dinsdag, juni 09, 2009

Het fenomeen externen nader beschouwd

Recensie Bye Bye Consultant van Cees Min in Binnenberijk, juni 2009
Als u zich herkent in de volgende wensen en behoeften, vindt u bij (..) de oplossing.
· Ik wil kosten verlagen, productiviteit verhogen en meer klantgerichtheid.
· Ik wil concrete acties om mijn doelen te behalen.
· Ik wil dat binnenkort 80% van mijn problemen is opgelost.
· Ik wil snel resultaat merken in de praktijk.
· Ik wil dat mensen verantwoordelijkheid nemen en in actie komen om zaken voor elkaar te krijgen.
Zo presenteert het bedrijf zich waarbinnen Cees Min werkt. Hij helpt opdrachtgevers zich te verbeteren en vraagt daar geld voor. Dat adviseren is een eerzaam beroep. Tegelijkertijd heeft Min een kritisch boek geschreven over zijn professie, ‘Bye bye consultant’. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek, vol mooie illustraties, kleuren en dansende lettertjes. Min neemt veel scherpe stellingen in en betoogt in essentie dat externe consultants niet leveren wat ze beloven. ‘Externe adviseurs zijn als verzekeringsadviseurs, ze scoren door je bang te maken. Trainingen zijn vaak niet meer dan een regendans. Psychologen horen niet thuis op de werkvloer’. En andere meer of minder geslaagde aforismen.
Tja.
Opdrachtgevende partijen, ook binnen de overheid en adviseurs opereren in een laten we zeggen ‘interessante, meervoudige’ relatie. De opdrachtgever heeft een probleem, al kan hij of zij het soms niet eens goed onder woorden brengen. De adviseur zoekt dit desgevraagd nader uit en zal doorgaans vaststellen dat er nog meer kanten aan het probleem zitten dan de opdrachtgever al dacht. De opdrachtgever geeft dan doorgaans een opdracht tenminste iets te gaan verbeteren, maar houdt vaak de handen vrij of de bedachte oplossing ook echt wordt benut. Aan wie ligt het ‘mislukken’’ van adviestrajecten dan?
Aan adviseurs die te veel beloven? Of opdrachtgevers die niet goed weten wat ze willen en adviezen lichtvaardig terzijde leggen. Opdrachtgeverd die ‘doodlopende’ adviestrajecten niet tijdig beëindigen of aarzelen door te pakken, ook als de resultaten voor het grijpen liggen? Aan het slagen en mislukken van adviestrajecten zitten kortom nogal wat aspecten, die partijen afzonderlijk en hun complexe onderlinge relatie betreffen.
Het is daarom best jammer dat Min deze gewichtige zaak zo losjes en intuïtief benadert. Stevige vragen vergen immers stevige antwoorden. Ook voor de overheid zijn adviseurs van groot belang. Als experts in complexe dossiers. Als tijdelijke capaciteitsuitbreiding bij pieken. Als tijdelijke buitenboordmotor bij veranderingen. Als troubleshooter bij crises.
De laatste jaren is daarin veel gebeurd. De overheid is kostenbewuster geworden. Voorzieningen als Intermin en ABD-interim zijn succesvol en interne departementale adviesafdelingen die tijdelijk krachten detacheren zijn hun geld meer dan waard. Mantelcontracten met marktpartijen bewijzen hun meerwaarde. Budgettering van inhuur en kritische bevraging door de politiek disciplineert het gebruik van externen. Inhoudelijk zijn -uit ook voorgekomen mislukkingen- belangrijke lessen geleerd.
Daarom is meer inzicht in de complexe relatie tussen opdrachtgever en externen van groot belang. Het boek van Min is echter te weinig gebaseerd op feitenonderzoek en gegevensverzameling en te veel op beelden en meningen om die discussie verder te brengen. Er blijft werk aan de winkel kortom.