vrijdag, juni 26, 2009

Pennywise

Column Binnenlands Bestuur 2 juli 2009
Ik verbaas me hogelijk over de eigentijdse heksenjacht die deze weken tegen politici loopt. Over zonnebrillen, babyrompers en Napoleontische zwaarden. War is er mis met onze politici. Maar nog meer: met onze media? Ze berichten zonder nuance, zonder de echte wil te willen weten wat er aan de hand is, wat regels zijn, hoe verzekeringen (of het afzien daarvan) werken, zonder de wil context te verschaffen kijkt men nu administraties op het net te dumpen. Suggestief, infaam, onheus. Ik vind het maar een soort vulgaire, doorgeslagen opvatting van openbaarheid.
Ik wil het ook gewoon niet weten. Want het gaat nergens om. En als het wel ergens om gaat moet het intern worden besproken. Ook ministers, burgemeesters en wethouders verdienen aangesproken te worden. Zeker. Maar ook zij zijn werknemers, niet minder, niet meer. Zij moeten voorbeeldgedrag vertonen, beslist. Maar zij mogen ook homosexueel, moslim, gescheiden of verliefd zijn of wat ook maar even afwijkt van de niet bestaande doorsnee Hard Werkende Nederlander in doorzonwoning met partner, kinderen en Opel Astra station. Zonder dat geaardheid, eigenheid of wat meer frontaal in chocoladeletters of zwarte balkjes over hun gezicht te wordt geprint op voorpagina’s. Zelf wanneer ze onjuist zouden declareren moeten ze worden aangesproken, terugbetalen en hun leven beteren maar daarvoor is geen heksenjacht nodig. Wie zou beweren dat juist ‘dankzij’ de heksenjacht deze declaraties worden terugbetaald geef ik terug dat de opbrengst van deze doorgeslagen fatsoensrakkerij voor mij geenszins opweegt tegen de schade. Ik wil ook niet weten wat Frits Wester, Jules Paradijs en anderen aan lunches, bar- en restaurantbezoek of relatiegeschenken declareren
Is er een misschien een troost of les in deze? Een buitenlander zou misschien zeggen: in een land waar de kranten zo vol staan over de zonnebril van de minister en de babyromper van de wethouder moet het wel heel goed gaan. Er is blijkbaar niets anders om zich druk over te maken of om journalistiek achteraan te jagen. Maar nee. Na Peper, Hulsman en de Britten krijgen we deze en volgende weken de rest opgediend.
Terwijl er natuurlijk wel wat aan de hand is. Dagelijks besteedt het de overheid in 2009 zo’n 100 miljoen meer dan er binnenkomt, op jaarbasis geschat op 35-40 miljard, zeven tot acht procent van het nationaal inkomen. Elke dag 100 miljoen is best veel. In het kwartiertje dat u dit lees is er 1 miljoen tekort bijgekomen. De rente over de extra jaarschuld 2009 is weer een nieuwe schuld van ongeveer twee miljard die we in 2010 moeten betalen. Enzovoort.
Daar een keer in brengen is de grote opgave voor ons bestuur. Dat vergt doordenken en draagvlak zoeken voor grote en kleine wijzigingen in het beleid. In de sociale zekerheid, de zorg en de overige rijksuitgaven. En ook op de kleintjes moeten we dan letten. Kantoorinrichting, vacatures, inhuur externen, cursusbezoek en wat al meer. Dat is altijd de moeite waard. Maar de opbrengst van de heksenjacht op declaraties van politici levert in mijn ogen niets op.

zondag, juni 14, 2009

Momentum gemist?

