Recensie in Binnenlands Bestuur dd 20 februari 2009
Nederland kent geen grote traditie van denktanks. Hoewel er veel goed denkwerk plaatsvindt binnen politieke partijen en universiteiten, planbureaus en adviesraden, zijn werkelijk onafhankelijke, niet gesubsidieerde denktanks schaars. Onverdachte en onverwachte tegendraadse opinies zijn buiten die kringen zeldzaam, terwijl er wel behoefte aan is. Nieuwe denktanks zijn dus welkom, zoals de progressieve Waterlandstichting vanaf 2005 en de vereniging De Publieke Zaak van Mickey Huibregtsen vanaf 2002. Voor de duidelijkheid, de CNV ambtenarenvakbond heet sinds 2002 ook De Publieke Zaak maar die naamdoublure is een ongelukkige samenloop, zoals in 2002 wel meer mis ging in het publieke domein.
Uitgangspunt van vereniging De Publieke Zaak is dat oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken niet in een politiek discours hoeven te worden gezocht, maar in praktische coalities kunnen worden gevonden. Hun nieuwste boek doet hiervan verslag. Maar het resultaat valt helaas niet mee.
Anno 2009 stelt Huibregtsen mistroostig vast dat Nederland heeft moeite zich aan te passen aan het tempo van de maatschappelijke verandering. We worden volgens De Publieke Zaak geconfronteerd met ‘een maatschappij die uiteenvalt in belangengroepjes; een publiek/politiek systeem, dat niet in staat blijkt om die primaire zaken te bewerkstelligen die door burgers als essentieel worden gezien; een belevingswereld, waar het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’.
Het zijn op zijn minst betwistbare stellingen. Want dat vermaledijde publiek/politiek systeemheeft de afgelopen zes maanden wel daadkrachtig primaire zaken als het bankenstelsel overeind gehouden, dat ten prooi dreigde te vallen aan risiconaïeve bestuurders en adviseurs. Of had Huibregtsens McKinsey ze soms gewaarschuwd en afgehouden van hopeloos falende strategieën? En het is weliswaar bon ton om te roepen dat ‘het vertrouwen tussen alle spelers onderling een dieptepunt heeft bereikt’, maar Nederland scoort volgens alle onderzoeken internationaal echt zéér hoog als het gaat om vertrouwen in instituties, waaronder ook de publieke – en de huidige crisis zal deze scores zelfs mogelijk wat verhogen.
Toch nog verder lezen in het boek? Ja natuurlijk! Want de namen van de 35 denkers maken nieuwsgierig naar de inhoud van de mini-essays.
Mabel van Oranje betoogt als niet Koninklijk Huis-lid - dus ongehinderd door iemands ministeriele verantwoordelijkheid - dat we klaar moeten zijn om de NATO te verruilen voor Europese militaire bondgenootschappen. Interessant om mee te nemen in de brede verkenningen die Defensie uitvoert en later dit jaar publiceert.
Schnabel houdt ons voor dat wij in Nederland weliswaar erg democratisch en politiek handelen maar lang niet altijd effectief en efficiënt, hetgeen onze prestaties schaadt wat velen weer zorgen baart. Terwijl volgens Schnabel autoritair geleide landen als Singapore en China weliswaar weinig democratisch zijn maar erg effectief en efficiënt, met hoge groeicijfers en grote infrastructurele prestaties tot gevolg. Maar wat wil Schnabel nu betogen? Dat democratisering in China noodzakelijk is maar wel de prestaties zal temperen? Of juist dat wij minder politiek maar meer autoritair bestuurd moeten worden en eindelijk de A4-snelweg en meer moeten aanleggen?
Ankersmit houdt ons voor dat Bush en zijn neo-liberale navolgers te veel aan private en te weinig aan publieke waarden hebben gedacht, De Beus vindt in het verlengde hiervan dat de marktstaat Nederland zijn publieke sector heeft verwaarloosd en wil de brede taakuitbesteding aan adviesbureaus en vormen van nep-ondernemerschap beëindigen. En wel direct.
Zo gaat het 35 essays door. Goede, aardige, soms aanvechtbare ideeën. Die je meestal wel kunt nazeggen of soms leiden tot een vraagteken of opmerking in de kantlijn. Maar slechts zelden tot een uitroepteken, het ontbreekt aan uitgewerkte of samenhangende ideeën die echt prikkelen. Dan ben je als lezer blij met een enkele mooie gedachte zoals van Marjolein Februari, een enkel gedicht of nieuwsgierigstemmende boekverwijzing zoals naar het boek van de ex-Clintonadviseur Bobbit over de relatie overheid-burger
Gelukkig is nog er het essay dat echt tot denken aanzet, van andersdenker en Ode-magazine-oprichter Jurriaan Kamp. In een door hem uiteengezet ‘verantwoord kapitalisme’, is de aansprakelijkheid van de aandeelhouder niet langer beperkt. Als een bedrijf er een rommel van maakt is een aandeelhouder niet alleen zijn inleg kwijt, maar moet deze meebetalen aan de veroorzaakte schade. Dat zou een enorme omkering van denken en handelen betekenen. Beleggers, pensioenfondsen en particulieren, zullen niet langer zomaar een mandje anonieme aandelen aanschaffen, maar alleen geld alleen toevertrouwen aan een bedrijf dat men kent, zo nodig ziet opereren en waar men ook op nauwlettend op toeziet. Geen dikbetaalde maar soms suffende professionele commissarissen meer als zaakwaarnemer van de aandeelhouder, maar directe debatten tussen geldverstrekker en bestuurders. Dan zouden bedrijven volgens kamp pas echt maatschappelijk verantwoord ondernemen, geen milieuschade veroorzaken, clusterbommen produceren of roekeloze beleggingstrategieën kunnen volgen, een einde aan de ‘corporate irresponsibility’ kortom omdat aandeelhouders niet voor heel veel het schip in willen. Wat startte met de VOC, de eerste vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, zou volgens Kamp moeten worden verruild voor een ‘verantwoord kapitalisme’
Dit is vast een onmogelijke idee maar wel een dat prikkelt. Dat juist de vele in het bestuur van De Publiek Zaak verengde ondernemersvrienden criticaster en dwarsdenker Kamp de kans hebben gegeven te publiceren, siert hen. Een uitgewerkter programma voor De Publiek Zaak is ook na dit boek echter nog ver weg.
Ton Bestebreur is verbonden aan de Erasmus Universiteit en columnist van Binnenlands Bestuur.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten