Column Binnenlands Bestuur dd 27 februari 2009
Het is ongelooflijk hoe snel Nederlanders hun hebben en houden afhankelijk lijken te willen maken van overheidsingrijpen. Het vergt stevige politici die niet meegaan in deze roep om steunacties van Amerikaanse proporties. Want linksom of rechtsom, de rekening moet een keer betaald worden.
Al zes maanden stapelt het nieuws zich dat we economisch gezien zware tijden ingaan. Toch lijkt zich dat pas de laatste weken te vertalen in zorgen over de kabinetsreactie. Balkenende en Bos zouden te weinig leiding geven aan het noodzakelijke proces van herschikking van ontvangsten en uitgaven. Ook de aankondiging van een economische steunprogramma zoals Obama deed wordt gemist. Faalt de politiek en strekken Obama, Sarkozy en Merckel onze leiders tot voorbeeld?
Het is mogelijk meer begrip te hebben voor de betrekkelijke stilte vanuit het kabinet. Er zijn immers nog te veel onzekerheden rond de economische crisis om al met geld te gaan smijten. Meer precisie in de analyse en actie is nodig, een snel schot hagel vanuit de heup kan wel eens het verspillen van later broodnodige munitie betekenen.
Obama weet al wat hij wil en heeft de geldpersen laten rollen. Zonder vrijwel een stem steun van republikeinse zijde is Amerika een breed stimuleringsprogramma gestart. Maar in Nederland is er buiten de forse steunprogramma’s aan financiële instellingen en de verruimde WW-regelingen relatief weinig van het kabinet vernomen. En dat is heel logisch. .
Ten eerste heeft iedere kabinetsactie maar een heel beperkt effect. De overheidsuitgaven omvatten al ruim tweehonderd miljard en de laatste paar miljard erbij maken het verschil niet. Ten tweede rollen extra uitgaven snel door naar andere landen, hetgeen niet erg hoeft te zijn als hun bestedingen onze economie weer zou oppeppen maar menige Franse of Duitse actie lijkt vrij nationaal gericht. Ten derde is het de kunst met extra uitgaven niet die economische sectoren te spekken waar een gezonde marktspanning bestaat en verdringing van private door publieke investeringen kan optreden. Ten vierde is de bandbreedte van extra uitgaven ook beperkt. Door de EMU-grens van 3% BBP gaan kan in deze omstandigheden gerechtvaardigd zijn, maar alle extra geleend geld moet wel eens terugbetaald worden.
Dus wat wel? Ten eerste niet te snel of omvangrijk ingrijpen voordat de duur en omvang van de crisis duidelijk wordt. Wie voorjaar 2009 alle kruit verschiet heeft in 2010 of 2011 niets meer over. Ten tweede beter herschikken binnen de uitgaven dan extra uitgaven, want een hoog tekort en schuld verschuiven problemen naar volgende generaties. Ten derde het geld daar besteden waar uitgaven snel en gericht innovatie en werkgelegenheid in zwakke sectoren bevorderen maar accepteren dat er bedrijven kunnen verdwijnen en banen verloren gaan,. Dat is de noodzakelijke louterende werking van een laagconjunctuur. Ten vierde bij voorkeur vernieuwingen steunen die het economisch potentieel van Nederland morgen verhogen en zichzelf mogelijk terugbetalen in plaats van ongerichte overdrachtsuitgaven. En tenslotte blijven uitleggen dat Nederlanders niet al te nostalgisch moeten terugverlangen naar een al te omvangrijke verzorgingsstaat. Ook die heeft uiteindelijk een prijs.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, februari 22, 2009
dinsdag, februari 10, 2009
Doordenken over de publieke zaak blijft hard nodig
Recensie in Binnenlands Bestuur dd 20 februari 2009
Nederland kent geen grote traditie van denktanks. Hoewel er veel goed denkwerk plaatsvindt binnen politieke partijen en universiteiten, planbureaus en adviesraden, zijn werkelijk onafhankelijke, niet gesubsidieerde denktanks schaars. Onverdachte en onverwachte tegendraadse opinies zijn buiten die kringen zeldzaam, terwijl er wel behoefte aan is. Nieuwe denktanks zijn dus welkom, zoals de progressieve Waterlandstichting vanaf 2005 en de vereniging De Publieke Zaak van Mickey Huibregtsen vanaf 2002. Voor de duidelijkheid, de CNV ambtenarenvakbond heet sinds 2002 ook De Publieke Zaak maar die naamdoublure is een ongelukkige samenloop, zoals in 2002 wel meer mis ging in het publieke domein.
