hangen. Toch kost criminaliteit de gemiddelde Nederlander bijna tweeduizend euro per jaar. Hoe komt dat?
Onderzoekers van Justitie en CBS-statistici melden in een recent rapport, waarin zij alle posten opgeteld hebben, dat de criminaliteit Nederland jaarlijks 31,6 miljard kost. Ze noemen dat een lage schatting, een minimum. Waar slaat al die schade neer?
Ten eerste besteedt de overheid ruim zeven miljard aan preventie, opsporing, vervolging, rechtspleging, tenuitvoerlegging van straffen en reclassering. Ten tweede geven particulieren en bedrijven bijna vier miljard uit aan vooral preventie. En toch resteert er -alle preventie en opsporing ten spijt - een maatschappelijke schade van nog eens een miljard bij de overheid, ruim acht miljard bij het bedrijfsleven en zelfs elf miljard bij particulieren.
Ofwel, ondanks alle uitgaven aan en alle preventiemaatregelen van burgers en bedrijven kost criminaliteit de samenleving nog eens twintig miljard. Inbraakschade. Productieverlies door afwezigheid van werknemers, die slachtoffers van geweld zijn geworden. Energiediefstal van hennepkwekerijen. Fraude door werknemers of derden. Vernielingen. En letselschade, de grootste post. Een gederfd gezond levensjaar wordt tegenwoordig op 80.000 euro gewaardeerd. Het levenskwaliteitsverlies van geweldsmisdrijven maal 80.000 loopt op tot bijna negen miljard euro schade. Dat de overheid tot slot van het sommetje zelf ook jaarlijks een schade lijdt van om en nabij een miljard aan bijvoorbeeld belastingfraude (best een lage raming eigenlijk) is klein bier vergeleken met de schade van bedrijven en particulieren.
Is er nog iets goeds te melden? Nadat in de jaren 1980-2002 het aantal geregistreerde misdrijven jaarlijks steeg, is er vanaf 2002 een daling ingetreden. Over de oorzaak (preventie, opsporing, demografie, minder aangiften) wordt getwist maar het is een begin. Ook is er veel politieke aandacht voor. Alle voornoemde uitgaven in de hele keten van preventie tot strafoplegging stijgen van jaar tot jaar. Het kabinet wil dat de criminaliteit in 2010 met een kwart is afgenomen ten opzichte van 2002. Daar heeft het veel middelen voor uitgetrokken, zoals ruim duizend extra opsporingsambtenaren. Als het ook lukt om honderdduizend minder gestolen fietsen te bereiken, zal ik ze dankbaar zijn. Tot die tijd vertrouw ik op een extra slot op de deur en aan mijn fiets. De cijfers liegen niet.
woensdag, januari 14, 2009
Over standen en misverstanden
Recensie 'Managers en professionals'in Binnenberijk, februari 2009
Toen de Italiaanse topclub Fiorentina de begenadigde Heerenveenspits Abe Lenstra een royaal profcontract aanbood, schijnt hij erg te hebben getwijfeld. Uiteindelijk besloot hij de blanco cheque niet te tekenen. Abe had namelijk een vaste aanstelling bij de overheid en ‘die liet je niet zomaar schieten’ aldus zijn vrouw.
Het begrip professional was in die tijd bestemd voor betaalde sporters, die lange tijd niet mochten meedoen aan het nationaal voetbalelftal of de Olympische spelen maar inmiddels is het begrip breed ingeburgerd .
Wie wil er nu eigenlijk professional zijn? Jarenlang zwoegen op een studie, naast het werken doorleren, vergaande vakbekwaamheid opdoen, vaak eerst jarenlang als ‘gezel’ onder de directe supervisie van een ‘meester’. Dat is allemaal veranderd. Voetballers van zestien tekenen een profcontract en verhuizen ervoor naar een ander land.. Het begrip professioneel infleert. Leraren zijn volgens allerlei publicaties nu ook professionals, alsook politiemannen, artsen en brandweermannen, tja wie eigenlijk niet?
Ambtenaren noemen zichzelf professional, of worden in wervingsadvertenties zo bestempeld. ‘Communicatieprofessional gezocht’ Maar gedragen ze zich ook als professional? Hebben ze zich na hun studie echt verder geprofessionaliseerd? Hebben ze een nadere beroepsopleiding gevolg, houden ze hun vakliteratuur bij, dragen ze hun kennis over, zijn ze lid van een beroepsvereniging, publiceren ze hun professionele bevindingen en helpen ze de kennis en kunde op hun vakgebied vooruit? Nauwelijks.
