Column Binnenlands Bestuur dd 4 september 2009
Nederland heeft een grote staatsschuld, zo’n 60% van het nationaal inkomen. In euro zo’n 360 miljard. Maar per Nederlander valt dat op het eerste gezicht wel mee, ruim twintigduizend euro. Hoewel, een ouderwets doorsnee gezin met twee kinderen heeft bijna een ton schuld. Als die niet wordt terugbetaald, moet er jaarlijks wel ongeveer vijf tot zesduizend euro rente op worden betaald. Dat is netto 500 euro per maand voor dat doorsnee gezin. En dat is best wel weer veel. Je kunt er heel veel leuke andere dingen van doen.
Toch waren er in Nederland en het Verenigd Koninkrijk samen driehonderdduizend spaarders die geld over hadden en het als spaargeld aan IJsland toevertrouwden, gemiddeld zo’n dertienduizend euro, samen vier miljard. Garant stond immers niet alleen de voor Nederland nieuwe en flitsende Internetbank Icesave, maar mede IJsland en haar bewoners die volgend allerlei verdragen voor de bank verantwoordelijk zijn. En er nu erg mee in de maag zitten.
Want de driehonderdduizend eilandbewoners moeten die driehonderdduizend Britten en Holanders financieel compenseren. En dat is verdraaid lastig. Het eiland heeft een nationaal inkomen van zo’n 12 miljard, dat is vijftig keer zo klein als Nederland. Ze moeten zo’n 4 miljard euro terugbetalen. Dat is zo’n dertienduizend euro per IJslander.
Vergelijk, het is alsof Nederland aan een vreemde mogendheid omgerekend tweehonderd miljard zou moeten ophoesten omdat onze banken een mislukte bedrijfsstrategie hadden gevolgd (en dat hebben ze) en onze toezichthouder net zo pijnlijk zou hebben gesnurkt als die in IJsland (daarover verschillende meningen).
Om deze rare som samen te vatten. Driehonderduizend IJslander moeten per persoon dertienduizend euro terugbetalen aan driehonderdduizend Britten en Nederlanders. Stel dat u of ik een tegoed zou hebben (gehad) op IJsland, dan is er nu ergens een Sigur of Petur die mistroostig over de oceaan staart mijmerend aan welke Hollander hij dit schuldig is. En hoe het verder moet.
Naast deze schuld aan u en mij heeft de IJslandse regering en burger natuurlijk ook nog een omvangrijke staatsschuld. En IJslanders verdienen al minder dan wij Nederlanders, de visvangst is verreweg de belangrijkste inkomstenbron maar de opbrengsten ervan lopen terug.
Moet IJsland dan gaan bezuinigen? Heel haar defensie afschaffen? Zou kunnen, als ze die had. Maar die heeft ze niet. IJsland is kortom verstrikt in verdragen, verder volkomen weerloos en zal de komende decennia verder worden kaalgeplukt. Koopt daarom IJslandse waar aub, vis is goed voor u.
Er is één troost voor de bewoners van IJsland. Zodra ze EU-lid worden, zullen ze vrijelijk in Europa kunnen bewegen en ook hierheen kunnen komen om hun geluk te beproeven en de misère te ontvluchten.. Het eiland zal daardoor leegstromen en de achterblijvers komen in steeds grotere problemen, alles door het wurgcontract van terugbetalingen waar ze aan gebonden zijn.
Nederland heeft zijn tanden laten zien en haar rechten geëffectueerd. We zullen de IJslanders houden aan het gesloten verdrag. Als de Schelde naar IJsland liep, hadden we de ketting gespannen, denk ik.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zaterdag, augustus 29, 2009
donderdag, augustus 20, 2009
Een moeilijk maar mooi boek
Recensie voor BinnenBereik september 2009 van 'Veranderdiagnose' van Rob van Es
In Amerika wordt aan universiteiten wel gesproken over ‘the art and science of public administration'. Of ook wordt de vraag wel gesteld; is bestuurskunde en wetenschap of een ‘kunst’. Goede vraag. Door besturen een kunst te noemen ontstaat er meer ruimte om het vak van overheidsbestuurd(der) ook esthetisch te beschouwen. Elegante interventies. Schoonheid. Gelaagdheid. Zelfs een dringende bezuiniging, een afwijzing kan bot of elegant worden gerealiseerd. Het gaat te ver om ambtenaren kunstenaars te noemen maar 'alleen maar' bureaucraat zijn ze ook niet.