Column Binnenlands Bestuur dd 19 juni 2009
‘Uiteindelijk zijn we er beter van geworden’. Het is het wonderlijkste hoofdstuk uit het boek van Kees Slager over de Watersnoodramp die ons in 1953 trof. Beter worden van een ramp? Het is niet het eerste waar je aan denkt. Bos heeft de crisis bepaald nog niet verzilverd, integendeel zou je denken na de lage score in de verkiezingen voor het Europees Parlement. En dat terwijl hij lange tijd zo’n mooie pers kreeg toen de crisis najaar 2008 opstak en de PvdA ook virtueel steeg in de peilingen.
Wat wordt Nederland beter van de economische recessie die ons sinds 2008 treft en mogelijk nog een paar jaar verderf zaait? Wat als het saldo van overheidsuitgaven en ontvangsten een procent of acht negatief blijft, wat De Nederlandse Bank denkbaar op grond van haar jongste ramingen acht. Schieten we daar iets mee op? Alles wordt dan toch minder? Minder geld voor de zorg, een groter beroep op de sociale zekerheid die denkbaar leidt tot lagere uitkeringen, minder geld voor onderwijs, wegen en defensie. Minder geld voor duurzame en schone techn9ologie, langer doorgaan met het gebruik van ouderen, meer vervuilende techniek en auto’s.
Toch wordt door menigeen de crisis als een kans gezien. ‘Lets not wast this crisis’ om Obama te citeren. Nu is het gezegde ‘crisis is kans’ een bekend verschijnsel in de beleidswetenschap. Ten tijde van een crisis kan er een unieke, tijdelijke coalitie van maatschappelijke groepringen of politieke partijen ontstaan die ‘boven zichzelf uitstijgen’. Een vakbeweging die kiest voor loonsverlaging of langdurige bevriezing zoals in 1982. Overheden die brandzekerheid ineens wel de aandacht geven die het verdiend, zoals na de vuurwerkramp in Enschede en de cafebrand in Volendam. Een alomvattend plan tegen hoogwaterproblematiek zoals het Deltaplan kort na de ramp van 1953.
Het gevoel bekruipt me dat er ook nu een kritische periode aanbreekt voor het kabinet en de overheidsfinanciën. De eerste beleidsreactie was misschien niet onverstandig. Die was om niet halsoverkop te bezuinigen toen het tekort opliep maar de ‘automatische stabilisatoren’ te laten werken. Dit betekende om zelfs nu de uitgaven oplopen en de ontvangsten dalen geen overhaaste bezuinigingen door te voeren, omdat die de economie in een neerwaartse spiraal kunnen brengen. De wel doorgevoerde acties, een beetje meer uitgeven hier en daar was heel afgepast en begrijpelijkerwijs in omvang beperkt.
Eigenlijk verwachtte ik daarom dat er nu in de luwte gaandeweg wel echte alternatieven worden doordacht voor gezonde overheidsuitgaven, een duurzaam sociale zekerheidsstelsel en betaalbare zorg en dat ideeën hier en daar worden neergelegd en uitgediscussieerd. Vernieuwende beleidsopties die van samenleving en politieke partijen vraagt om gegeven de crisis boven zichzelf uit te stijgen, offers vragen maar perspectief bieden.
Maar het blijft zo stil. Als dat komt omdat er niets uitlekt is dat opmerkelijk. Als het echter komt omdat het achter de schermen niet gonst van de ideevorming, is dat veel zorgelijker. Dan mist de PvdA met Bos voorop en straks het kabinet en dus ons land het momentum om de kansen van deze crisis te verzilveren.

dinsdag, juni 09, 2009

Het fenomeen externen nader beschouwd

Recensie Bye Bye Consultant van Cees Min in Binnenberijk, juni 2009
Als u zich herkent in de volgende wensen en behoeften, vindt u bij (..) de oplossing.
· Ik wil kosten verlagen, productiviteit verhogen en meer klantgerichtheid.
· Ik wil concrete acties om mijn doelen te behalen.
· Ik wil dat binnenkort 80% van mijn problemen is opgelost.
· Ik wil snel resultaat merken in de praktijk.
· Ik wil dat mensen verantwoordelijkheid nemen en in actie komen om zaken voor elkaar te krijgen.
Zo presenteert het bedrijf zich waarbinnen Cees Min werkt. Hij helpt opdrachtgevers zich te verbeteren en vraagt daar geld voor. Dat adviseren is een eerzaam beroep. Tegelijkertijd heeft Min een kritisch boek geschreven over zijn professie, ‘Bye bye consultant’. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek, vol mooie illustraties, kleuren en dansende lettertjes. Min neemt veel scherpe stellingen in en betoogt in essentie dat externe consultants niet leveren wat ze beloven. ‘Externe adviseurs zijn als verzekeringsadviseurs, ze scoren door je bang te maken. Trainingen zijn vaak niet meer dan een regendans. Psychologen horen niet thuis op de werkvloer’. En andere meer of minder geslaagde aforismen.
Tja.
Opdrachtgevende partijen, ook binnen de overheid en adviseurs opereren in een laten we zeggen ‘interessante, meervoudige’ relatie. De opdrachtgever heeft een probleem, al kan hij of zij het soms niet eens goed onder woorden brengen. De adviseur zoekt dit desgevraagd nader uit en zal doorgaans vaststellen dat er nog meer kanten aan het probleem zitten dan de opdrachtgever al dacht. De opdrachtgever geeft dan doorgaans een opdracht tenminste iets te gaan verbeteren, maar houdt vaak de handen vrij of de bedachte oplossing ook echt wordt benut. Aan wie ligt het ‘mislukken’’ van adviestrajecten dan?
Aan adviseurs die te veel beloven? Of opdrachtgevers die niet goed weten wat ze willen en adviezen lichtvaardig terzijde leggen. Opdrachtgeverd die ‘doodlopende’ adviestrajecten niet tijdig beëindigen of aarzelen door te pakken, ook als de resultaten voor het grijpen liggen? Aan het slagen en mislukken van adviestrajecten zitten kortom nogal wat aspecten, die partijen afzonderlijk en hun complexe onderlinge relatie betreffen.
Het is daarom best jammer dat Min deze gewichtige zaak zo losjes en intuïtief benadert. Stevige vragen vergen immers stevige antwoorden. Ook voor de overheid zijn adviseurs van groot belang. Als experts in complexe dossiers. Als tijdelijke capaciteitsuitbreiding bij pieken. Als tijdelijke buitenboordmotor bij veranderingen. Als troubleshooter bij crises.
De laatste jaren is daarin veel gebeurd. De overheid is kostenbewuster geworden. Voorzieningen als Intermin en ABD-interim zijn succesvol en interne departementale adviesafdelingen die tijdelijk krachten detacheren zijn hun geld meer dan waard. Mantelcontracten met marktpartijen bewijzen hun meerwaarde. Budgettering van inhuur en kritische bevraging door de politiek disciplineert het gebruik van externen. Inhoudelijk zijn -uit ook voorgekomen mislukkingen- belangrijke lessen geleerd.
Daarom is meer inzicht in de complexe relatie tussen opdrachtgever en externen van groot belang. Het boek van Min is echter te weinig gebaseerd op feitenonderzoek en gegevensverzameling en te veel op beelden en meningen om die discussie verder te brengen. Er blijft werk aan de winkel kortom.

