zaterdag, januari 23, 2010

Darwin in de overheid

Column Binnenlands Bestuur dd 29 januari 2010
De fantastische reis van de nieuwe Beagle kluistert velen op zondagavond aan de buis. Darwins inzichten over variëteit en selectie, leven en overleven, aanpassing en uitsterven komen zo wekelijks weer over het voetlicht. In het kielzog van de bioloog ontwikkelden sociaaldarwinisten zelfs het idee dat het goed was om de zwakken in de samenleving aan hun lot over te laten. Op deze manier zou "dood hout" weggesneden worden en zal het menselijk ras er als geheel op vooruit gaan. Wreed.
Maar variëteit en selectie komt wel van oudsher voor, tot in de haarvaten van de samenleving. Bij ouders die kinderen al vroeg stimuleren een goede ‘peergroup’ te vinden of ‘de juiste’ school. Bedrijven die doelgroepen ‘targeten’ en reclame selectief verspreiden onder bewoners van de gezochte welstandsklasse. Of juist bepaalde klanten liever niet bedienen, zij met een postcode die een sociaal-zwakke wijk indiceert. Geen regel die het hen verbiedt, selectiviteit vormt de grondslag van succesvol ondernemerschap.
In de publieke sector wordt uitgegaan van gelijke toegang tot collectieve voorzieningen en gelijke behandeling. Een waardevolle principe. Maar het staat minder vast dan voorheen. Ook hier zien we variëteit en selectie als instrument alom ingang vinden. Scholen of studies met een toelatingseis. Gemeenten of woningbouwcorporaties die sommige (sociaal zwakke) burgers de toegang ontzeggen tot bepaalde wijken om zo een meer gemengde wijk te bevorderen. Of hen juist concentreren in een speciale straat, wijk of woningsoort. Of zoals laatst bekend werd het Academisch Medisch Centrum in Maastricht die ‘dure’ patiënten weigert wanneer deze van buiten de regio komen. Blijkbaar is het behandelen van deze patiënten duurder dan de ontvangen vergoeding. Niet het feit dat ze buiten zuidlimburg wonen maar de negatieve balans van opbrengsten en kosten aan deze patiënt is het motief selectief te zijn.
In de bedrijfsmatige logica is dat allemaal volkomen normaal. Een arbeidsbemiddelingsbureau doet er zo bezien onverstandig aan alle werkzoekende gelijk te behandelen. Hoe meer afstand van de arbeidsmarkt, hoe meer tijd en kosten er mee gemoeid zijn iemand te plaatsen. Om toch snel resultaat te boeken met beperkte middelen, is het daarom volkomen logisch langdurig werklozen apart te behandelen en makkelijk bemiddelbaren voorrang te geven.
De hiervoor beschreven casussen roept alom het gevoel op dat dit niet helmaal gewenst is en in de publieke sector niet volledig bedrijfsmatig gewerkt kan worden. Daarom wordt bijvoorbeeld de bemiddelingsvergoeding gedifferentieerd. Of worden te behalen doelen groepsgewijs gedifferentieerd. Er blijken kortom politieke checks en balances nodig om publieke of collectief gefinancierde instellingen te beperkten in hun selectiedrang, de ‘bureaucatische gelijkheidslogica’.
Zo pendelen we voort. Voordat en totdat een correctie van een doorgeslagen bedrijfsmatige logica plaatsvindt, zal er dus altijd een tijdelijke onevenwichtigheid zijn. Als dit bedrijfsmatig denken te zeer wordt gesmoord en iedereen zonder minder gelijk wordt behandeld, verspillen we schaarse middelen. Als we geen oog houden voor een voldoende toepassing van het gelijkheidsbeginsel, regeert het Darwinistische denken. Pijnlijk voor de patiënt die weinig tijd van leven meer heeft.

maandag, januari 18, 2010

Eerst het boek, dan de film?

