Column Binnenlands bestuur dd 13 november 2009
Vorig week besprak de kamer de Justitiebegroting. Bijna was daarin de minister van Justitie gesneuveld. Het debat eindigde namelijk met een motie van Rita Verdonk waarin ze het vertrouwen in hem opzegt. De reden was dat de minister ‘twee begrotingen heeft verspreid met verschillende inhoud en daarmee de Kamer bewust verkeerd inlicht c.q. misleidt’.
Wat is er aan de hand? De embargo-editie voor Prinsjesdag week af van de definitieve Prinsjesdageditie. Heel normaal weten begrotingsdeskundigen. Maar tot ieders verrassing bleek tijdens het debat ongeveer de hele kamer met een embargo-exemplaar te werken en net als Verdonk daardoor niet dezelfde versie als de minister te hanteren. De adequate uitleg van de minister, ‘de officiĆ«le versie telt, niet de embargoversie’, was niet tot genoegen van Verdonk waarna ze de motie indiende.
En zo mag ik het graag zien. Het debat rond de begroting gaat immer ook over de wijze waarop het spel gespeeld wordt. Volgend de laatste berichten heeft de motie het – terecht- niet gehaald maar dan is de vraag, wat heeft de Kamer dan wel bereikt bij de begrotingsbehandeling?
Dat weten we pas de avond voor het kerstreces als alle ontwerpbegrotingen in stemming worden gebracht, plus ingediende amendementen. En die zijn dun gezaaid bij deze begroting. Neem het SP-amendement ten gunste van BONJO, de koepelorganisatie voor de begeleiding van ex-gedetineerden. Subsidiering moet worden betaald door aangesloten organisaties wat te korten ten gunste van deze koepel. Dus zelfs als het amendement wordt aangenomen verschuift er binnen dit begrotingsartikel ongeveer nul euro. Waarschijnlijk wordt per saldo nulkommaniks verschoven in de Justitiebegroting en wordt alle dikke stukken, honderden Kamervragen, opeenvolgende debatten, amendementen en moties ten spijt, de begroting 100% ongewijzigd aangenomen. Meer algemeen, het gemiddelde van alle aangenomen amendementen is jaarlijks minder dan een kwartje per honderd euro. De reden?
Ten eerste disciplineert het parlement zichzelf. Ze houdt zich – althans de regeringspartijen die de meerderheid vormen- aan het regeerakkoord, aan nadere coalitieafspraken, aan de partijdiscipline. Maar zelfs houdt het parlement zich aan de interne kabinetsafspraken om geen extra uitgaven te doen zonder dekking te zoeken. Dus als de SP de SGP vraagt of ze het BONJO-amendement steunt antwoorden deze dat ‘zij sympathie hebben voor het amendement maar nog wel even wil weten waarvan het wordt gefinancierd.’
Ten tweede is de huidige opbouw van begrotingsstukken niet helemaal ten faveure van amendering, omdat veel beleidsartikelen erg geaggregeerd en omvangrijk zijn en daarmee onontkoombaar weinig inzichtelijk. Zie dan maar uit te vissen waar het geld precies heengaat, wat een andere, betere besteding zou kunnen zijn of waar zo nodig dekking gevonden kan worden.
Ten derde is de kennis en ondersteuning van parlementariƫrs gewoonweg ontoereikend. Er zijn in het parlement weinig leden die beleidsinhoudelijk en financieel adequate tegenspelers zijn van bewindslieden. Dat de Kamer haar eigen ondersteuning beperkt is al jaren een zorg maar is aan niemand anders te wijten dan de leden zelf. Blijkbaar kiezen ze er niet voor om een sterkere onderzoeksfunctie te hebben en het naadje van de kous te willen kennen. Dan moeten ze het zelf maar weten.