zaterdag, november 21, 2009

Te herwinnen vertrouwen

Column Binnenlands Bestuur dd 27 november 2009
Deze week staan er lange rijen voor de deuren van sporthallen. Alle scepsis ten spijt is er vertrouwen in de overheid die tal van groepen oproept zich te laten vaccineren. Er is gelukkig geen sprake van een ‘bankrun’, waarbij men de vaccinatiecentra ‘bestormt’, mede omdat de Mexicaanse griep niet de omvang en werking lijkt te hebben die eerder werd gevreesd. Toch wordt alom vastgesteld dat het vertrouwen in de overheid die groepen burgers oproept tot vaccinatie - hoewel hoog- tanende is.
Dat geldt ook voor beleggers en spaarders die de overheid onvoldoende doortastend zagen opereren als hoeder van markten, door een te ruimhartig – of lakse uitgevoerd- toezichtregime. De wettelijke eisen aan bedrijven en accountants zijn sindsdien verscherpt, maar te laat.
De recente bankfiasco’s roepen ook de vertrouwensvraag indringend op. Hoe konden ING en ABNAMRO/Fortis zo snel veranderen in bijna lekgeslagen mammoettankers? En de meest urgente vraag, waarom hebben parlement en regering , De Nederlandse Bank, AFM en andere publieke toezichthouders Icesave en het DSB-fisasco niet kunnen voorkomen?
Er worden vele oorzaken genoemd. De ‘overwinning’ van het kapitalisme en het heilig geloof in liberalisering leidden tot een beperking van de mogelijkheden en de wil om de financiële sector te beperken in haar expanderende dadendrang. En veel naïeve geldnemers of beleggers hapten – vertrouwend op publiek toezicht- bijna blind toe.
De sterke verdichting in de top van de publieke en private sfeer, waarbij een kleine groep spelers elkaar in wisselende posities ontmoette, is ook geen succesfactor gebleken. Ex-ministers van Financiën en topambtenaren raakten vervlochten met bankbesturen, hetgeen kritische distantie mogelijk geen goed deed. Ex-ministers van Financiën Duisenberg, Ruding, Kok, Zalm en Hoogervorst, allen speelden –of spelen- een rol in deze crisis, aan de publiek en private zijde. Evenals tal van topambtenaren en andere voormalige bewindspersonen die aan de knoppen kwamen bij banken, AFM, De Nederlandse Bank, Europese Centrale bank, pensioenfondsen en meer.
Op zich is dat niet alleen in het financieel-bancaire veld het geval. Neem de pensioenwereld of de zorgsector, waar ook een verdichting is van voormalig topambtenaren en politici.
Dat kan toch niet ander sin een klein land as Nederland? En het is toch ook onze ‘traditie’? Zoals ook de drie leden van de Rekenkamer vrijwel altijd worden gerekruteerd uit de rangen van bewindslieden of Kamerleden. En heeft niet ook Frankrijk een sterke verdichting van de politieke en maatschappelijke top, niet zelden jaargenoten van de topopleiding ENA?
Ik denk dat het debat zich moet gaan toespitsen op de vraag of dat wat gewoonte was ook zo moet blijven.
Dan moeten we wel reële alternatieven hebben. Een strikte scheiding van private en publieke sferen zoals voormalig VVD-ideoloog Frank Ankersmit wel bepleit kan, maar heeft ook nadelen. Een massaal komen en gaan van ‘politiek benoemden’ - zoals in de VS na presidentverkiezingen gebruikelijk is- waardoor elke vier -of in ieder geval na 8- jaar nieuwe verfrissende benoemingen plaatsvinden? Wie het weet mag het zeggen, graag zelfs en snel aub. De DSB-rapporten komen bijna uit, het debat kan beginnen.

donderdag, november 19, 2009

Ver weg en zo dichtbij

Recensie BinnenBerijk, december 2009
De Algemene BestuursDienst stuurt haar kandidaat-directeuren verplicht drie maanden naar Brussel - al stribbelen sommigen een beetje tegen. Plaats- en contextverandering worden echter essentiële programmaonderdelen gevonden van de vorming van een nieuwe generatie leiders.
Ook de MPA-opleiding van de NSOB stuurt ‘fellows’ verplicht twee maanden naar een ver land. Juist daar is de meest indringende confrontatie voor de ambtenaren / reizigers met de eigen situatie, door de soms geheel andere democratische inrichting en mores rond de ambtelijke besluitvorming en beleidsuitvoering.
Soms komt men razend enthousiast terug, omdat hij of zij overloopt van ideeën hoe op het eigen werkterrein de nieuw gewonnen inzichten kunnen worden benut. Soms bestaat het enthousiasme vooral uit het herwonnen inzicht dat we in Nederland veel zaken zo goed voor elkaar hebben, zowel politiek als ambtelijk.
Voor mijzelf, eerst NSOB-fellow en nu deelnemer aan het kandidatenprogramma, was een langdurigs sabbattical in Suriname het meest confronterend. Juist daar, waar structuren, wetten, mores en taal zo Hollands zijn -of in ieder geval lijken- , werd ik het meest geconfronteerd met de fundamentele verschillen – en overeenkomsten- tussen de landen.
Ook door te lezen in het standaardwerk ‘Geschiedenis van Suriname’ kan iedere geïnteresseerde zijn hart ophalen. Plus en passant de eigen situatie overdenken.
Enerzijds is er de wording van het land beschreven, samengesteld uit Zuid-Amerikaanse inheemse stammen, Europese planters, joodse vluchtelingen, Afrikaanse slaven, Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders en recenter ook nog Chinese gelukzoekers en bewoners van het buurland Brazilië. Maar Suriname is ook een spiegel voor de lezer of bezoeker die het land poogt te verkennen en doorgronden.
Vreemd lijkt dat benoemingen heel bewust langs etnische lijnen plaatsvinden. Creolen, Hindoestanen en Javanen bewaken met een scherp oog de wederzijdse aanspraken op functies. Maar hebben wij hier niet ook een scherp oog voor wie wij waar benoemen, hoe wij banen als die van burgemeesters, bestuurders van ZBO’s, Rekenkamer en andere aan de staat gelieerde organen heel secuur verdelen over partijen, groepen en geslachten?
Of bijvoorbeeld dat het enkele bestaan van instituties als accountantsdienst en rekenkamer –zoals in Suriname- alleen nog niet voldoende waarborg is voor de integere besteding van middelen. Maar zo lang is het nog niet geleden dat Nederland de rechtmatigheid van uitgaven niet kon vaststellen. En heeft Europa niet ook nog steeds te leiden onder fraude en gebrekkige controle?
Of bijvoorbeeld over de wijze waarop Suriname haar grondstoffen bauxiet, hout, goud en olie exploiteert en haar bodem uitput, zonder er waarschijnlijk structureel veel aan over te houden. Maar bestaat ook hier niet de kritiek op het ‘verjubelen van aardgasgelden, soms zelfs de Dutch disease genoemd?
Zo wordt de lezer van het boek of de bezoeker van Suriname steeds weer geconfronteerd met de eigen situatie. Juist door de bedrieglijke analogie van staatsbestuur en inrichting, de gehanteerde begrippen, werkwijzen en taal, lijkt het land ogenschijnlijk zo vergelijkbaar. Dan lijkt het bij nadere beschouwing weer juist ‘anders’. Om uiteindelijk tot het besef te komen dat Suriname in veel opzichten vooral een spiegel is voor de Nederlandse bezoeker.

