dinsdag, maart 24, 2009

Kan creativiteit zonder LEF?

Recensie voor BinnenBerijk, april 2009

De opening van het LEF Future Centrum van Rijkswaterstaat in Utrecht leidde najaar 2008 tot grote krantenkoppen. ‘Relaxcentrum voor ambtenaren geopend’. En tja, de languit liggende stropdassen die op grote kussens onder een gekleurd lampjesplafond met een mobiel aan het oor lagen te gymnastieken deed menigeen even de wenkbrauwen fronsen. Kamervragen, scheldpartijen op GeenStijl en een bezuinigingsvoorstel (verkoop het LEF) van de VVD was de snelle oogst.
Toch is er professioneel veel waardering voor dit LEF, omdat het de erkenning vormt dat succesvolle creatieve sessies nu eenmaal meer vergen dan een zaal met flipover en stiften. Gevarieerde en op maat gesneden werkruimtes, kundige moderatoren en een veelheid van werkvormen vormen tezamen de ingrediënten voor zinvolle reflectie of inspiratiebijeenkomsten. Zonder deze zijn de sessies gezellig tijdverdrijf maar zelden de moeite waard. Als de wens en hoop van de LEF-oprichters uitkomt, dat met enkele creatieve ideeën over het filevraagstuk het hele centrum kan worden terugverdiend, zal zelfs de Telegraaf haar koppen moeten aanpassen. En komt de VVD er misschien haar verkiezingsstrategie bedenken. In een passend ingerichte zaal, met op de sessie afgestemde sfeerverlichting, zonodig film- en videovertoning, onderwijl de kleurgeur en smaakpupillen prikkelend. Mark heeft LEF ! Of beter.
Het boek ‘50 werkvormen voor creatieve sessies’ geeft veel ideeën voor zulke sessies. Klassiekers als mindmapping (in je eentje of samen). Of ‘advocaat van de duivel’ spelen, ook wel bekend als de ‘murder squad’, ofwel een idee destructief toetsen (wel goedmaken aan de bar later!). Oude bekenden komen ook in het boek als geleide fantasieën onder de nieuwe naam Fantasia (voeten op de grond, handen in de schootr, ogen dicht). En veel varianten op de poster en geeltjes sessies die we allemaal kennen. Maar ook nieuwe klassiekers. Wat te denken van (toegegeven, beetje VIVA-achtige) ‘goden en godinnen’. De niet op het gymnasium opgeleide inleider moet wel even een paar werkboeken door over de Griekse mythologie, maar dan kun je ook los en ieder ander vragen “Wat voor Godin ben jij’. Het zal een onthullende kennismaking worden (mijn favoriete nieuwe Godin is Persephone!). Zelf waan ik mij meer een Apollo (‘zorgt voor objectieve denkkracht’).
Wat ondanks de schat aan werkvormen in het boek ontbreekt, zijn de ingrediënten die in het LEF juist zo succesvol worden geacht, een passende omgeving en een kundige moderator. Meer aandacht daarvoor zou heel gewenst zijn. Jammer is ook dat het boek nauwelijks beeld of illustraties bevat en in saai grijs-wit is uitgevoerd. Dat streelt de zintuigen niet. Het geheel is daardoor overwegend uitleggerig en instructief, niet direct beeldend of inspirerend. Het is kortom meer een naslagboek dan een leesboek. Wie immers 50 creatieve vormen na elkaar leest zal het snel duizelen. Maar een ding is duidelijk. Voor vrijwel iedere oefening blijven flappen en stiften nodig. Mijn favoriete werkvorm blijft voorlopig nummer 38. Het diner pensant.

zaterdag, maart 21, 2009

Evalueren kost ook geld

Column Binnenlands Bestuur dd 27 maart 2009
Volgens Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kan de overheid veel geld besparen als ICT-projecten in een vroeger stadium beoordeeld worden. Daarom moeten alle automatiseringsprojecten boven de 20 miljoen euro worden onderworpen aan een zogeheten gateway review. Bij deze methode kijken collega-ambtenaren al in een zeer vroeg stadium naar een ICT-project en brengen een vertrouwelijk advies uit. Naar aanleiding daarvan kan een plan terug naar de tekentafel of zelfs in de prullenbak belanden. Wat daarvan te denken?
Is dit een baanbrekend idee dat veel kan betekenen? Ambtenaren zijn niet gek. En ministers evenmin. Althans ik ken er geen die een ICT-project beginnen terwijl ze weten dat het een flop wordt. Ook wanneer halverwege heteen project de invoeringsdatum, de werking of kosten niet helemaal volgens planning verlopen, ken ik niemand die zegt; so what? Vrijwel altijd is er een faire afweging tussen nut en noodzaak van het voorgenomen of lopende project enerzijds en kosten en opbrengsten anderzijds. Desondanks mislukken projecten. Ook ondanks uitgekiende projectbeheerstechnieken, bijeengebrachte expertise en meer.
Toch is nu de idee dat (nog) een extra zogenaamde ‘gateway review’ de overheid kan behoeden voor zulk falen. Wat het maar zo simpel.
Want ook bestaande projecten waar ex ante evaluaties plaatsvinden en audits plaatsvinden kunnen later dan beoogd, duurder dan geraamd of minder functioneel dan gehoopt eindigen. Of alledrie. Of zelfs nooit af komen. Ook de regelmatige geseling van de verantwoordelijken door de Algemene Rekenkamer kan niet verhoeden dat ICTprojecten blijkbaar lastig te beheersen waren en zijn.
Tegenover de extra waarde van zo’n slim nieuw uit Engeland geïmporteerde tussentijdse toetsing staan zelfs nadelen. Bijvoorbeeld dat de toetsing alleen ook geld kost. De toetsingscommissie moet betaald worden. En meer nog, toetsing vergt dat de ICT-ers een flinke projectdocumentatie bijhouden en klaar staan om nadere schriftelijke en mondeling vragen te beantwoorden. Waarna adviezen volgen wat nog niet helemaal goed gaat of risicovol is.
Maar er resteren dan twee vragen. Staan de adviseurs ervoor in dat hun advies wel leidt tot een mooi resultaat binnen de gestelde tijd en kosten? En twee, is het totaal van de kosten van alle gateway reviews minder dan de bespaarde middelen? Dat wordt wel het dilemma ‘de kostprijs van de kostprijs’ genoemd. Om een zaak profijtelijk te draaien moet secuur weten waar kosten worden gemaakt en waar ze aan toegerekend moeten worden. Dat inzicht is veel waard. Maar het documenteren en administreren van al die informatie kost ook veel tijd geld en moeite. Ofwel evalueren, auditing en toezicht, alle bedoeld om geld te besparen, kost ook veel geld, veel geld zelfs. Dat daarom niet a priori gerechtvaardigd is. Beter dan de afspraak alle ICT-projecten boven de 20 miljoen te toetsen, kan met op basis van een korte risicoanalyse besluiten waar en of een gateway review nuttig is.
Een duivels dilemma kortom, of weer zo’n extra toetsingstechniek echt zo veelbelovend is als men nu zegt.

donderdag, maart 12, 2009

Groeten uit de rimboe

Recensie Binnenlands Bestuur dd 20 maart 2009
De ‘romantische boekhouder’ Gerrit Zalm heeft tijd gemaakt om een mooie biografie te schrijven. Het is een must voor de liefhebbers van begrotingspolitiek maar anderen vinden helaas minder van hun gading. Vierhonderd bladzijden blijken zelfs niet genoeg om echt inzicht te krijgen in leven en werk van de langstzittende minister van Financiën die Nederland ooit gekend heeft, Gerrit Zalm. Zo worden zijn leven en persoonlijke drijfveren worden eigenlijk partieel en selectief belicht.. Zalms biografie lijkt wel openhartig, maar er resteert veel giswerk. Werkte zijn ongelovigheid na een streng apostolische opvoeding door in zijn toetreden tot Paars? Hoe werkte het ooit eerder verwisselen van de PvdA voor de VVD door in zijn paarse ministerschap? Wat betekende zijn visie op emancipatie en integratie in de Ayaan-perikelen. Wat is zijn motief om nu van de publieke sector naar De Bank te gaan?
Zalm als persoon blijft kortom onderbelicht, ook omdat ‘De romantische boekhouder’ gewoon een heel inhoudelijk boek is dat eigenlijk in hoofdzaak gaat over de Nederlandse begrotingspolitiek inde laatste dertig jaar. Maar daar is niets mis mee, want hij heeft veel te vertellen.
In de jaren zeventig ontdekte Nederland -met Zalm als jonge ambtenaar op Financiën in koltrui en met een gilet- de grenzen van de staatsomvang. De jaren tachtig begonnen daarna met een staatsomvang van tweederde van het nationaal inkomen waarna een enorme herijking volgde van staatstaken - met Zalm als een van de architecten hiervan als directeur bij Economische Zaken. De jaren negentig tot de bankencrisis najaar 2008 zijn gekenmerkt door een verdere terugdringing van de staatsomvang, met Zalm als CPB-directeur en daarna (1994-2007) als langstzittend minister van Financiën.
Zowel bij de koersbepaling (de verzorgingsstaat saneren en Nederland klaarmaken voor de komende vergrijzing), als de instrumentatie daarvan (een samenhangend pakket van begrotingsspelregels: de Zalmnorm) en het spel zelf (het soebatten tussen vakminister en schatkistbewaarder) zat hij op de eerste rij. Beter nog, zat hij aan het stuur. En zijn bewezen talent is dat hij eerst een koers en visie ontwikkelde, dit vertaalde in een tactiek en die vervolgens zelf uitspeelde. Dat is weinigen gegeven.
Is er dan geen kritiek mogelijk? Natuurlijk. Begrotingspolitiek beheerste hij als geen andere maar ook daarin opereerde hij niet feilloos. De conjunctuur –en sommige politici- blijken nu eenmaal moeilijk grijpbaar. Ook de ‘kleine’ politiek (ontijdige ophef over vermeende OZB-stijgingen gemeenten) en de grote politiek lag hem soms minder. Zo ontbreekt helaas in het boek een gezaghebbende duiding van de noodzaak van de Irak-oorlog in zijn boek en ontplofte de VVD onder zijn vice-MPschap bijna in de kwestie Verdonk-Ayaan.
Geen volmaakte politicus dus (maar wie is dat wel) en geen compleet boek kortom maar desondanks prijzenswaardig.
Helaas ontbreken een aantal belangrijke thema’s en personen. Over het antipaarse sentiment en de opkomst en moord op Fortuijn vermeldt Zalm alleen dat hij in Fortuijns boek ‘De puinhopen van paars’ er ‘als enige minister goed afkomt’. Een meer inhoudelijke reflectie zou niet hebben misstaan. Anderen als Balkenende (die hij op de kast kreeg met de mislukte Yab Yum-mop) en vooral Bos komen er te bekaaid af. Het grapje dat Bos op zijn eerste werk als staatssecretaris onder Zalm een briefje ontving - Van ‘The Boss’ aan Bos’is ongeveer alles. Hier zal zich wel wreken dat het nu minister Bos is die bankier Zalm de baas is.
Het boek is tot slot ook te lezen als een verslag uit ‘The village’. Dat is de naam die onderzoekers Heclo en Wildavsky ooit gaven voor het Britse ministerie van Financiën. Ze beschreven Financiën antropologisch als een dorpje in de rimboe. Met eigen manieren, gebruiken, taal en kleding. Met ongeschreven maar sterke codes, een duidelijke ‘Wij-Zij-cultuur (het personeelsblad heet al decennia ‘WIJ van Financiën), een hoog esprit de corps en een sterke interne cultuur.
Ik weet ervan omdat ik zelf lang op Financiën werkte. Zo gaf Zalm als net aangetreden minister eens - tegen onze ambtelijke adviezen in- toe aan een verzoek voor een hoger OV-budget. Daarna volgde direct een bezoek van mijn boze baas -met mij- aan de nieuwe minister. ‘Maar Gerrit, je bent toch (…) Sinterklaas niet’!, wierp hij hem voor de voeten. Later schreef hij deze boosheid ook nog eens van zich af aan de nieuwe minister hetgeen Zalm ook aanhaalt in het boek. ‘Maar WIJ bij de Inspectie der Rijksfinanciën hebben WEL sterke knieën’!, aldus de furieuze ambtenaar. Zalm schrijft er begrip voor te hebben maar ging terecht zijn eigen weg. Heel kritisch kortom intern, maar één naar buiten toe.
Geen wonder zo bezien dat Zalm zich ook in het boek ‘afzet’ tegen andere departementen. Justitie is traag. Anderen overvragen altijd. En Zalm schrikt van zijn eerste dagen op EZ. Er blijkt geen werk voor hem. Er circuleren lijstjes van slimme fiscale aftrekposten. Sterker nog, Zalm wordt ongelovig aangestaard als hij als enige zijn huis niet zwart blijkt te laten schilderen.
Dat wou hij blijkbaar 25 jaar na dato nog even kwijt. Er gaat nog steeds niets boven het dorpje Financiën. Misschien moeten we een terugkeer in de toekomst (Zalm is pas 57) niet uitsluiten.