Het managementboek van het jaar 2009 'Veranderdiagnose' probeert de lezer te helpen goed te diagnosticeren. Eerst goed kijken, luisteren, voelen voordat een veranderdiagnose of zelfs een verbeterplan wordt overwogen. Immers, als de diagnose niet deugt zal de gekozen interventie de problemen niet snel oplossen. Maar diagnosticeren is een hele kunst, betoogt Rob van Es, wetenschapper en consultant. Waarnemen en betekenis geven zijn de sleutel tot een goede diagnose. En met een keur aan –soms bekende- illustraties laat hij de lezer meekijken en opnieuw kijken. Vaas of gezicht, konijn of eend, oudje of jonge dame?
Daarna gaat hij uitgebreider – en theoretischer- in op ‘de onderstroom van organiseren’, emoties. De wat theoretische verhandelingen worden dan opeens weer aardig omdat hij een keur aan kunstuitingen gebruikt om die emoties te illustreren. Via stills van filmfragmenten en gedichten wil hij die emoties ‘voelbaar’ maken. Charlie Chaplin die in de film ‘Modern times’ het ‘scientific management’ een gezicht gaf. Gedichten van Judith Herzberg die de weg openen om meer intuïtief en adaptief te denken. Uitgebreid staat hij bij wijze van een casus stil bij een schilderij van Velazques en belicht ieder van de geportretteerden afzonderlijk uitgebreid, een oefening in waarnemen, inleven en betekenis geven.
Het levert tezamen een rijk boek op. Inhoudelijk niet eenvoudig, er is wel heel wat organisatiekundige voorkennis nodig en bekendheid met literatuur(analyse) of kunstkritiek is behulpzaam, maar wie zegt dat een boek makkelijk moet zijn?
Een zaak valt me tot slot op. Dat dit boek tot managmentboek van het jaar is gekozen is verheugend voor de auteur. Maar qua thematiek had ik verwacht dat er een boek gekozen zou worden die dichter op de actualiteit zou staan, nu we na september 2008 in een ongekende snelle, diepen en brede economische crisis zijn gekomen. Hoe komen bedrijven, organisaties en managers daar doorheen en uit. Misschien is dat boek nog niet geschreven, dat wordt dan tijd. Anders had ik zeker gekozen voor ´De prooi´ van Jeroen Smit over het wel en wee van de ABNAMROtop, een fascinerend boek, ook nu nog.
In Amerika wordt aan universiteiten wel gesproken over ‘the art and science of public administration'. Of ook wordt de vraag wel gesteld; is bestuurskunde en wetenschap of een ‘kunst’. Goede vraag. Door besturen een kunst te noemen ontstaat er meer ruimte om het vak van overheidsbestuurd(der) ook esthetisch te beschouwen. Elegante interventies. Schoonheid. Gelaagdheid. Zelfs een dringende bezuiniging, een afwijzing kan bot of elegant worden gerealiseerd. Het gaat te ver om ambtenaren kunstenaars te noemen maar 'alleen maar' bureaucraat zijn ze ook niet.
Het managementboek van het jaar 2009 'Veranderdiagnose' probeert de lezer te helpen goed te diagnosticeren. Eerst goed kijken, luisteren, voelen voordat een veranderdiagnose of zelfs een verbeterplan wordt overwogen. Immers, als de diagnose niet deugt zal de gekozen interventie de problemen niet snel oplossen. Maar diagnosticeren is een hele kunst, betoogt Rob van Es, wetenschapper en consultant. Waarnemen en betekenis geven zijn de sleutel tot een goede diagnose. En met een keur aan –soms bekende- illustraties laat hij de lezer meekijken en opnieuw kijken. Vaas of gezicht, konijn of eend, oudje of jonge dame?
