woensdag, januari 14, 2009

Over standen en misverstanden

Recensie 'Managers en professionals'in Binnenberijk, februari 2009
Toen de Italiaanse topclub Fiorentina de begenadigde Heerenveenspits Abe Lenstra een royaal profcontract aanbood, schijnt hij erg te hebben getwijfeld. Uiteindelijk besloot hij de blanco cheque niet te tekenen. Abe had namelijk een vaste aanstelling bij de overheid en ‘die liet je niet zomaar schieten’ aldus zijn vrouw.
Het begrip professional was in die tijd bestemd voor betaalde sporters, die lange tijd niet mochten meedoen aan het nationaal voetbalelftal of de Olympische spelen maar inmiddels is het begrip breed ingeburgerd .
Wie wil er nu eigenlijk professional zijn? Jarenlang zwoegen op een studie, naast het werken doorleren, vergaande vakbekwaamheid opdoen, vaak eerst jarenlang als ‘gezel’ onder de directe supervisie van een ‘meester’. Dat is allemaal veranderd. Voetballers van zestien tekenen een profcontract en verhuizen ervoor naar een ander land.. Het begrip professioneel infleert. Leraren zijn volgens allerlei publicaties nu ook professionals, alsook politiemannen, artsen en brandweermannen, tja wie eigenlijk niet?
Ambtenaren noemen zichzelf professional, of worden in wervingsadvertenties zo bestempeld. ‘Communicatieprofessional gezocht’ Maar gedragen ze zich ook als professional? Hebben ze zich na hun studie echt verder geprofessionaliseerd? Hebben ze een nadere beroepsopleiding gevolg, houden ze hun vakliteratuur bij, dragen ze hun kennis over, zijn ze lid van een beroepsvereniging, publiceren ze hun professionele bevindingen en helpen ze de kennis en kunde op hun vakgebied vooruit? Nauwelijks.
Wat ik hiervoor scherp stel voor professionals, geldt ook voor de alom aanwezige ‘managers’, ook zo’n nieuwlichterij. Zie ze zitten de coördinatoren, bureauhoofden, teamleiders, afdelingshoofden, rayonchefs en ploegbazen. Vraag hun visitekaartje en lees: manager. Ook dat begrip infleert blijkbaar. Nuja, laatst las ik een portretje van een struise Urkse met 12 kinderen met als functie; gezinsmanager. Dat vond ik nu wel weer mooi.
Wie na het voorgaande denkt dat het nieuwste boek van Hans de Bruijn niet de moeite niet waard is staat echter op het verkeerde been. ‘Managers en professionals’ zet de lezer steeds weer op een verrassende manier aan het denken. Steeds laat De Bruijn zien wat de logica is van de professional – waar je lekker in mee gaat. Bijvoorbeeld waarom je als professional alleen maar last hebt van managers. Om vervolgens het perspectief van de manager te laten zien – wat ook vaak een heel zinvol perspectief is- dat professionals vaak als eigengereide solisten aan de slag gaan maar pas echt lekker kunnen werken als de manager een aantal voorwaarden weet te vervullen, hen richt en scherpt.
Dus steeds weer is het inzicht van de Bruijn : voor de eigengereide professional is management soms juist wel de oplossing. Voor de manager is de eigenheid van de professional de sleutel tot succes voor de organisatie. Zijn ‘aanbevelingen’ zijn daarom deftig gezegd wellicht contra-intuïtief. Managers moeten, bijvoorbeeld, maar accepteren dat een professionele organisatie een eilandenrijk is en dat professionals voortdurend het wiel opnieuw uitvinden. En voor professionals is de boodschap bijvoorbeeld dat de vaak verfoeide prestatiemeting of protocollering soms ook bijdraagt aan de professionaliteit van de dienstverlening.
Verwarrend, zou ook Abe zeggen, maar zeer de moeite van het doordenken waard. Voor managers en professionals binnen de overheid.