maandag, juni 01, 2009

Nog meer nationalisen?

Column Binnenlands Bestuur dd 5 juni 2009
‘What is good for General Motors, is good for the USA’, zei Obama tijdens Pinksteren. Maar General Motors was ondertussen wel technisch failliet en kan alleen met staatssteun overleven. Nationaliseren als nieuw recept. Ons ABNAMRO was al eerder een staatsbedrijf geworden. En de ING en anderen sterk publiek gefinancierd. Meavita, de thuiszorggigant, is inmiddels ook als concern opgebroken en met publiek geld in leven gehouden. Ook gemeenten laten zich niet onbetuigd. Zo proberen ze lokale, gezonde bedrijven die door de crisis in de problemen komen te redden, om zo werkgelegenheidsverlies en kostbare uitkeringen te voorkomen. Dat was al hun gebruikelijke weg bij voetbalclubs, die met uiteenlopende constructies door gemeentebesturen in leven werden gehouden. Stadion kopen of verkopen, grondtransacties of zelfs via gunning van lucratieve contracten door gemeenten aan derden, die vervolgens de lokale voetbalclubs sponsorden, zijn clubs gered.
Ook gebruiken gemeenten de mogelijkheid om bijstand te verlenen aan zelfstandigen. Dat is bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen zijn gekomen of dreigen te komen.
Vandaag de dag wordt veel van de overheid verwacht. Op tijd betalen, sneller of extra investeren of zo nodig garantieverstrekking, leningen of bedrijfssteun. Allemaal goed en wel, maar het roept veel vragen op, Zijn al deze vormen van staatssteun en nationalisering signalen van een wending, weg van het klassieke vrije markt kapitalisme? Zijn we op weg naar een nieuw tijdperk waarin ook in de private sector publieke waarden worden gerealiseerd? Gaat de overheid ook de industrie steunen, kranten, verzekeraars? Een paar gedachten dringen zich op.
Voordat overheden bedrijfssteun verlenen moet worden bedacht dat zij publiek geld beheren. Dat is schaars en de komende jaren zal het voor rijk, provincies en gemeenten heel krap worden. Reden te meer niet nu op korte termijn al te scheutig te zijn, de crisis kan nog veel erger worden.
Ten tweede is het maar de vraag of overheden het beste oordeel toekomt welke bedrijf al dan niet gered moet worden. Dat er systeembanken zijn is nog uitlegbaar, maar waarom de zorgverlener, het ziekenhuis, de scheepswerf, de drukkerij, de regionale krant te redden? Interventies kunnen snel opportunistisch worden, zonder goede strategische onderbouwing. Eén ding is zeker, alleen bedrijven die door banken al zijn afgeschreven kloppen aan. Fijn porfolio! Beter is het als uitgangspunt te nemen dat de markt nu eenmaal correcties uitvoert, wat alleen de beste bedrijven doet overleven en slechts in wel omschreven, uiterste gevallen staatsteun te verlenen waar door passiviteit publieke belangen vergaand in het geding komen.
Als er, ten derde, een interventie plaatsvindt, moet deze tijdelijk van aard zijn en begrensd qua doelstelling. Het is dan wel opportuun publieke waarden te verankeren in het bedrijf, dus zoals Bos bij banken doet malle excessieve bonusregelingen te beëindigen, milieuwaarden centraler te stellen in de bedrijfspolitiek en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te borgen.
Last but not least, welke interventie er ook nog plaats gaat vinden, tijdige en ruimhartige betrokkenheid van parlement, Provinciale Staten en gemeenteraad is onontbeerlijk. Zij moeten het laatste woord hebben, niet het nakijken.