Daarna gaat hij uitgebreider – en theoretischer- in op ‘de onderstroom van organiseren’, emoties. De wat theoretische verhandelingen worden dan opeens weer aardig omdat hij een keur aan kunstuitingen gebruikt om die emoties te illustreren. Via stills van filmfragmenten en gedichten wil hij die emoties ‘voelbaar’ maken. Charlie Chaplin die in de film ‘Modern times’ het ‘scientific management’ een gezicht gaf. Gedichten van Judith Herzberg die de weg openen om meer intuïtief en adaptief te denken. Uitgebreid staat hij bij wijze van een casus stil bij een schilderij van Velazques en belicht ieder van de geportretteerden afzonderlijk uitgebreid, een oefening in waarnemen, inleven en betekenis geven.
Het levert tezamen een rijk boek op. Inhoudelijk niet eenvoudig, er is wel heel wat organisatiekundige voorkennis nodig en bekendheid met literatuur(analyse) of kunstkritiek is behulpzaam, maar wie zegt dat een boek makkelijk moet zijn?
Een zaak valt me tot slot op. Dat dit boek tot managmentboek van het jaar is gekozen is verheugend voor de auteur. Maar qua thematiek had ik verwacht dat er een boek gekozen zou worden die dichter op de actualiteit zou staan, nu we na september 2008 in een ongekende snelle, diepen en brede economische crisis zijn gekomen. Hoe komen bedrijven, organisaties en managers daar doorheen en uit. Misschien is dat boek nog niet geschreven, dat wordt dan tijd. Anders had ik zeker gekozen voor ´De prooi´ van Jeroen Smit over het wel en wee van de ABNAMROtop, een fascinerend boek, ook nu nog.
maandag, augustus 17, 2009
Profijt van de overheid
Column Binnenlands Bestuur dd 21 augustus 2009
Iedereen heeft plezier van de overheid, al heeft de een wat meer reden tot lachen dan de ander. Dankzij onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau is bijvoorbeeld bekend dat middeninkomens relatief het minst profiteren van overheidsuitgaven. Zij maken minder gebruik van huursubsidie en profiteren ook relatief minder van de hypotheekrenteaftrek. De laagste inkomensgroepen profiteren meer door de bijzondere bijstand, kwijtschelding van lokale lasten en huursubsidie. De hoogste inkomensgroep ontvangt relatief wel veel dankzij de hypotheekrenteaftrek, kinderopvangregelingen en cultuur- en onderwijsvoorzieningen.
Recent haalde de PVV van Wilders het nieuws omdat zij wil weten hoeveel geld allochtonen de staat kosten en opbrengen. De PVV heeft diverse ministers gevraagd uit te rekenen hoeveel geld ze besteden aan allochtonen en hoeveel inkomsten er van hen binnenkomen. Het vermoeden van de PVV is dat de overheid onevenredig veel geld uitgeeft aan (niet-westerse) allochtonen en daar weinig voor terugziet. Besteed Onderwijs echt onevenredig hoge budgetten aan allochtonen, bijvoorbeeld voor spijbelende leerlingen? Doen zij een groter beroep op de gezondheidszorg? Hebben zij vaker dan anderen een sociale uitkering of huurtoeslagen? Belasten zij de rechterlijke macht en het gevangeniswezen?
Los van de specifieke lading, de vragen van de PVV zijn budgettair en dus politiek relevant. De vraag ‘wie profiteert’ is immers de kernvraag bij de verdeling van overheidsmiddelen. Genderonderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat veel fiscaal en budgettaire beleid ongunstig uitpakt voor vrouwen en bepleiten bijstelling. Migrantenorganisaties maken vaak aannemelijk dat veel overheidsregelingen onvoldoende bekend of te complex zijn voor de doelgroep van de regeling. Ook de vragen van de PVV zijn zo bezien welkom en vergen een antwoord.