Recensie BinnenBerijk, februari 2010
Ben Tiggelaar noemt hem een ´kippenvelexpert´, psychotherapeut, trainer en nu ook schrijver Manfred van Doorn. Hij heeft volgens Tiggelaar een encyclopedische filmkennis, met ruim veertienduizend dvd’s in huis. ‘Bij een training voor managers kreeg hij de halve zaal aan het huilen met een paar filmfragmenten en vervolgens besprak hij enkele indringende lessen op het gebied van leiderschap met hen’.
Geen wonder dat er door mensen die hem kennen is uitgekeken naar zijn misschien wel Magnum Opus, het boek over leiderschap met de wel heel prikkelend eenvoudige titel, ; Het wiel opnieuw uitvinden’.
De kern van dit inderdaad imposante boek -voorzover je dat kunt samenvatten- is : Leiderschapsontwikkeling is een proces langs opeenvolgende stadia van ontwikkeling. Niet dat Van Doorn een boek schrijft hoe het ‘moet’ en tips en trucs neerpent of zelfs maar de claim van waarheid heeft. ‘Een enkelvoudige ‘hoe moet het’ of ‘zo is het’ waarheid kunnen we niet eenvoudig kennen maar het is vruchtbaarder te leven met een aantal onverzoenbare waarheden dan dat we een deel van de waarheden tot ongewenst verklaren’.
Wat voor boek is het dan wel? Een heel systematisch boek, waarin hij op geheel eigen en hoogst originele wijze de door hem onderscheiden stadia steeds uitvoering toelicht. Hoe? Kenners van Van Doorn weten wat zijn unieke werkwijze is: met eens stortvloed aan filmbeelden die hij in het boek dia voor dia becommentarieert, uiteenrafelt, op details uitpluist en inpast in het grote verhaal over leiderschapsontwikkeling.
Na dit boek en de uitleg van Van Doorn heb je opeens een alibi om alle Disneyfilm -samen met de kinderen maar zonder kan ook- weer te bekijken. Maar kun je tegelijkertijd niet meer ‘gewoon’ naar je oude lievelingsfilm kijken, want je ziet er opeens ‘patronen’ - en kan die patronen weer een plaats geven in het grotere ‘Bildungs’verhaal van leiderschap en ontwikkeling Van Doorn. Haal ze er maar bij, van ´Notting Hill´ tot ´Once upon a time in the west´.
Een betoverend boek dus, 300 bladzijden plaatjes kijken, meelezen, boekzappen en heen en weerflippen. Geen gewoon van kaft tot kaft boek. En tja, dan ga je gaandeweg wel bedenken dat een boek een laten we zeggen heel 19e eeuwse wijze is om het grote verhaal te vertellen. Want wie alle plaatjes en praatjes leest, snakt gaandeweg naar de echte bewegende beelden, wil filmmuziek en –stemmen horen. Zonder de – voor wie hem kent- aanstekelijke presentatiewijze van Van Doorn zelf is het boek soms ook wel hele stevige, omvangrijke kost. Dan wens je als lezer weer naar een 21e eeuwse vorm. Bijvoorbeeld een begeleidende website vol fragmenten, voorafgegaan door of met voice over van Van Doorn, met chat- of commentaarmogelijkheden van andere kijkers, beeld en geluid. Met regelmatige updates, revisies en aanvullingen van de laatste films. Kortom, met alles wat een eenmalig boek over leiderschap en ontwikkeling via een stortvloed aan afgedrukte filmbeelden en commentaren nu eenmaal nooit kan bieden.
En toch. Er is hoop. Wie zo’n magnum opus kan produceren moet ook in staat geacht worden die website te realiseren. Hijzelf of navolgers.

zaterdag, januari 09, 2010

Icesave? Save Greece !

Column Binnenlands Bestuur dd 15 januari 2010
‘Never a dull moment’ op het ministerie van Financiën. Dit voorjaar moeten ze de uitkomsten van de twintig heroverwegingsrapporten verwerken. Maar er is meer. Ook moet worden gezocht naar zo’n 50 mrd ter dekking van de financieringsbehoefte. Een gelukje hierbij is dat we een redelijk scherpe rente betalen. Duitsland betaalt het minst maar daarna is Nederland in Europa een goede tweede, zelfs nog iets voor de Fransen. Maar er is geen reden tot juichen want er doemt weer een enorme ijsberg voor ons op. Dat is niet IJsland, hoewel men daar onwillig lijkt ons 1,3 mrd te retourneren. Nee, Griekenland. Dat land zou financieel kunnen crashen nu over 2009 het tekort opgelopen blijkt tot 12,5 procent. Griekse staatsobligaties hebben nog maar de status BBB+. Ook andere leden van de Club Mediterrane als Italië, Spanje en Portugal worden overigens steeds lager gewaardeerd. Die lagere ‘betrouwbaarheids’rating betekent een hoger te betalen rente, voor Griekenland 2,5% meer dan Duitsland. Griekenland zou als gevolg hiervan en zonder hulp van Europa in een verdere negatieve spiraal kunnen komen en financieel ineenstorten. Wat betekent dat voor Nederland? Moet zij in EG-verband Griekenland helpen?
Europese hulp betekent eigenlijk dat slecht gedrag beloond wordt. Ooit is afgesproken dat landen het zonder hulp van de Europese Centrale Bank of andere lidstaten financieel moeten redden en zelf orde op zaken stellen. Moeten we de Grieken daarom maar laten bungelen of in het uiterste geval in een crisis laten komen? Het lastige daarvan is dat dan de vorderingen van geldverstrekkers aan Griekenland minder waard of waardeloos worden. En wie zijn die geldverstrekkers? Onze eigen banken, die toch al zo broos zijn. Een financiële crisis in Griekenland, Portugal en elders raakt ons dus eigenlijk ook direct zelf. Want onze eigen banken zouden kunnen gaan wankelen.
Maar Griekenland helpen, door bijvoorbeeld gezamenlijke leningen uit te geven (die Duitsland en ons een vol procent of meer kunnen kosten en Griekenland een dik procent korting opleveren) zou de noodzaak voor de Mediterrane landen om orde op zaken te stellen sterk verminderen. Maar wat dan?
De receptuur laat zich natuurlijk raden, het is én-én. Eerst moet er veel meer budgetdiscipline komen in landen als Griekenland via harde ingrepen in de overheidsuitgaven voordat men enige vorm van hulp kan ontvangen. Hulp waar wij als Nederland dik aan zal moeten meebetalen via een hogere leningrente. Sorry Griekse pensionado’s maar jullie Zwitserleven gevoel wordt beslist minder.
En voor de toekomst is de les ook duidelijk. Nu kan de Europese Commissie alleen maar op het budgettaire beleid van landen studeren, vaststellen dat het in een lidstaat misgaat, maar zijn er nauwelijks mogelijkheden tot ingrijpen of sancties op te leggen. Ook dat moet dus anders. Geef de Grieken allereerst eerst maar eens een lesje ombuigen. Als strak de Nederlandse 20 heroverwegingswerkgroepen klaar zijn, bieden we de rapportschrijvers gewoon een welverdiend reisje aan ter beloning. Waarheen? Naar Griekenland natuurlijk!