Wat ik hiervoor scherp stel voor professionals, geldt ook voor de alom aanwezige ‘managers’, ook zo’n nieuwlichterij. Zie ze zitten de coördinatoren, bureauhoofden, teamleiders, afdelingshoofden, rayonchefs en ploegbazen. Vraag hun visitekaartje en lees: manager. Ook dat begrip infleert blijkbaar. Nuja, laatst las ik een portretje van een struise Urkse met 12 kinderen met als functie; gezinsmanager. Dat vond ik nu wel weer mooi.
Wie na het voorgaande denkt dat het nieuwste boek van Hans de Bruijn niet de moeite niet waard is staat echter op het verkeerde been. ‘Managers en professionals’ zet de lezer steeds weer op een verrassende manier aan het denken. Steeds laat De Bruijn zien wat de logica is van de professional – waar je lekker in mee gaat. Bijvoorbeeld waarom je als professional alleen maar last hebt van managers. Om vervolgens het perspectief van de manager te laten zien – wat ook vaak een heel zinvol perspectief is- dat professionals vaak als eigengereide solisten aan de slag gaan maar pas echt lekker kunnen werken als de manager een aantal voorwaarden weet te vervullen, hen richt en scherpt.
Dus steeds weer is het inzicht van de Bruijn : voor de eigengereide professional is management soms juist wel de oplossing. Voor de manager is de eigenheid van de professional de sleutel tot succes voor de organisatie. Zijn ‘aanbevelingen’ zijn daarom deftig gezegd wellicht contra-intuïtief. Managers moeten, bijvoorbeeld, maar accepteren dat een professionele organisatie een eilandenrijk is en dat professionals voortdurend het wiel opnieuw uitvinden. En voor professionals is de boodschap bijvoorbeeld dat de vaak verfoeide prestatiemeting of protocollering soms ook bijdraagt aan de professionaliteit van de dienstverlening.
Verwarrend, zou ook Abe zeggen, maar zeer de moeite van het doordenken waard. Voor managers en professionals binnen de overheid.
Toen de Italiaanse topclub Fiorentina de begenadigde Heerenveenspits Abe Lenstra een royaal profcontract aanbood, schijnt hij erg te hebben getwijfeld. Uiteindelijk besloot hij de blanco cheque niet te tekenen. Abe had namelijk een vaste aanstelling bij de overheid en ‘die liet je niet zomaar schieten’ aldus zijn vrouw.
Het begrip professional was in die tijd bestemd voor betaalde sporters, die lange tijd niet mochten meedoen aan het nationaal voetbalelftal of de Olympische spelen maar inmiddels is het begrip breed ingeburgerd .
Wie wil er nu eigenlijk professional zijn? Jarenlang zwoegen op een studie, naast het werken doorleren, vergaande vakbekwaamheid opdoen, vaak eerst jarenlang als ‘gezel’ onder de directe supervisie van een ‘meester’. Dat is allemaal veranderd. Voetballers van zestien tekenen een profcontract en verhuizen ervoor naar een ander land.. Het begrip professioneel infleert. Leraren zijn volgens allerlei publicaties nu ook professionals, alsook politiemannen, artsen en brandweermannen, tja wie eigenlijk niet?
Ambtenaren noemen zichzelf professional, of worden in wervingsadvertenties zo bestempeld. ‘Communicatieprofessional gezocht’ Maar gedragen ze zich ook als professional? Hebben ze zich na hun studie echt verder geprofessionaliseerd? Hebben ze een nadere beroepsopleiding gevolg, houden ze hun vakliteratuur bij, dragen ze hun kennis over, zijn ze lid van een beroepsvereniging, publiceren ze hun professionele bevindingen en helpen ze de kennis en kunde op hun vakgebied vooruit? Nauwelijks.
Wat ik hiervoor scherp stel voor professionals, geldt ook voor de alom aanwezige ‘managers’, ook zo’n nieuwlichterij. Zie ze zitten de coördinatoren, bureauhoofden, teamleiders, afdelingshoofden, rayonchefs en ploegbazen. Vraag hun visitekaartje en lees: manager. Ook dat begrip infleert blijkbaar. Nuja, laatst las ik een portretje van een struise Urkse met 12 kinderen met als functie; gezinsmanager. Dat vond ik nu wel weer mooi.