Uitgangspunt van vereniging De Publieke Zaak is dat oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken niet in een politiek discours hoeven te worden gezocht, maar in praktische coalities kunnen worden gevonden. Hun nieuwste boek doet hiervan verslag. Maar het resultaat valt helaas niet mee.
Anno 2009 stelt Huibregtsen mistroostig vast dat Nederland heeft moeite zich aan te passen aan het tempo van de maatschappelijke verandering. We worden volgens De Publieke Zaak geconfronteerd met ‘een maatschappij die uiteenvalt in belangengroepjes; een publiek/politiek systeem, dat niet in staat blijkt om die primaire zaken te bewerkstelligen die door burgers als essentieel worden gezien; een belevingswereld, waar het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’.
Het zijn op zijn minst betwistbare stellingen. Want dat vermaledijde publiek/politiek systeemheeft de afgelopen zes maanden wel daadkrachtig primaire zaken als het bankenstelsel overeind gehouden, dat ten prooi dreigde te vallen aan risiconaïeve bestuurders en adviseurs. Of had Huibregtsens McKinsey ze soms gewaarschuwd en afgehouden van hopeloos falende strategieën? En het is weliswaar bon ton om te roepen dat ‘het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’, maar Nederland scoort volgens alle onderzoeken internationaal echt zéér hoog als het gaat om vertrouwen in instituties, waaronder ook de publieke – en de huidige crisis zal deze scores zelfs mogelijk wat verhogen.
Toch nog verder lezen in het boek? Ja natuurlijk! Want de namen van de 35 denkers maken nieuwsgierig naar de inhoud van de mini-essays.
Mabel van Oranje betoogt als niet Koninklijk Huis-lid - dus ongehinderd door iemands ministeriele verantwoordelijkheid - dat we klaar moeten zijn om de NATO te verruilen voor Europese militaire bondgenootschappen. Interessant om mee te nemen in de brede verkenningen die Defensie uitvoert en later dit jaar publiceert.
Schnabel houdt ons voor dat wij in Nederland weliswaar erg democratisch en politiek handelen maar lang niet altijd effectief en efficiënt, hetgeen onze prestaties schaadt wat velen weer zorgen baart. Terwijl volgens Schnabel autoritair geleide landen als Singapore en China weliswaar weinig democratisch zijn maar erg effectief en efficiënt, met hoge groeicijfers en grote infrastructurele prestaties tot gevolg. Maar wat wil Schnabel nu betogen? Dat democratisering in China noodzakelijk is maar wel de prestaties zal temperen? Of juist dat wij minder politiek maar meer autoritair bestuurd moeten worden en eindelijk de A4-snelweg en meer moeten aanleggen?
Ankersmit houdt ons voor dat Bush en zijn neo-liberale navolgers te veel aan private en te weinig aan publieke waarden hebben gedacht, De Beus vindt in het verlengde hiervan dat de marktstaat Nederland zijn publieke sector heeft verwaarloosd en wil de brede taakuitbesteding aan adviesbureaus en vormen van nep-ondernemerschap beëindigen. En wel direct.
