maandag, mei 18, 2009

Weer een commissie erbij!

Column Binnenlands Bestuur dd 22 mei 2009
Ons gemilitariseerde bezoek aan Afghanistan kost tot 2010 ruim 2 miljard. We besteden jaarlijks 9 miljard aan regelingen voor kinderen. Alleen door negen miljard te bezuinigen blijft de staatsschuld onder de zestig procent en het EMU-saldo onder de zes procent.
Het is kortom weer cijferseizoen. Enerzijds zijn deze dagen de jaarverantwoordingen 2008 gepubliceerd. Maar zoals Bovens en Schillemans vorige week in dit blad al aankondigden, het is weer een overstelpende hoeveelheid. Alles lezen is onbegonnen werk, tegenstrijdigheden of ongerijmdheden filteren een nog grotere klus. Maar belangrijker wie waagt zich aan het duiden van alle gegevens, wat zegt het ons? Wat moet meer, minder, beter, anders?
De genoemde gegeven over kindregelingen, Afghanistan en bezuinigingnoodzaak komen zelfs niet uit die stapel jaarverslagen van het rijk zelf. Ik ontleen ze uit het jaarlijks verschijnende voortreffelijke ‘Jaarboek Overheidsfinanciën’ van de WimDreesstichting dat gratis online is geplaatst. Filp de Kam cs. hebben weer een aantal mooie en goed onderbouwde verhalen. Maar ze stellen ons ook voor indringende vragen.
De negen miljard aan kindregelingen moeten leiden tot hogere vruchtbaarheidscijfers en een hogere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Maar ze werken anders uit, omdat de steeds vaker inkomensafhankelijk vormgegeven regelingen ouders ontmoedigt meer te gaan werken. Wat te doen?
We geven meer uit dan we dachten aan onderwijs, ruim 6% van ons nationaal inkomen. Maar steeds besteden per studenten in het wetenschappelijk onderwijs (11 procent daling sinds 2000) en heel veel meer aan kinderen in speciaal onderwijs (41% meer). Wat zegt ons dat?
We willen niet langer ons aardgasgeld verjubelen, zoals sinds 1970 met 201 miljard euro is gebeurd die is ‘besteed’ en niet ‘geïnvesteerd’. Maar hoe dat te doen, een beleggingsfonds zoals Noorwegen? En waar beleg de staat dan in? Of met aardgasgeld de staatsschuld verkleinen en zo ‘ruimte’ maken voor toekomstige uitgaven? Goede vraag.
Deze wezenlijke vragen op het snijvlak van beleid en geld brengen me tot de vraag; hoe kan ons parlement nu gezaghebbende standpunten ontwikkelen en zo in debat met het kabinet tot een antwoord komen?
Via de bestaande commissie voor Financiën, die de vakminister Bos controleert? Of de commissie Rijksuitgaven die allerlei comptabele zaken behandelt? Of de vakcommissies Onderwijs, Defensie en anderen?
Volgens mij zijn er drie wegen om de Kamer beter in stelling te brengen. Ten eerste is een bredere ondersteuning van kamerleden belangrijk, de huidige staf is goed maar erg klein, zeker als men en allerlei lopende werkzaamheden moet blijven verrichten (wetgeving, budgettaire nota’s, zaken als de JSF-besluitvorming en allerlei parlementaire onderzoeken).
Ten tweede moet de Kamer maximaal gebruik maken van haar mogelijkheid adviesorganen onderzoeken voor haar te laten verrichten. Dat mag formeel vaak wel maar gebeurt erg weinig.
Ten derde zou de Kamer een gezaghebbend algemeen begrotingscomité kunnen vormen. Breder dan financiën, minder technisch dan rijksuitgaven en onafhankelijker dan vakcommissies. Ter inspiratie het voorbeeld van het Amerikaans Congres, waar de (ja weer een commissie, maar toch!) algemene begrotingscommissie de gezaghebbende rol vervult die we hier rond verantwoording en allocatie nodig hebben. Anders verzuipt ons parlement in cijfers en techniek.