Geschiedenis van Suriname
Leo Dalhuisen, Walburgpers 2008, 192 blz

zondag, november 08, 2009

Nulkommaniks

Column Binnenlands bestuur dd 13 november 2009
Vorig week besprak de kamer de Justitiebegroting. Bijna was daarin de minister van Justitie gesneuveld. Het debat eindigde namelijk met een motie van Rita Verdonk waarin ze het vertrouwen in hem opzegt. De reden was dat de minister ‘twee begrotingen heeft verspreid met verschillende inhoud en daarmee de Kamer bewust verkeerd inlicht c.q. misleidt’.
Wat is er aan de hand? De embargo-editie voor Prinsjesdag week af van de definitieve Prinsjesdageditie. Heel normaal weten begrotingsdeskundigen. Maar tot ieders verrassing bleek tijdens het debat ongeveer de hele kamer met een embargo-exemplaar te werken en net als Verdonk daardoor niet dezelfde versie als de minister te hanteren. De adequate uitleg van de minister, ‘de officiële versie telt, niet de embargoversie’, was niet tot genoegen van Verdonk waarna ze de motie indiende.
En zo mag ik het graag zien. Het debat rond de begroting gaat immer ook over de wijze waarop het spel gespeeld wordt. Volgend de laatste berichten heeft de motie het – terecht- niet gehaald maar dan is de vraag, wat heeft de Kamer dan wel bereikt bij de begrotingsbehandeling?
Dat weten we pas de avond voor het kerstreces als alle ontwerpbegrotingen in stemming worden gebracht, plus ingediende amendementen. En die zijn dun gezaaid bij deze begroting. Neem het SP-amendement ten gunste van BONJO, de koepelorganisatie voor de begeleiding van ex-gedetineerden. Subsidiering moet worden betaald door aangesloten organisaties wat te korten ten gunste van deze koepel. Dus zelfs als het amendement wordt aangenomen verschuift er binnen dit begrotingsartikel ongeveer nul euro. Waarschijnlijk wordt per saldo nulkommaniks verschoven in de Justitiebegroting en wordt alle dikke stukken, honderden Kamervragen, opeenvolgende debatten, amendementen en moties ten spijt, de begroting 100% ongewijzigd aangenomen. Meer algemeen, het gemiddelde van alle aangenomen amendementen is jaarlijks minder dan een kwartje per honderd euro. De reden?
Ten eerste disciplineert het parlement zichzelf. Ze houdt zich – althans de regeringspartijen die de meerderheid vormen- aan het regeerakkoord, aan nadere coalitieafspraken, aan de partijdiscipline. Maar zelfs houdt het parlement zich aan de interne kabinetsafspraken om geen extra uitgaven te doen zonder dekking te zoeken. Dus als de SP de SGP vraagt of ze het BONJO-amendement steunt antwoorden deze dat ‘zij sympathie hebben voor het amendement maar nog wel even wil weten waarvan het wordt gefinancierd.’
Ten tweede is de huidige opbouw van begrotingsstukken niet helemaal ten faveure van amendering, omdat veel beleidsartikelen erg geaggregeerd en omvangrijk zijn en daarmee onontkoombaar weinig inzichtelijk. Zie dan maar uit te vissen waar het geld precies heengaat, wat een andere, betere besteding zou kunnen zijn of waar zo nodig dekking gevonden kan worden.
Ten derde is de kennis en ondersteuning van parlementariërs gewoonweg ontoereikend. Er zijn in het parlement weinig leden die beleidsinhoudelijk en financieel adequate tegenspelers zijn van bewindslieden. Dat de Kamer haar eigen ondersteuning beperkt is al jaren een zorg maar is aan niemand anders te wijten dan de leden zelf. Blijkbaar kiezen ze er niet voor om een sterkere onderzoeksfunctie te hebben en het naadje van de kous te willen kennen. Dan moeten ze het zelf maar weten.