Zo gaat het 35 essays door. Goede, aardige, soms aanvechtbare ideeën. Die je meestal wel kunt nazeggen of soms leiden tot een vraagteken of opmerking in de kantlijn. Maar slechts zelden tot een uitroepteken, het ontbreekt aan uitgewerkte of samenhangende ideeën die echt prikkelen. Dan ben je als lezer blij met een enkele mooie gedachte zoals van Marjolein Februari, een enkel gedicht of nieuwsgierigstemmende boekverwijzing zoals naar het boek van de ex-Clintonadviseur Bobbit over de relatie overheid-burger
Gelukkig is nog er het essay dat echt tot denken aanzet, van andersdenker en Ode-magazine-oprichter Jurriaan Kamp. In een door hem uiteengezet ‘verantwoord kapitalisme’, is de aansprakelijkheid van de aandeelhouder niet langer beperkt. Als een bedrijf er een rommel van maakt is een aandeelhouder niet alleen zijn inleg kwijt, maar moet deze meebetalen aan de veroorzaakte schade. Dat zou een enorme omkering van denken en handelen betekenen. Beleggers, pensioenfondsen en particulieren, zullen niet langer zomaar een mandje anonieme aandelen aanschaffen, maar alleen geld alleen toevertrouwen aan een bedrijf dat men kent, zo nodig ziet opereren en waar men ook op nauwlettend op toeziet. Geen dikbetaalde maar soms suffende professionele commissarissen meer als zaakwaarnemer van de aandeelhouder, maar directe debatten tussen geldverstrekker en bestuurders. Dan zouden bedrijven volgens kamp pas echt maatschappelijk verantwoord ondernemen, geen milieuschade veroorzaken, clusterbommen produceren of roekeloze beleggingstrategieën kunnen volgen, een einde aan de ‘corporate irresponsibility’ kortom omdat aandeelhouders niet voor heel veel het schip in willen. Wat startte met de VOC, de eerste vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, zou volgens Kamp moeten worden verruild voor een ‘verantwoord kapitalisme’
Dit is vast een onmogelijke idee maar wel een dat prikkelt. Dat juist de vele in het bestuur van De Publiek Zaak verengde ondernemersvrienden criticaster en dwarsdenker Kamp de kans hebben gegeven te publiceren, siert hen. Een uitgewerkter programma voor De Publiek Zaak is ook na dit boek echter nog ver weg.
Ton Bestebreur is verbonden aan de Erasmus Universiteit en columnist van Binnenlands Bestuur.
Nederland kent geen grote traditie van denktanks. Hoewel er veel goed denkwerk plaatsvindt binnen politieke partijen en universiteiten, planbureaus en adviesraden, zijn werkelijk onafhankelijke, niet gesubsidieerde denktanks schaars. Onverdachte en onverwachte tegendraadse opinies zijn buiten die kringen zeldzaam, terwijl er wel behoefte aan is. Nieuwe denktanks zijn dus welkom, zoals de progressieve Waterlandstichting vanaf 2005 en de vereniging De Publieke Zaak van Mickey Huibregtsen vanaf 2002. Voor de duidelijkheid, de CNV ambtenarenvakbond heet sinds 2002 ook De Publieke Zaak maar die naamdoublure is een ongelukkige samenloop, zoals in 2002 wel meer mis ging in het publieke domein.
Uitgangspunt van vereniging De Publieke Zaak is dat oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken niet in een politiek discours hoeven te worden gezocht, maar in praktische coalities kunnen worden gevonden. Hun nieuwste boek doet hiervan verslag. Maar het resultaat valt helaas niet mee.
Anno 2009 stelt Huibregtsen mistroostig vast dat Nederland heeft moeite zich aan te passen aan het tempo van de maatschappelijke verandering. We worden volgens De Publieke Zaak geconfronteerd met ‘een maatschappij die uiteenvalt in belangengroepjes; een publiek/politiek systeem, dat niet in staat blijkt om die primaire zaken te bewerkstelligen die door burgers als essentieel worden gezien; een belevingswereld, waar het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’.
Het zijn op zijn minst betwistbare stellingen. Want dat vermaledijde publiek/politiek systeemheeft de afgelopen zes maanden wel daadkrachtig primaire zaken als het bankenstelsel overeind gehouden, dat ten prooi dreigde te vallen aan risiconaïeve bestuurders en adviseurs. Of had Huibregtsens McKinsey ze soms gewaarschuwd en afgehouden van hopeloos falende strategieën? En het is weliswaar bon ton om te roepen dat ‘het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’, maar Nederland scoort volgens alle onderzoeken internationaal echt zéér hoog als het gaat om vertrouwen in instituties, waaronder ook de publieke – en de huidige crisis zal deze scores zelfs mogelijk wat verhogen.