Een hindernis is wel dat de overheid nauwelijks registreert of administreert wie van het beleid ‘profiteert’. Ook weten we zelden of specifieke uitkeringen terecht komen in bijvoorbeeld grote steden, zwakke regio’s, achterstandswijken of -dankzij slimme gemeenteambtenaren of adviesbureaus die hen de weg wijzen- bij niet direct beoogde doelgroepen, gemeenten, bedrijven of burgers. Krijgt het noorden even veel terug aan overheidsmiddelen als dat de ze via aardgas inbrengen is een regelmatig terugkerende vraag? Belangrijker dan cijfers en lijstjes is de vraag –indien te beantwoorden-, welke conclusies verbonden worden aan de komende onderzoeksresultaten.
Een van mijn studenten onderzocht of bepaalde gemeentelijke sportsubsidies bedoeld voor allochtonen en jongeren ook echt bij de doelgroep aankwamen. Bepaald niet ontdekte ze, maar onbedoeld wel bij veeleer witte-mannen-sporten als ijshockey, omdat de gemeentelijke regeling niet uitsloot dat ook zij aanvragen voor subsidie indienden.
Als straks uit de nieuwe SCP-studie blijkt dat bepaalde groepen meer of minder ‘profiteren’ zijn de eerste twee vragen die bij mij opkomen : was dit ook de bedoeling van de regeling of een te brede of smalle doelgroep bereikt? En minstens zo belangrijk, heeft het ‘gevoerde beleid effect? Zo niet, dan moet het beleid worden bijgesteld of beëindigd. Maar als dankzij anti-spijbelbeleid vroegtijdige schoolverlaters de weg naar school terug vinden of de recidive daalt is dat geld welbesteed, wie er ook van profiteert. Sterker, volgends mij profiteren we daar allemaal van.
Iedereen heeft plezier van de overheid, al heeft de een wat meer reden tot lachen dan de ander. Dankzij onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau is bijvoorbeeld bekend dat middeninkomens relatief het minst profiteren van overheidsuitgaven. Zij maken minder gebruik van huursubsidie en profiteren ook relatief minder van de hypotheekrenteaftrek. De laagste inkomensgroepen profiteren meer door de bijzondere bijstand, kwijtschelding van lokale lasten en huursubsidie. De hoogste inkomensgroep ontvangt relatief wel veel dankzij de hypotheekrenteaftrek, kinderopvangregelingen en cultuur- en onderwijsvoorzieningen.
Recent haalde de PVV van Wilders het nieuws omdat zij wil weten hoeveel geld allochtonen de staat kosten en opbrengen. De PVV heeft diverse ministers gevraagd uit te rekenen hoeveel geld ze besteden aan allochtonen en hoeveel inkomsten er van hen binnenkomen. Het vermoeden van de PVV is dat de overheid onevenredig veel geld uitgeeft aan (niet-westerse) allochtonen en daar weinig voor terugziet. Besteed Onderwijs echt onevenredig hoge budgetten aan allochtonen, bijvoorbeeld voor spijbelende leerlingen? Doen zij een groter beroep op de gezondheidszorg? Hebben zij vaker dan anderen een sociale uitkering of huurtoeslagen? Belasten zij de rechterlijke macht en het gevangeniswezen?
Los van de specifieke lading, de vragen van de PVV zijn budgettair en dus politiek relevant. De vraag ‘wie profiteert’ is immers de kernvraag bij de verdeling van overheidsmiddelen. Genderonderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat veel fiscaal en budgettaire beleid ongunstig uitpakt voor vrouwen en bepleiten bijstelling. Migrantenorganisaties maken vaak aannemelijk dat veel overheidsregelingen onvoldoende bekend of te complex zijn voor de doelgroep van de regeling. Ook de vragen van de PVV zijn zo bezien welkom en vergen een antwoord.
Een hindernis is wel dat de overheid nauwelijks registreert of administreert wie van het beleid ‘profiteert’. Ook weten we zelden of specifieke uitkeringen terecht komen in bijvoorbeeld grote steden, zwakke regio’s, achterstandswijken of -dankzij slimme gemeenteambtenaren of adviesbureaus die hen de weg wijzen- bij niet direct beoogde doelgroepen, gemeenten, bedrijven of burgers. Krijgt het noorden even veel terug aan overheidsmiddelen als dat de ze via aardgas inbrengen is een regelmatig terugkerende vraag? Belangrijker dan cijfers en lijstjes is de vraag –indien te beantwoorden-, welke conclusies verbonden worden aan de komende onderzoeksresultaten.