Wie na het voorgaande denkt dat het nieuwste boek van Hans de Bruijn niet de moeite niet waard is staat echter op het verkeerde been. ‘Managers en professionals’ zet de lezer steeds weer op een verrassende manier aan het denken. Steeds laat De Bruijn zien wat de logica is van de professional – waar je lekker in mee gaat. Bijvoorbeeld waarom je als professional alleen maar last hebt van managers. Om vervolgens het perspectief van de manager te laten zien – wat ook vaak een heel zinvol perspectief is- dat professionals vaak als eigengereide solisten aan de slag gaan maar pas echt lekker kunnen werken als de manager een aantal voorwaarden weet te vervullen, hen richt en scherpt.
Dus steeds weer is het inzicht van de Bruijn : voor de eigengereide professional is management soms juist wel de oplossing. Voor de manager is de eigenheid van de professional de sleutel tot succes voor de organisatie. Zijn ‘aanbevelingen’ zijn daarom deftig gezegd wellicht contra-intuïtief. Managers moeten, bijvoorbeeld, maar accepteren dat een professionele organisatie een eilandenrijk is en dat professionals voortdurend het wiel opnieuw uitvinden. En voor professionals is de boodschap bijvoorbeeld dat de vaak verfoeide prestatiemeting of protocollering soms ook bijdraagt aan de professionaliteit van de dienstverlening.
Verwarrend, zou ook Abe zeggen, maar zeer de moeite van het doordenken waard. Voor managers en professionals binnen de overheid.
zondag, januari 11, 2009
Het budget van Obama
Column Binnenlands Bestuur dd 16 januari 2008
It’s Obama time. En terecht. Hoog tijd voor een ander beleid. Maar wat staat Amerika te wachten onder Obama? Als hij niet passend optreedt wacht Amerika een enorme budgettaire crisis, waarbij overheidstekort en schuld ongeëvenaarde hoogten gaan bereiken. Met vergaande gevolgen voor de Amerikaanse en de wereldeconomie. Maar de crisis geeft ook kansen, daar en hier. Laten we de situatie eens beter bekijken.
In deze moeilijke economische tijden vinden Bos en Balkenende het verdedigbaar dat het Nederlands begrotingssaldo van een plusje van één procent omslaat in een tijdelijk tekort van 2%. Deze mutatie van drie procent in 2009, in euro 18 miljard, is tijdelijk en acceptabel door de crisis. George W. Bush heeft hetzelfde gedaan. Ook hij liet het Amerikaans tekort omslaan van plus één bij aantreden naar min twee midden 2008. Maar dan zonder dat er een crisis was. En het laatste jaar, nu er een crisis is, verslechterd het begrotingssaldo tot mogelijk ruim acht procent. Dat getal is zo hoog doordat het ook de lopende grootscheepse financiële hulp aan omvallende hypotheekverstrekkers en banken omvat. Maar wordt nog groter omdat er nog geen rekening is gehouden met de nieuwe maatregelen van Obama om werkgelegenheid te creëren en de economie te stimuleren.
Zijn dit geen tijdelijke problemen? Neen. En nu komt het echte lastige punt. Amerika vergrijst ook nog eens. De eerste babyboomers gaan inmiddels met pensioen en er volgen er snel veel meer. Dat zet begroting en vooral de huidige en toekomstige staatsschuld enorm onder druk, van 41% nu stijgt de schuld naar 54% in 2010 en snel hoger de decennia erna.
En daar komt de kansenkant. Met zo’n problematiek bij de start van Obama en zo’n groteske opgave voor de komende decennia, moet wel creatief gehandeld gaan worden. Een belastingmaatregel hier en een beetje uitgavenbeleid daar alleen voldoen absoluut niet. De komende vier of acht jaar moet Obama een totaalpakket en dus een totaalcoalitie gaan smeden van zowel een andere belastingstructuur (progressiever) en een ander, soberder aansprakenregime op zorg en sociale zekerheid inclusief hogere pensioenleeftijd. Een totaalpakket waarin iedereen wat kan winnen maar ook wat zal kwijt raken. In ruil voor langere termijn stabiliteit.
Maar ja, ‘if you start making choices, you start losing friends’ zeggen Amerikanen. Obama moet dus snel handelen, nu hij in het Congres meerderheden heeft en de geesten rijpen voor een totaalpakket binnen een of twee jaar.
