Recensie in Binnenberijk van 'Met ziel en zakelijkheid', Lenette Schuijt , 8e druk, Scriptum, 2009, 275 blz‘
Meer doen met minder mensen. Werken voor de minister en publieksgericht zijn. Kleiner maar beter.’ Deze en andere paradoxen zijn heel gewoon geworden in het dagelijks spraakgebruik in publieke organisaties. Ook in het denken over de persoonlijke ontwikkeling van mensen zijn paradoxen inmiddels heel vertrouwde kost.
Als ik dit schrijf wordt het nieuws van Dirk Scheringa en de ontmanteling van zijn imperium verdrongen door het mogelijke vertrek van Balkenende naar Brussel. Scheringa en Balkenende zijn beide markante, succesvolle leiders, voor wie bezieling en zakelijkheid drijfveren lijken te zijn. Met een verschillende afloop, dat wel.
Leiders moeten kortom kunnen omgaan met paradoxen. Kijk ook maar wat de 3 kandidaten voor de titel Overheidsmanager van het jaar 2009 volgends de jury typeert. ‘Kandidaat 1 is een kordate vrouw, die leiding geeft op een heldere, open en resultaatgerichte wijze, samenwerkt en vakdeskundigen ruimte geeft voor inbreng. Kandidaat 2 geeft ruimte aan zijn medewerkers, maar schept duidelijke kaders. Kandidaat 3 is een gedreven manager, bescheiden van aard met grote passie voor de publieke zaak.’
De bijna ‘klassieker’ ’Met ziel en zakelijkheid’ van Lennette Schuijt gaat over het hanteren van paradoxen door leiders.
Een paradox betreft ‘naar binnen keren en naar buiten treden’. Kon bureaucratietheoreticus Max Weber nog zeggen, ‘Het innerlijk leven van de mens is irrelevant’, inmiddels begrijpen we beter dat er een spanning is tussen wat medewerkers van binnen voelen en wat ze naar buiten uitdragen. Schuijts oproep om bij koerswijzigingen in de organisatie jezelf altijd kritisch te blijven bevragen is dan ook gene open deur maar een belangrijk. Welke gevoelens roept deze wijziging bij me op? Waarover maak ik me zorgen? Kan ik deze nieuwe aanpak ook persoonlijk steunen?
Een volgende laat de spanning zien tussen het doel, en de weg ernaartoe. Verwacht hier niet alleen de inmiddels overbekende ethische verhandeling over het doel dat de middelen heiligt maar leesbare noties over de vloek van onverschilligheid, het belang van compassie en het belang van ‘zelfregulerende mechanismen’ in organisaties. Waarbij mensen echt op elkaar betrokken zijn, zo nodig behoeden voor een faux pas zonder een regeltjes of angstcultuur te kweken. Kom daar eens om in de bureaucratie waar het afwerken van een reisdeclaratie soms een veelvoud van de treinkaartjes kost!
Een laatste paradox gaat over de spanning tussen loslaten en verantwoordelijkheid nemen. Te veel loslaten, relativeren en ‘laisseze-faire’ levert uiteindelijk volgens Schuijt desinteresse en oppervlakkigheid op. Moreel – niet “:moralistisch!- leiderschap echter is passender , waarbij de beleden waarden ook echt worden voorgeleefd. Geen tegeltjeswijsheden- zoals Zalm ooit zei- maar voorbeeldgedrag.
Zijn er leiders die goed met deze paradoxen kunnen omgaan? En kunnen anderen zich aan hen optrekken om ook zo te worden? Ik ga dat antwoord niet geven. Denk er liever zelf over na.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zaterdag, oktober 31, 2009
zaterdag, oktober 24, 2009
Witte pieten
Column Binnenlands Bestuur dd 30 oktober 2009
Ruim twintig jaar geleden leende een bekende geld bij een DSB-dochter. Omdat het kantoor dichtbij zetelde kon de 1000 gulden (tegen 10%) nog diezelfde avond worden opgehaald. Het was een handige club, zonder veel poespas was er geld te verkrijgen, de kleine man werd er anders dan bij banken zonder veel poeha en plichtplegingen en vooral snel geholpen. Toen later weer eens een kleine lening nodig was, kon ook de benodigde 1500 gulden met één telefoontje worden geregeld, terug te betalen in 16 maanden van 100 gulden. De rente was flink lager dan bij de eerste lening omdat die zo keurig was afgelost.