Een van mijn studenten onderzocht of bepaalde gemeentelijke sportsubsidies bedoeld voor allochtonen en jongeren ook echt bij de doelgroep aankwamen. Bepaald niet ontdekte ze, maar onbedoeld wel bij veeleer witte-mannen-sporten als ijshockey, omdat de gemeentelijke regeling niet uitsloot dat ook zij aanvragen voor subsidie indienden.
Als straks uit de nieuwe SCP-studie blijkt dat bepaalde groepen meer of minder ‘profiteren’ zijn de eerste twee vragen die bij mij opkomen : was dit ook de bedoeling van de regeling of een te brede of smalle doelgroep bereikt? En minstens zo belangrijk, heeft het ‘gevoerde beleid effect? Zo niet, dan moet het beleid worden bijgesteld of beëindigd. Maar als dankzij anti-spijbelbeleid vroegtijdige schoolverlaters de weg naar school terug vinden of de recidive daalt is dat geld welbesteed, wie er ook van profiteert. Sterker, volgends mij profiteren we daar allemaal van.
Zware tijden voor de boeg
Column Binnenlands Bestuur dd 17 juli 2009
Het beeld is heroïsch, de drenkeling die wordt gered maar de redder zelf verdrinkt. Daar moest ik aan denken toen ik de aanhoudende cijfertjes over bedrijven en overheden in crisis op me liet inwerken. Een schuin oog op de situatie in de VS versterkte dat beeld. Overheden lopen daar financieel op hun laatste benen, staten hebben begrotingstekorten boven de 10% met uitschieters tot twintig of zelfs dertig procent, de federale overheid ruim 12%. Essentiële voorzieningen worden overal geschrapt, nieuwe cliënten afgewezen, publieke voorzieningen beëindigd.
Ook ons staan zware tijden te wachten. Zonder de helpende hand van de overheid hadden veel banken het niet gered. Onvoorstelbare bedragen zijn daar inmiddels aan besteed. Maar weten, we allemaal, als dat niet was gedaan, had het nog slechter kunnen aflopen. En de geholpen financiële instellingen betalen een stevige rentevergoeding voor de verstrekte publieke middelen. Op termijn kan de overheid er zelfs goed uitspringen wanneer de banken weer verkocht worden, laten we het hopen dat Bos een succesvolle ‘investment banker’ blijkt te zijn nu hij bezig is banken te saneren en in stuken en (hopelijk) met winst weer te verkopen.
Maar door al deze investeringen en de conjunctuurcrisis stijgt de jarenlang gedaalde EMU-schuld van Nederland in twee jaar van 40 naar 50 naar zo’n 66% van osn nationaal inkomen in 2010. Bos moet in 2010, wanneer hij dagelijks ruim 100 miljoen meer uitgeeft dan ontvangt. –dagelijks!- ook nog zorgen dat deze schuld, zo’n 400 miljard regelmatig wordt (her)gefinancierd.
Dus de reddende overheid zit nu al in de situatie dat ze zelf heel dik in de schulden zit en om de begroting weer in balans te krijgen jarenlang zal moet bezuinigen. Terwijl bedrijven straks gaandeweg weer zwarte cijfers gaan schrijven – maar door compensabele verliezen nog niet in volle omvang belasting hoeven te betalen- zal de overheid nog vele jaren lang moeten besparen.
Dreigt de overheid die dan eerst zelf de drenkeling heeft gered niet uiteindelijk het slachtoffer te worden? Er breken zware tijden aan voor allen die in de publieke sector werken of afhankelijk zijn van publiek gefinancierde voorzieningen als de AWBZ, uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, studenten, scholen, politie, defensie en meer.
Het zal de publieke sector ook als werkgever flink raken. Er stromen door vergrijzing veel medewerkers uit terwijl er maar heel weinig of geen ruimte is voor een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket dat in lijn is met de private sector, zeker wanneer die wel weer gaat renderen en beter kan concurreren op een krappe arbeidsmarkt.