Toch nog verder lezen in het boek? Ja natuurlijk! Want de namen van de 35 denkers maken nieuwsgierig naar de inhoud van de mini-essays.
Mabel van Oranje betoogt als niet Koninklijk Huis-lid - dus ongehinderd door iemands ministeriele verantwoordelijkheid - dat we klaar moeten zijn om de NATO te verruilen voor Europese militaire bondgenootschappen. Interessant om mee te nemen in de brede verkenningen die Defensie uitvoert en later dit jaar publiceert.
Schnabel houdt ons voor dat wij in Nederland weliswaar erg democratisch en politiek handelen maar lang niet altijd effectief en efficiënt, hetgeen onze prestaties schaadt wat velen weer zorgen baart. Terwijl volgens Schnabel autoritair geleide landen als Singapore en China weliswaar weinig democratisch zijn maar erg effectief en efficiënt, met hoge groeicijfers en grote infrastructurele prestaties tot gevolg. Maar wat wil Schnabel nu betogen? Dat democratisering in China noodzakelijk is maar wel de prestaties zal temperen? Of juist dat wij minder politiek maar meer autoritair bestuurd moeten worden en eindelijk de A4-snelweg en meer moeten aanleggen?
Ankersmit houdt ons voor dat Bush en zijn neo-liberale navolgers te veel aan private en te weinig aan publieke waarden hebben gedacht, De Beus vindt in het verlengde hiervan dat de marktstaat Nederland zijn publieke sector heeft verwaarloosd en wil de brede taakuitbesteding aan adviesbureaus en vormen van nep-ondernemerschap beëindigen. En wel direct.
Zo gaat het 35 essays door. Goede, aardige, soms aanvechtbare ideeën. Die je meestal wel kunt nazeggen of soms leiden tot een vraagteken of opmerking in de kantlijn. Maar slechts zelden tot een uitroepteken, het ontbreekt aan uitgewerkte of samenhangende ideeën die echt prikkelen. Dan ben je als lezer blij met een enkele mooie gedachte zoals van Marjolein Februari, een enkel gedicht of nieuwsgierigstemmende boekverwijzing zoals naar het boek van de ex-Clintonadviseur Bobbit over de relatie overheid-burger
Gelukkig is nog er het essay dat echt tot denken aanzet, van andersdenker en Ode-magazine-oprichter Jurriaan Kamp. In een door hem uiteengezet ‘verantwoord kapitalisme’, is de aansprakelijkheid van de aandeelhouder niet langer beperkt. Als een bedrijf er een rommel van maakt is een aandeelhouder niet alleen zijn inleg kwijt, maar moet deze meebetalen aan de veroorzaakte schade. Dat zou een enorme omkering van denken en handelen betekenen. Beleggers, pensioenfondsen en particulieren, zullen niet langer zomaar een mandje anonieme aandelen aanschaffen, maar alleen geld alleen toevertrouwen aan een bedrijf dat men kent, zo nodig ziet opereren en waar men ook op nauwlettend op toeziet. Geen dikbetaalde maar soms suffende professionele commissarissen meer als zaakwaarnemer van de aandeelhouder, maar directe debatten tussen geldverstrekker en bestuurders. Dan zouden bedrijven volgens kamp pas echt maatschappelijk verantwoord ondernemen, geen milieuschade veroorzaken, clusterbommen produceren of roekeloze beleggingstrategieën kunnen volgen, een einde aan de ‘corporate irresponsibility’ kortom omdat aandeelhouders niet voor heel veel het schip in willen. Wat startte met de VOC, de eerste vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, zou volgens Kamp moeten worden verruild voor een ‘verantwoord kapitalisme’
Dit is vast een onmogelijke idee maar wel een dat prikkelt. Dat juist de vele in het bestuur van De Publiek Zaak verengde ondernemersvrienden criticaster en dwarsdenker Kamp de kans hebben gegeven te publiceren, siert hen. Een uitgewerkter programma voor De Publiek Zaak is ook na dit boek echter nog ver weg.