zaterdag, maart 07, 2009

Ongezonde spoed ?

Column Binnenlands Bestuur dd 13 maart 2009
Deze week zou het allemaal moeten gebeuren. Het kabinet hakt eindelijk de knopen door. De ‘magnificent seven’, Van Geel en Verhagen, Bos en Hamer, Rouvoet en Slob onder leiding van de minister-president staan voor ‘de moeilijkste opgave in tachtig jaar’ - in de jaartelling van Wouter Bos. Anderen menen dat deze dagen keuzen worden gemaakt die zowel voor dit als voor het volgende kabinet de financiële kaders zullen vormen. Met andere woorden, als de onderhandelaars er deze week uitkomen, kan de volgende formatie schriftelijk worden afgedaan en regeren de drie partijen -mits er een meerderheid blijft- gewoon nog vier jaar. Daarom staan nu de hypotheekrente, aanrechtsubsidie, AOW-leeftijd en meer ter discussie. Maar wat een grote woorden allemaal. En wat een ongezonde spoed. Of zit er iets anders achter?
De bankencrisis die zich ontwikkelde tot een financiële crisis en inmiddels een heuse economische recessie is geworden, beheerst steeds meer onze media en tafelgesprekken. En het kabinet doet te weinig, menen velen. Daarom zou er hoognodig moeten worden ingegrepen. Fikse investeringen om de economie vlot te trekken. En nog grotere ombuigingen om het overheidstekort te beperken. Liever vandaag dan morgen moet deze knoop daarom ontward zijn, zonder de aanstaande congressen van PvdA en CDA teveel tegen het hoofd te stoten, zonder werkgevers op de kast te jaren, zonder de bonden naar het Malieveld te lokken. Enerzijds moet de investering in duurzaamheid en innovatie volle kracht vooruit, maar anderzijds mag de consumptie hier en nu niet terugvallen. Ga er maar aan staan.
Maar zonder stevige budgettaire ingrepen zou het kabinet het vertrouwen in de samenleving verspelen en zo de algehele maatschappelijke laagconjunctuur verder versterken. Pleit dus alles voor stevige ingrepen?
Er is ook een andere kijk mogelijk. Die is dat timing alles is. En dat maatregelen moeten aansluiten bij de aard van de problemen. Naar aard, omvang en timing. Maar zo bezien is de huidige kopersstaking op de huizenmarkt niet op te lossen met beperking van de hypotheekrenteaftrek, integendeel. Zo bezien wordt de oplopende werkloosheid niet bestreden met een hogere AOW-leeftijd of verlaging van de aanrechtsubsidie, beiden vergroten immers de concurrentie op de arbeidsmarkt. Waarom zijn het dan juist deze maatregelen die in de lijstjes staan?
Misschien is er daarom ook een andere uitleg denkbaar. Juist nu de maatschappelijke beleving van de crisis alom zo sterk is, zijn de geesten gerijpt voor stevige beleidsmaatregelen. Maatregelen die zonder de urgentie van deze crisis niet genomen kunnen worden. Het CDA kan (dure) huizenbezitters geen hypotheekrenteoffer vragen of gepensioneerden tijdelijke achteruitgang, maar zo het ooit kan is het nu. De Christenunie kan haar achterban niet de aanrechtsubsidie ontnemen, behalve nu. De PvdA kan geen hogere AOW-leeftijd of loonoffer vragen van ambtenaren of werkenden en daarna een Malieveld vol vakbondsleden trotseren, maar als het ooit kan is het nu. Timing is alles, ook nu. De crisis is daarom voor de coalitiepartijen een uitgelezen kans om via een intelligent pact ieders politieke doelen te realiseren.