Een andere bekende werkte er een tijdje. Na een interne opleiding leende ze telefonische aanvragers via korte gesprekken geld uit. Steeds vaker ook redelijk tot goed verdienende aanvragers met wel twee inkomens, al gooide ‘Tiel”wel eens roet in het eten. Maar om een auto te financieren, een keuken, badkamer of verre reis, Dirks dochters werkten snel de leningaanvragen af. Wat haar verbaasde was het gemak waarmee ook aanvullende producten konden worden meeverkocht. Zoals een ‘terugbetalings’verzekering met hoge premie en in hoogte en tijdsduur heel bescheiden uitkering, het was alsof je mayonaise op de friet aanbood, slagroom op de chocomel. ‘Graag’, zeiden de meeste mensen.
Dat er nu een einde komt aan de aan deze snelle Pé-elletjes-praktijken stemt me daarom noch negatief noch hoopvol. Grootbanken en nieuwe toetreders hebben in concurrentie met de DSB ook allen een snelgeldkanaal gecreëerd. En helaas, ook zij halen tot 40% op bij koopsomproducten. Ook zij trekken nieuwe klanten aan met schijnbaar aantrekkelijke spaarproducten – waarbij de rente snel terugzakt, waarna een nieuw fopspaarvarken op de markt wordt gebracht. Naast en na Dirk ontstaan kortom steeds weer nieuwe financiële goochelaars die naar men later zal zeggen de mensen belazeren. Moeten daarom Bos, Wellink, Lakeman, de media of wie dan ook de zwarte piet krijgen zoals is gesuggereerd?
Wie de kluit belazert moet worden aangepakt. Maar wie maximale ruimte zoekt voor handel binnen de bandbreedte van de wet, zoals Dirk en anderen deden en doen, moet niet door de overheden worden gecorrigeerd maar liefst door andere krachten . Door onthullende journalistiek, een scherpe Consumentenbond en financiële Ombudsman, door concurrerende aanbieders. En het allermooist, door een kritische bejegening van potentiële klanten. Dirk ging uiteindelijk immers niet ten onder door Bos of Wellink maar doordat zijn bank het vertrouwen verloor van de eigen klanten die hun tegoeden opnamen. En zo hoort het te gaan.
Betrokkenen verdienen daarom de witte piet. Wellink die de DSB op de huid zat, Bos die niet over de brug kwam met belastinggeld, zelfs Dirks partijgenoot Balkenende die de man die hij een klein jaar geleden nog een ‘voorbeeld voor ons allemaal’ noemde maar terecht overliet aan de vrije krachten en geen ‘Hedwigevariant’ uitprobeerde. Jammer voor Dirk, penarie voor zijn medewerkers en geldverstrekkers, maar zo hoorde het te gaan. De consument wordt er beter van en hopelijk scherper. Al is het maar voor even.
Ruim twintig jaar geleden leende een bekende geld bij een DSB-dochter. Omdat het kantoor dichtbij zetelde kon de 1000 gulden (tegen 10%) nog diezelfde avond worden opgehaald. Het was een handige club, zonder veel poespas was er geld te verkrijgen, de kleine man werd er anders dan bij banken zonder veel poeha en plichtplegingen en vooral snel geholpen. Toen later weer eens een kleine lening nodig was, kon ook de benodigde 1500 gulden met één telefoontje worden geregeld, terug te betalen in 16 maanden van 100 gulden. De rente was flink lager dan bij de eerste lening omdat die zo keurig was afgelost.
Een andere bekende werkte er een tijdje. Na een interne opleiding leende ze telefonische aanvragers via korte gesprekken geld uit. Steeds vaker ook redelijk tot goed verdienende aanvragers met wel twee inkomens, al gooide ‘Tiel”wel eens roet in het eten. Maar om een auto te financieren, een keuken, badkamer of verre reis, Dirks dochters werkten snel de leningaanvragen af. Wat haar verbaasde was het gemak waarmee ook aanvullende producten konden worden meeverkocht. Zoals een ‘terugbetalings’verzekering met hoge premie en in hoogte en tijdsduur heel bescheiden uitkering, het was alsof je mayonaise op de friet aanbood, slagroom op de chocomel. ‘Graag’, zeiden de meeste mensen.