Ton Bestebreur is verbonden aan de Erasmus Universiteit en columnist van Binnenlands Bestuur.
donderdag, februari 05, 2009
Parlement ING : 0-5
Column Binnenlands Bestuur dd 13 februari 2009
Of het avonddebat voor elf uur klaar kon zijn, vroeg de Kamervoorzitter de aanwezige leden. Liefst voor tien uur vroeg een regeringscoalitielid, zodat hij en anderen ‘op tijd naar bed konden’.Daarom kreeg iedere spreker maar acht minuten spreektijd.
Zo begon vorige week het debat tussen parlement en minister Bos over de laatste ING-steunronde. Nog nooit heeft de kwaliteit van de budgettaire besluitvorming zo onder druk gestaan als sinds de opeenvolgende financiële interventies van de overheid bij banken. Zonder voorafgaand mandaat of zelfs verkennend overleg met het parlement heeft Financiën opeenvolgende omvangrijke injecties gedaan in het bankwezen. Steeds weer werd het parlement achteraf geïnformeerd. Dit alles vraagt om een bezinning op de houdbaarheid van de nu gebruikelijke wijze van besluitvorming.
Bij budgettaire besluitvorming spelen Comptabiliteitswet, Financiën, parlement en Rekenkamer een sleutelrol. Op alle fronten is er aanleiding tot verbetering vanuit het kernidee dat ook in onverwachte situaties de budgettaire besluitvorming moet kunnen plaatsvinden via ordelijke democratische besluitvorming.
De Comptabiliteitswet is een bruikbare wet - in tijden zonder reuring. Op Prinsjesdag wordt de begroting ingediend. Na goedkeuring van de Tweede Kamer kan het grote uitgeven beginnen. De Eerste Kamer accordeert de begrotingwetten overigens pas in het voorjaar. Raar maar zo gaat dat nu eenmaal. Tijdens het begrotingsjaar wordt de begrotingswet van ieder departement tweemaal bijgesteld. Zonodig volgt soms in het najaar nog een derde bijstelling, waardoor altijd voorafgaande toestemming van uitgaven door het parlement is verzekerd. Voorafgaande toestemming is immers de hoeksteen van de democratische budgettaire besluitvorming. Na afloop van het jaar worden uitgaven tot de laatste cent verantwoord en beoordeelt de Rekenkamer de rechtmatigheid. Bij aanhoudende zorgen kan de Kamer de Rekenkamer vragen iets nader te onderzoeken, een eigen onderzoek gelasten of –daar is ie weer- een enquête starten.
Volgens mij zijn er vijf zaken die nodig moeten worden verbeterd in het licht van de laatste maanden.
Ten eerste moet er een wettelijke voorziening komen dat Financiën en parlement nieuw te ontwerpen noodprocedures kunnen toepassen bij grote, onvoorziene interventies als deze. Een nachtelijk telefoontje van Bos en een dinsdagavonddebatje zijn ontoereikend.
Ten tweede zouden Kamer en Financiën via simulaties of crisisoefening procedures kunnen testen. Zo kunnen draaiboeken worden ontwikkeld en uiteindelijk mandaatconstructies bedacht die enerzijds speelruimte geven aan Financiën maar meer parlementaire inbreng mogelijk maken.
Ten derde heeft het parlement dringend behoeft een sterkere ondersteuning van onderzoekers en financiële experts. Net zoals Financiën alle benodigde topexpertise kan mobiliseren, zou ook de controleur een sterkere staf moeten willen hebben.
Ten vierde. De Algemene Rekenkamer speelde nog geen enkele rol in deze crisis, Ze kan volgens de Comptabiliteitswet zelfs verzoeken van het parlement om onderzoek te doen weigeren, ze is onafhankelijk. Wetsherziening is nodig waardoor de Rekenkamer wel in opdracht van het parlement kritische onderzoeken vervult in de hoogste versnelling en zo de democratische besluitvorming en controle ondersteunt.
