Column Binnenlands Bestuur dd 19 juni 2009
‘Uiteindelijk zijn we er beter van geworden’. Het is het wonderlijkste hoofdstuk uit het boek van Kees Slager over de Watersnoodramp die ons in 1953 trof. Beter worden van een ramp? Het is niet het eerste waar je aan denkt. Bos heeft de crisis bepaald nog niet verzilverd, integendeel zou je denken na de lage score in de verkiezingen voor het Europees Parlement. En dat terwijl hij lange tijd zo’n mooie pers kreeg toen de crisis najaar 2008 opstak en de PvdA ook virtueel steeg in de peilingen.
Wat wordt Nederland beter van de economische recessie die ons sinds 2008 treft en mogelijk nog een paar jaar verderf zaait? Wat als het saldo van overheidsuitgaven en ontvangsten een procent of acht negatief blijft, wat De Nederlandse Bank denkbaar op grond van haar jongste ramingen acht. Schieten we daar iets mee op? Alles wordt dan toch minder? Minder geld voor de zorg, een groter beroep op de sociale zekerheid die denkbaar leidt tot lagere uitkeringen, minder geld voor onderwijs, wegen en defensie. Minder geld voor duurzame en schone techn9ologie, langer doorgaan met het gebruik van ouderen, meer vervuilende techniek en auto’s.
Toch wordt door menigeen de crisis als een kans gezien. ‘Lets not wast this crisis’ om Obama te citeren. Nu is het gezegde ‘crisis is kans’ een bekend verschijnsel in de beleidswetenschap. Ten tijde van een crisis kan er een unieke, tijdelijke coalitie van maatschappelijke groepringen of politieke partijen ontstaan die ‘boven zichzelf uitstijgen’. Een vakbeweging die kiest voor loonsverlaging of langdurige bevriezing zoals in 1982. Overheden die brandzekerheid ineens wel de aandacht geven die het verdiend, zoals na de vuurwerkramp in Enschede en de cafebrand in Volendam. Een alomvattend plan tegen hoogwaterproblematiek zoals het Deltaplan kort na de ramp van 1953.
Het gevoel bekruipt me dat er ook nu een kritische periode aanbreekt voor het kabinet en de overheidsfinanciĆ«n. De eerste beleidsreactie was misschien niet onverstandig. Die was om niet halsoverkop te bezuinigen toen het tekort opliep maar de ‘automatische stabilisatoren’ te laten werken. Dit betekende om zelfs nu de uitgaven oplopen en de ontvangsten dalen geen overhaaste bezuinigingen door te voeren, omdat die de economie in een neerwaartse spiraal kunnen brengen. De wel doorgevoerde acties, een beetje meer uitgeven hier en daar was heel afgepast en begrijpelijkerwijs in omvang beperkt.
Eigenlijk verwachtte ik daarom dat er nu in de luwte gaandeweg wel echte alternatieven worden doordacht voor gezonde overheidsuitgaven, een duurzaam sociale zekerheidsstelsel en betaalbare zorg en dat ideeƫn hier en daar worden neergelegd en uitgediscussieerd. Vernieuwende beleidsopties die van samenleving en politieke partijen vraagt om gegeven de crisis boven zichzelf uit te stijgen, offers vragen maar perspectief bieden.
Maar het blijft zo stil. Als dat komt omdat er niets uitlekt is dat opmerkelijk. Als het echter komt omdat het achter de schermen niet gonst van de ideevorming, is dat veel zorgelijker. Dan mist de PvdA met Bos voorop en straks het kabinet en dus ons land het momentum om de kansen van deze crisis te verzilveren.