Recensie BinnenBerijk, december 2009
De Algemene BestuursDienst stuurt haar kandidaat-directeuren verplicht drie maanden naar Brussel - al stribbelen sommigen een beetje tegen. Plaats- en contextverandering worden echter essentiële programmaonderdelen gevonden van de vorming van een nieuwe generatie leiders.
Ook de MPA-opleiding van de NSOB stuurt ‘fellows’ verplicht twee maanden naar een ver land. Juist daar is de meest indringende confrontatie voor de ambtenaren / reizigers met de eigen situatie, door de soms geheel andere democratische inrichting en mores rond de ambtelijke besluitvorming en beleidsuitvoering.
Soms komt men razend enthousiast terug, omdat hij of zij overloopt van ideeën hoe op het eigen werkterrein de nieuw gewonnen inzichten kunnen worden benut. Soms bestaat het enthousiasme vooral uit het herwonnen inzicht dat we in Nederland veel zaken zo goed voor elkaar hebben, zowel politiek als ambtelijk.
Voor mijzelf, eerst NSOB-fellow en nu deelnemer aan het kandidatenprogramma, was een langdurigs sabbattical in Suriname het meest confronterend. Juist daar, waar structuren, wetten, mores en taal zo Hollands zijn -of in ieder geval lijken- , werd ik het meest geconfronteerd met de fundamentele verschillen – en overeenkomsten- tussen de landen.
Ook door te lezen in het standaardwerk ‘Geschiedenis van Suriname’ kan iedere geïnteresseerde zijn hart ophalen. Plus en passant de eigen situatie overdenken.
Enerzijds is er de wording van het land beschreven, samengesteld uit Zuid-Amerikaanse inheemse stammen, Europese planters, joodse vluchtelingen, Afrikaanse slaven, Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders en recenter ook nog Chinese gelukzoekers en bewoners van het buurland Brazilië. Maar Suriname is ook een spiegel voor de lezer of bezoeker die het land poogt te verkennen en doorgronden.
Vreemd lijkt dat benoemingen heel bewust langs etnische lijnen plaatsvinden. Creolen, Hindoestanen en Javanen bewaken met een scherp oog de wederzijdse aanspraken op functies. Maar hebben wij hier niet ook een scherp oog voor wie wij waar benoemen, hoe wij banen als die van burgemeesters, bestuurders van ZBO’s, Rekenkamer en andere aan de staat gelieerde organen heel secuur verdelen over partijen, groepen en geslachten?
Of bijvoorbeeld dat het enkele bestaan van instituties als accountantsdienst en rekenkamer –zoals in Suriname- alleen nog niet voldoende waarborg is voor de integere besteding van middelen. Maar zo lang is het nog niet geleden dat Nederland de rechtmatigheid van uitgaven niet kon vaststellen. En heeft Europa niet ook nog steeds te leiden onder fraude en gebrekkige controle?
Of bijvoorbeeld over de wijze waarop Suriname haar grondstoffen bauxiet, hout, goud en olie exploiteert en haar bodem uitput, zonder er waarschijnlijk structureel veel aan over te houden. Maar bestaat ook hier niet de kritiek op het ‘verjubelen van aardgasgelden, soms zelfs de Dutch disease genoemd?
Zo wordt de lezer van het boek of de bezoeker van Suriname steeds weer geconfronteerd met de eigen situatie. Juist door de bedrieglijke analogie van staatsbestuur en inrichting, de gehanteerde begrippen, werkwijzen en taal, lijkt het land ogenschijnlijk zo vergelijkbaar. Dan lijkt het bij nadere beschouwing weer juist ‘anders’. Om uiteindelijk tot het besef te komen dat Suriname in veel opzichten vooral een spiegel is voor de Nederlandse bezoeker.
Geschiedenis van Suriname
Leo Dalhuisen, Walburgpers 2008, 192 blz
Geen opmerkingen:
Een reactie posten