Tot slot. Departementen moeten niet te veel afslanken maar in staat blijven om in crisistijden voldoende kritische massa te mobiliseren. Er is een groot maatschappelijk belang mee gediend.
Of het avonddebat voor elf uur klaar kon zijn, vroeg de Kamervoorzitter de aanwezige leden. Liefst voor tien uur vroeg een regeringscoalitielid, zodat hij en anderen ‘op tijd naar bed konden’.Daarom kreeg iedere spreker maar acht minuten spreektijd.
Zo begon vorige week het debat tussen parlement en minister Bos over de laatste ING-steunronde. Nog nooit heeft de kwaliteit van de budgettaire besluitvorming zo onder druk gestaan als sinds de opeenvolgende financiële interventies van de overheid bij banken. Zonder voorafgaand mandaat of zelfs verkennend overleg met het parlement heeft Financiën opeenvolgende omvangrijke injecties gedaan in het bankwezen. Steeds weer werd het parlement achteraf geïnformeerd. Dit alles vraagt om een bezinning op de houdbaarheid van de nu gebruikelijke wijze van besluitvorming.
Bij budgettaire besluitvorming spelen Comptabiliteitswet, Financiën, parlement en Rekenkamer een sleutelrol. Op alle fronten is er aanleiding tot verbetering vanuit het kernidee dat ook in onverwachte situaties de budgettaire besluitvorming moet kunnen plaatsvinden via ordelijke democratische besluitvorming.
De Comptabiliteitswet is een bruikbare wet - in tijden zonder reuring. Op Prinsjesdag wordt de begroting ingediend. Na goedkeuring van de Tweede Kamer kan het grote uitgeven beginnen. De Eerste Kamer accordeert de begrotingwetten overigens pas in het voorjaar. Raar maar zo gaat dat nu eenmaal. Tijdens het begrotingsjaar wordt de begrotingswet van ieder departement tweemaal bijgesteld. Zonodig volgt soms in het najaar nog een derde bijstelling, waardoor altijd voorafgaande toestemming van uitgaven door het parlement is verzekerd. Voorafgaande toestemming is immers de hoeksteen van de democratische budgettaire besluitvorming. Na afloop van het jaar worden uitgaven tot de laatste cent verantwoord en beoordeelt de Rekenkamer de rechtmatigheid. Bij aanhoudende zorgen kan de Kamer de Rekenkamer vragen iets nader te onderzoeken, een eigen onderzoek gelasten of –daar is ie weer- een enquête starten.
Volgens mij zijn er vijf zaken die nodig moeten worden verbeterd in het licht van de laatste maanden.
Ten eerste moet er een wettelijke voorziening komen dat Financiën en parlement nieuw te ontwerpen noodprocedures kunnen toepassen bij grote, onvoorziene interventies als deze. Een nachtelijk telefoontje van Bos en een dinsdagavonddebatje zijn ontoereikend.
Ten tweede zouden Kamer en Financiën via simulaties of crisisoefening procedures kunnen testen. Zo kunnen draaiboeken worden ontwikkeld en uiteindelijk mandaatconstructies bedacht die enerzijds speelruimte geven aan Financiën maar meer parlementaire inbreng mogelijk maken.
Ten derde heeft het parlement dringend behoeft een sterkere ondersteuning van onderzoekers en financiële experts. Net zoals Financiën alle benodigde topexpertise kan mobiliseren, zou ook de controleur een sterkere staf moeten willen hebben.
Ten vierde. De Algemene Rekenkamer speelde nog geen enkele rol in deze crisis, Ze kan volgens de Comptabiliteitswet zelfs verzoeken van het parlement om onderzoek te doen weigeren, ze is onafhankelijk. Wetsherziening is nodig waardoor de Rekenkamer wel in opdracht van het parlement kritische onderzoeken vervult in de hoogste versnelling en zo de democratische besluitvorming en controle ondersteunt.
Tot slot. Departementen moeten niet te veel afslanken maar in staat blijven om in crisistijden voldoende kritische massa te mobiliseren. Er is een groot maatschappelijk belang mee gediend.
Abonneren op:
Posts (Atom)