Balkeneinde, Bos en Rouvoet zouden de crisis ook kunnen aanvatten voor een herontwerp van belastingen en sociale zekerheid. De CDA-afspraak niet eens over varianten op de hypotheekrente te mogen denken wreekt zich nu dus enorm. Maar misschien inspireert Obama ook hen tot gedurfder denken.
Tot slot, Op korte termijn wil Obama de begroting beheersen met een nieuw benoemde ‘chief performance officier’, een gerenommeerde McKinsey-consultant. Waarom deze McKinsey-dame? Heel eenvoudig. Die weten hoe ze ergens het mes in moeten zitten.. Nooit gehoord van de McKinsey-consultant die zich meldde aan de hemelpoort? ‘U wilt erin’, werd hem gevraagd. ‘Nee’, was het antwoord. ‘Er moeten er twintig uit’.
It’s Obama time. En terecht. Hoog tijd voor een ander beleid. Maar wat staat Amerika te wachten onder Obama? Als hij niet passend optreedt wacht Amerika een enorme budgettaire crisis, waarbij overheidstekort en schuld ongeëvenaarde hoogten gaan bereiken. Met vergaande gevolgen voor de Amerikaanse en de wereldeconomie. Maar de crisis geeft ook kansen, daar en hier. Laten we de situatie eens beter bekijken.
In deze moeilijke economische tijden vinden Bos en Balkenende het verdedigbaar dat het Nederlands begrotingssaldo van een plusje van één procent omslaat in een tijdelijk tekort van 2%. Deze mutatie van drie procent in 2009, in euro 18 miljard, is tijdelijk en acceptabel door de crisis. George W. Bush heeft hetzelfde gedaan. Ook hij liet het Amerikaans tekort omslaan van plus één bij aantreden naar min twee midden 2008. Maar dan zonder dat er een crisis was. En het laatste jaar, nu er een crisis is, verslechterd het begrotingssaldo tot mogelijk ruim acht procent. Dat getal is zo hoog doordat het ook de lopende grootscheepse financiële hulp aan omvallende hypotheekverstrekkers en banken omvat. Maar wordt nog groter omdat er nog geen rekening is gehouden met de nieuwe maatregelen van Obama om werkgelegenheid te creëren en de economie te stimuleren.
Zijn dit geen tijdelijke problemen? Neen. En nu komt het echte lastige punt. Amerika vergrijst ook nog eens. De eerste babyboomers gaan inmiddels met pensioen en er volgen er snel veel meer. Dat zet begroting en vooral de huidige en toekomstige staatsschuld enorm onder druk, van 41% nu stijgt de schuld naar 54% in 2010 en snel hoger de decennia erna.
En daar komt de kansenkant. Met zo’n problematiek bij de start van Obama en zo’n groteske opgave voor de komende decennia, moet wel creatief gehandeld gaan worden. Een belastingmaatregel hier en een beetje uitgavenbeleid daar alleen voldoen absoluut niet. De komende vier of acht jaar moet Obama een totaalpakket en dus een totaalcoalitie gaan smeden van zowel een andere belastingstructuur (progressiever) en een ander, soberder aansprakenregime op zorg en sociale zekerheid inclusief hogere pensioenleeftijd. Een totaalpakket waarin iedereen wat kan winnen maar ook wat zal kwijt raken. In ruil voor langere termijn stabiliteit.
Maar ja, ‘if you start making choices, you start losing friends’ zeggen Amerikanen. Obama moet dus snel handelen, nu hij in het Congres meerderheden heeft en de geesten rijpen voor een totaalpakket binnen een of twee jaar.
Balkeneinde, Bos en Rouvoet zouden de crisis ook kunnen aanvatten voor een herontwerp van belastingen en sociale zekerheid. De CDA-afspraak niet eens over varianten op de hypotheekrente te mogen denken wreekt zich nu dus enorm. Maar misschien inspireert Obama ook hen tot gedurfder denken.
Tot slot, Op korte termijn wil Obama de begroting beheersen met een nieuw benoemde ‘chief performance officier’, een gerenommeerde McKinsey-consultant. Waarom deze McKinsey-dame? Heel eenvoudig. Die weten hoe ze ergens het mes in moeten zitten.. Nooit gehoord van de McKinsey-consultant die zich meldde aan de hemelpoort? ‘U wilt erin’, werd hem gevraagd. ‘Nee’, was het antwoord. ‘Er moeten er twintig uit’.
Abonneren op:
Posts (Atom)