Dat er nu een einde komt aan de aan deze snelle Pé-elletjes-praktijken stemt me daarom noch negatief noch hoopvol. Grootbanken en nieuwe toetreders hebben in concurrentie met de DSB ook allen een snelgeldkanaal gecreëerd. En helaas, ook zij halen tot 40% op bij koopsomproducten. Ook zij trekken nieuwe klanten aan met schijnbaar aantrekkelijke spaarproducten – waarbij de rente snel terugzakt, waarna een nieuw fopspaarvarken op de markt wordt gebracht. Naast en na Dirk ontstaan kortom steeds weer nieuwe financiële goochelaars die naar men later zal zeggen de mensen belazeren. Moeten daarom Bos, Wellink, Lakeman, de media of wie dan ook de zwarte piet krijgen zoals is gesuggereerd?
Wie de kluit belazert moet worden aangepakt. Maar wie maximale ruimte zoekt voor handel binnen de bandbreedte van de wet, zoals Dirk en anderen deden en doen, moet niet door de overheden worden gecorrigeerd maar liefst door andere krachten . Door onthullende journalistiek, een scherpe Consumentenbond en financiële Ombudsman, door concurrerende aanbieders. En het allermooist, door een kritische bejegening van potentiële klanten. Dirk ging uiteindelijk immers niet ten onder door Bos of Wellink maar doordat zijn bank het vertrouwen verloor van de eigen klanten die hun tegoeden opnamen. En zo hoort het te gaan.
Betrokkenen verdienen daarom de witte piet. Wellink die de DSB op de huid zat, Bos die niet over de brug kwam met belastinggeld, zelfs Dirks partijgenoot Balkenende die de man die hij een klein jaar geleden nog een ‘voorbeeld voor ons allemaal’ noemde maar terecht overliet aan de vrije krachten en geen ‘Hedwigevariant’ uitprobeerde. Jammer voor Dirk, penarie voor zijn medewerkers en geldverstrekkers, maar zo hoorde het te gaan. De consument wordt er beter van en hopelijk scherper. Al is het maar voor even.
zaterdag, oktober 10, 2009
Moeten ambtenaren inleveren?
Column Binnenlands Bestuur dd 16 oktober 2009
Het zijn grote woorden aan het einde van de mooie nieuwe voorstelling van theatergezelschap ‘Mugmetdegoudentand’ over de onmogelijke liefdesrelatie tussen de jonge joodse politicoloog Hannah Ahrend en haar oudere professor en nazi-ideoloog Martin Heidegger. Dan namelijk schakelen de acteurs naar het nu. ‘De democratie heeft gefaald. We moeten weer nationaal denken. De banken hebben gefaald en wij betalen de rekening. We moeten weer sociaal denken en daar is een sterke man voor nodig, geen slappe democratie’ en woorden van gelijke strekking. Zo slaan ze de brug tussen debatten uit Duitsland in de jaren dertig en Nederland nu. Grotesk?
Is Nederland wel toe aan een kabinet dat ferme besluiten neemt? Bos handelde doortastend najaar 2008. Maar nadien werd het stiller, de inundatie van de Hedwigepolder hoort er niet toe. Neen, de echte grote besluiten moeten nog komen. Zoals de verhoging van de AOW-leeftijd. De aanschaf van de JSF. Het verblijf in Uruzgan.
Daar moet de democratie zich van zijn beste kant laten zien. En straks voorjaar 2010 en in de verkiezingsstrijd daarna de standpuntbepaling en besluitvorming over financiële vraagstukken die nu worden voorbereid in 20 heroverwegingsonderzoeken. De toekomst van de studiefinanciering, betaalbaarheid van de AWBZ, betaalbaarheid van pensioenen en houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek en huurtoelage. Dat gaat het niet over procenten maar echte substantiële keuzen.
Het is daarom ongelukkig dat er nu al zoveel onrust groeit over de ambtenarensalarissen na 2010, al dan niet een procent erbij. Er zou al een forse actiebereidheid zijn, blijkt uit de kranten. Maar nog in 2007 werd voor bijvoorbeeld de ruim 100.000 rijksambtenarenaren een achteraf bezien royale meerjarige CAO afgesloten. Dankzij die CAO stijgen ook in de crisisjaren 2009 en 2010 de rijkssalarissen en bouwen zij zelfs een dertiende maand op. Is er dan reden je druk te maken over één jaar nullijn in 2011 zoals het kabinet nu zou voorbereiden?
Veel ambtenaren vrezen waarschijnlijk voor hun baan na 2011. Werkloosheid en zelfs de káns op werkloosheid blijkt uit onderzoeken het welbevinden van medewerkers inderdaad sterk te beïnvloeden. Zelf zij die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden, functioneren al met minder plezier. Het overgrote deel van hen waarschijnlijk volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en naast natuurlijk verloop een deel van de ambtenaren onvrijwillig uitzwaait, mag nog altijd tachtig procent blijven. Die brede maar ten dele onnodige vrees zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkertevredenheidsonderzoeken komende tijd.
In plaats van verzet zou echter een meer realistische en solidaire inzet gekozen kunnen worden door de bonden bij de CAO-onderhandelingen. Bijvoorbeeld baanbehoud in plaats van salarisstijgingen. Budget voor instroom van allochtonen en jongeren om de overheid vitaal te houden in plaats van aanhoudende incidentele beloningen.
Kiezen voor een hoogwaardig en vitaal ambtenarenapparaat met onderlinge solidariteit en ruimte voor vers bloed is veel waard. Zo helpen ook ambtenaren de democratie vooruit. En de FNV hoeft er geen zaken voor te doen met de duivel en zijn mallemoer.
Het zijn grote woorden aan het einde van de mooie nieuwe voorstelling van theatergezelschap ‘Mugmetdegoudentand’ over de onmogelijke liefdesrelatie tussen de jonge joodse politicoloog Hannah Ahrend en haar oudere professor en nazi-ideoloog Martin Heidegger. Dan namelijk schakelen de acteurs naar het nu. ‘De democratie heeft gefaald. We moeten weer nationaal denken. De banken hebben gefaald en wij betalen de rekening. We moeten weer sociaal denken en daar is een sterke man voor nodig, geen slappe democratie’ en woorden van gelijke strekking. Zo slaan ze de brug tussen debatten uit Duitsland in de jaren dertig en Nederland nu. Grotesk?
Is Nederland wel toe aan een kabinet dat ferme besluiten neemt? Bos handelde doortastend najaar 2008. Maar nadien werd het stiller, de inundatie van de Hedwigepolder hoort er niet toe. Neen, de echte grote besluiten moeten nog komen. Zoals de verhoging van de AOW-leeftijd. De aanschaf van de JSF. Het verblijf in Uruzgan.
Daar moet de democratie zich van zijn beste kant laten zien. En straks voorjaar 2010 en in de verkiezingsstrijd daarna de standpuntbepaling en besluitvorming over financiële vraagstukken die nu worden voorbereid in 20 heroverwegingsonderzoeken. De toekomst van de studiefinanciering, betaalbaarheid van de AWBZ, betaalbaarheid van pensioenen en houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek en huurtoelage. Dat gaat het niet over procenten maar echte substantiële keuzen.
Het is daarom ongelukkig dat er nu al zoveel onrust groeit over de ambtenarensalarissen na 2010, al dan niet een procent erbij. Er zou al een forse actiebereidheid zijn, blijkt uit de kranten. Maar nog in 2007 werd voor bijvoorbeeld de ruim 100.000 rijksambtenarenaren een achteraf bezien royale meerjarige CAO afgesloten. Dankzij die CAO stijgen ook in de crisisjaren 2009 en 2010 de rijkssalarissen en bouwen zij zelfs een dertiende maand op. Is er dan reden je druk te maken over één jaar nullijn in 2011 zoals het kabinet nu zou voorbereiden?
Veel ambtenaren vrezen waarschijnlijk voor hun baan na 2011. Werkloosheid en zelfs de káns op werkloosheid blijkt uit onderzoeken het welbevinden van medewerkers inderdaad sterk te beïnvloeden. Zelf zij die in een positie komen dat ze mogelijk ontslagen worden, functioneren al met minder plezier. Het overgrote deel van hen waarschijnlijk volkomen ten onrechte want zelfs als de overheid 20 procent bezuinigt en naast natuurlijk verloop een deel van de ambtenaren onvrijwillig uitzwaait, mag nog altijd tachtig procent blijven. Die brede maar ten dele onnodige vrees zou wel eens heel meetbaar kunnen worden in medewerkertevredenheidsonderzoeken komende tijd.
In plaats van verzet zou echter een meer realistische en solidaire inzet gekozen kunnen worden door de bonden bij de CAO-onderhandelingen. Bijvoorbeeld baanbehoud in plaats van salarisstijgingen. Budget voor instroom van allochtonen en jongeren om de overheid vitaal te houden in plaats van aanhoudende incidentele beloningen.
Kiezen voor een hoogwaardig en vitaal ambtenarenapparaat met onderlinge solidariteit en ruimte voor vers bloed is veel waard. Zo helpen ook ambtenaren de democratie vooruit. En de FNV hoeft er geen zaken voor te doen met de duivel en zijn mallemoer.
Abonneren op:
Posts (Atom)