Steeds minder mensen zullen binnen de overheid steeds meer werk moeten gaan doen zonder dat die extra werkdruk of productiviteitsstijging kunnen worden vertaald in verbeterde arbeidsvoorwaarden. Werken bij de overheid wordt het komend decennium voor de achterblijvers een fikse klus. Er zullen steeds meer niet of heel moeilijk vervulbare functies ontstaan, er zijn bescheiden beloningen maar een groeiende werkdruk. Het zal worstelen worden, het is hopen dat nu bejubelde redder van de banken zelf boven komt. Na de zomer volgt een lange herfst en winter.
Het beeld is heroïsch, de drenkeling die wordt gered maar de redder zelf verdrinkt. Daar moest ik aan denken toen ik de aanhoudende cijfertjes over bedrijven en overheden in crisis op me liet inwerken. Een schuin oog op de situatie in de VS versterkte dat beeld. Overheden lopen daar financieel op hun laatste benen, staten hebben begrotingstekorten boven de 10% met uitschieters tot twintig of zelfs dertig procent, de federale overheid ruim 12%. Essentiële voorzieningen worden overal geschrapt, nieuwe cliënten afgewezen, publieke voorzieningen beëindigd.
Ook ons staan zware tijden te wachten. Zonder de helpende hand van de overheid hadden veel banken het niet gered. Onvoorstelbare bedragen zijn daar inmiddels aan besteed. Maar weten, we allemaal, als dat niet was gedaan, had het nog slechter kunnen aflopen. En de geholpen financiële instellingen betalen een stevige rentevergoeding voor de verstrekte publieke middelen. Op termijn kan de overheid er zelfs goed uitspringen wanneer de banken weer verkocht worden, laten we het hopen dat Bos een succesvolle ‘investment banker’ blijkt te zijn nu hij bezig is banken te saneren en in stuken en (hopelijk) met winst weer te verkopen.
Maar door al deze investeringen en de conjunctuurcrisis stijgt de jarenlang gedaalde EMU-schuld van Nederland in twee jaar van 40 naar 50 naar zo’n 66% van osn nationaal inkomen in 2010. Bos moet in 2010, wanneer hij dagelijks ruim 100 miljoen meer uitgeeft dan ontvangt. –dagelijks!- ook nog zorgen dat deze schuld, zo’n 400 miljard regelmatig wordt (her)gefinancierd.
Dus de reddende overheid zit nu al in de situatie dat ze zelf heel dik in de schulden zit en om de begroting weer in balans te krijgen jarenlang zal moet bezuinigen. Terwijl bedrijven straks gaandeweg weer zwarte cijfers gaan schrijven – maar door compensabele verliezen nog niet in volle omvang belasting hoeven te betalen- zal de overheid nog vele jaren lang moeten besparen.
Dreigt de overheid die dan eerst zelf de drenkeling heeft gered niet uiteindelijk het slachtoffer te worden? Er breken zware tijden aan voor allen die in de publieke sector werken of afhankelijk zijn van publiek gefinancierde voorzieningen als de AWBZ, uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, studenten, scholen, politie, defensie en meer.
Het zal de publieke sector ook als werkgever flink raken. Er stromen door vergrijzing veel medewerkers uit terwijl er maar heel weinig of geen ruimte is voor een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket dat in lijn is met de private sector, zeker wanneer die wel weer gaat renderen en beter kan concurreren op een krappe arbeidsmarkt.
Steeds minder mensen zullen binnen de overheid steeds meer werk moeten gaan doen zonder dat die extra werkdruk of productiviteitsstijging kunnen worden vertaald in verbeterde arbeidsvoorwaarden. Werken bij de overheid wordt het komend decennium voor de achterblijvers een fikse klus. Er zullen steeds meer niet of heel moeilijk vervulbare functies ontstaan, er zijn bescheiden beloningen maar een groeiende werkdruk. Het zal worstelen worden, het is hopen dat nu bejubelde redder van de banken zelf boven komt. Na de zomer volgt een lange herfst en winter.
Abonneren op:
Posts (Atom)