Recensie voor BinnenBerijk, mei 2009
Moderne zedenschets over carrière maken op de universiteit
James Bond, natuurlijk. Of recenter Kurt Wallander in de detectives van Henning Mankell. En de Cock met c-o-c-k op eigen bodem. Maar nee, behalve geheim agenten of politiemannen zijn gewone ambtenaren zijn niet vaak de hoofdpersoon in romans. Of ze figureren als stereotypen, zoals in de paarse krokodilreclame. Dat is jammer, want ook een ambtelijk bestaan of een ambtenarenleven kan best een roman waard zijn. Rik Lausbachs recente roman ‘1953’ over de watersnoodramp heeft een aantal moedige (en een aantal zeer bureaucratische) Rijkswaterstaters als hoofdpersoon, al is de echte romanheldin een Zeeuwse. Wel zijn er behalve de politieromans enkele romans waar net-niet ambtenbaren de hoofdrol spelen. Zoals de overspelige leraren in De buitenvrouw van Zwagerman. Of de onovertroffen romancyclus ‘Het bureau’ van Voskuil.
De net verschenen roman, ‘Mea’ van debutant Willemijn Dicke -zelf academica en eerder WRR-ambtenaar- bericht uitvoerig over het – weinig benijdenswaardige—bestaan van een academica aan een vakgroep politieke wetenschappen. Waar spelletjes worden gespeeld rond benoemingen. Met klagende studenten die docenten voor de ‘bloedraad’ slepen omdat vrouwelijke studenten zouden worden benadeeld in de tentamenscores. Waar competitie bijna altijd domineert boven samenwerking. Waar medewerkers jaren onverstoord meedraaien, zonder ooit nog een nieuw idee te berde te brengen en voortdurend oud onderzoeksmateriaal recyclen. Geen vrolijk stemmende omgeving wordt hier geschetst. Gelukkig kun je aan de universiteit van Mea blijkbaar onbekommerd ‘thuis werken’ en –zo leren we uit het boek- een paar keer per jaar naar een congres in een opwindende stad, hetgeen veel compenseert.
Maar de roman is behalve een zedenschets van de universiteit ook het verhaal van een eigenzinnige vrouw, die nog wel een echte promotie wil maken, ook al zou dat volgens menigeen boven de 45 vrijwel uitgesloten zijn. Die dankzij een onverwachte beurs en een daarmee verdiende sabbattical toch nieuwe wetenschappelijke wegen in slaat. Die soms ook gewoon gebruik of zo u wil misbruik maakt van haar vrouw-zijn. Bijvoorbeeld door mannen in te pakken – of uit te kleden- of door ook zonder hard bewijs moord en brand te schreeuwen als zij in haar belang geschaad dreigt te worden. Terwijl een beetje meer reflectie had kunnen vertellen dat ze zelf ook niet veel beter presteert dan mannelijke collega’s,
Een openhartige, eerlijke roman kortom over sleur, sloeren, volharden , overleven en carrière maken in een soms harde, ambtelijke omgeving. Hoever ga je dan om je doelen te bereiken? Laat je privé voor wat het is en gaat werk en nakende promotie voor alles? Gebruik je procedures zo nodig in je eigen belang – ‘waar zijn ze anders voor’ zou Mea zeggen? Welke prijs wil je betalen om de top te behalen? Over Mea’s keuzen kun je een stevige discussie voeren, het best onder het genot van een goed glas- wat beide geheel in de stijl van Mea is. Maar dat is een compliment voor het boek, het stemt tot nadenken en vraagt om een reactie.